Langs elkaar.

Valerie ziet het enthousiasme van Zoë, de dozen in haar keuken, de ouderwetse schommelstoel in haar schuur. Haar nieuwe aanwinsten. Valerie ziet alleen rommel. Spullen die ze op iedere rommelmarkt en kringloop zou kunnen vinden. Ze is er langs geweest. Haar servies is nog niet verkocht. Niemand wil het hebben. Ze is jaloers op Zoë haar geestdrift. Ze zou willen dat ze door dezelfde ogen kon kijken. Ze kan het niet.
Toch helpt ze Zoë en ze probeert haar enthousiasme te delen. Ze probeert te zien wat Zoë ziet. De schommelstoel. Ze gaat hem schuren, schilderen, op zoek naar een mooi kussen. Ze kan er een leuk bedrag voor vragen. Valerie betwijfelt of iemand het er voor zal willen geven. Zij niet. Ze zou ook geen schommelstoel willen. Wie wil er tegenwoordig nog een schommelstoel.
Ze bekijkt de visitekaartjes van Zoë. Mooie kaartjes gedrukt op duur papier. Zoë zegt dat ze de kaartjes van een vriend heeft gekregen. Valerie vraagt  niet welke vriend. Ze hoeft het niet te weten. Zoë wil toch niet dat ze het weet.
‘Waarom ga je niet gewoon mee Vleer, wie weet wat er uit voort komt, wie je tegen komt.’
Valerie schudt haar hoofd. Ze wil niet mee. Ze heeft er niets te zoeken. Ze is geen ondernemer, werkt niet bij een bedrijf of organisatie.
‘Het is toch jouw winkel, mijn gezicht hoeft daar niet bij.’
‘We kunnen toch doen alsof het ook jouw winkel is, niemand die het weet en het kan niemand iets schelen.’
‘Maar het is en blijft jouw winkel. Het geeft niet. Ik hoef er niet bij te zijn. Ik heb genoeg te doen.’
Zoë praat verder, over haar plannen. Valerie doet alsof ze luistert. Het grootste deel gaat langs haar heen.
Het is niet alleen Zoë haar enthousiasme, het is nog iets anders. De visitekaartjes. Valerie weet dat ze niet van zomaar een vriend komen. Ze weet dat er iemand in het leven van haar vriendin is, Zoë is anders, ze lijkt gelukkiger.
Het steekt. Zij was het altijd. Eerst haar verkering met Raymond, toen haar verloving, trouwdag. De geboorte van Milan en Femke. Het huis dat ze kochten. Zoë deelde in haar geluk en kwam bij haar als er weer iemand in haar leven was. Het ging nooit zonder strubbelingen en altijd zette Zoë er een punt achter. Zoekende, zonder dat ze echt wist waar ze naar op zoek was. Valerie vraagt zich af of ze het nu gevonden heeft, of het is wat ze vermoedt. Het kan niet zo zijn dat het Zoë gelukkig maakt. Zeker niet gelukkiger dan ze zelf is.
Valerie is niet gelukkig, maar ze vertelt Zoë niets. Als zij haar niets wil vertellen.

In de winkel helpt ze haar met het maken van foto’s. Zoë wil een boek, zodat mensen een beeld hebben van haar winkel, zodat ze het kunnen zien. Foto’s van haar schuur, een kastje, ervoor en erna. Een jurk, vermaakt naar het hedendaagse modebeeld, foto’s, ervoor en erna. Zodat mensen weten wat Zoë kan.
Valerie gaat vroeg weg, zegt dat ze hoofdpijn heeft. Ze heeft geen hoofdpijn. Ze heeft wel pijn. Het knaagt aan haar. Zoë heeft haar niet nodig. Raymond heeft haar ook niet nodig. Hij slaapt op de logeerkamer. Al bijna een week, ze ziet hem haast niet. Ook vandaag niet. Hij is weg met Femke en Milan. Ze heeft geen idee waar naar toe. Hij heeft het haar niet verteld, ze heeft het niet gevraagd.
Hij is elke avond laat, zijn haar vochtig. Hij vertelt niets, ze vraagt niets.
Ze is alleen, de dagen, de avonden, de nachten. Alleen met de doos achterin haar kast, de doos die steeds voller wordt. Vreemde attributen, ze bekijkt ze zo nu en dan. Het is haar geheim. Ze hoeft niet bang te zijn dat Raymond hem zal vinden. Het interesseert hem niet.
‘s Nachts ligt ze wakker. Ze bekijkt filmpjes op internet. Filmpjes die haar opwinden. Dan gebruikt ze de vibrator, de dildo. Ze draagt de sexy lingerie en bekijkt zichzelf.  Het voelt leeg, koud. Elke keer neemt ze zichzelf voor dat ze morgen alles weggooit. Elke morgen is weer een nieuwe morgen. Met nieuwe voornemens, verlangens en dromen. Dromen die één voor één verdwijnen in het alledaagse van haar dag.

