Schone schijn

Valerie heeft al de hele dag een glimlach op haar gezicht geplakt. In de aankomsthal, zwaaiend naar Raymond. Ondertussen haar ergernis verbijtend toen ze de blijdschap op zijn gezicht zag. Als een klein jongetje dat allang niet meer gerekend had op het cadeautje dat hij wilde hebben.
Ze is zijn vrouw. Natuurlijk komt ze hem ophalen. Daar hoeft hij toch niet zo idioot blij om te zijn.
Ze is vergeten dat ze hem bij vertrek gezegd heeft dat ze wel wat beters te doen heeft en zijn werk regelt toch een taxi? Ook de opmerkingen van zijn collega’s hadden haar gestoord. Ze waren niet voor haar oren bestemt, maar er is niets mis met haar gehoor.
‘Kijk Ray, moeder de vrouw.’
‘Die komt natuurlijk controleren of jij je wel gedragen hebt.’
Ze is zijn moeder niet en ze hoeft hem niet te controleren. Hij is een volwassen man en daarnaast, Raymond en zich niet gedragen? Het zou voor het eerst zijn.

‘Waar ging dat over?’
Het waren haar eerste woorden geweest. Niet de woorden die ze zich voorgenomen had. ‘Ik ben blij dat je er weer bent.’
Nu dan toch wel. Ze is ook blij hem weer te zien. Blij dat er niets veranderd was, dat hij nog steeds Raymond is. Haar Raymond.
‘Niets bijzonders. Mannen zijn soms varkens. Wat lief dat je me komt halen.’
Een zoen op haar wang en toen niets. Hoe ze voor zich had gezien dat ze hem in zijn armen zou vallen, gepassioneerd zou zoenen. Hij zou het vreemd vinden. Passie is iets wat ze elkaar zelden laten zien en vooral niet in het openbaar.
Onderweg naar huis had hij vertelt over de trainingen, de avonden met zijn collega’s, het gedrag van sommige van zijn collega’s.
‘Ik begrijp dat niet Val, alsof alles gewoon weg is zodra je een paar dagen van huis bent. Misschien dat zijn vrouw van niets weet, maar vroeg of laat komt het toch uit. Omdat iemand zijn mond voorbij praat, omdat hij de vrouw in kwestie onverwacht tegenkomt of omdat hij vergeet bepaalde berichten van zijn telefoon te verwijderen, weet ik veel.’
Valerie had wat zenuwachtig geglimlacht.
‘Dus jij hoeft me niets te vertellen.’
‘Niets dat het daglicht niet kan verdragen nee. Jij?’
‘Nee, natuurlijk niet! Wat denk jij nou!?’
Raymond had gelachen en haar geruststellend op haar been geklopt.
‘Dat weet ik toch, ik plaag je maar.’
Haar zenuwen maakten dat ze was gaan ratelen. Kleine, onbelangrijke anekdotes uit het leven van andere mensen, programma’s op tv. Het waren veilige onderwerpen en ze wilde niet dat hij haar zou vragen wat ze allemaal had gedaan, zo zonder de kinderen en hem. Hoe ze haar tijd had doorgebracht.

Het weekendje weg dat ze heeft geboekt voor hen samen. Dat vertelde ze hem, de barbecue bij Adnan en Naomi, Zoë die met haar mee was gegaan. Dat ze het beter niet had kunnen doen omdat ze zich al niet lekker voelde. Al het andere liet ze weg. Haar idiote gedrag tegenover Adnan, de aandacht van de andere mannen, hoe ze zich had gevoeld. De vreemde handen van die ander en wat het had losgemaakt.
Hij was blij geweest met het weekendje weg, het overhemd, deze avond.
De blik in zijn ogen toen ze hem toch het nieuwe setje had laten zien, de jurk en de schoenen. Ze was er verlegen van geworden. Het was heel anders dan de blikken van de mannen die ze niet kende. Ze zag de bewondering en de liefde die hij voor haar voelde, misschien ook wel verlangen, zoals hij naar haar kan verlangen. Op zijn manier. Het gaf haar een warm gevoel. Prettig, maar totaal anders dan het gevoel dat ze had willen voelen. Ook dat had haar gestoord. Hij is haar man, maar zonder passie kan hij net zo goed haar broer zijn. Ze wil die passie voelen, bij hem, niet bij een interessante vreemde.

