Wie A zegt …

Langzaam druppelen de gasten binnen. Vrouwen, soms met zijn tweeën meestal alleen. Ze zijn gekleed in stijl van het thema van de avond. Net als Valerie. Net als Juliëtte. Haar jurk is zwart en lang, met een diep decolleté, en bezaaid met glinsterende steentjes. Toen Valerie haar eerder op de avond naar beneden zag komen, voelde ze zich al kleiner worden en werd ze een stuk minder trots op haar eigen jurk. Nu weet ze dat die sensatie helemaal niets voorstelt bij wat ze nu voelt en in haar opgelegde zwijgzaamheid probeert ze er stille woorden aan te geven.

Klein. Nietszeggend. Onbeduidend. Nietig. Onnozel.

Een klein kind!

Waarom heeft ze ja gezegd? Waarom heeft ze de opgewonden kriebel in haar buik voor haar laten beslissen? En waarom heeft ze nu het gevoel dat ze zich op een vreselijke manier laat kennen als ze weigert verder te spelen.

Samen met Juliëtte ontvangt ze de gasten, maar Juliëtte is het stralende middelpunt. Valerie is slechts een stout meisje met straf en ze durft de andere genodigden amper aan te kijken, bang voor meewarige of zelfs spottende blikken. Een angst die gezelschap krijgt van boze verontwaardiging als ze terugdenkt aan de woorden van Juliëtte.

‘Je stelt veel te veel vragen, Valerie en daar zit een deel van jouw probleem. Je bent nieuwsgierig, maar ook ongeduldig. Te ongeduldig om rustig af te wachten en te ervaren wat er op je afkomt. En laat ik nou vinden dat je juist dat moet doen.’

Valerie’s wangen worden weer heet van schaamte. Juliëtte sprak alsof ze het tegen een ongehoorzaam kind had en het voelde alsof ze een standje kreeg van de juf waar ze stiekem tegenop keek. De juf van wie ze niets liever wilde dan een compliment, hoe klein ook. In plaats daarvan kreeg ze een opdracht en hoefde ze alleen maar ja of nee te zeggen.

Ze zei ja en toen ze de goedkeurende blik in Juliëtte’s haar ogen zag, werd ze heel kort overspoeld door een vreemd geluksgevoel. Dat moment verdween toen ze toch vragen begon te stellen en ze weer op haar vingers werd getikt.

‘Je hebt ja gezegd en je kent het spreekwoord; Wie A zegt, moet ook B zeggen. Geen vragen meer. Vanavond krijg jij van mij een spreekverbod. Je hebt je ogen en die zeggen soms meer dan woorden kunnen doen. Gebruik ze. Vertrouw me. Het kan deze avond heel bijzonder voor je maken.’
Valerie vond het een vreemde opdracht en het werd nog vreemder en vreselijk ongemakkelijk toen ze door kreeg hoe Juliëtte ervoor zou zorgen dat ze zich aan haar opdracht zou houden.

Nu staat ze naast de vrouw waar ze stiekem een beetje tegenop kijkt en alle gasten zien dat ze vanavond niets mag zeggen. Ze gaat weer met haar vingers langs het metalen bordje dat aan een ketting rond haar nek hangt en voelt het patroon van de letters.

Praat niet tegen mij

Het lijkt onschuldig, maar dat is het niet. Het is kleinerend en Valerie snapt steeds minder waarom ze ja heeft gezegd. Ze begrijpt ook niet goed waarom ze dat bordje niet gewoon afdoet en tegen Juliëtte zegt dat ze zich heeft bedacht.

Het liefst zou ze nu naar boven gaan, haar jurk uitgooien en op bed gaan liggen wachten tot het hele weekend voorbij is. Ze doet het niet omdat ze niet wil dat Raymond gelijk krijgt. Ze wil ook niet dat Juliette gelijk krijgt. Ze is niet nieuwsgierig en zeker geen roddelaarster. Valerie is heel goed in staat haar mond te houden over alles wat ze hier vanavond ziet. Ook zonder opdracht en zonder bordje. Het is helemaal niet moeilijk. Er gebeurt namelijk helemaal niets.

