altijd en nog steeds

Valerie kijkt naar de slaapkamerdeur die achter Raymond dichtvalt. Hij gaat zijn goddelijke gang maar. Alsof ze niets beters te doen heeft. Zij doet het wel weer. Wie moet het anders doen als hij het laat afweten. En waarom moet hij trouwens geïrriteerd doen. Als er iemand is die geen reden heeft om geïrriteerd te zijn, dan is het Raymond. Hij werkt, komt elke avond laat thuis en vertikt het om in zijn eigen bed te slapen, naast haar. Het minste wat hij kan doen is de zaterdagen voor zijn rekening nemen en zelfs dat is nu teveel. Ze doet al genoeg. Mag ze ook een keertje helemaal niks.

Raymond schrikt van de kracht waarmee hij deur achter zich dicht gooit. Haar gezucht, het gerol van haar ogen. Irritatie. Hij snapt niet waarom ze nu ineens zo moeilijk doet. Hij laat haar. Al dagen, weken. Hij vraagt niets, zegt alleen het hoognodige. Als hij ‘s avonds laat thuis komt ligt ze al op bed, de slaapkamerdeur potdicht. Ze wil hem niet meer naast zich, wat ze dan wel wil is hem ook niet duidelijk.
De afgelopen zaterdagen heeft hij voor zijn rekening genomen, maar hij moet vandaag naar deze klant. Het is zijn laatste kans. Hij doet genoeg en hij doet het allemaal voor haar.

Ze doet net of hij al weg is, naar zijn afspraak, met zijn klant. Natuurlijk, een klant. Hij denkt zeker dat ze achterlijk is. Ze wil weten wie het is, zien tegen wie ze het op moet nemen. Ze is niet van plan om Raymond zomaar te laten gaan. Niemand anders kent hem zoals zij doet. Hij heeft haar nodig. Hij is alleen even vergeten hoe hard hij haar nodig heeft.
Ze kent genoeg verhalen van andere moeders op het schoolplein.De midlife-crisis, vroeg of laat krijgt iedere man er last van en iedere vrouw er mee te maken. Het is een fase en fases gaan altijd voorbij.

De spanning die van zijn schouders valt zodra hij weg is en haar ongeïnteresseerde blik niet meer hoeft te zien. Tijdens de bespreking dwingt hij zichzelf zijn hoofd erbij te houden. Het kost hem moeite. Misschien moet hij gewoon op zoek gaan naar een appartement. Een plek voor zichzelf, voor Milan en Femke. Hij heeft genoeg collega’s en een weekendvader is hij eigenlijk al. Er zal niet veel veranderen. Zijn leven zal leeg zijn als Valerie echt weg is, maar misschien is dat ook niet heel anders dan het nu is.

Weer is ze alleen thuis. Het begint te wennen. Femke en Milan naar vriendjes. Raymond onderweg naar zijn andere leven, een leven zonder haar…
Hij kan niet weg, niet zonder dat hij het haar vertelt. Als hij dan een ander heeft. Ze heeft het recht om het te weten en ze moeten bespreken hoe ze verder gaan. Het huis, de kinderen. Ze heeft altijd voor hem gezorgd, zijn carrière. Ze wilde voor hem zorgen. Ze wil nog steeds voor hem zorgen, maar hij heeft haar niet meer nodig.

Na de bespreking gaat hij door naar de sportschool. Hij is er inmiddels een bekend gezicht geworden. In zijn zak twee kaarten voor een groot gala in de stad, vanavond. Hij heeft er iets over in de krant gelezen. Twee plekken aan een tafel, een drie-gangen-diner, een veiling, livemuziek. Het zou leuk kunnen zijn. Als Valerie mee zou willen gaan. Hij hoeft het haar niet te vragen. Ze wil toch niet. Valerie wil nog zelden iets en al helemaal niet met hem. Ze heeft hem niet nodig.

