Kalmte zal je redden

Het huis is donker en kil. Nog meer dan anders wanneer Valerie alleen thuis is. Anders dan anders. Raymond ergens in een gehucht in Schotland, Femke en Milan bij haar ouders, waar ze tot zondag zullen blijven. Ze is alleen. Ze wilde alleen zijn. Nog geen vierentwintig uur geleden zou ze een moord doen voor wat tijd voor zichzelf. Niemand om voor te zorgen, niemand om rekening mee te houden.
Haar voornemen om het er van te nemen, om te genieten tijdens de barbecue bij Adnan en Naomi, om te flirten, te dansen. Nu eens niet de vrouw van, moeder van, te zijn. Het zou van haar zijn en van haar alleen.

Wat ze nu voelt is ook van haar. Ze voelt zich schuldig. Ze is al bijna twaalf jaar getrouwd met Raymond en zeker vijftien jaar door niemand anders aangeraakt. Nu zomaar ineens door een wildvreemde. Een man die haar leuk leek te vinden, die om haar moest lachen, die haar interessant vond om wie ze zelf was. Tegelijk, nog steeds, en veel groter nog dan haar schuldgevoel, dat vreemde gevoel van opwinding en de vraag; wat als?
Wat als ze hem niet had tegengehouden? Wat als ze hem zijn gang had laten gaan. Zijn handen onder haar jurk, de riem van zijn broek al los. Wat als ze het had laten gebeuren, daar op dat plaatsje achter die kroeg, de kroeg waar ze met Adnan zo vaak thee heeft gedronken. Was het dan neuken geweest? En waarom wordt ze zo geil van die gedachte. Zou ze er van genoten hebben? Had ze daarna nog thuis kunnen komen, nog thuis durven komen, ondanks dat er niemand is? Was ze dan blij met de tijd die ze had om tot zichzelf te komen, om net te doen of er helemaal niets aan de hand was, niets gebeurd was?

Raymond werkt aan een rapport, mede dankzij de training die hij hier volgt weet hij eindelijk in welk vat hij het moet gieten en hoe hij ervoor kan zorgen dat zowel zijn werkgever als de klant helemaal tevreden zijn. Nog één dag, nog een laatste training, een uitgebreid diner en dan kan hij naar huis. Hij heeft Valerie eindelijk gesproken. Ze lag op bed, voelde zich niet lekker. De kinderen zijn toch bij haar ouders. Haar stem klonk boos, en ongeduldig, net als de laatste keer. Hij probeerde haar weer te bellen, geen gehoor.
Het geeft hem een onbestemd gevoel en hij vindt het niet prettig dat hij niet weet waar ze is en wat ze aan het doen is. Hij vindt het ook niet prettig dat ze niet met hem praat. Niet echt. Koetjes en kalfjes, onbelangrijke details die hem niet interesseren. Hij wil niet weten hoe het in de winkel van Zoë gaat of met het hondje van de buurvrouw. Hij wil weten wat haar bezig houdt, hij wil weten of ze hem mist en waarom.

Valerie is blij dat Raymond pas overmorgen thuis komt. Tegen die tijd heeft ze zichzelf wel weer in de hand. Kalmte zal je redden. Het is hoe haar ouders leven en hoe zijzelf leeft. Haar hele leven lang. Eigenlijk wil ze niet meer kalm zijn en ondanks haar schaamtegevoel wenst ze dat dat ze verder was gegaan, dat ze die man zijn gang had laten gaan. Het is beter dan haar eerdere verlangens en fantasieën over Adnan. Het is onpersoonlijk en daardoor des te opwindender.