Waar heeft ze in godsnaam ja tegen gezegd?

Valerie volgt Juliëtte en ze verstopt zich bijna achter haar, beschaamd en bang voor de blikken van anderen. Juliëtte lacht en probeert haar gerust te stellen.
‘Jij denkt dat iedereen medelijden met je heeft, maar dat zie je verkeerd. De meeste zijn nieuwsgierig en misschien zelfs wel jaloers. Opdrachten, klein of groot, zijn onderdeel van dit soort avonden. Je zult snel genoeg zien dat je niet de enige bent. Misschien vind je dan ook wel dat je eigen opdracht wel mee, of misschien zelfs tegenvalt. Vermaak je en blijf niet aan mijn rokken hangen als een bang, klein kind. Geef je ogen goed de kost. Als jij morgen je handtekening zet, moet je wel weten waarom.’

Valerie gaat zitten, in een hoek van de ruimte, half verscholen achter een grote plant. Ze observeert de overige gasten. Juliëtte heeft gelijk. Niemand staart, niemand grinnikt. Soms ziet ze zelfs nieuwsgierigheid en ze recht haar rug. Ze is, net als alle andere vrouwen, gewoon een gast, met een opdracht. Er zijn ook anderen met een opdracht? Hebben die ook een metalen bordje om hun hals?

Ze vergeet haar ongemak en ziet plotseling dat er van alles gebeurt. Er zijn mannen. Geen gasten, maar personeel. Ze lopen rond in enkel een kort, strak broekje en bedienen de vrouwen van drank, hapjes … Valerie krijgt een kleur. Op de kaart stond Juliëtte’s hete en ondeugende damesavond. De mannen zijn hier voor vrouwen en ze doen veel meer dan rondlopen met dienbladen vol wijn. Er wordt betast, gezoend, gevoosd. Niet stiekem, maar openlijk en zonder gene. Handen grijpen naar gespierde billen en graaien in de strakke broekjes. Er wordt gegiecheld, gedronken, gegild en zelfs gekreund. Valerie kijkt in de richting van het geluid. Op een van de banken ligt een vrouw, als een koningin. Haar borsten puilen uit het strakke lijfje van haar jurk en ze heeft de wijde rok kruishoog opgetrokken. Tussen haar gespreide benen zit een man, achter haar staan er nog twee. Ze likken haar, betasten haar, plagen haar en brengen haar naar een hijgend hoogtepunt, Midden in de zaal. Valerie is geschokt. Nog geschokter als Juliëtte weer verschijnt en tegen haar fluistert.
‘Alles kan hier en alles mag. Wandel rond en vindt iets van je gading. Dit kan straks ook jouw feest zijn.’
Valerie schudt haar hoofd, draait zich om en botst tegen een vrouw met een blinddoek. Om haar hals hangt een bordje met de letters;

Begeleid mij

Juliëtte lacht zacht. ‘Jij hebt tenminste nog je ogen, zij moet maar afwachten wie haar komt begeleiden en waar ze dan naar toe wordt gebracht. En daar …’ Ze wijst naar een andere vrouw. Ze staat kaarsrecht, haar handen gebonden op haar rug, haar voeten aan een ketting die is bevestigt aan de muur. Op het bordje om haar hals de woorden;

Voer mij

‘Die vrouw zit vast, de hele avond op een plek, afwachtend of en wanneer er iemand op haar af komt en dat zijn nog de brave, onschuldige opdrachten voor vrouwen die nieuwsgierig zijn, maar nog niet weten wat ze kunnen verwachten. Net als jij. Het is niet eng, het is spannend en het kan nog veel spannender als je je daarvoor openstelt. Vanavond is alles mogelijk, als je dat wilt, dus geniet. Voor je het weet ben je weer thuis en word je weer opgeslokt door het leven van alledag.’