Ze zit op het logeerbed. Tranen, de leegte om haar heen, in haar. Hij mag niet weg. Als er een ander is, ze komen er wel uit. Ze zijn er altijd nog uitgekomen. Als hij tijd nodig heeft, ruimte, ze zal het hem geven. Als het echt een fase is. Hij is het voor haar, hij is het altijd voor haar geweest. Er is nooit iemand anders geweest. Ze heeft hem nodig, nog steeds en ze wil dat hij haar ook nodig heeft.

Het gevoel in zijn lijf na het sporten ebt langzaam weg naarmate hij dichter bij huis komt.
Het huis is stil. Geen Femke en Milan, geen Valerie. Ze moeten praten, niet langer deze stilzwijgende kilte die hen alleen nog maar verder van elkaar afduwt.
In de koelkast vindt hij nog wat lasagne. Hij eet het staand, uit de ovenschaal, zonder het op te warmen. Daarna gaat hij naar boven om zijn sportkleding in de wasmachine te doen. Hij weet niet waarom, maar hij wil niet dat Valerie weet dat hij aan het trainen is. Nog niet. Hij had gehoopt dat het haar op zou vallen, maar misschien zijn een paar weken te kort om echt resultaat te boeken.

Ze hoort hem en volgt zijn stappen. De deur die achter hem dicht valt, zijn gang naar de keuken. Het geluid van de koelkast. Haar opmerking over zijn gewicht. Ze weet dat het vals was, gemeen. Ze weet ook dat ze hem wilde raken. Ze wilde hem pijn doen. Ze wil nu dat ze het nooit gezegd had. Dat hij zo snel iemand anders zou vinden …
Hij hoort bij haar, bij niemand anders. Ze wil hem niet kwijt.
De tranen stromen harder. Het is haar eigen schuld. Ze heeft hem weggejaagd met haar gevit, haar geruzie om helemaal niks en waarom? Alleen maar omdat ze weer wil voelen?
Als hij weg is zal ze nooit meer voelen.

