Grijze muis

Raymond zijn irritatie over het telefoontje van Zoë en Valerie haar toezegging nog een keer te helpen in de winkel verdween snel toen Valerie hem ook vertelde over het voorstel van Louisa.
‘Doen Val! Bel haar op en maak meteen een afspraak. Het zal goed voor je zijn.’
Ze had een afspraak gemaakt, deze zaterdag al. Een dag in de winkel van Zoë en daarna een hapje eten en wat drinken.
‘Misschien dat Louisa veel beter bij je past dan Zoë, en misschien moet je Zoë vertellen dat je niet meer in de winkel wilt helpen.’
Valerie had haar schouders opgehaald. Ze vindt het leuk om in de winkel te helpen. Vooral als ze Femke en Milan niet mee hoeft te nemen en dat hoeft niet. Raymond is thuis, de hele dag en de hele avond.
‘Ze gebruikt je Valerie. Je bent een goedkope kracht, je bent zelfs een gratis kracht. Maar goed, doe wat je wilt. Je komt er vanzelf wel achter.’
Valerie merkt dat ze een beetje een hekel aan hem krijgt als hij op die manier praat. Alsof hij het allemaal wel weet. Zo lang is het niet geleden dat hij Zoë ook graag mocht en dat hij lange gesprekken met haar voerde.
‘Misschien kom jij er wel achter dat je het helemaal mis hebt. Zoveel is Zoë niet verandert. Ze heeft het alleen druk. Er gaat veel tijd in de winkel zitten.’
‘En doordat jij je hele zaterdag op offert om in die winkel te gaan staan, heeft Zoë ineens haar handen vrij om god weet wat, met god weet wie te gaan doen. Let op mijn woorden Valerie, ze gebruikt je. Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.’
‘Zo erg is het niet.’
Ze weet niet zeker of ze haar eigen woorden gelooft. Er zit een kern van waarheid in de woorden van Raymond. Sinds ze een paar dagen de winkel draaiende heeft gehouden vraagt Zoë haar vaker. Ze heeft gezegd dat ze blij is met haar hulp en dat ze het fijn vindt dat ze nu ook wat meer tijd heeft voor andere dingen.
‘Ik begrijp niet dat ik dit niet eerder heb bedacht Vleer en je vindt het leuk toch?’
Valerie vindt het leuk en de dankbaarheid van Zoë streelt haar, net zoals de bewondering voor wat ze beetje bij beetje doet aan de inrichting van de winkel. Net dat beetje meer, zoals Zoë het heeft gezegd. Valerie is trots dat ze er gevoel voor heeft.

Toch steken de woorden van Raymond. Ergens weet ze dat hij ongelijk heeft, maar toch. Ze maakt het Zoë wel heel makkelijk en de zaterdag. Het is één van de drukste dagen in de winkel, En ze krijgt er niets voor.

Als ze zaterdagochtend vroeg in de winkel is, schaamt ze zich voor haar gedachten. Op het aanrecht in het kleine keukentje staat een vrolijk ingepakte doos. Erop ligt een enveloppe met haar naam er op. Het is het handschrift van Zoë. Valerie leest het kaartje.
‘Bedankt voor je hulp Vleer, i love you!’
Valerie glimlacht, maar schrikt als ze het bedrag ziet dat Zoë in de enveloppe heeft gestopt. Ze schrikt ook als ze de doos opent en de zilveren theepot eruit haalt. Ze heeft Zoë gezegd dat ze hem mooi vindt en ook dat ze hem te duur vindt. Ruim de helft van haar weekgeld.