Gevoed door de woorden van Juliëtte, beweegt Valerie zich door de verschillende ruimtes en kijkt ze naar het personeel. Het zijn stuk voor stuk mooie mannen, met gespierde lichamen en een glanzende huid. Van de olie? Ze loopt vlak langs een man met een dienblad en ruikt zijn geur. Fris, schoon. Hij lijkt haar aanwezigheid te voelen en draait zich om, biedt haar een glas aan. Met een smeulende blik houdt hij haar ogen vast en plotseling heeft ze het gevoel dat haar benen van rubber zijn. Ze weet dat hij betaald wordt om zo naar haar te kijken, maar heel even kan het haar niet schelen. Wanneer heeft Raymond voor het laatste met zo’n hete, geile blik naar haar gekeken. Heeft hij ooit wel met zo’n blik naar haar gekeken? De man glimlacht en pakt haar hand, legt hem op zijn warme, gepierde buik. Zijn huid is glad, geen zachte haartjes zoals bij Raymond. Valerie schudt haar hoofd en trekt nerveus haar hand terug. De man knikt. ‘Jammer, misschien later.’

Ze vlucht naar de andere ruimte. Niet nu en ook niet later. Ze is niet zoals de vrouwen hier. Fantaseren, ja, maar ook doen? Zich helemaal laten gaan, openlijk en zonder gene? Zij niet. Willen is één ding, durven weer totaal iets anders. Haar spreekverbod is nog braaf? Wat is dan stout? Blijft dat wel verborgen? Gebeurt dit straks ook bij haar in de club? Wil ze dat? Maar ze heeft al ja gezegd … Toch? Of kan ze nog terug. Wil ze wel terug?

Bij de kleine bar vindt ze de assistente van Juliëtte. Het meisje staat op een kleine verhoging en is volledig naakt, op de brede halsband rond haar nek na. Weer wordt Valerie geraakt door haar kleine, meisjesachtige lichaam. Othman staat naast haar en geeft haar kleine slokjes wijn uit een sierlijk bewerkt glas. Voor de bar wachten vrouwen op hun bestelling. Valerie loopt er naar toe, ziet dan dat Malike zich voorover buigt naar de vrouw vooraan in de rij en haar lippen over haar mond legt. Ze komt weer omhoog, neemt een slok van het glas wat Othman haar aanbiedt en buigt weer naar de vrouw. De wijn gaat uit het glas, in de mond van Malike en naar de mond van de vrouw, tot het glas leeg is en de rij een stukje doorschuift naar de volgende.

Valerie pakt een glas champagne en neemt kleine slokjes terwijl ze de bewegingen van het meisje volgt. Koel en bruisend danst het vocht in haar mond. Malike duwt haar lippen op de mond van weer een andere vrouw. Valerie ziet de opgewonden glans in haar ogen. Malike geniet er van. Misschien nog wel meer dan de gasten doen. Een rol die Juliëtte haar gaf, niet omdat Juliëtte het wil, maar omdat Malike het wil. En wat ze vannacht zag dan? Omdat beiden vrouwen het willen?

Valerie geeft haar ogen en oren de kost. Ze kijkt en luistert, een beetje jaloers omdat andere vrouwen zich wel durven over te geven. Ze hoort zachte kreetjes, gefluister.
‘Beneden … ze zeggen dat het beneden nog spannender is …’

Opgewonden gegiechel, rode wangen. Twee vrouwen verdwijnen trippelend naar de vestibule.

Beneden is het spannender …? Maar ze is al beneden, of … Een kelder? Toch? Zoë zei ook iets over een kelder, maar Zoë was niet hier of wel? Dat kan toch niet.

Ze blijft rondhangen bij de bar en kijkt toe hoe Malike de een na de andere gast bedient. Sommige vrouwen betasten haar en strelen haar kleine borsten of voelen tussen haar benen. De blik in het meisje haar ogen blijft onveranderd. Glanzend opgewonden.