Raymond ziet haar zitten op het logeerbed, haar handen op haar schoot, tranen, schokkende schouders. Hij vergeet zijn sporttas met kleren en gaat naast haar zitten. Hij wil zijn armen om haar heen slaan. Ze duwt hem weg, niet boos, eerder gelaten.
‘Zeg me wie het is Ray. Je kunt me op zijn minst vertellen wie ze is, je had het me moeten zeggen.’
‘Wie wie is … denk je dat …’
‘Ik weet het, je hebt een ander en het is mijn eigen schuld, maar je moet het me zeggen.’
Verbijsterd kijkt hij haar aan. Ze denkt dat hij een ander heeft? Zij denkt dat hij bij haar weg wil?
Weer wil hij haar vasthouden en ze vliegt overeind.
‘Niet doen en niet liegen! Ik weet het, de late avonden, je doucht nooit meer thuis, wil niet naast me slapen.Zeg het, zodat ik het weet. Ik ben niet boos, maar zegt het me alsjeblieft!’
Hij kijkt naar haar omhoog, schudt zijn hoofd en laat zijn schouders zakken.
‘Er is niemand Val en laten we eerlijk zijn …’ Hij kijkt naar zijn buik en zucht,.’Wie wil dit nou, wie wil mij nou?’
Valerie snikt nog even. Ze ziet hem zitten, de gekwetste blik in zijn ogen en zijn onzekerheid ook. Haar opmerking, ze heeft hem geraakt, zoals ze hem wilde raken. Maar niet zo, nooit zo.
‘Ik,  Ray. Ik wil jou. Ik heb nooit iemand anders gewild.’
Ze zakt door haar knieën, legt haar hoofd tegen hem aan en huilt nog harder. Raymond houdt haar vast. Hij luistert naar haar gesmoorde woorden. Het spijt haar. Ze wilde hem niet kwetsen. Ze dacht dat … Ze dacht …
Ze dacht wat hij dacht. Hetzelfde, maar dan anders. Hij en een andere vrouw, hij zonder haar.  Hij dacht niet aan een andere man. Valerie zou nooit … Dat weet hij zeker. Misschien heeft ze fantasieën. Hij weet dat ze fantasieën heeft, maar ze zou nooit … Hij zou het ook nooit ...
Hij dacht aan haar zonder hem, een leven weg van haar, leeg en koud
Hij voelt de warmte van haar gezicht en haar armen. Hij houdt haar steviger vast als ze haar woorden blijft herhalen.
‘Jij en ik Ray, dat is altijd zo geweest. Altijd en nog steeds.’
Het is wat hij voelt. Hij en zij, nooit een ander. Altijd Valerie. Het is altijd Valerie geweest.
Het komt door Zoë. Door Zoë is ze zo gaan denken. Ieder zo zijn of haar voorkeuren, maar wat Valerie van Zoë gehoord heeft, gezien ook. Wat ze hem vertelde over Zoë, een vreemde man op die barbecue, wat Zoë hem met kerst vertelde. Ze legt het aan met Jan en Alleman, heeft een man die haar vertelt wat ze wel en niet kan doen, wat ze wel en niet mag doen zelfs. Een man die met een andere vrouw is. Valerie heeft haar verhalen gehoord, ook toen ze Zoë zo in paniek was.
Haar eigen zoektocht, haar fantasieën, de ruzies die ze steeds uitlokt. Zoë heeft het in haar hoofd gezet, ook dat hij vreemd zou kunnen gaan. Wat is trouw nou helemaal en wat betekent een relatie nou echt als er ruimte is voor anderen. Die man, twee vrouwen en hij vindt het goed dat ze met anderen rotzooit, moedigt het misschien nog wel aan ook.
Raymond is boos. Zoë moet doen wat ze niet laten kan, maar ze moet Valerie en haar relatie met hem erbuiten houden. Geen ideeën en beelden in Valerie haar hoofd plaatsen die niet bij haar passen, die ze niet begrijpt. Er op los leven, het past niet bij iedereen. Zoë zou een voorbeeld aan Valerie moeten nemen. Haar onzekerheid, verlangen naar anders, naar meer erotische spanning. Altijd naast het verlangen dat met hem te beleven. Niet met de eerste die er voor open staat.

Valerie ligt stil in zijn armen. Haar tranen zijn opgedroogd, haar stem is zacht en klein.
‘Kom je vanavond weer bij me slapen?’
Hij bleef alleen maar weg omdat hij dacht dat … Hij moet ook meer zeggen, meer met haar delen. De kaarten in zijn zak … misschien?
‘Waar zijn Femke en Milan?’
‘Milan buiten, Femke aan de overkant.’
Raymond laat haar los en trekt haar met zich mee omhoog.
‘Ik bel mijn ouders, of ze een nachtje mogen logeren. We gaan uit, ik heb kaarten. Dat gala, een diner en concert. De kranten staan er al weken vol van.’
‘Ik blijf liever thuis.’
‘We zitten al weken thuis en jij helemaal. We gaan uit, trek iets moois aan. Ik haal Femke en Milan, dan breng ik ze naar mijn ouders. Het begint om zeven uur. We hebben nog tijd.’
Hij geeft haar een zoen, houdt haar even tegen zich aan en is dan weg, naar buiten. Ze moet geen kans krijgen om te protesteren. Ze is zijn vrouw en hij wil met haar uit. Vanavond. Weer naast haar slapen, vrijen.
Hij zal later naar Zoë gaan en hij zal Valerie naar Adnan en Naomi sturen. Ze heeft geen behoefte aan een vriendin die allemaal wilde verhalen en beelden in haar hoofd zet. Hij zal met haar praten, echt praten en hij zal weten wat haar bezig houdt. Ze zal weten wat hem bezig houdt. Ze hoeft nooit meer bang te zijn dat hij bij haar weg gaat.

Show Buttons
Hide Buttons