Zachte heelmeesters

Valerie wapent zich voor de bezorgde blik van Zoë, ze heeft haar smoesje al klaar. Zoë zal er niets achter zoeken. Later zal ze haar vertellen over Adnan of niet.

Voor de deur staat Adnan en voor de tweede keer schiet haar hart naar haar keel. Meteen krijgt ze een kleur. Zijn gezicht is kalm met een kleine glimlach, maar toch ernstig en heel even vlamt er hoop in haar borst.
Zijn rustige stem en de langzaam uitgesproken woorden doen de hoop weer weg ebben.
‘We moeten praten, mag ik binnenkomen?’
Valerie knikt, en doet een stap opzij om hem binnen te laten. Hij wacht niet op haar, maar loopt meteen door naar de woonkamer. Nerveus loopt ze achter hem aan. In de woonkamer draait hij zich naar haar om.
‘Lag je al op bed?’
‘Nee, ik zat hier.’ Ze wijst naar de stoel, haar glas wijn op het tafeltje.
‘In het donker?’

Ze doet de schemerlamp naast de stoel aan en gaat op het puntje van de stoel zitten, haar rug recht. Adnan neemt plaats op de bank. Valerie durft hem niet aan te kijken. Ze doet een paar keer haar mond open om over haar gehaaste vertrek van die middag te beginnen, doet hem elke keer weer dicht. Hoe logisch elke verklaring in haar hoofd ook klinkt, zodra de woorden haar mond dreigen te verlaten lijken ze leeg en gelogen.
‘Heb je misschien een kop thee voor me?’
Valerie schiet alweer uit haar stoel, knikt en loopt zenuwachtig naar de keuken. Terwijl ze wacht tot het water kookt houdt ze haar polsen onder de kraan en haar handen tegen haar gezicht.
Als ze terugkomt zit hij nog steeds op de bank, zijn ellebogen op zijn knieën. Ze zet zijn dampende kop thee op het kastje naast de bank. Adnan kijkt haar aan.
‘Dank je.’
Weer gaat ze zitten en ze wacht. Ze weet niet wat ze moet zeggen. Hij is hier vanwege eerder vandaag, vanwege haar gedrag, wat ze dacht. Hij weet wat ze dacht, wat ze hoopte, wat ze wilde.
Als hij eindelijk begint te praten schrikt ze toch van zijn stem.
‘Zijn wij vrienden Valerie?’
Ze knikt. Ja, vrienden. Dat hoopt ze toch wel, nog steeds, ondanks vanmiddag.
‘En Naomi, zij ook?’
Weer knikt Valerie. Naomi ook ja.
Vrienden. Nu die woorden hardop uitgesproken zijn, wordt ze een beetje warm van binnen, op een prettige en geruststellende manier. Niet de vurige, verlangende manier van eerder. Het voelt beter dan het eerdere gevoel. Zoë is altijd haar enige vriendin geweest, het is fijn om te kunnen zeggen dat Adnan en Naomi ook haar vrienden zijn.
‘Daar ben ik blij om. Vind je dat vrienden elkaar alles moeten kunnen zeggen?’
Ze denkt na. Alles?
‘Misschien niet alles, wel veel.’
‘Ik vind dat vrienden elkaar alles moeten kunnen zeggen, ook als dit moeilijk is, of kwetsend, of misschien zelfs ronduit idioot.’
Hij is in elk geval eerlijk. Ze heeft zich als een idioot gedragen en ze zal de eerste zijn om dit toe te geven.
‘Het spijt me echt, meer dan ik kan zeggen.’
‘Wat spijt je?’
‘Van vanmiddag, dat ik dacht, ik weet niet. Het spijt me gewoon.’
Even lacht Adnan. Ze durft het nog steeds niet toe te geven, ze durft niet te zeggen wat ze in haar hoofd had, wat misschien al heel lang in haar hoofd heeft gezeten.
‘Je dacht dat wij zouden vrijen.’
Het is geen vraag. Hij weet het inderdaad en Valerie krijgt weer een kleur.
‘Het spijt me.’
‘Het geeft niet. Ik had het eerder moeten zien en het spijt mij als ik je die indruk heb gegeven, dat is nooit mijn bedoeling geweest.’
Valerie knikt, schudt dan haar hoofd, ‘Het is niet jouw schuld. Het zat in mijn hoofd, jij hebt nooit iets gezegd of gedaan.’
‘Nee, dat denk ik niet. Ik was er ineens en heb je andere dingen laten zien. Ik ben niet duidelijk geweest over mijn bedoelingen.’
‘Vriendschap.’
‘Vriendschap ja, geen geliefden.’
Ze zucht. Natuurlijk geen geliefden.
‘Ik dacht dat ik verliefd op je was en dat dit misschien wel wederzijds was. Dat zat in mijn hoofd. Jij hebt niets gedaan om dat er in te zetten.’
‘Ik heb ook niets gedaan om dat er uit te halen.’

Uiteindelijk wel. Misschien niet bewust, maar hij had het eerder moeten zien. Hij had het moeten voelen. Zijn intuïtie is altijd heel sterk geweest. Dat dit nu niet zo was, vindt hij zorgelijk. Hij is teveel met zijn eigen dingen bezig geweest.

