Olie op het vuur

De school van Femke en Milan zoekt vrijwilligers die zich in willen zetten voor het grote evenement dat de gemeente half februari organiseert. De juf van Femke vraagt Valerie of ze het leuk vindt om daar aan mee te doen. Na de voorzitter van de oudercommissie, de directeur van de school en Zoë is ze vierde die het vraagt. En het is de vierde keer dat Valerie nee zegt. Ze heeft er geen zin in. Ze weet al hoe het zal gaan. Zij slooft zich uit, voor een ander. Voor school, de winkel van Zoë, ze kent zichzelf. Ze zal er veel tijd in steken, het goed willen doen en uiteindelijk zijn het altijd de anderen die er profijt van hebben. Ze doet het niet. Dat ze daarna gratis naar het gala kan interesseert haar niet. De kaarten kosten vijftig euro, als ze naar dat feest zou willen dan koopt ze wel een kaartje, maar ze wil niet. Valerie is niet in de stemming voor een gala. Ze blijft thuis. Zoals ze altijd doet. Zoals ze altijd gedaan heeft.

In huis is het een bende er hangt een plastic zeil voor de opengebroken muur. Bouwvakkers lopen heen en weer. Het geluid van de radio, hamers, een zaag, een boormachine. Harde stemmen. In de keuken heeft ze kannen koffie klaargezet. De mannen kunnen voor zichzelf zorgen. Femke en Milan gaan naar de naschoolse opvang. Het is geen doen om ze hier te hebben zolang er gewerkt wordt. Als het goed is zijn ze morgen klaar. Als het goed is. Dat zeiden ze vorige week ook. Als de mannen weg zijn haalt ze Femke en Milan op. Ze eten in de rommelige keuken, Femke en Milan kijken tv, Valerie probeert op te ruimen, schoon te maken en stuurt ze naar boven. Ze helpt met douchen, huiswerk en brengt ze naar bed. Ze wacht niet meer op Raymond. Hij is toch laat, eet op zijn werk. Het binnenhalen van die grote klant. Het zorgt voor nog meer grote klanten. Belangrijke meetings, lange vergaderingen. Borrels na het werk, diners. Klantenbinding. Valerie kan het woord niet meer horen. De klant zus, de klant zo.
En zij is thuis, zorgt voor zijn huis, zijn kinderen, zijn was, zijn pakken.
Ruzie vanwege de aanbouw, de offerte voor de garage, een verdieping erop. Misschien een extra kamer voor Femke en Milan, een studeerkamer, een kamer voor Valerie, nog een logeerkamer.
Raymond wil het niet. Valerie heeft de offerte al goed gekeurd. Ze is thuis, wat moet ze anders. Ze brengt zijn pakken naar de stomerij, doet de boodschappen, kookt voor zichzelf en de kinderen. Ze haalt pakketjes op bij Zoë. Een doos achterin haar kast. De vibrator, een kleine kietelveer, dobbelstenen met opdrachten, een truth or dare spel, een dildo, lingerie, slipjes zonder kruis
Met de deur op slot doet ze doos open, het boekje met alle producten bladert ze door, in haar hoofd kruist ze aan waar ze nieuwsgierig naar is. Ze draagt de lingerie, onder haar kleding. Een halve beha, onder haar rok een kruisloze panty. Vreemde mannen in haar huis. Ze zet nog een keer verse koffie, maakt een praatje met de aannemer. Tintelingen in haar lijf.

