Wereldvreemd

Raymond kijkt van opzij naar Valerie. Haar ogen glanzen en schieten alle kanten op. Kinderlijke opgewondenheid. Ze wilde niet, maar nu ze hier is wil ze alles zien en alles meemaken. Zijn hand ligt op haar rug, hij leidt haar langs de tafels en kijkt naar de nummers. Ze zitten aan een tafel met onbekende mensen. Valerie stoot hem aan.
‘Kijk Ray. die klant van jou, Wouter toch? Met zijn vriendin.’
Ze zwaait, de vrouw zwaait terug. Wouter knikt. Raymond knikt terug.
‘Hier zitten wij Val, we kunnen ze later begroeten.’
Een gala als dit, het is niet dat hij er zoveel meemaakt, maar de hele opzet. heeft ongeschreven regels, etiquette. Valerie kan altijd goed laten merken waar ze vandaan komt. Het is een air die hij ook ziet bij haar moeder, een dun laagje. Toch geen kinderlijke opgewondenheid … Valerie is een beetje wereldvreemd.
Het verbaast hem dat hij dit nu pas ziet. Alsof Valerie niet meer in staat is om de schijn op te houden. Ze is veranderd en hij weet dat het door Zoë komt. Zoë heeft haar een wereld laten zien die niet bij Valerie past en ook niet bij hem. Valerie denkt dat ze die wereld in haar eigen leven moet halen. In haar leven met hem. Hij zal haar laten zien dat haar leven goed genoeg is zoals het is. Het is altijd goed genoeg geweest. Valerie is altijd tevreden geweest. Dat Zoë haar mee probeert te slepen in haar pad naar een ongedwongen beleving van erotiek. Zo is het niet tussen hem en Valerie.
Valerie is gaan zitten maar schiet enthousiast weer overeind. Hij wil haar tegenhouden.
‘Ga nou zitten Val, straks hebben we genoeg tijd om …’
Valerie roept. ‘Zoë! hier!’
Ze is al weg en hij kijkt haar na. Hij ziet Zoë, de donkere man naast haar, de donkere vrouw. Dat moet de man zijn waar ze hem over vertelde, de vreemde relatie. Twee vrouwen, er op los leven met twee vrouwen. Twee vrouwen die er ook op los leven.

Valerie omhelst Zoë alsof ze haar al weken niet gezien heeft en Zoë is blij haar te zien.
‘Je bent er toch? Ik dacht …’
‘Raymond had kaarten, via zijn werk, hoe ging het vanmiddag?’
Zoë vertelt kort en stelt haar dan voor aan de man en de vrouw die bij haar zijn. Minggus en Janaila. Vast mensen die ze hier heeft ontmoet. Of zou dit. Valerie schudt haar hoofd. Ze heeft hem een keer gezien, hij was in de winkel, vlak voor zij wegging. Gewoon een klant, misschien wel een klant die meer voor Zoë haar winkel kan betekenen.
‘Wij zitten hier Val, ik zie jullie straks, als de veiling en het diner voorbij zijn.’
Ze zwaait even naar Raymond. De man naast haar pakt haar pols en neemt haar mee naar de tafel waar Zoë zojuist naar wees. Valerie fronst even haar wenkbrauwen. Toch geen klant, maar …?
Ze is haar verwarring alweer vergeten als ze terug is bij Raymond. Haar handen glijden langs de stof van haar jurk en ze kijkt hem aan.
‘Is dit niet te gewoontjes voor deze avond, al die mensen. Zelfs Zoë heeft een lange jurk aan.’
‘Hij is prima, je ziet er prachtig uit. Wie is die man bij Zoë en die vrouw?’
Valerie is de namen alweer vergeten en haalt haar schouders op. ‘Weet ik niet, klanten. Ik heb hem een keer in de winkel gezien. Ze zit bij ze aan tafel, ze had ook nieuwe visitekaartjes. Misschien heeft ze eindelijk iemand gevonden die in haar winkel wil investeren, dat kan ze goed gebruiken. Kijk, Adnan en Naomi zijn er ook. Heb jij zijn zus al eens ontmoet, de wethouder?’
Raymond schudt zijn hoofd. Hij hoort amper wat ze zegt. Die man is geen klant, hij weet het zeker. Zoals hij daar aan tafel zit tussen de twee vrouwen in. Wat is er zo bijzonder aan die man dat hij twee vrouwen aan zijn zijde kan hebben. Wat voor een man zou dat willen? Zijn handen zijn al vol genoeg met Valerie.
Die is alweer verdwenen, nu naar Adnan en Naomi. Hij zucht. Een avond samen, dat had hij in zijn hoofd. Hoe ze de afgelopen weken was, zichzelf opsloot in het huis, in de slaapkamer. Ze wil niets. Ze wil zelden iets en nu …
Het is alsof hij Femke bij zich heeft, die kan ook van de ene indruk naar de andere vliegen. Hij ziet nu van wie zijn dochter het heeft.