Ze volgt haar avondritueel met dezelfde rust als anders. De jurk hangt ze naast het onderjurkje in de kast, de schoenen eronder. De dure lingerie meteen in een handwasje en te drogen in de badkamer zodat het morgen onderin de la kan verdwijnen. Voor Raymond hoeft ze het niet te dragen.
Ze kijkt in de spiegel, maakt haar gezicht schoon en borstelt haar haren.
Haar huid tintelt nog steeds. Ze laat haar ochtendjas van haar schouders glijden en bekijkt haar borsten.
Handen die haar aanraken, daar en overal. Ze ziet haar tepels op de gedachte reageren.
Hartstochtelijk gezoend geworden, tegen een stapel kratten aan. Stevige handen om haar bovenarmen. Geen zachte tederheid, maar ruwe hartstocht. Zo geil dat hij niet kan wachten. Jurk omhoog, slipje naar beneden. Niet vrijen, maar neuken, wild en onbeheerst.
Ze kruipt op bed, zit op haar knieën, haar hand daar waar de meeste tinteling is. Ze is nat en warm. Ze ziet zichzelf half in de spiegel van haar tafel en haar vingers strelen, eerst rustig, dan sneller.
‘Ik wil wel eens zien hoe ondeugend jij echt bent…’
De woorden verschijnen in haar hoofd. Ze is ondeugend. Ze is vreselijk ondeugend. Vingers in haar mond, maar hij is het. Ze zuigt en likt. Zijn handen liggen op haar hoofd en hij stuurt haar, dieper en sneller.
Hij draait haar om, trekt haar billen naar achteren en stoot in één keer bij haar naar binnen. Haar vingers volgen de bewegingen in haar hoofd. Ze denkt aan de website vol grote, haast levensechte dildo’s en vibrators. Raymond hoeft het niet te weten en ze kan de winkel van Zoë opgeven. Zoë zal het niet erg vinden. Zoë begrijpt wat het is om te verlangen naar onbegrensde passie.
Alle tinteling verzamelt zich rond dat ene punt. Rond haar warme, vochtige vingers. Valerie voelt de tranen op haar gezicht. Ze wil het voelen, ze wil het echt voelen. Een hard mannenlijf, zonder gezicht. Zal ze op zoek gaan naar een minnaar?
Haar vingers gaan weer sneller. Zo af en toe afspreken, een hotelkamer boeken voor een paar uur? Haar vingers gaan dieper.
Alleen maar dit. Het vuur blussen. Alleen maar hard geneukt worden, genomen worden. Zonder vragen, zonder tederheid. Ze ziet zichzelf, denkt het beeld van een gespierd mannenlijf achter haar, in haar en laat haar vingers dansen op het ritme van zijn bewegingen, ongeduldig tegemoetkomend aan die bewegingen. Laat het komen, laat het komen.
Dan is ze het weer kwijt.

Het geluid komt van ver. Hard en schel dringt het zich met geweld door de roze mist in haar hoofd en in haar lijf. De dromen laten zich maar moeilijk wegjagen. De beelden hebben zich hunkerend in haar lichaam geankerd.
Verdoofd kijkt ze op haar wekker. Kwart voor één, welke idioot staat er om kwart voor één, midden in de nacht …
De mist lost op. Haar ouders! Er is vast iets met Femke of Milan! Politie, er is iets met Raymond gebeurt!
Haar telefoon is leeg.

