Zien Doen Voelen

Valerie wordt wakker van het kleine stemmetje van Femke. ‘Mama!’
Ze is al uit bed en gaat naar haar dochter die huilend in bed zit. Een zure lucht komt haar tegemoet. Kots.
‘Ik voel me niet lekker mama.’
Femke zit onder. Haar pyjama, haar haren, het beddengoed.
Valerie brengt haar naar de douche en zet haar met pyjama en al onder de warme stralen. Het water spoelt de viezigheid weg. De natte pyjama gaat uit, Valerie wast haar haren.
‘Blijf maar even staan, dan verschoon ik je bed.’
Gestommel op de gang. Raymond vraagt wat er aan de hand is. Het blauwe shirt zit strak om zijn buik, zijn haar staat overeind. Hij krabt aan zijn borst.
‘Ze heeft overgegeven. Ik heb nog gezegd dat je ze niet  moet laten snoepen.’
‘Ze hebben niet … Warme chocolademelk en een kindermenu, Val. Ik heb ze niet laten snoepen.’
‘Ze zijn dat vette eten niet gewend. En ze moeten niet teveel melk drinken.’
‘Je had het mij moeten laten doen, had me wakker gemaakt.’
‘Ik was toch wakker en ze riep mij. Zo gaat het sneller. Ga maar weer naar bed.’
Raymond draait zich weer om en gaat terug naar de slaapkamer waar hij op de rand van het bed gaat zitten. In zijn borst voelt het leeg, in zijn buik danst een vervelend gevoel. Ook leeg. Hij wil iets eten.
Hij blijft zitten en luistert naar de zachte stem van Valerie. Hij verstaat niet wat ze zegt, maar het klinkt liefdevol en troostend. Het stemmetje van Femke geeft antwoord. Ook zacht, al minder huilerig. De wasmachine gaat aan, de douche uit. Voetstappen klinken over de gang. Natuurlijk blijft ze even bij Femke.

Ze kijkt hem aan als ze weer terugkomt. ‘Ze slaapt weer. Waarom lig jij niet in bed?’
Hij draait zich naar haar om. ‘Zeg wat je op je hart hebt Valerie. Je hebt het eerder gedaan. Ik weet dat je het kan.’
Valerie haalt haar schouders op. ‘Er is niets. Ik ben moe, het is midden in de nacht.’
‘Stop dan met wat je aan het doen bent! Als er niets is, doe dan niet net alsof er wel iets is!’
Valerie schrikt van zijn harde stem. Raymond verheft zelden zijn stem.
‘Doe zachtjes. Ze slaapt net, als ze weer wakker wordt …’
‘Ik doe niet zachtjes! Ik ben verdomme in mijn eigen huis en als ik hard wil praten dan praat ik hard!’
‘Milan wordt ook wakker.’
‘Dan worden ze wakker!’
‘Nee! Je hebt drie dagen de tijd gehad om te zeggen wat je dwars zit. Nu kan het nog wel even wachten. Ga slapen.’
Raymond voelt hoe de leegte in zijn borst wordt opgevuld. Heet, kokend. Hij heeft drie dagen de tijd gehad!? Hij heeft gewerkt, zijn stinkende best gedaan om dat contract rond te krijgen.
‘Jij zit me dwars! Je houdt al dagen je mond, alleen het hoognodige komt eruit of zaken die me totaal niet interesseren. Je hebt drie dagen de tijd gehad en ik wil het nu van je horen!’
Valerie kijkt hem aan. Haar hoofd bonst. Ze wil slapen, gewoon helemaal niets meer horen en niets zeggen. Het beviel haar prima.
‘Als ik het je moet vertellen, als jij niet weet wat …’
‘Ik heb geen glazen bol! En de laatste keer dat op jouw voorhoofd te lezen stond wat … Ow, wacht even. Dat gebeurt nooit!’
‘Niet zo sarcastisch. Dat past niet bij je.’
‘Dat maak ik zelf wel uit! Ik ben geen kleuter. Jij hebt geen idee wat bij mij past, of wat mij bezig houdt. We praten nooit, omdat jij nooit wat zegt!’
Valerie pakt haar kussen. ‘Weet je, ik slaap wel op de logeerkamer. Je bent jezelf niet, we praten morgen.’
‘Dat bepaal jij niet! We praten nu! Desnoods de hele nacht. Het kan me niet schelen, slapen kan altijd.’
Valerie wil weglopen. Raymond houdt haar tegen, pakt haar bij haar pols en gaat voor de deur staan.
‘Je blijft hier!’
Ze kijkt naar hem en binnenin knapt er iets. Het komt naar buiten, als een lelijke stroom en onsamenhangend. Hij is kwaad? Ze zal hem eens laten zien hoe kwaad ze zelf is.
‘Jij ...! Je komt een keer thuis met een bonus en daar moet ik dan blij om zijn!? Tevreden? Je zet me compleet voor schut tegenover wildvreemden en je hebt het niet eens door. Je wilt dat ik praat, maar als ik praat dan zeg je dat het je niet interesseert. Ik was trots op je, dat heb je zelf verknald door je achterlijke opmerkingen. Je geeft me geen reden om trots op je te zijn als je mij en de kinderen behandelt alsof het niet uitmaakt, alsof we er net zo goed niet konden zijn. Je wilt dat ik trots op je ben? Geef me eerst maar eens een reden om trots op je te zijn!’

