Alsof er geen ander was

De rode cijfers van de wekker verspringen, bijna vier uur. Valerie kijkt naar Raymond en hoe hij daar ligt. Hoe hij slaapt.
Gedachten rollen door en over elkaar en ze staat op, zachtjes. Ze wil niet dat Raymond wakker wordt. Voor de zoveelste keer heeft ze het gevoel dat ze over moet geven.
Hij weet het. Het ligt niet meer alleen bij haar en hij zal anders naar haar kijken. Het zal nooit meer hetzelfde zijn.
Met haar hoofd boven het toilet haalt ze diep adem. Haar ogen branden. Door de tranen. Doordat ze moe is en nu ook weer door het draaien van haar maag zodra alle gedachten door haar hoofd schieten. Alles zal anders zijn.
Stil gaat ze terug naar de slaapkamer. Ze blijft naast het bed staan en kijkt weer naar Raymond. Onmachtig en boos om haar eigen stommiteit, omdat ze dacht dat het hem niets zou kunnen schelen.
De wanhoop die haar overspoelt als ze bedenkt dat hij weg zou kunnen gaan.
Ze wil naast hem liggen. Hem vasthouden en vastgehouden worden. Ze wil hem horen zeggen dat het allemaal goed komt en dat er niets is veranderd.
Raymond hoest en komt even omhoog.
‘Wat sta je daar? Kom in bed Valerie.’
Haar hart maakt een sprong, maar hij ligt alweer. Het moment is te kort om echt wakker te worden.
Voorzichtig gaat ze naast hem liggen. Ze wil zijn hand pakken, maar raakt hem niet aan. Ze durft hem niet aan te raken en voelt alleen zijn warmte.
Boos schudt ze haar hoofd als ze weer tranen voelt en de misselijkheid.
Als hij weg zou willen, was hij al weg geweest. Hij zou niet zijn teruggekomen. Hij kiest voor haar en zij kiest voor hem. Geen geheimen meer. Ook geen stiekeme fantasieën. Vanaf nu zal ze met hem praten en alles delen.
Ze verschuift haar arm tot haar vingertoppen die van hem voelen.
Niet alles hoeft anders te zijn.

Hoe ze daar stond toen hij wakker werd. De rode cijfers van de wekker vertelden dat het al vier uur was geweest.
‘Wat sta je daar…? Kom in bed Valerie.’
Hij merkte niet dat ze in bed kwam, was alweer in slaap. Zijn hoofd voelde dof en vermoeid.
Nu is hij wakker en ze ligt naast hem. Haar vingers tegen die van hem. Hij voelt haar, haar warmte, ook haar stijfheid. De afstand die ze tussen hen houdt, hem bewust niet aan willen raken, omdat ze niet weet of hij dat wil. Hij weet ook niet of hij dat wil.
De rode cijfers op de wekker. Half zes, het huis nog stil. Hij is klaarwakker. Valerie ook. Hij hoort het aan haar ademhaling. Ze doet of ze slaapt. Haar ademhaling verraadt dat het niet zo is. Die is onregelmatig. Gedachten houden haar wakker.

De beelden vallen weer over hem heen. Ogen van een ander. Zoekende handen. Zijn handpalmen beginnen te bonzen als hij voor zich ziet hoe ze die vreemde handen tegemoet komt. Zuchtend. Kreunend. Verlangend naar meer.
Ze zei dat ze het wilde, heel even, voor haar gezonde verstand het over nam. Het had kunnen gebeuren als ze niet aan hem had gedacht.

Nog heter pompt het bloed door zijn lijf. Ze is van hem! Alles.
Haar gedachten en fantasieën. Haar lichaam. Haar genot en verlangens. Ze is van hem. Voor hem. Hij rolt op haar en hij voelt dat ze schrikt. Ze dacht dat hij sliep. Onhandig duwt hij zijn boxer naar beneden. Hij draait en beweegt haar benen uit elkaar, trekt haar slip opzij. Ze is warm en hij neemt bezit van haar. Zijn vrouw. Van hem.
Het gaat niet vanzelf. Hij is nog niet helemaal stijf, ze is niet vochtig. Hij duwt zichzelf bij haar naar binnen. Eerst wat pijnlijk, zijn bewegingen maken dat hij stijver wordt.
Haar ogen zijn groot en geschokt.
Hij drukt zijn gezicht tegen haar borst, in haar nachthemd en ademt haar geur. Zonder geluid stoot hij dieper bij haar naar binnen. Ze wil haar armen om hem heen slaan, hij duwt ze in het matras.
Beelden van een ander, een gezicht dat hij niet kent, lust die hij niet wil zien en die ze niet mag beantwoorden. Ze wilde dat hij het was. Hij zal het zijn. Ze zal weten dat hij het is. Hij zal vergeten dat er een ander was.

Ze maakt geen geluid. Wat ze voelt heeft niets met genot te maken, ook niet met liefde. Hij kijkt haar niet aan, zoent haar niet, beweegt alleen maar in haar. Met een verbeten ritme. Het doet pijn, later niet meer. Zijn gezicht in haar nachthemd. Ze voelt de hitte van zijn adem.
Ze wil hem vasthouden, maar hij houdt haar armen stevig vast. Ze kan alleen maar liggen en hem in zich voelen stoten. Het schrijnt en is niet fijn. Niet liefdevol.
De rode cijfers van de wekker verspringen, minuut na minuut. Het donker verandert naar schemer en de cijfers verspringen.
Raymond neemt haar, zonder liefde. Zonder lust. Lust die ze niet mag voelen, die ze niet mag beantwoorden. Omdat ze heeft gewild dat het een ander was, zodat ze vergeet dat er een ander was.

Show Buttons
Hide Buttons