Raymond heeft ongelijk. Zoë heeft inderdaad haar handen vrij en wat ze met haar vrije tijd doet, moet ze helemaal zelf weten, maar ze gebruikt haar niet. Ze weet haar hulp duidelijk op waarde te schatten.
Valerie weerstaat de neiging Raymond een berichtje te sturen en hem te vertellen van het cadeau en het geld. Het cadeau zal ze hem laten zien. Over het geld vertelt ze hem niets. Wie weet geeft hij haar de komende week minder. Het is van haar. Ze heeft het zelf verdiend.
Neuriënd doet ze de winkel open en ze negeert het stemmetje in haar hoofd. Niet verdient, het is gewoon een zoethoudertje zodat ze vaker ja zal zeggen. Ze is niet meer dan een simpele hulp. Ze heeft verder niets over de winkel te zeggen. Ze kan ideeën aandragen, als Zoë er niets mee wil, doet ze er niets mee. Valerie is de hulp. Geen mede-eigenaar, geen collega.
Raymond heeft ongelijk.

Ze steekt de kaarsen naast de kassa aan en hangt een nieuwe outfit om de paspop. Op het tafeltje naast de deur zet ze een mooie bos bloemen. Valerie zeemt de ramen en deelt de vitrinekasten anders in. Ondertussen helpt ze klanten, pakt ze aankopen in en stopt ze de kartonnen kaartjes met Zoë haar naam erop in de papieren tasjes. De dag gaat snel en met een tevreden gevoel doet ze om vijf uur de deur van de winkel op slot. In het keukentje frist ze zich op. Een schone blouse, een andere rok. Saai, zoals al haar kleren saai zijn. Raymond heeft het zelf gezegd.
Valerie vindt het leuk als ze een beetje met zichzelf kan pronken, als ze Louisa kan laten zien dat ze totaal anders is dan die stijve tut-hola’s. Ze wil dat Louisa denkt dat ze een interessant leven heeft, met leuk werk. Niet alleen maar een leven naast Raymond, zonder haar eigen dingen. Als Louisa weet hoe het echt is. Haar weekgeld en een hulpje voor Zoë. Raymond die het waarschijnlijk alleen maar leuk vindt dat ze iets met Louisa afspreekt omdat hij hoopt dat haar vriendschap met Zoë langzaam dood zal bloeden.
Op blote voeten zoekt ze in de kledingrekken. Ze vindt een roestbruine jurk met grote bloemen en korte mouwen. Een stuk minder saai dan haar eigen kleding. Valerie denkt niet dat Zoë het erg zal vinden. En Louisa zal niet denken dat Valerie een grijze muis is. Ze wil net de deur achter zich dicht trekken als Raymond belt en haast automatisch neemt ze op. Hij zal iets wel weer niet kunnen vinden of Femke en Milan luisteren niet. Misschien heeft hij zich bedacht. Vindt hij het welletjes na een hele dag alleen met de kinderen.
‘Wat is er Raymond, ik sta op het punt naar de stad te gaan.’
‘Kom even naar huis, ik wil zien wat je aan hebt.’
‘Waarom?’
‘Omdat ik dat leuk vind, en ik heb je de hele dag nog niet gezien.
‘Je ziet me vanavond, als ik thuis kom. Als ik nu nog naar huis kom dan red ik het niet.’
‘Ik zou het prettig vinden Valerie, maar misschien kan dat je niets schelen…’
Ze zucht en zegt dat ze er aan komt. Hij wil zien wat ze aan heeft, hij wil haar zien. Controle, meer is het niet. Ze gaat zelden uit. Hij vertrouwt haar niet. Niet meer.

Als ze in het restaurant komt en Louisa ziet zitten, baalt ze vreselijk dat ze Raymond zijn zin heeft gegeven. Louisa ziet er sexy uit. Valerie bekijkt zichzelf in de weerspiegeling van het raam. Stijf en saai. Omdat Raymond eiste dat ze iets anders aan zou doen. Hij vond de jurk te kort en het decolleté te diep. Valerie dacht dat hij een grapje maakte.
‘Ik meen het Val. Ik vind het niet prettig als je er zo bij loopt, niet als ik niet bij je ben.’
‘Hoe loop ik er dan bij volgens jou?’
‘Uitdagend en een beetje goedkoop ook. Hoe kom je aan die jurk? Uit de winkel zeker. Dat verklaart al een hoop. Het is een jurk die Zoë zou dragen. Je doet maar wat anders aan.’
Ze had hem stomverbaasd aangekeken. Hij zoekt uitdagende kleding voor haar uit, maar als ze het zelf doet?
‘Ik doe niet iets anders aan. Jemig Raymond, we leven niet in de middeleeuwen. Ik kan dragen wat ik wil.’
‘Nee, dat kan je niet. De laatste keer dat je dat deed, vergat je spontaan dat je mijn vrouw ben. Je trekt wat anders aan en anders blijf je thuis.’
Met zijn armen over elkaar had hij haar aangekeken totdat ze inderdaad de jurk had omgeruild voor de rok en blouse die ze in de eerste instantie aan zou trekken. Zonder nog iets te zeggen was ze weggegaan. Nog even en dan bepaalt hij elke stap die ze zet.