Raymond staat aan de balie, wacht op zijn afspraak. Valerie denkt dat hij werkt, alweer, maar het maakt niet uit. Ontevreden is ze toch, wat hij ook doet. De ruzie gisterenavond. Hij was laat geweest, dat kon hij niet ontkennen. Hij had het haar laten weten en vroeg of ze op hem wilde wachten. Nog een grote klant, een klant die grote klanten mee zou kunnen brengen. Hij wilde het met haar delen. De verbouwingen aan het huis. Zijn salarisverhoging zou haar tevreden maken, een beetje in elk geval.
Ze lag al op bed en deed of ze sliep. Er hing een vreemde geur in de slaapkamer. Raymond deed of hij haar wakker maakte. Hij kan ook toneelspelen. Ze had gemopperd, ook op zijn verhaal over de klant, het effect op zijn salaris. Hij kon ruiken dat ze wijn had gedronken. Hij wist dat ze dan zachter kon zijn, meegaander ook.
Na een snelle douche kroop hij naast haar en haalde haar aan. Hij rook dat ze misschien een beetje veel wijn had gedronken. Hij had er wat van gezegd. Ze was boos uit bed gegaan.
Het was zijn schuld. Zij zit alleen, hij ziet de hele dag mensen, interessante gesprekken. Zij heeft niets, hij is er nooit. Weer die woorden, harde woorden. Ze worden steeds harder, gemeen zelfs soms. Valerie weet precies waar en hoe ze hem kan raken.
Hij was vastbesloten er niet op te reageren, had zijn schouders opgehaald en de lamp op zijn nachtkastje uitgedaan. Het was olie op het vuur geweest. Het duurde even voor ze weer in bed kwam. Hij wist dat ze beneden zat, in het donker. Een gevuld glas. Hij deed of hij sliep toen ze weer in bed kwam. Haar gemompel. Ze wist dat hij niet sliep.
‘… niet gekozen om jouw sloof te zijn … ik verdien een echte vent …’
‘Een man met ballen, geen kantoorslaaf met twintig kilo overgewicht.’
Hij gaf haar haar zin niet, maar hij had gekookt, zijn lijf geklopt van woede en van pijn ook. Twijfels in zijn borst.
Hij houdt van haar, nog steeds, maar hij weet niet of zij nog wel van hem houdt.

De man geeft hem een rondleiding langs indrukwekkende toestellen, apparaten met zware gewichten.
Wat zijn doel is? Hij wil graag wat fitter worden, misschien ook een beetje gewicht kwijt. Hij vond het al langer, maar de opmerking van Valerie heeft hem over de streep getrokken. Hij zal het haar nooit laten merken, maar het had hem gekwetst, meer dan alle ander dingen die ze ooit tegen hem gezegd heeft.
Ze wil een man, een fitte, sterke man. Die kan ze krijgen, maar niet op  de manier die ze wil.

Het huis is donker als hij thuis komt. Hij is gesloopt, zijn lijf duidelijk niet gewend aan de lichamelijke inspanning. In de koelkast staat het restje kip van gisteren. Hij eet het terwijl hij zijn mail checkt, afspraken die hij morgen heeft. Niet heel laat. Hij kan morgen weer gaan sporten. Valerie zal het alleen maar prettig vinden.
Voorzichtig naar boven, de tree die altijd kraakt slaat hij over. Hij heeft het gevoel dat hij stiekem doet, maar hij weet dat Valerie niet slaapt. Hij wil niet dat ze hem hoort. Zacht maakt hij het logeerbed op. De deur van de grote slaapkamer, ze heeft hem toch gehoord. Hij komt haar tegen op de gang.
‘Waarom is je haar nat?’
‘Ik heb gedoucht.’
‘Ik heb je niet gehoord. Je hebt niet hier gedoucht.’
‘Dat klopt.’
Hij poetst zijn tanden, doet net of hij niet ziet dat ze met haar armen over elkaar staat te wachten. Hij loopt langs haar, een shirt uit de kast, weer terug.
‘Wat ga je doen?’
‘Ik slaap hier vannacht. Ik geloof niet dat je behoefte hebt aan een kantoorslaaf met twintig kilo overgewicht.’

Valerie blijft verbijsterd staan. Ze negeert de impuls achter hem aan te gaan, en verhaal te halen. De toon van zijn woorden is haast minachtend. Hij heeft haar gehoord, vannacht. Ze weet dat hij haar heeft gehoord, ze wilde dat hij haar zou horen. Hij kan niet douchen op zijn werk. Waar is hij geweest?
Ze kan geen verhaal gaan halen. Haar opmerking. Ze weet dat het vals was, gemeen. Respectloos ook. Ze heeft nooit eerder zo tegen hem gesproken.
Waar is hij geweest?

Show Buttons
Hide Buttons