Ze is al licht in haar hoofd. Thuis heeft ze er al twee gedronken, terwijl ze wachtte tot Raymond terug zou komen van zijn ouders, zonder Femke en Milan. De rode jurk in de kast leek naar haar te lonken. Niet die jurk. Niet vanavond. Er zitten herinneringen aan die niet bij vanavond horen. Misschien wel bij geen enkele avond.
Raymond had haar moeten zeggen dat het om een gala ging. Haar kleding past niet. Ze is te stijf en te netjes.
Bij het eten drinkt ze twee glazen wijn en Raymond haalt een derde. Ze is verbaasd dat hij wijn drinkt. Meestal drinkt hij bier. Misschien past het niet bij het diner, maar er zijn meer mannen die bier drinken.
Ze lacht even naar Naomi. Zo lang als ze is weggebleven. Alleen het kerstcadeau had ze gehaast gebracht. Adnan was niet thuis. Ze doen allebei alsof ze haar gisteren nog gezien hebben, alsof ze niet al die tijd de telefoontjes heeft genegeerd. Naomi is zwanger, toen al. Het steekt in haar borst.
Adnan heeft gezegd dat ze vrienden zijn, maar een echte vriend had het haar verteld. Ze kan best een geheim bewaren, als het nog stil moest blijven. Eigenlijk weet ze niks van hem, niet van Naomi ook. Farid is al acht, nu nog een baby? Ze moet er niet aan denken. Haar handen zijn al vol genoeg met Femke en Milan, met Raymond.
Waarom drinkt hij wijn? Zou hij? Ze zoekt hem tussen de mensen. Hij praat met anderen, mensen van zijn werk. Hij heeft haar voorgesteld, waarom blijft hij zo lang weg? Ze zijn hier samen, niet met anderen. De vrouw waar hij nu bij staat. Hij lacht om iets wat ze zegt. Valerie vindt haar mooi. Valerie vindt alle vrouwen mooi. Raymond denkt dat niemand hem wil, maar zij wil hem ook, waarom zouden anderen vrouwen hem niet willen. En hij komt genoeg vrouwen tegen, ook als hij op zakenreis is. Hij heeft vrouwelijke collega’s.