Het maakt Wouter blijkbaar niet uit wat voor een kleding Louisa draagt als ze niet met hem is. Haar jurk is kort en strak en laat weinig te raden over.
Louisa begroet haar enthousiast en ze praat honderduit. Over ditjes en datjes, koetjes en kalfjes. Nietszeggende onderwerpen. Valerie vraagt haar naar haar werk, of ze kinderen heeft, hoe lang ze Wouter kent, waar ze hem heeft leren kennen.
‘Gewoon op het werk, eigenlijk is hij mijn baas. Dat geeft wel iets extra’s, als je snapt wat ik bedoel?’
Louisa kijkt ondeugend en Valerie knikt. Ze snapt heel goed wat Louisa bedoelt en ze hoeft niet te vragen. Louisa vertelt het zelf, openhartig. Wat voor een man Wouter is.
‘Bij mij is hij echt de baas, ook in bed en ik kom prima aan mijn trekken. Ik vind dat wel prettig ook, een man die echt laat zien en merken dat hij een man is, vooral tussen de lakens.’
Valerie knikt alsof ze er alles van weet, alsof ze het snapt. Ze weet het niet, misschien een beetje, maar dat hoeft Louisa niet te weten. Ze is niet van plan haar te vertellen hoe het tussen haar en Raymond gaat.
‘En op het werk dan?’
‘Hij heeft ook andere kanten en hij is natuurlijk de directeur. Het helpt niet als je dan de baas wilt spelen, Hij kan ook heel anders zijn.’
Louisa valt even stil en kijkt bedenkelijk. ‘Soms kan het even schrikken zijn als je bepaalde kanten van iemand ontdekt en je dat nooit achter hem had gezocht.’
‘Wat voor een kanten zijn dat dan?’
‘Gewoon, echt totaal anders. Ik weet het niet, ik klets ook teveel. Hoe lang zijn jij en Raymond al samen?’
Het is iets wat Louisa haar niet wil vertellen en even heeft Valerie het gevoel dat ze is afgekeurd. Zoë zou haar alles vertellen.
Ze vertelt. Over Raymond, haar kinderen, de winkel. Een klein beetje over Zoë en wat Zoë doet. Het geeft niet. Louisa zal Zoë nooit ontmoeten en ze ziet aan de blik in haar ogen dat Louisa het maar wat interessant vindt dat ze een kinky vriendin heeft.
De aangedikte verhalen geven haar een warm gevoel, de wijn die ze drinkt ook. Het mogen dan niet haar verhalen zijn, ze doen wel iets met haar. Het is net als toen op de barbecue. Valerie voelt zich aantrekkelijk en sexy. Ondanks haar saaie kleding. Ze verbeeldt zich dat andere ogen dat ook vinden.
‘Wat doen we? Nog wat drinken?’
Valerie knikt. Nog wat drinken. Andere gezichten, andere ogen, misschien zelfs spannende gesprekken.
Niet zoals toen. Dat nooit meer, maar een beetje flirten? Ze zal Raymond laten zien dat hij haar kan vertrouwen. Ze zal Zoë laten zien dat ze best eens wat losser kan zijn, dat ze al losser is.
Iedereen mag weten dat Valerie  geen grijze muis  is.

Show Buttons
Hide Buttons