Ongemakkelijk stijf

Valerie is woest en het is weer eens Raymond zijn schuld. Ze was al boos toen hij gisterenavond niet met het eten thuis was, maar werd pas goed nijdig toen ze rond negen uur eindelijk een berichtje van hem kreeg. Een lastige klant? Het zal best, maar hij heeft het beloofd. Hij zou op tijd thuis zijn. Zodat ze voortaan samen kunnen eten en hij kan helpen met Femke en Milan. Ze gooide het voor zijn voeten. Ook dat zijn beloftes op deze manier helemaal niets waard zijn. Raymond zei dat hij had beloofd zijn best te doen, niet dat het elke avond zo zijn. Hij is afhankelijk van klanten, collega’s, deadlines. Bla-bla-bla.

Ze heeft het zo vaak gehoord. Werk, werk en nog eens werk. En werk komt altijd op de eerste plaats. Lastige klanten ook.
Raymond was ook boos geworden. Hij had haar toegesnauwd dat deze lastig klant toch maar mooi voor een flinke bonus zou zorgen. Kon ze nog meer jurkjes kopen voor een kind dat al genoeg kleding had en nog meer prullen om tentoon te stellen.
Ze had de rest van haar boze woorden ingeslikt en ging wat milder verder.
‘Je had het me toch eerder kunnen laten weten?’
‘Dat had gekund ja, maar dat heb ik niet gedaan. De tijd ging snel, voor ik het door had, was het negen uur, het spijt me oké. De volgende keer zal ik je op tijd bellen.’
Ze weet dat hij dat zal doen, de eerste keer, de tweede keer misschien ook nog. Daarna zal hij het weer vergeten en zij zal er boos om worden of in stilte om zuchten. Zo gaat het altijd.

Ze wilde samen t.v kijken, maar hij zei dat hij de documenten nog één keer na moest lopen, voor het geval dat. Hij wilde niet dat er een fout in zou staan.
Valerie keek alleen t.v, dronk twee glazen wijn en ging naar bed. Ze wilde juist haar boek weg leggen toen hij ook naar bed kwam.
Een zoen, welterusten en Raymond viel ook in slaap. Ze luisterde naar zijn ademhaling tot ze zelf ook in slaap viel..

Vanmorgen vroeg heerste de gebruikelijke chaos. Femke was een gymschoen kwijt, Milan haalde een rekenschrift onder uit zijn tas met sommen die hij had moeten maken. Raymond ontbeet gehaast, gaf haar en de kinderen een snelle kus en ging de deur uit, om twee minuten later weer binnen te komen stormen.
‘Val! die klant van gisteren, hij komt vanavond eten en hij neemt iemand mee. Een uur of acht, dat gaat wel lukken toch? Maak maar iets bijzonders, en zorg voor een beetje een goede wijn. Tot vanavond!’
En weg was hij weer. Ze was ontploft en achter hem aangegaan. Ze zag hem met een flinke vaart wegrijden en was woest. Nog steeds.
Zijn telefoon neemt hij niet op en op haar boze berichten reageert hij sussend. Hij was het echt vergeten gisterenavond. Eerst hun ruzie en de papieren die hij nog door moest nemen. Hij was moe en had er niet meer aan gedacht, tot hij in de auto wilde stappen.
Hij snapt dat het kort van te voren is, maar dat is voor haar geen probleem toch?

Nu loopt ze door de supermarkt en gooit kwaad spullen in haar karretje. Ze wilde naar Zoë, om de etalage in kerstsfeer te brengen.
Zoë reageerde laconiek. ‘Het komt wel Vleer, het is net december.’
Valerie vindt dat haar vriendin inzicht mist. Ze zou vooruit moeten denken. In oktober met kerst beginnen, in januari weer denken aan het voorjaar en pasen. Zoë zou veel commerciëler moeten denken. Haar winkel zou het veel beter kunnen doen.

Een man met een klein meisje in zijn winkelwagen passeert haar en vraagt wat die spullen haar misdaan hebben. De vrolijke lach op zijn gezicht verdwijnt als ze hem boos aankijkt.
‘Bemoei je met je eigen zaken.’
Ze vult haar kar, rekent af en brengt de boodschappen naar haar auto.
Maak maar iets bijzonders zei Raymond. Ze maakt altijd iets bijzonders dus als hij dat zegt, bedoelt hij eigenlijk; ‘sloof je een beetje uit.’
Alsof ze niets beters te doen heeft.
In het koffiehuis drinkt ze twee koppen cappuccino en eet er een gevulde donut bij. Later wandelt ze langs de andere winkels. In de winkel waar ze de rode jurk heeft gekocht, koopt ze een zachtroze, zijden blouse.
Als hij wil dat ze zich uitslooft dan heeft ze ook iets moois verdient. Ze zal haar haren opsteken en de ketting van haar oma dragen, met de kleine rozenknopjes. Hij wil met haar kookkunsten pronken? Dan zal zij met zichzelf pronken.

