Lieveheersbeestje

Ze voelt zich een beetje opgelaten als ze inderdaad haar afspraak met de gemeente afzegt. Haar hoofd zit al vol met tientallen excuses, maar Raymond staat naast haar en schudt zijn hoofd. Onhandig stamelt ze dat ze helaas verhinderd is en haar afspraak niet na kan komen. Raymond wijst op een lege dag in haar agenda en tot haar verbazing heeft ze een minuut later al een nieuwe afspraak gemaakt. Opgelucht drukt ze het gesprek weg.
Raymond knikt. ‘Eén van de eerste dingen die je moet leren is dat er soms gewoon iets tussen kan komen en dat het helemaal niet erg is om een afspraak te verzetten of zelfs helemaal af te zeggen.’
Ze haalt haar schouders op. ‘Ik wil gewoon dat mensen me vertrouwen. Ik ben al die vrouw van die club. Ze mogen best weten dat ik me aan mijn afspraken hou.’
Hij knikt, pakt zijn tas en geeft haar een zoen. ‘Niet ten koste van jezelf. Tot vanavond, bij de korenbloem, vergeet je agenda niet.’

Afwezig beantwoordt ze zijn zoen en wanneer de deur achter hem dicht valt, bekijkt ze zichzelf in de spiegel. Met haar nagels plukt ze denkbeeldige pluisjes van het donkere jasje en voor de zoveelste keer strijkt ze de stof van de rok glad. Kritisch gaat ze met haar vingers door haar haren. Nu Raymond haar helpt kan ze misschien weer een keer naar de kapper en de schoonheidsspecialiste is ook alweer eeuwen geleden. Misschien heeft ze zelfs wel weer tijd om te gaan hardlopen met Adnan. Als hij tenminste zin heeft om met zo’n verwend kreng als ze is te gaan lopen.

Ze gaat met haar tong langs haar tanden en schudt haar hoofd. Hij bedoelde het niet zo, dat weet ze ook wel, maar het steekt toch. Hij heeft geen idee wat ze allemaal doet en hoeveel moeite het haar kost, maar ze doet het toch, zonder hulp van wie dan ook. Mag ze dan ook niet verwachten dat anderen rekening met haar houden? Als de club een succes wordt dan praat hij wel anders, dan praat iedereen anders. Adnan, Zoë, Wouter en Louisa, zelfs Raymond. Ze zullen haar eindelijk voor vol aanzien.

Bij de club loopt ze zenuwachtig heen en weer en voelt ze zich totaal overbodig. Stan heeft alles onder controle. Hij weet waar de meubels naar toe moeten. Hij heeft het bedacht, samen met haar, maar toch. Hij is de professional. Valerie weet alleen maar wat ze mooi vindt en wat niet. Ze bemoeit zich er toch mee en stuurt tot haar grote schaamte de complete bar naar de verkeerde verdieping waarna ze weer tientallen excuses maakt en zich uit de voeten maakt om in de nog kale keuken een aantal potten koffie te gaan zetten. Zo moet het dus niet. Ze is potdorie de baas, de manager van de tent. Stan werkt voor haar en zij betaalt hem. Waarom is zij degene die koffie moet zetten …

Haar boze gedachten verdwijnen als Stan zich bij haar voegt. Hij slaat enthousiast zijn handen tegen elkaar.
‘Zo! Maandag gaan we de boel installeren en komt de keuken. Misschien moet je even komen kijken, mocht er nog iets zijn dat je anders wilt, nu kan het nog. Wacht …’
Hij komt dichter bij haar staan, zijn hand langs haar gezicht, in haar haren. Valerie houdt haar adem in. Ze voelt zijn warmte en als ze weer oppervlakkig ademhaalt ruikt ze zijn geur. Fris en mannelijk. Haar gezicht wordt warm. Stan lacht en houdt iets tussen zijn vingers.
‘Een lieveheersbeestje … wist je dat dat geluk brengt?’
Hij laat het beestje over zijn hand lopen, blaast er zacht tegen aan en het rode diertje vliegt weg. ‘Nooit doodmaken, dat zou dan weer ongeluk brengen. Heb je hulp nodig?’

