Verwijten

Raymond wordt wakker omdat zijn tong tegen zijn gehemelte zit geplakt. Zijn hoofd bonkt en het voelt alsof er in zijn schedel wordt gehamerd. Met moeite doet hij zijn ogen open. Hij is verbaast als hij ziet dat hij in de logeerkamer ligt. Hoe is hij hier terecht gekomen?
Flarden van de vorige avond gaan door zijn hoofd. De mannenstem aan de telefoon van Valerie en de steek die het in zijn borst veroorzaakte. Nog steeds kan hij er niet over uit dat hij zo blind is geweest. Hij had het kunnen weten. Al die kleine, vreemde veranderingen.
Het denken doet pijn aan zijn hoofd. Hoe lang is dat al aan de gang? Hoe lang is het geleden dat ze ineens met dat doorschijnende jurkje aankwam?
Hij is kwaad. Kwaad en gekwetst. Na het telefoontje had hij zich niet meer kunnen concentreren. Zijn aandacht was niet bij de besprekingen geweest. Hij was vroeg weggegaan. De telefoontjes van Valerie had hij genegeerd, later had hij zijn telefoon uitgezet.
Hij wilde haar vragen om een verklaring, de reden van haar leugens. Tegelijk wilde hij het haar betaald zetten. Met gelijke munt. Lang had hij in zijn auto gezeten. Later reed hij rond, door de andere kant van de stad. Hij had collega’s wel eens over deze buurt gehoord. Hij kwam er nooit, hij had er ook niets te zoeken. De verhalen had hij overdreven gevonden, stoere praat van mannen onder elkaar. Met zijn handen in zijn zakken had hij rondgelopen. Mensen hadden hem aangesproken, probeerden hem drugs te verkopen. Vrouwen en mannen vroegen hem of hij behoefte had aan ontspanning. Een kleine vrouw was een stukje met hem meegelopen. Haar rokje was kort, haar hakken waren hoog. Ze had aan zijn arm gehangen. Ze zag er jong uit. Hij weet nog dat hij haar oorbellen grappig vond. Ze had lieve ogen.
Hij was geschrokken toen ze haar prijs noemde. Niet omdat hij die te hoog vond. Eigenlijk vond hij hem te laag en hij kon het niet. De gedachte dat hij de zoveelste in de rij was, stond hem tegen. De gedachte dat hij haar moest betalen ook. Dat hij alles met haar mocht doen voor die prijs prikkelde hem niet. Hij walgde van zichzelf. Dat hij überhaupt met de gedachte speelde. Het hoort niet en het is respectloos, vooral naar de vrouw.
Vriendelijk had hij haar bedankt. Hij had weer rondjes gereden en was beland in een kroeg waar hij met collega’s wel eens wat ging drinken.
De gedachte aan Valerie in de armen van een andere man deed hem snel op sterke drank overgaan.
Hij bedenkt zich dat zijn auto daar nog staat en herinnert zich vaag dat hij Zoë heeft gezien. Waar was dat? Kreunend staat hij op. Hij heeft geen idee hoe laat het is en hij moet naar zijn werk. Hij moet Valerie om een verklaring vragen. Hij moet bedenken wat hij verder gaat doen.

Valerie hoort het water van de douche stromen. Ze kijkt op de klok en haar maag krimpt samen.
Haar hoofd is zwaar. Ze had nog tot laat met Zoë beneden gezeten en haar alles verteld.
Zoë had gezegd dat ze Raymond over Adnan had moeten vertellen. Dat het niet gek is dat hij is gaan denken dat er iets speelt, dat ze misschien wel vreemd gaat.
Valerie vindt dat Raymond beter zou moeten weten. En wat hij met zijn dronken hoofd tegen haar zei kan echt niet. Ook niet als ze wel vreemd was gegaan.
Dat Zoë het met haar eens was, is in elk geval iets. Voor de rest was ze kritisch geweest. Ze had gezegd dat het op deze manier wel lijkt alsof ze iets te verbergen heeft.

