Scheef

Ongeduldig luistert Valerie naar Raymond, haar ogen schieten van de klok aan de keukenmuur naar de grijze wolken die buiten voorbij jagen. Ze heeft geen zin om in de regen te lopen en straks is Adnan ook al weg.
‘Ja schat, ik heb je bericht ontvangen, ik zag het alleen vanmorgen pas. Nee, het geeft niet dat het laat was.’
Hij vraagt naar Femke en Milan, die op school zijn. Wat ze gaat doen? Hardlopen. Met Adnan? Nee, ze gaat alleen en daarna Zoë helpen in de winkel.
Valerie weet niet zo goed waarom ze liegt. Het is niet alleen om een zinloze discussie te vermijden. Ze wil gewoon niet dat Raymond weet wat ze gaat doen en met wie. Hij is vaker in het buitenland voor zijn werk, maar dit is de eerste keer dat hij belt voor zomaar een kletspraatje. Valerie is niet goed in zomaar een kletspraatje, niet met Raymond. Hij vraagt nooit wat ze doet als hij er niet is, en ze vindt het vervelend dat hij dit nu wel doet.
‘Is er verder nog iets bijzonders dat je belt? Ben je wat vergeten?’
‘Nee, gewoon. Ik wilde je even horen, dat is alles.’
‘Je bent nog geen dag weg.’
‘En dan mag ik niet bellen?’
Nog een keer kijkt ze op de klok. ‘Je belt nooit, en ik moet echt gaan, anders ben ik straks te laat bij Zoë.’
Raymond zucht. ‘Doe haar de groeten, ik bel vanavond nog wel even.’
‘Waarom?’
‘Omdat ik dat wil Val! Denk je dat ik Milan en Femke dan ook even kan spreken?’
‘Jemig Raymond, natuurlijk kan dat, als je niet te laat belt tenminste. Ze moeten gewoon naar school.’
‘Ik weet dat ze gewoon naar school moeten, tot vanavond. Ik…’

Ze heeft al opgehangen en Raymond laat zich op het hotelbed vallen. Hij had gelijk. Valerie is blij dat hij weg is. Ze mist hem niet, en ze heeft hem niet nodig. Niet echt. Alleen het geld dat hij binnen brengt zodat ze het weer kan uitgeven aan zaken die ze ook niet nodig heeft.
Als hij er niet is, loopt haar leventje gewoon door, zoals ze gewend is, met als enige stoorzender zijn telefoontje.
Met een zucht gaat hij op zijn rug liggen, zijn handen in zijn nek. Ze vertelt bijna nooit meer over haar dag. Gesprekken gaan over kleine regeldingen. Tegen de tijd dat ze naar bed komt ligt hij al te slapen en als hij wakker wordt is ze meestal al uit bed, bezig met weet hij veel wat.
Hij vraagt zich af hoe lang dat al zo is en waarom hij niet eerder heeft gezien dat hij en Valerie gewoon een beetje langs elkaar heen leven.

Valerie vindt helemaal niet dat haar leventje gewoon doorloopt. Dat ze nu zelf de kinderen naar school heeft moeten brengen maakt dat ze moet haasten waardoor haar hele ritme overhoop ligt. Door het telefoontje van Raymond is ze nog later. Adnan staat vast al op haar te wachten en anders is hij zonder haar gegaan. Gehaast trekt ze de deur achter zich dicht. In een stevig tempo begint ze te lopen. In haar hoofd rent de hoop dat hij nog niet weg is met haar mee.