Dat is ook wat ze hem wil vertellen. De woorden van Adnan hebben haar aan het denken gezet. Ze hoeft hem niet vertellen van die ander, haar moment van zwakte. Het zal alles veranderen. Maar ze kan hem wel vertellen van haar verlangen, en ze weet ook al hoe.
Voor de zoveelste keer kijkt ze hem glimlachend aan, hij glimlacht terug, pakt haar hand en zegt nog maar een keer hoe fijn hij het vindt dat ze dit geregeld heeft, dat ze hem zo duidelijk laat voelen dat ze blij met hem is.
‘Eerlijk gezegd, de afgelopen tijd heb ik regelmatig gedacht dat je me eigenlijk een beetje zat was.’
‘Doe niet zo raar. Natuurlijk niet!’
‘Wat was er dan aan de hand Val?’
Ze wuift zijn vragen weg. Vertelt weer over de barbecue, de band, het eten. Dat ze zich zorgen maakt om Zoë. Ze lijkt zo anders, een beetje losgeslagen ook.
‘Hoezo dan? Wat bedoel je met een beetje losgeslagen?’
‘Gewoon, ze laat zich in met mannen die ze net heeft ontmoet, flirten en meer.’
‘Wat is meer…?’
‘Zoenen en voelen, weet ik veel, het is niet dat ik er bij stond.’
‘Hoe weet je het dan?’
‘Ik was haar kwijt, ze was buiten, met een man. Een kennis van Naomi geloof ik. Ze schrok duidelijk en ik zag het aan haar gezicht. Je mag niet zeggen dat ik het je verteld heb hoor.’
‘Nee, natuurlijk niet! Maar wat zag je dan?’
Valerie kijkt naar Raymond. Ze weet dat hij het nooit aan Zoë zal vragen. Daarom kan ze dit zeggen. Zoë zal het nooit weten, en ze ziet dat Raymond nieuwsgierig is. De afkeuring die ze had verwacht te zien, ziet ze niet.
‘Die man had haar tegen de muur geduwd, haar jurk omhoog. Ik kon haar slip zien en toen hij haar los liet, haar gezicht. Ik weet niet. Ze was duidelijk opgewonden.’
‘Ik dacht dat Zoë even genoeg had van mannen en de liefde, maar goed. Ze is een volwassen vrouw, en vrijgezel ook. Ik hoop alleen dat ze voorzichtig is. Die ene keer … Nou ja, dat weet jij beter dan ik.’
Valerie neemt een slok van haar wijn, ziet het gezicht van Zoë als ze haar vertelt wat ze tegen Raymond heeft gezegd. Nog meer leugens, tegen Raymond, nu ook tegen Zoë. Ze zucht.
‘Zit het je dwars?’
Het zit haar dwars, alleen niet wat Raymond bedoelt.
‘Nee, het is niks ,alleen … ben jij nooit jaloers?’
‘Op Zoë?’
‘Niet specifiek Zoë, gewoon, andere mensen. Zoals Zoë, vrijgezel of iemand als die collega van jou.’
‘Waarom zou ik daar jaloers op moeten zijn?’
‘Niet moeten, maar, vraag jij je nooit af waar je zou zijn als je mij niet had, en de kinderen niet? Vraag jij je nooit af wie je dan zou zijn?’
‘Niet echt.’ Raymond lacht. ‘Waarschijnlijk zou ik die loser zijn die nog steeds bij zijn ouders woont. Geloof me, ik heb zulke collega’s, maar wacht. Jij wel dan?’
De uitdrukking op zijn gezicht maakt dat ze hem gerust moet stellen, weer moet liegen.
‘Niet zonder jou, of zonder de kinderen, maar … nou ja, ik vraag me soms wel af of het niet anders kan.’
‘Of wat niet anders kan?’
‘Gewoon, alles, de dingen die ik doe, jij en ik, tussen jou en mij, de kinderen, mijn leven. Ons leven.’
‘Nou ja, soms zou ik willen dat ik wat meer tijd had, voor jou, maar ook voor de kinderen. Ik hou van mijn baan, maar soms vraagt het veel tijd, ook wanneer ik thuis ben en …’
‘Precies, dat bedoel ik. Jij hebt je baan. Ik heb niks.’
‘Jij zorgt voor de kinderen, het huis, je zorgt voor mij en je doet toch ook veel. De ouderraad, de buurtcommissie. Je sport en je helpt bij Zoë.’
‘Ik ben vaak blij als Femke en Milan op bed liggen en dan hoop ik dat jij niet al te laat thuis bent zodat we samen nog wat tijd hebben, maar vaak moet je nog van alles. Een rapport, een telefoontje, je aandacht is zelden alleen maar voor mij.’
‘Jij slaapt vaak al en als ik wakker word dan ben je al uit bed. Misschien moet je Femke en Milan meer zelf laten doen, dan hoef je niet zo vroeg op.’
‘Toen ik Zoë zo zag, was ik jaloers, niet vanwege die man, maar ik vond het opwindend om te zien, spannend, zeker toen ik dacht dat jij en ik dat zouden kunnen zijn.’
‘Je kunt ook gewoon weer een keer op me wachten, dat deed je vroeger regelmatig … Wat zeg je!?’
Valerie is sneller gaan drinken, heeft haar glas al een keer bijgeschonken. Wat Raymond zegt hoort ze maar half, maar ze schrikt als zijn stem omhoog schiet.
‘Wat?’
‘Je zegt dat je jaloers bent op Zoë, zie je wel, ik wist het.’ Hij kijkt haar verontwaardigd aan, beschuldigend ook.