*

Raymond kijkt naar haar als ze beneden komt. De blouse die ze draagt heeft hij nog niet eerder gezien. De kleur staat haar mooi. Het omhoog gestoken haar niet. Het maakt haar ouwelijk.
‘Nieuwe blouse?’
‘Ja, vind je hem leuk?’
‘Hij staat je mooi.’
‘Hebben Femke en Milan hun bord leeg gegeten?’
Hij knikt. Het is niet waar. Zodra Valerie naar boven was gegaan, had Femke haar bord van zich afgeschoven. Ze had genoeg en ze wilde een toetje. Er was ijs. Milan had nog snel een paar happen genomen. Of hij ook ijs mocht. Raymond had de restjes van hun borden gegeten en ijs in schaaltjes geschept.
‘Laat je je haar zo?’
‘Ja, niet mooi?’
‘Het maakt je ouder.’
‘Doe niet zo raar.’
Hij had zijn schouders opgehaald. Dan niet.
Nu zit hij in de keuken en wacht op op zijn klant, zijn gast van vanavond. Valerie dekt de tafel in de woonkamer. Ze gebruikt het kerstservies. Ze gebruikt het al jaren. Misschien wordt het tijd voor wat anders, dan geeft ze dit servies aan Zoë, voor haar winkel.

Ze roept Raymond als de bel gaat. ‘Doe jij open?’
Hij doet open, begroet Wouter en de vrouw die hij mee heeft genomen. Hij stelt haar voor als Louisa, zijn assistente. Ze lacht en klopt hem op zijn arm.
‘En zijn vriendin.’
Raymond stelt Valerie voor, nodigt uit te gaan zitten en vraagt wat ze willen drinken. Valerie schikt de servetten, steekt kaarsen aan en gaat naast Louisa zitten. Op tafel staan wat kleine hapjes om de eetlust op te wekken. Raymond zijn eetlust hoeft niet opgewekt te worden, hij sterft van de honger.

Tijdens het eten observeert hij Valerie. Ze heeft weer dat gemaakte lachje. Hij heeft het eerder bij haar gezien. Ze ziet er stijf uit, alsof ze niet op haar gemak is en ze drinkt snel, gaat ook snel praten.
Louisa oogt een stuk vlotter. Vriendin en assistente zei Wouter. Raymond gokt dat het laatste eerder kwam en dat het eerste niet lang zal duren. Hij heeft het vaker gezien. Het is ook nog niet lang zo. Hij ziet het aan de manier waarop ze naar Wouter kijkt. Ze koketteert en houdt in de gaten of hij wel om haar lacht, of hij haar wel ziet. Hij ziet het ook aan de manier waarop Wouter naar haar kijkt, bezitterig, tegelijk … De directeur en zijn secretaresse. Het bekende verhaal. Hij is de baas, zij kijkt tegen hem op. Hij bepaalt wanneer zij de assistente is en wanneer de vriendin. Hij bepaalt ook wanneer het voorbij is.
Hij ziet dat Valerie van hem onder de indruk is en het stoort hem. De dingen die ze tegen hem gezegd heeft die ene avond. Hij vraagt zich af of dat echt is wat ze wil? Dat hij haar laat merken dat hij de baas is?

Na het dessert vraagt Louisa of ze zich even op kan frissen. Valerie wijst haar de badkamer, ruimt af en schenkt nog een keer de glazen vol. Wouter houdt zijn hand boven het glas van Louisa.
‘Ze moet nog rijden.’
Ze hebben het vast overlegd, maar Raymond ziet een schittering in Valerie haar ogen. Wouter is de baas.
Louisa komt terug en wil gaan zitten. Wouter merkt op dat haar blouse niet goed in haar rok zit, Louisa verdwijnt weer naar de badkamer. Weer ziet Raymond een schittering bij Valerie.
Ze wil dat. Hij ziet het.
Haar lach is hoog en schel, het is niet hoe ze normaal lacht. Hij vindt het geen prettige lach.
‘Waarom lach je zo raar Val?’
Ze krijgt een kleur en stamelt. Het gesprek valt even stil.
‘Ik lach niet raar. Het is gewoon … ik lach niet raar.’
Hij ziet de ogen van Wouter en Louisa en hoe ze elkaar even aankijken. Valerie gaat weer zitten en vraagt of iemand behoefte heeft aan koffie. Ze is weer stijf.
Het lachje hoort hij niet meer.

Show Buttons
Hide Buttons