Valerie stamelt verlegen en onhandig. ‘De koffie, voor de mannen en er is ook cake. Hoeveel kopjes?’
‘Plastic bekertjes, die hebben we bij de keet, laat mij maar.’
Hij neemt de koffie van haar over en laat haar staan met een bonkend hart en dromerige gedachten.
Zou hij …?
Maar waarom heeft ze dat niet eerder gemerkt en waarom ruikt hij zo vreselijk lekker?
Met een oude krant wappert ze zichzelf koelte toe. Hij zit soms in haar hoofd, als ze de slaap niet meteen kan vatten of als ze zich met haar vingers naar een snel orgasme helpt. Als ze had geweten dat …

Zelfverzekerd gooit ze haar haren over haar schouders. Nee. Als ze het had geweten dan had hij een nog grotere rol gespeeld en veel vaker en dat zou niet erg zijn. Het zijn maar gedachten, fantasieën. Valerie, de manager en de succesvolle architect. Hij zou goed bij haar passen, misschien wel beter dan Raymond …

Geschokt fluit ze zichzelf terug. Nee, niet beter dan Raymond. Raymond is goed genoeg voor haar. Hij is het bewijs dat ze geen verwend kreng is. Hij was nooit voor haar gevallen als ze dat wel was geweest, maar Stan …?

Ze voegt zich bij de bezorgers en de bouwvakkers en praat zachtjes met Dominique om de mannen vooral niet het gevoel te geven dat ze zich anders moeten gedragen. Ze doen het toch. Het volume gaat omlaag en de grappen worden subtieler, er zijn immers vrouwen in de buurt en vrouwen zijn fijngevoelig. In haar hoofd lacht Valerie ze uit. Ze moesten eens weten.

Heimelijk kijkt ze naar Stan en weer lacht ze. Ze moesten eens weten waar zij nu aan denkt en wat ze in haar hoofd aan het doen is. Niks subtiel en fijngevoelig. Valerie weet wat ze wil en als ze dat eenmaal weet dan zal ze het krijgen ook. In gedachten dan, de werkelijkheid is een heel ander verhaal, maar in haar hoofd durft en doet ze alles en op dit moment doet ze dat allemaal met Stan.

*

Ze blijft langer hangen dan nodig is en drinkt zelfs nog een biertje mee om het weekend in te luiden. Later dan de bedoeling en met een aangename hitte in haar buik, haast ze zich naar de korenbloem waar Raymond al op haar zit te wachten en hij ziet er niet geamuseerd uit.
‘Waar bleef je zo lang?’
‘Gewoon, het duurde wat langer en ik heb een biertje meegedronken. Die mannen werken zo hard, soms moet je ook je waardering een beetje laten blijken.’
‘Door een biertje met ze te drinken? Je drinkt nooit bier.’
‘Nu wel, het spijt me oké, ik had het je even moeten laten weten.’

Raymond vindt het niet leuk. Vanmorgen vond hij haar nog zo volwassen. Ze had het over afspraken nakomen en vertrouwen. Blijkbaar is de afspraak die ze met haar eigen man heeft niet belangrijk genoeg en het steekt hem. Hij had zin in deze avond. Hij zou haar helpen, werk uit haar handen nemen zodat ze meer ruimte krijgt voor zichzelf en ook voor hem en de kinderen.

Valerie ziet zijn gezicht en legt haar hand op zijn arm. ‘Het spijt me echt Ray en je hebt gelijk dat je boos bent. Ik had op de tijd moeten letten. Niet boos blijven nu oké? Het zal niet weer gebeuren. Kunnen we bestellen. Ik heb echt honger als een paard.’

Hij blijft niet boos en Valerie ontspant zich nog meer als het eerste glas wijn zich bij de warmte in haar lichaam voegt. Ze luistert naar Raymond, naar zijn ideeën voor de club en hoe hij haar denkt te kunnen helpen. Ze hoort zijn stem en ziet zijn lippen bewegen. Tegelijk ziet ze de ogen van Stan dicht bij die van haar toen hij het lieveheersbeestje uit haar haren plukte. Zijn geur was zo prettig en mannelijk. Hij rook naar buiten, en naar de zee, zout en schelpen, zand.
Raymond is enthousiast haar te helpen en merkt amper iets van haar dromerige afwezigheid. Hij legt zijn agenda naast die van haar, streept weg, verplaatst en maakt notities. Valerie luistert, eet en drinkt. Af en toe knikt ze of schudt ze haar hoofd als ze iets echt zelf wil doen. Ze vraagt zich af wat voor een minnaar Stan zou zijn en hoe zijn lichaam op dat van haar zal voelen, of hij groot is en of hij haar zal kunnen bevredigen. Of het anders zou zijn dat met Raymond. Ze vraagt zich zelfs af of het beter zal gaan dan met Wouter. Heeft Stan iemand? Is hij getrouwd? Zouden hij en zijn vrouw …?