‘Is dat het? Je mist iets aan mij, misschien wel in bed, het is je niet spannend genoeg. De dingen die Zoë je verteld, die je bij haar ziet. Je bent jaloers op haar, je wilt wat zij heeft.’
‘Dat is niet waar!’
‘Jawel en dat is al een hele tijd zo, je durft het me alleen niet te vertellen. Je schaamt je voor mij, praat liever met Zoë, en ook met Adnan en Naomi. Maar met mij praat je niet, niet over wat je echt bezig houdt.’
‘Nee, dat is niet wat ik.’
‘Het is al maanden zo. Je bent in de eerste plaats ontevreden over ons en je bent gestopt met praten, met mij te vertellen wat je echt bezig houdt.’
‘Ik vertel je zo veel.’
‘Ja, over Zoë, Adnan, de buren, die interesseren me geen moer!’
Valerie schrikt van zijn harde stem en kijkt gegeneerd om zich heen. ‘Doe rustig zeg!’
‘Nee, ik doe niet rustig. Je vindt mij saai, je vindt ons saai en misschien heb je gelijk, misschien kan het allemaal best wel wat spannender, maar dan moet je me wel vertellen wat je wilt, en hoe je het wilt. Ik kan niet in jouw hoofd kijken. Je moet met me praten Val.’
Haar stem is klein, ze voelt zich ook klein. Ze had het hem anders willen zeggen, niet als een verwijt, maar als een spannend voorstel. Zoals die Thijmen tegen haar had gezegd dat hij benieuwd was of ze echt zo ondeugend was. Zo had ze het tegen Raymond willen zeggen, nu ligt er een druk op, een moeten, en als het moet, dan gaat het niet meer spontaan.
‘Vind je mij nog wel spannend?’
‘Ik weet niet goed wat je bedoelt met spannend, maar je bent mijn vrouw, en ik vind je nog steeds opwindend ja. Zoals je vanmiddag dat nieuwe lingeriesetje aan me liet zien en deze jurk, dan vind ik je sexy ja,’
‘Alleen maar sexy?’
Ongemakkelijk kijkt hij haar aan. ‘Als jij nou gewoon eens zegt wat je graag zou willen horen, dan zeg ik of het overeenkomt met dat wat ik voel.’
‘Moet ik je de woorden in je mond gaan leggen?’
‘Nee, als het niet zo is, dan zeg ik dat wel, jij bent nu eenmaal goed met woorden. Ik ben een man van cijfers en ingewikkelde formules. Er zijn misschien duizend manieren om te zeggen dat ik je sexy vind.’
‘Je hoeft het ook niet te zeggen.’
‘Dus dan zeg ik niks?’
Valerie zucht. ‘Je kunt ook gewoon doen. Wat zou je willen doen?’
‘Wat zou jij willen dat ik doe?’
‘Laat maar oké, op deze manier wordt het een vraag en antwoord spelletje.’
‘Zeg gewoon wat je wilt dat ik doe, zo moeilijk hoeft dat toch niet te zijn!’
Hij kijkt haar aan, houdt haar blik vast. Zij drinkt van haar wijn, krijgt het warm bij de gedachte dat ze hem vertelt wat ze wil en hoe ze het wil. Het zou niet nodig moeten zijn, hij is haar man, hij kent haar.
‘Ik kan niet in je hoofd kijken Val.’
In één keer slaat ze haar glas wijn achterover. Raymond tilt de fles op en kijkt haar vragend aan. Ze knikt en hij lacht. ‘Zal ik maar terugrijden straks? Kom op, gooi het eruit.’
En ineens zijn daar de woorden. Ze tuurt in haar opnieuw gevulde glas, durft Raymond niet aan te kijken.
‘Ik vind het fijn dat je me sexy vindt, maar ik wil ook dat je me geil vindt. Dat je me ziet en het liefst de kleren van mijn lijf zou rukken, het maakt niet uit waar. Niet voorzichtig, maar ongeremd, misschien zelfs een beetje ruw. Dat je me zonder pardon op het bed duwt, of de vloer, of voor mijn part de eettafel. Ik wil dat je me mee naar buiten neemt en je handen onder mijn jurk laat glijden om te voelen hoe warm en opgewonden ik ben, zodat je weet dat ik ook geil ben. Ik wil dat je dingen tegen me zegt die je anders nooit tegen me zou zeggen, die je tegen niemand zou zeggen.’
Weer drinkt ze haar wijn terwijl ze hem voorzichtig aankijkt. Zijn gezicht verraadt niets. Geen onbegrip, geen herkenning, zijn ogen zijn zacht, zijn stem ook als hij eindelijk antwoord geeft.
‘En dat wil je allemaal nu?’
Valerie schiet zenuwachtig in de lach, kijkt hem dan even boos aan. Hij glimlacht.
‘Was dat nou zo moeilijk om tegen me te zeggen?’
Ze knikt. ‘Een beetje wel ja.’
‘Je kunt alles zeggen, dat weet je toch. En, om heel eerlijk te zijn. Deze jurk, maar vooral het setje eronder, mijn hoofd roept de hele tijd al; trek onmiddellijk uit en kom hier!’
‘Nu meteen?’
Hij lacht hard en drinkt zijn biertje leeg.
‘Heel snel. Laten we afrekenen en de oppas naar huis sturen, dan zal ik je laten zien hoe sexy ik je vind.’

Show Buttons
Hide Buttons