Adnan zit op een bankje bij de ingang van het park te wachten. Valerie is haar irritatie over het telefoontje van Raymond op slag vergeten. In plaats daarvan kijkt ze bezorgd naar Adnan. Hij ziet haar niet aankomen en er ligt een diepe frons op zijn voorhoofd.
‘Goeiemorgen, zit je al lang te wachten?’
Wat verbaast kijkt hij op, alsof hij haar helemaal niet meer had verwacht. Een kleine glimlach glijdt over zijn gezicht en hij staat op.
‘Niet lang en soms is wel prettig om even alleen te zijn met mijn gedachten. Gaat het goed?’
Valerie knikt. ‘Met jou? Je kijkt ernstig.’
‘Wat ik al zei, gedachten die me bezig houden, maar niets om je zorgen over te maken. Zullen we?’
Zoals altijd geeft hij het tempo aan en zoals altijd vindt Valerie het prettig. Haar ritme past zich aan, haar hartslag aan haar ritme. Ze zet haar ene voet voor haar andere zonder dat ze na hoeft te denken. Ze volgt en ze vindt het prettig.
Ze lopen in stilte, zoals altijd, tegelijk is het anders. Het is een andere stilte dan ze gewend is en zonder dat ze haar vinger kan leggen op wat het precies is, loopt Adnan ook anders dan ze gewend is. Hij is niet alleen stil, hij is in gedachten. Bijna op een verbeten manier.

Het duurt niet lang voor ze begint te zweten en wat achterop raakt. Het geeft niet, het geeft nooit. Nu vindt ze het vervelend en tevergeefs probeert ze Adnan bij te houden. Hij loopt met gebalde vuisten.
Kijkt niet om en wacht niet op haar bij de uitgang aan de andere kant van het park. Het is haast of hij haar is vergeten. Die gedachte vindt ze ook vervelend.
Pas bij de ingang van het café geeft hij blijkt dat hij nog wel weet dat hij met haar samen loopt, en hijgend blijft ze staan.
‘Weet je zeker dat er niets is?’
‘Ik weet het zeker, thee?’

Ook dat is een ritueel geworden, samen lopen, samen thee drinken in het café vlak bij de flat van Adnan en Naomi. Heel soms bij Adnan thuis. Het zijn momenten waar Valerie van geniet en ze zijn haar dierbaar.
‘Hoe gaat het met Femke en Milan, en Raymond?’
‘Prima, Raymond zit in Schotland, zakenreis.’
Hij trekt zijn wenkbrauwen op. ‘Echt? Hoelang?’
‘Een week, hij is gisteren vertrokken.’
‘Daar heb je niets over gezegd.’
Valerie haalt haar schouders op. ‘Hij is wel vaker een aantal dagen weg. Hij heeft een veeleisende baan.’
‘En dat vind jij oké?’
‘Ja hoor.’ Ze lacht. ‘Stiekem vind ik het wel prettig als hij er even niet is.’
‘Waarom?’
‘Gewoon, even alleen mijn eigen dingen en die van de kinderen.’
Zwijgend kijkt Adnan haar aan.
‘En dat weet Raymond ook?’
‘Nee, natuurlijk niet.’
‘Waarom niet?’
Valerie zucht. ‘Hij zou het niet leuk vinden.’
‘En terecht.’
Adnan kijkt haar aan alsof ze zojuist iets vreselijks heeft gezegd.
‘Nou ja, zo erg is het toch niet, jij zegt net ook dat het soms wel prettig is om alleen te zijn met je gedachten.’
‘Met mijn gedachten ja. Jij zegt dat je het prettig vindt dat Raymond er niet is.’
‘Dat heb jij nooit?’
‘Nooit, en Naomi ook niet.’
‘Dat weet je niet.’
‘Jawel, ze zou het tegen me zeggen, en ik tegen haar. Het is namelijk niet goed. Zodra je het prettig gaat vinden dat je partner er niet is, zit er iets scheef.’
‘Er zit niets scheef.’

Ze roert omslachtig in haar thee en voelt de ogen van Adnan bijna branden. Er zit niets scheef. Raymond is gewoon zo Raymond en de laatste tijd kan ze er niet goed tegen. De rapporten voor zijn werk, de late telefoontjes met klanten. Zijn eeuwige vragen waar zijn spullen liggen, of zijn pak al terug is van de stomerij. Hij weet niet hoe hij de schooltassen van de kinderen in moet pakken, hij weet nog steeds niet hoe laat Femke op zaterdag naar atletiek moet. Zijn vreselijke avond ritueel, het lelijke blauwe shirt waar hij in slaapt, zijn buikje, zijn lompe gedrag tegenover Adnan en Naomi, de idiote beschuldigingen.
Valerie zucht diep en schudt even haar hoofd voor ze Adnan weer aankijkt.
‘Er zit niets scheef.’

Show Buttons
Hide Buttons