Raymond wilde niet thuisblijven. Eerst met Femke naar atletiek, naar huis voor een boterham, weer weg. Valerie gaat haar eigen gang. Ze betrekt hem niet in haar plannen, vraagt niet naar die van hem.
Hij weet dat ze vragen heeft. Haar hele houding, stilzwijgend vijandig. Hij doucht op de sportschool. Ze weet niet dat hij daar zijn avonden doorbrengt. Sporten, zweten, sauna, douche en naar huis waar hij in het logeerbed in een diepe slaap valt.
De ochtenden zijn hectisch. Hij wacht tot Valerie beneden is, kleedt zich dan om in de slaapkamer. Een snel ontbijt, de krant. Een paar woorden. Femke en Milan met hun gebruikelijke drukte.
Hij merkt dat zijn schouders zich ontspannen als hij in de auto zit. Ontspanning die verdwijnt als hij weer thuiskomt.
Het park, de wijk erachter. Femke die voor hem uit rent.
‘Daar woont Farid, gaan we naar Farid?’
Hij zegt dat ze kunnen kijken of hij thuis is. Beneden bij de flat zien ze Adnan in zijn trainingspak. Hij reageert blij verrast.
‘Dat zullen Naomi en Farid leuk vinden … is Valerie er ook?’
Valerie is er niet.

De begroeting is warm, het gesprek ook. Een simpel gesprek, over alledaagse dingen. Femke die met Farid naar zijn kamer verdwijnt. Milan die vraagt of hij de hond uit mag laten. Hij weet de weg. Hij is elf.
Naomi vraagt hoe het met Valerie gaat. Raymond zegt dat het goed gaat, dat ze druk is.
‘Hoe gaat het met jullie.’
Nieuws. Naomi is zwanger, al bijna vijf maanden. Ze hebben het stil gehouden. Het is al zo vaak misgegaan. Raymond is blij voor ze. Hij vraagt zich af of Valerie het weet en waarom ze niets gezegd heeft.
‘Valerie weet het nog niet. Ik probeer haar te bellen, ze reageert niet.’
Raymond zegt nog een keer dat Valerie het druk heeft. Hij dacht de vriendschap met Adnan haar zo waardevol was.
‘Ik heb haar al even niet gezien. De laatste keer, dat was kort na de barbecue, ik weet het niet meer.’
Naomi zegt dat ze vlak voor de kerst nog langs is geweest. Ze bracht een cadeau voor kerst. Adnan was toen aan het werk.
Adnan knikt en vertelt over de meditatie kamer en over Valerie. Dat ze dacht dat ze verliefd op hem was. Raymond knikt. Hij weet dat ze dat dacht. Er zijn genoeg woorden over gevallen.
‘Ik denk dat ze ongelukkig is.’
Hij wilde het niet zeggen. Het is tussen hem en Valerie, misschien Valerie nog wel het meest. Adnan beaamt zijn woorden. Ongelukkig en ontevreden. In zijn hoofd voegt Raymond daar verwend aan toe. Valerie is verwend. Gewend haar zin te krijgen, gewend dat het gaat zoals zij het in haar hoofd heeft. Eerst vroeger, bij haar ouders, later bij hem. Nog steeds bij hem.
Ze wilde verkering, ze hadden verkering. Verloving, een groot huwelijksfeest. Ze hadden een groot feest. De kinderen, gepland en een mooie tijd ertussen. Het huis, de aanleg van de tuin, kamers die opgeknapt moeten worden. De ene verbouwing na de andere, een creditcard zodat ze kan kopen wat haar hart begeert.
Milan komt terug. Het is al laat. Raymond belooft de groeten aan Valerie te doen, ze zullen snel samen langs komen. Raymond hoopt dat het zo is, hij heeft er een hard hoofd in.

Het moment dat Milan en Femke naar bed moeten. Zowel Valerie als Raymond stellen het uit. Raymond wil niet alleen met haar zijn. Hij wil haar kilte niet voelen. Als de kinderen erbij zijn dan straalt ze nog iets van warmte uit. Valerie wil niet alleen met hem zijn. Het geklets van Femke, de vragen van Milan, dan hoeft ze niets tegen Raymond te zeggen, niet direct.
Uiteindelijk gaan de kinderen toch naar bed en zitten ze samen in de woonkamer. Zaterdagavond, te vroeg om naar bed te gaan.
‘Je moet de groeten hebben van Adnan en Naomi, ze hopen je snel te zien.’
De ogen van Valerie zijn fel. ‘Waarom was je daar?’
‘Femke wilde naar Farid, we waren in de buurt. Milan heeft de hond uitgelaten. Naomi is zwanger, al bijna vijf maanden. Adnan heeft je geprobeerd te bellen.’
‘Nou én, ik heb wel meer te doen.’
Stilte, het tikken van de klok, het zachte gezoem van de koelkast. Ieder met hun eigen gedachten. Dezelfde gedachten, bijna dezelfde gedachten. Zonder het van elkaar te weten.

Show Buttons
Hide Buttons