Paniek verdrijft de laatste mist, de laatste warme beelden. Ze vliegt uit bed en schiet in haar ochtendjas. Half struikelend rent ze de trap af. De bel blijft aanhoudend schel gaan. Haar hart bonkt als ze voordeur opentrekt en zakt opgelucht terug als Adnan met grote stappen langs haar heen naar binnen beent. Zijn gezicht staat bezorgd en boos. Verward kijkt ze hem aan.
‘Wat is.… waarom … is er iets gebeurd.’
Zijn woorden vallen als een kille waterval over haar heen.
‘Is dat wat je wilt? Jezelf opdringen aan mannen die je niet kent, mijn collega’s opgeilen en de vermoorde onschuld uithangen als ze toch iets verder gaan dan je had verwacht. Is dat de manier waarop jij je relatie gaat redden!?’
Vanuit het niets spoelt de woede over haar heen.
‘Wie denk jij wel dat je bent! Ga jij mij vertellen hoe ik mijn leven moet leiden, ga jij nu net doen alsof het je allemaal zoveel kan schelen wat ik doe en wat niet. Je zegt dat we vrienden zijn!? Dan heb jij een heel verknipt beeld van vriendschap en die vriendschap heb ik niet nodig. Een beetje doen of je voor mij wilt zorgen, alsof ik ook maar iets voor je beteken. Jij met je perfecte relatie en je perfecte kijk op het leven. Jij …’
De woorden laten zich niet meer tegenhouden en het gevoel dat overheerst bouwt op en perst zich een weg naar buiten. Niemand vertelt haar wat ze wel of niet kan doen. Ook Adnan niet. Zeker Adnan niet. Als hij haar vriend is, zoals hij zegt, dan begrijpt hij haar of hij doet op zijn minst alsof hij haar begrijpt.
Hij moet haar steunen, zonder oordeel. Precies zoals Zoë zou doen.
Adnan is niet onder de indruk van haar woorden. Hij weet waar ze vandaan komen. Valerie is ongelukkig, met haar leven en met haar relatie. Nu voelt ze zich betrapt.
‘Een teaser Valerie. Je bent maar een paar uur op het feestje geweest en mannen noemen je een teaser, niet alleen Thijmen. Dat kan lang goed gaan, tot je een keer de verkeerde tegenkomt en die heeft geen boodschap aan jouw weigering, aan het feit dat je van gedachten verandert en je ineens herinnert dat je een getrouwde vrouw bent. Die zal nemen wat hij vindt dat hem toekomt en zich aan je zal vergrijpen.’
Zijn kalmte maakt haar nog bozer en uitdagend steekt ze haar kin naar voren.
‘Misschien is dat wel precies wat ik wil en wat ik nodig heb …’
‘Je hebt iets heel anders nodig.’
‘Alsof jij weet wat …’
‘Praat met Raymond, vertel hem wat er is gebeurd en over je verlangen. Ga op zoek naar nieuwe uitdagingen en deel ook dat met hem. Je hebt het zelf in de hand.’
‘Is dat wat je komt doen? Mijn persoonlijke goeroe uithangen, mij vertellen wat ik moet doen en hoe ik mijn relatie moet redden? Jij weet niks en je ziet niks, helemaal niks!’
‘Ik heb twee gezonde ogen en een helder verstand, dus ik zie genoeg, maar je hebt gelijk. Dat is niet wat ik je kwam vertellen. Niet alleen maar …’
‘Laat maar, ik hoef het allemaal niet te horen. Jij bent geen vriend als je geen begrip op kunt brengen voor mijn situatie. Vrienden luisteren naar elkaar, onvoorwaardelijk, zonder oordeel, zonder te verwachten dat ze leven volgens de normen en waarden die ze zichzelf opleggen …’
Adnan onderbreekt haar rustig.
‘Voordat je dingen gaat zeggen die je niet meer terug kunt nemen, ik kwam je ook vertellen dat ik het prettig zou vinden als je mij en mijn vrouw in het vervolg niet betrekt in je onverantwoordelijke zoektocht naar spanning en sensatie. We willen inderdaad naar je luisteren, zonder je te veroordelen en je ook proberen te helpen …’
Valerie snuift. ‘Mooie hulp.’
‘... maar we zijn niet van plan te dienen als toneel en dekmantel voor jouw escapades. Als je echt denkt dat je dat nodig hebt dan ligt die verantwoordelijkheid bij jou alleen.’
‘En anders?’
‘Niets ‘en anders…’ Ondanks dat jij op dit moment iets anders denkt, Naomi en ik geven om je, en we willen dat het goed met je gaat, dat je gelukkig bent. De stappen die je vanavond hebt gezet zullen je niet gelukkiger maken en ze zullen het je zeker niet makkelijker maken.’
Hij doet de deur weer open en draait zich nog een keer om.
‘Bedenk wat je allemaal zou kunnen verliezen en praat met Raymond. Hij zal zich gekwetst voelen, en terecht, maar hij verdient te weten wat er in jouw leven en jouw hoofd gaande is, je kan dit niet voor hem blijven verbergen. Welterusten en ik zie je dinsdag, bij de ingang van het park.’

Valerie blijft stom staan als hij naar buiten stapt en de deur achter zich dicht trekt. Hij heeft makkelijk praten. Raymond zal het niet begrijpen. Ze heeft alles wat haar hart begeert. Ze kan het hem niet vertellen, zeker niet wat er vanavond is gebeurd. Het voetstuk waarop hij haar gezet heeft is hoog en ze zal hard vallen. Alles zal kapot zijn, onherstelbaar kapot. Er zal geen weg meer terug zijn als ze Raymond alles vertelt.

In het donker loopt ze weer naar boven en met haar ochtendjas aan gaat ze in bed liggen. De warmte en de opwinding zijn verdwenen, de roze mist is zwaar en donker geworden. Ze legt haar telefoon op de lader, tikt haar wachtwoord. Drie gemiste oproepen, één van Adnan, twee van Raymond.
Hij zal het niet begrijpen, en hij zal het haar nooit vergeven. Nooit.
Ze moet hem vertellen dat er niets aan de hand is, dat alles goed gaat, dat ze hem mist. Hij mag nooit weten waar ze zich vanavond bijna aan over had gegeven. Hij zal het fijn vinden dat ze belt, ondanks het tijdstip. Het zal hem geruststellen en misschien kan ze hem een beetje vertellen van wat haar bezig houdt, wat ze zou willen. Niet alles, een klein beetje. Hij zal niets vermoeden en haar voetstuk blijft intact.
Haar ouders hebben gelijk. Kalmte zal je redden.

Show Buttons
Hide Buttons