Haar onredelijke woorden komen binnen als scherpe steken. Raymond heeft het gevoel dat hij opzwelt en elk moment kan ontploffen. Hij ziet haar mond bewegen, haar grote ogen. Ze probeert zich in te houden, maar kan niet voorkomen dat haar stem hoog en schel wordt. Net als wanneer ze Milan op zijn donder geeft, of Femke een standje. Het maakt dat er een rode waas voor zijn ogen verschijnt. Een waas die zich door zijn lichaam verspreidt. Heet en kloppend. Hij rukt het kussen uit haar handen, en pakt haar bij haar schouders.
‘Ik wil niet dat je trots op me bent! Jij wilt een mannelijke vent, stoer, een man die zegt wat hij doet, die niet vraagt, maar neemt. Dan moet je stoppen met mij te behandelen als een klein kind! Ik ben je man, geen kleuter die je kan vertellen wat hij moet doen en vervolgens kan straffen omdat hij het niet doet, Ik ben verdomme je man!’
Hij kijkt naar haar gezicht, dichtbij dat van hem. Wat hij voelt kent hij niet. Hij is boos, maar er zit een ander gevoel onder. Wat had ze gezegd? Gewoon doen. Niet vragen, gewoon doen.
Hij zal haar laten voelen dat hij haar man is. Geen onmondige kleuter die simpele opdrachten niet tot een goed einde kan brengen. Ze wil dat hij doet? Ze kan het precies krijgen zoals ze het wil.

Valerie schrikt van de kracht in zijn armen als hij haar naar achteren duwt en een harde zet geeft. Ze valt op haar rug op het bed. Als ze overeind wil komen duwt hij haar ruw terug en gaat over haar heen zitten. Ze probeert hem van zich af te stompen. Hij houdt haar polsen vast, duwt ze boven haar hoofd in het matras. Haar rug trekt hol. Ze voelt de spieren in haar buik en iets anders, een zachte tinteling die in haar onderlijf begint. Met grote ogen kijkt ze hem aan, dan begint ze hem weer te duwen, zacht te stompen.
‘Nee Ray. Je bent jezelf niet. Ophouden, ik wil het niet.’
Hij legt een hand op haar mond en praat in haar oor.
‘Je wilt dit wel, niet praten, gewoon doen. Je hebt het zelf gezegd.’
Ze schudt haar hoofd, hij gaat door. ‘Niets zeggen, het laten zien. Niets beloven, het bewijzen, ja toch Val? Dat is toch wat je zoekt in een echte man? Nemen wat van mij is, omdat het kan.’
Ze duwt nog maar een beetje, haar ademhaling gaat snel. Raymond schuift haar nachthemd omhoog, haar benen uit elkaar. Haar nee is maar voor de vorm. Hij ziet het. Ze wil het. Ze wil dat hij neemt, omdat hij dat kan.
Hij laat zien en doet.
Hij is geen kleuter. Hij is een man. En hij wenst behandeld te worden als een man, zoals Valerie behandeld wil worden als een vrouw. Zijn vrouw.

*

Valerie ligt met haar hoofd op zijn borst. Haar lijf vochtig, zijn lijf vochtig. Aangenaam verdoofd. Zweet, lekker zweet. Geil zweet. Ze wil naar hem kijken. Hij heeft zijn ogen dicht en ze zucht, legt haar hoofd weer neer.
‘Dat was … Ray, dat was …’
Hij legt zijn vinger tegen haar mond en trekt de dekens over hen heen.
‘Niks zeggen Val, gewoon even helemaal niks zeggen.’

Show Buttons
Hide Buttons