Valerie kijkt Raymond niet aan als hij stil aan de keukentafel gaat zitten. Ze vraagt of hij koffie wil. Hij schudt zijn hoofd en zegt dat hij liever een kop thee heeft.
‘Was Zoë hier vannacht?’
Valerie knikt. ‘Ik was ongerust, ik dacht dat je een ongeluk had gehad.’
‘Weet zij van die man?’
Raymond weet niet wat hij erger vindt. Dat Valerie tegen hem heeft gelogen, of dat anderen weten dat ze tegen hem gelogen heeft.
‘Er valt niets te weten. Er is niets aan de hand.’
‘Maak dat de kat wijs Val. Alles wijst erop dat er wel degelijk wat aan de hand is. Wie is hij? Ken ik hem?’
‘Hij is Adnan. Hij is de vader van het nieuwe vriendje van Femke en hij is getrouwd.’
‘Dus? Jij bent ook getrouwd. Dat kan je blijkbaar ook niets schelen.’
‘Dat kan me wel wat schelen. Hij is een vriend, we lopen samen, en ik kan goed met hem praten.’
‘Waarover?’
‘Van alles. De kinderen. De school, zijn werk. Er is niets.’
‘Weet hij dat je getrouwd bent?’
‘Natuurlijk weet hij dat!’
‘Als het niets is, waarom heb je dan nooit over hem verteld?’
Valerie zwijgt. Ze kan hem niet vertellen over de beelden in haar hoofd. Het zal het alleen maar erger maken. Zoë kan zeggen dat iedereen fantaseert, dat het normaal is. Raymond zal het niet waarderen dat zij hele warme fantasieën had over een man waar ze nu wekelijks mee gaat hardlopen.
‘Ik dacht dat het niet belangrijk was.’
‘Waarom douche je met hem in de buurt?’
‘Dat doe ik niet…! Hij bood het aan. We hadden in de regen gelopen, hij wilde niet dat ik in natte kleren bleef zitten. Ik heb kleren van zijn vrouw aangedaan… er is niets gebeurd. Helemaal niets.’
Raymond snuift. Natuurlijk. De man wilde niet dat ze in natte kleren bleef zitten. Het is makkelijker als het vrouwtje haar kleren vast uit heeft, dat scheelt weer.
‘En jij gelooft dat!’
Hij verheft zijn stem en Valerie haar haren gaan overeind staan.
‘Ja Raymond, dat geloof ik, en als jij hem zou kennen dan zou je het ook geloven. Dan zouden we dit gesprek niet hebben. Adnan heeft geen bijbedoelingen. Hij is eerlijk, en oprecht.’
‘Als jij gewoon eerlijk over hem had verteld, dan zouden we dit gesprek ook niet hebben. Je hebt hem bewust verzwegen. Misschien is hij eerlijk, maar jij bent dat niet!’
‘Jouw reactie is precies de reden dat ik niets heb verteld! Jij begrijpt het niet. Jij begrijpt nooit wat! Het is werk, werk, werk. Je bent er nooit en als je er wel bent, dan ben je moe, wil je slapen. Je hebt nooit tijd, niet voor mij en ook niet voor de kinderen!’
Kwaad staat hij op, de stoel valt achterover, komt met een klap op de grond terecht.
‘ Heel volwassen Valerie. Je weet dat ik gelijk heb, dus is het mijn eigen schuld. Nog even en dan ga je zeggen dat ik blij moet zijn dat je niet bent vreemd gegaan. Dat er nog maar iets hoeft te gebeuren voor die grens ook vervaagd. Ik doe verdomme alles voor je! Misschien wordt het tijd dat je dat wat meer gaat waarderen!’
Hij trekt zijn jas aan. Valerie kijkt hem nerveus aan. ‘Wat ga je doen?’
‘Ik ga mijn auto halen.’
Hij staat al bij de deur en Valerie voelt haar keel dichtknijpen. ‘Kom je nog terug?’
‘Jezus Val, natuurlijk kom ik terug. Je bent mijn vrouw, en ik hou van je, maar we moeten praten en ik wil die man ontmoeten. Ik wil weten wie hij is. Tot straks.’

Valerie wil niet dat Raymond en Adnan elkaar ontmoeten. Ze wil niet dat Adnan ziet hoe Raymond en zijn met elkaar omgaan. Ze heeft gezien hoe hij en Naomi met elkaar omgaan. Vergeleken met hen is haar huwelijk kaal. Kaal en bijna liefdeloos. Ze wil niet dat Raymond ziet hoe belangrijk Adnan voor haar is geworden. Ze wil zeker niet dat hij ziet dat ze in haar hoofd soms nog hele andere dingen met hem doet dan alleen hardlopen.

Show Buttons
Hide Buttons