Plots wordt haar blik getrokken door de beweging van een gevuld glas. Aan de hoek van de bar zit een man, volledig gekleed. Zijn gezicht is bedekt door een masker en Valerie kan zijn ogen niet zien, maar ze heeft het gevoel dat hij naar haar kijkt. Hij knikt, heft zijn glas naar haar op en drinkt het in één teug leeg, dan staat hij op. Hij loopt langs haar, maar voor hij in de vestibule verdwijnt, draait hij zich even om.
‘Dag Valerie, vermaak je je een beetje?’
Geschokt houdt ze haar adem in. Wie is hij? Hoe kan het dat hier iemand is die haar kent? Waarvan? Kent hij Raymond ook!?

Valerie volgt hem en ziet hem tussen twee enorme pilaren door verdwijnen. Erachter ligt een smalle wenteltrap. Er is dus toch een kelder? En daar is het spannender?
Ze doet een stap naar beneden en aarzelt dan toch. De woorden van Zoë schieten weer door haar hoofd.

‘Een feest met bizarre activiteiten in donkere kelders.’

Is dit toch hetzelfde feest? Maar hoe kent Zoë Juliëtte? Wat voor een activiteiten? En wie is die man?

Nu wil ze het weten ook.

Beneden is het schemerig en stil, maar niet donker. De man ziet ze niet, wel diverse, dichte deuren.
De eerste twee zijn op slot, maar de derde gaat met veel gekraak open. Valerie huivert en aarzelt heel even, maar schudt haar hoofd. Zacht praat ze zichzelf moed in. Dit is gewoon een feest en hier beneden gebeurt niets. Zoë was niet hier en al was ze wel hier, dan overdrijft ze vast. Wat weet Zoë nou? Die is helemaal niets gewend.

Voorzichtig duwt ze de deur verder open. Erachter is het wel donker. Ze fluistert.
‘Hallo …?’
Natuurlijk is er niemand. Die man is vast aan de andere kant weer naar boven gegaan, of naar buiten. Misschien zei hij toch niet haar naam. Misschien dacht ze het alleen maar, omdat ze bang is iemand tegen te komen die haar kent. Omdat ze bang is dat anderen haar nieuwsgierigheid hebben gezien. Nieuwsgierig naar de naakte huid van die man, naar de wijn op Malike’s lippen, naar nog veel meer.

Onbewust doet ze een stap naar voren. Nieuwsgierigheid is niet erg. Het is juist goed. Het is …
De deur kraakt weer en op het moment dat ze een tochtvlaag voelt, draait ze zich gejaagd om, maar ze is te laat. Met een klap valt de deur dicht en daarmee verdwijnt ook het beetje licht. Onrustig gaan haar handen langs het hout, op zoek naar de klink. Ze vindt er geen.

Ze roept en bonst met haar vuisten op de deur.
‘Help! Juliëtte! Iemand! De deur kan niet open van hieruit …’
‘Nee, natuurlijk kan de deur niet open, dat is juist de bedoeling.’

Het is alsof haar hart in een ijsklomp verandert, zo onverwacht komt het geluid van de stem. Met een ruk draait ze zich om.
‘Hallo…?’
Er komt geen antwoord, pas als ze weer begint te roepen wordt hetzelfde zinnetje herhaald, door een andere stem, uit een andere hoek van de donkere ruimte. Een akelig gevoel kruipt door haar borst. Het lijkt op het gevoel dat ze krijgt als ze naar een horrorfilm zit te kijken. Weten dat het niet echt is, toch voelen dat het echt zou kunnen zijn. Huiveringwekkend echt. Ze jammert zacht en steekt haar handen voor zich uit. Voetje voor voetje beweegt ze zich door de ruimte.
‘Niet doen. Ik vind dit niet leuk. Zeg gewoon wie je bent en waar en doe die deur open.’
Ze voelt de stenen muur, koud en een beetje vochtig. Achter haar zucht iemand en met een ruk draait ze zich om.
‘Waar ben je!’

Geen antwoord.

‘Zeg iets. Alsjeblieft. Ik …’
Haar handen tasten, raken iets warms, vingers sluiten zich stevig rond haar pols en een stem fluistert.

‘We dachten dat jij niet mocht praten vanavond …’

Valerie gilt.

Show Buttons
Hide Buttons