Ze ziet de man. Hij komt op haar aflopen en ze voelt het bloed uit haar gezicht trekken. Nee, niet die man, niet nu, nooit. Ze wil doen of ze hem niet ziet en zich omdraaien. Hij is al bij haar.
‘Valerie, dat is een tijd geleden. Je ziet er anders uit. Laat me raden, dit is je ik-ben-getrouwd-look?’
Raymond komt naar haar toe met twee glazen wijn. Valerie schudt haar hoofd. Het mag niet. Raymond mag niet weten, hij mag het nooit weten…
‘Het spijt me, ik ken u niet … mijn man.’
Ze loopt naar Raymond, pakt een glas van hem aan en neemt een grote slok.
‘Wat is er Val? Je kijkt of je een spook hebt gezien, wie is die man?’
Weer schudt ze haar hoofd. Het is de man van Zoë, dat heeft ze hem verteld. Zoë was … Zoë deed …
Het beeld verschijnt in haar hoofd. Niet zijzelf, maar Zoë. Vreemde handen op haar lichaam, onder haar jurk, tussen haar benen. Haar mond open, zijn tong … Het was Zoë …
‘Het is niets, die man. Zoë kent hem. Hij was … Hij en Zoë. Ik hoop niet dat hij het Zoë moeilijk gaat maken. Kunnen we gaan? ik voel me niet zo lekker.’
Raymond kijkt naar de man. Een scharrel van Zoë, een avontuurtje en nu is Valerie van slag omdat ze zich zorgen maakt om Zoë, terwijl Zoë er op los leeft. Die man, een tweede vrouw, wie weet hoeveel nog meer. Het moet klaar zijn. Afgelopen en dat gaat hij haar vertellen ook.
‘Ga rustig zitten, je drinkt te snel en je hebt haast niets gegeten. Ik haal wel wat, er zijn ook hapjes.’
‘Ik ga liever naar huis Ray.’
‘Zo, nog even, ik haal wat te eten voor je.’
Hij loopt weg en zoekt Zoë. Ze is nog steeds bij die man. De manier waarop ze naar hem kijkt. Wat ze doet moet ze zelf weten, met wie ze dat doet ook, maar niet met Valerie! Valerie heeft genoeg aan zichzelf!
Hij wil Zoë bij haar arm pakken, de man is hem voor en gaat tussen hem en Zoë in staan.
‘Ik geloof niet dat wij elkaar hebben ontmoet. Kan ik u helpen?’
‘Bemoei je er niet mee!’ Hij richt zijn woede op Zoë.
‘Leef er op los, wat jij wilt, met hem, met die ander. Wie weet wat nog meer, maar laat Valerie erbuiten. Ik wil niet dat je haar nog ziet. Ik zal haar vertellen wat je mij …’
Zijn boosheid bouwt zich op omdat hij Valerie niet herkent. Ze is zijn alles, maar hij herkent haar niet meer. En Zoë, met haar grote ogen, de kleur op haar gezicht. Alsof hij daar gevoelig voor is.
‘Je kan het nog zo mooi vertellen Zoë, maar er is een woord voor, een woord dat de hele lading dekt. Uiteindelijk ben je niet meer dan een goedkope …’
‘Genoeg! Ik ken u niet mijnheer, maar ik stel voor dat u weggaat voor u dingen zegt waar u spijt van krijgt.’
Raymond ziet dat mensen kijken. Onbewust is hij harder gaan praten. Hij ziet Zoë en de schrik in haar ogen. Hij ziet Valerie, ze is gaan staan en schudt haar hoofd. In zijn borst ontploft het. Hij doet dit voor haar. Niet voor zichzelf, maar voor haar. Ze moet zien wie Zoë is, wat ze is … Wat hij weet …
De man voor hem kijkt hem rustig aan. Natuurlijk neemt hij het voor haar op. Hij zet haar ertoe aan en Zoë denkt dat het is wat ze ook wil. Het is waar. Ze heeft het Valerie verteld. Alles wat Valerie wil, haar ongeremdheid op de momenten dat hij kwaad werd en een waas voor zijn ogen kreeg. Die keer dat ze vroeg of hij het tegen haar zou kunnen zeggen. Ze weet veel meer dan ze hem laat blijken. Zolang ze met Zoë om blijft gaan zal ze hem niets vertellen. Ze zal nooit met hem gaan delen.
‘... uiteindelijk ben je niets meer dan een goedkope hoer.’
Hij draait zich om. Valerie is weg. Hij gaat haar achterna. Hij zal het ook tegen haar zeggen. Zoë is niet meer welkom. Ze moet beseffen dat het niet normaal is, niet omdat Zoë zegt dat het zo is. Die verhalen moeten uit haar hoofd. Hij zal haar helpen. Ze heeft hem nodig.

Als Zoë weg is, zal ze hem pas echt nodig hebben.

Show Buttons
Hide Buttons