Onuitgesproken

Geduldig vouwt Valerie de overhemden van Raymond op. Ze legt ze naast zijn pantalons in de koffer. Acht paar sokken, schoon ondergoed. Een trui, een vrijetijdsbroek. ‘Wil je ook je nette schoenen mee?’
Hij mompelt. ‘Waarom, we zitten daar in de middle of nowhere.’
Raymond is chagrijnig. Vreselijk chagrijnig. Uitgerekend nu moet hij ruim een week weg.
In de badkamer zoekt hij wat toiletspullen bij elkaar. Hij wil niet weg, niet met dit tussen hem en Valerie. Niet met zijn onzekerheid. Hij heeft hier al geen zicht op wat ze allemaal doen en wie ze ziet. Straks heeft hij helemaal geen idee.
Hij stopt de toilettas in de koffer. Valerie zucht. ‘Laat mij nou, dadelijk gooi je alles overhoop.’
Met een plof gaat hij op het bed zitten. ‘Wat ga jij allemaal doen, de komende dagen…’
Ze haalt haar schouders op. ‘Gewoon, wat ik altijd doe…’
‘En dat is?’
‘Dat weet je toch? Het huis, de kinderen. Misschien dat ik Zoë wel een dag in de winkel ga helpen. Sporten… hardlopen.’
‘Met Adnan?’
‘Waarschijnlijk wel… het is een beetje een gewoonte geworden. En ik ga met Naomi mee naar puppytraining… Wat denk je? Is een hondje wat voor ons, voor de kinderen. Zodat ze leren ergens verantwoordelijk voor te zijn… Misschien kunnen we na de zomer eens wat rondkijken.’
Raymond knikt afwezig. Hij trekt zijn schoenen aan en probeert voor de spiegel zijn stropdas te strikken. Zijn hoofd is er niet bij. Valerie komt achter hem staan. Ze strikt snel zijn stropdas in een mooie knoop. Onderwijl neuriet ze een versje. Ze klopt hem op zijn schouders en veegt een denkbeeldig pluisje weg.
‘Als je terug bent moet je naar de kapper. Je haar wordt lang.’
Het is alsof ze tegen Milan praat, en het zint hem niet. Hij is haar man, niet haar kind.
‘Vind je het niet vervelend dat ik weg moet?’
‘Natuurlijk wel, maar ik overleef het wel. Het is ook niet voor het eerst.’
Raymond weet dat het niet voor het eerst is. Hij moet wel vaker voor zijn werk naar het buitenland, maar Valerie reageert er anders op dan hij gewend is. Het is net of ze het prettig vindt dat hij weggaat. Alsof ze niet kan wachten.
‘Waarom ga je niet een paar dagen naar je ouders. Even ertussenuit…’
‘Dat kan toch niet. Milan en Femke moeten naar school, en ik heb genoeg te doen.’
‘Ze kunnen vast wel een paar dagen missen…’
‘Dat kunnen ze niet en ik kom mijn tijd wel door. Dat doe ik toch altijd?’
Ze ritst zijn koffer dicht en zet hem op de grond.
‘Zo, je hebt alles. Daar zal het niet aan liggen.’
Raymond kijkt haar aan. ‘Ik wil niet dat je Adnan ziet als ik weg ben…’
Verbijsterd staart Valerie hem aan. ‘Sorry… jij wilt het niet!?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Precies, ik wil het niet.’
Ze heeft haar armen over elkaar geslagen, kijkt hem een beetje uit de hoogte aan.
‘En waarom denk je dat jij daar iets over te zeggen hebt?’
‘Waarom vind jij dat ik daar niets over te zeggen heb?’
‘Ik ben je bezit niet. Ik doe wat ik wil.’
‘Dat klopt, en toch wil ik niet dat je Adnan ziet de komende dagen. Er is iets wat me niet aanstaat.’
‘Je bent niet wijs. Je hebt hem toch gezien… er is niets.’
‘Niet in hem. In jou… jij bent anders, en dat zint me niet. Er is misschien niets tussen jou en Adnan, maar jij zou wel graag willen dat er iets is.’
‘Je bent gek…’
Valerie wil weglopen, Raymond houdt haar tegen. ‘Best, dan ben ik gek, maar dan is het ook geen probleem als je hem de komende dagen niet ziet. Al is het alleen maar omdat ik dat graag wil.’
‘Jij bepaalt niet wie ik wel of niet zie. Nog even en dan wil je dat ik alle dagen thuis blijf, iedere stap die ik zet van te voren met je overleg. We leven niet in de middeleeuwen Raymond.’
‘Stel je niet zo aan Val. Alleen maar zolang ik weg ben. Ik zeg niet dat je hem nooit meer mag zien…’
‘Jij hebt verdomme helemaal niets over mij te vertellen…!’
Boos loopt Valerie naar beneden. Wat denkt hij wel. Mijnheer gaat fijn op zakenreis en is van mening dat hij haar kan achterlaten met instructies? Ze spreekt af met wie ze wil, hoe vaak ze wil en hoe lang ze wil. Dat hij dat niet prettig vindt, zegt meer over hem dan over haar.
Met zijn koffer in zijn hand komt hij achter haar aan. Hij wil dat ze hem begrijpt. Hij wil dat ze inziet dat het belangrijk voor hem is.
Hij gaat achter haar staan, slaat zijn armen om haar middel.
‘Ik wil gewoon niet dat je vergeet dat wij het goed hebben Val. Wij samen. Ik zou het erg naar vinden als daar iets tussen komt.’
Ze geeft hem geen antwoord en kijkt naar buiten. Een taxi komt tot stilstand voor het huis.
‘Je taxi, je moet gaan. Laat je even weten wanneer je aangekomen bent?’
Raymond zucht, geeft haar een zoen op haar wang en knikt.
‘Ik probeer elke dag even te bellen oké.’
Hij pakt zijn jas, zijn koffer en kijkt haar nog even aan. Nu weg gaan voelt nog veel vervelender. De dingen die gezegd zijn en de onuitgesproken woorden die nog in de lucht hangen. Raymond weet dat het een lange week gaat worden.

Valerie kijkt de wegrijdende taxi na, zwaait nog even.
Raymond stelt zich aan. Hij zou moeten weten dat hij zich nergens zorgen om hoeft te maken.
Hij heeft zich nooit ergens zorgen om hoeven maken.

Show Buttons
Hide Buttons