Hij is weer in gedachten verzonken en Valerie vindt het vervelend dat hij zich schuldig voelt. Het is haar eigen schuld, en misschien die van Raymond, niet die van Adnan.
‘Het had iedereen kunnen zijn, denk ik.’
Adnan kijkt op en knikt. ‘Dat denk ik ook, en dat baart me zorgen.’
‘Waarom?’
‘Omdat je vroeg of laat misschien iemand tegenkomt die er wel voor open staat en dan is er geen weg meer terug.’
Valerie haalt haar schouders op.
‘Ik zou niet weten waar ik zomaar iemand tegen zou moeten komen. Ik kom nergens.’
‘Heb je Raymond over je gevoelens verteld?’
Ze snuift. ‘Dat was niet nodig, hij dacht dat er wat was, hij heeft me verboden om jou nog te zien.’
‘En jij voelt je niet geroepen om hem daar in tegemoet te komen.’
‘Waarom? Er is toch niets?’
‘Jij dacht dat er wat was, dat is genoeg.’
‘Dus je geeft hem gelijk?’ Valerie kijkt een beetje boos. ‘Jij vindt ook dat dat we elkaar niet zouden moeten zien?’
‘Dat zeg ik niet. Ik vind wel dat je eerlijk tegen Raymond moet zijn. Hij is je man en hij heeft het recht te weten dat jij ontevreden bent. Over je relatie, misschien zelfs wel over je leven.’
‘Het zou hem kwetsen.’
‘Zachte heelmeesters …’
‘Ja, ja, maar dat verdient hij niet. Hij draagt me op handen, dat is altijd zo geweest.’
‘En toch ben je ontevreden.’
En toch is ze ontevreden. Raymond doet alles voor haar, en de kinderen, en toch is ze ontevreden, soms zelfs ongelukkig.
‘Hij is gewoon een beetje saai, ik zou het graag wat spannender willen soms, wat minder vanzelfsprekend.’
‘Misschien moet je dat tegen hem zeggen.’
‘Hij zou het niet begrijpen.’
‘Dat weet je niet. Als hij het zou weten en zou begrijpen wat je precies mist, dan kan hij daar wat aan doen, dan kunnen jullie daar samen wat aan doen.’
‘Hij is niet zoals jij, in de verste verte niet. Hij zal het niet begrijpen.’
‘Ik denk dat hij meer begrijpt dan jij weet, zelfs zonder dat je het zegt.’
‘We zijn gewoon uit elkaar gegroeid.’

Adnan staat op en verbergt zijn irritatie. Het is niet aan hem. Valerie is star in het beeld over haar relatie en over Raymond, maar ze zal het zelf moeten doen. Ze zal ook zelf met de eventuele gevolgen moeten leven. Hij wil haar vriend zijn, maar hij gaat niet zijn mond houden over zaken die hij ziet.
Valerie is verwend. Ze heeft gelijk als ze zegt dat Raymond haar op handen draagt, niet omdat Valerie dat verdient, maar omdat het is wie Raymond is. Hij houdt van zijn vrouw en van zijn kinderen. Wat dat betreft lijkt hij op hem. Hij is trouw en gaat voor Valerie door het vuur. Het enige dat Valerie nodig heeft, is dat ze inziet dat het zo is.
‘Ik veroordeel je niet Valerie, ik vind alleen dat je voorzichtig moet zijn. Je zal niet de eerste zijn die domme dingen doet uit ontevredenheid en het gevoel dat ze beter verdient. Je hebt al meer dan menig ander.’
‘Ik ben niet menig ander.’
‘Dat klopt, je bent jezelf, en je zult van je eigen fouten moeten leren.’
‘Ik ga heus geen stomme dingen doen.’
‘Dat hoop ik echt.’

Hij blijft staan en kijkt haar aan. Ze zal nog een hoop stomme dingen gaan doen voor ze in ziet dat ze alles al heeft en hij kan alleen maar hopen dat het dan niet te laat is.
‘Ik ga weer, ik wilde je eigenlijk alleen maar even laten weten dat alles goed is tussen ons. Klopt dit?’
Valerie knikt. ‘Alles is goed.’
‘Vrienden?’
‘Vrienden.’
‘Daar ben ik blij om. Wanneer is Raymond terug?’
‘Maandag.’
‘Dat is jammer. Dan moet je maar iemand anders meenemen naar de barbecue.’
‘Welke barbecue?’
‘Zaterdag, in het café van Mike. Jullie zijn natuurlijk uitgenodigd. Er is live-muziek, dus er kan gedanst worden. Gewoon een gezellige avond met vrienden en familie.’
‘Leuk. Ik zal vragen of Zoë mee wil. Femke en Milan zijn bij mijn ouders, dus ik heb mijn handen vrij.’
Meer dan haar handen, denkt Adnan, maar hij houdt zijn mond. Ze heeft een vriend nodig, geen prediker.
Toch maakt hij zich zorgen. Geen kinderen, geen Raymond. Alleen met haar ontevreden gedachten. Het zijn genoeg ingrediënten om wel stomme dingen te doen.
‘Gezellig. Tot zaterdag. Jullie zijn welkom vanaf een uur of vier.’
Valerie loopt met hem mee naar de voordeur.
‘I’ll be there, en Adnan …’ Ze legt even haar hand op zijn arm. ‘... bedankt.’

‘Geen dank, waar zijn vrienden anders voor.’

Show Buttons
Hide Buttons