Valerie vraagt zich af of ze het toch niet nog een kans moet geven, met een ander stel en met andere afspraken.

‘Luister je wel Val?’
Raymond haalt haar weer terug en een beetje glazig kijkt ze hem aan. ‘Ja, natuurlijk luister ik Ray, dit is belangrijk toch?’
‘Je lijkt een beetje afwezig. Is er iets?’

Ze lacht, schudt haar hoofd en buigt zich dan naar hem toe. ‘Er is niets Ray, maar weet je … Eigenlijk ben ik gewoon een beetje geil …’
Ze giechelt als hij meteen om de rekening wil vragen en houdt hem tegen.
‘Nee, dat duurt te lang, wat dacht je van hier …’
‘Hier!?’
Valerie staat op, strijkt met haar hand langs zijn schouders en houdt haar mond dicht bij zijn oor. Ze fluistert. ‘Kom naar het herentoilet …’

Voor hij nog iets kan zeggen is ze weg. Hij kijkt haar na en dan om zich heen. Mensen praten en lachen met elkaar, het personeel is druk en Valerie is geil, zo geil dat ze hem meelokt naar het herentoilet. In zijn lichaam groeit de spanning om haar woorden, ondanks het feit dat ze hem ook verbazen. Het gaat echt alle kanten met haar op. Zo wil ze niets en is ze alleen maar moe en zo is ze zo geil dat ze niet kan wachten tot ze thuis zijn. Ze gaat van het ene naar het andere uiterste en hij vraagt zich af of ze het zelf wel door heeft.

Omslachtig vouwt hij zijn servet op. Hij kijkt nog een keer om zich heen, staat op en verdwijnt achter haar aan naar de toiletten. Bij de deur staat ze op hem te wachten en ze drukt zich giechelend tegen hem aan.
‘Er is nog iemand binnen …’
Ze houdt abrupt haar mond als de persoon naar buiten komt en trekt hem de toiletten in zodra de man uit het zicht is verdwenen.
‘Kom Ray, hierin, deur op slot en stil …’
Ze legt haar vinger tegen haar lippen en kijkt hem ondeugend aan. Heel even wil hij haar vragen hoe, en wat en waarom, maar als ze haar handen langs zijn kruis laat glijden verdwijnen alle gedachten en wil hij alleen nog maar wat zij wil. Valerie fluistert.
‘Stil en snel Ray, heel snel …’

Ze opent zijn broek, hij schuift haar rok omhoog. Hij duwt haar tegen de muur, ze slaat een been om hem heen. Ze opent zich voor hem, hij komt in haar, snel, maar stil, met een ingehouden kreun. Ze houdt haar adem in als de deur van de toiletten weer opengaat en iemand met veel lawaai zijn blaas leegt. Ze giechelt zacht en hij legt zijn hand over haar mond terwijl hij in haar blijft bewegen. Haar ogen zijn groot, geil en vol verlangen en hij verdrinkt erin, in haar en in de zachte soppende geluiden rond zijn lul.

In haar hoofd is hij Stan, het verlangen in zijn ogen is van Stan en ze voelt de onbesuisde geilheid in zijn bewegingen. Hij kan niet wachten en hij wil haar nu. Rechtop, tegen het blauwgrijze tegelwerk van het toilet. Ze bijt op haar lip als hij in haar komt en duwt haar heupen tegen hem aan. Ze kreunt en hij legt zijn hand over haar mond als iemand het toilet binnenkomt. Haar onregelmatige gehijg valt stil tegen de palm van zijn hand. Tegen de plek waar eerder nog het lieveheersbeestje liep voor het zijn vleugels uitsloeg. Zoals ook zijzelf ooit haar vleugels uit zal slaan. Want lieveheersbeestjes brengen geluk.

Show Buttons
Hide Buttons