Gewiebel op hakken

Zoë rilt, maar ze weet niet goed of het komt omdat ze het koud heeft, of omdat ze zenuwachtig is. Het waait hard en grauwe wolken jagen door de lucht. Ze loopt onzeker, niet gewend aan het lopen op hakken en is zich bewust van elke stap die ze zet. Als die vreemde onrust in haar buik er niet was geweest zou ze rechtsomkeer maken, maar ze wil het zeker weten. Ze wil weten of het echt is en of ze hierna nog steeds nieuwsgierig is, misschien wel nieuwsgieriger. Daar hoopt ze op. Ze vindt het doodeng, maar ze hoopt dat het er straks nog is, dat ze niet leeg verder hoeft, zonder die opwindende verlangens naar iets wat ze helemaal niet kent.
Het verlangen is vaak beter dan het hebben. Wie zei dat ook weer? Haar oma? Ja, te pas en te onpas, maar het is niet waar. Het verlangen is lekker. Nog niet precies weten wat, en hoe, maar ze weet zeker dat het hebben nog veel beter. Nog veel geiler in dit geval. Ze wil het zeker weten, moet het zeker weten.
Weer kijkt ze op haar telefoon. Het is nog geen tijd. Hij is niet te laat, zij is te vroeg.
Voor de ingang van het park blijft ze staan, wiebelend op haar hakken. Nu zou ze een moord doen voor een sigaret, maar ze wil niet roken. Als hij echt doet wat hij zegt dan wil ze niet de droge smaak van een sigaret in haar mond hebben.
Misschien doet hij wel niet wat hij zegt. Misschien is hij wel net als zij. Brutaal, uitdagend, grenszoekend, grof ook, maar zolang er een veilige afstand tussen zit.
Dat ze dit durft. Ze had al gezegd van niet, maar hij vraagt… Nee, dat is niet waar. Hij vraagt allang niet meer. Hij eist en dat is opwindender dan ze ooit had kunnen denken.

De man bekijkt haar van een afstandje. Ze is ruim op tijd, maar hij laat haar nog even wachten. Dat is dus Zoë. Verlegen, onzekere, geile Zoë. Zoë die zo graag wil en zich alles laat zeggen. Daar kan hij wat mee, daar kan hij heel veel mee, maar hij zal voorzichtig moeten zijn. Hij laat zijn eerdere plan varen. Daar is het nog wat te vroeg voor, ze is zo bleu als wat, maar hij ziet dat hij haar ver zou kunnen krijgen als hij voorzichtig doet. Even lacht hij om haar voorzichtige pasjes, het gewiebel op de hakken, dan stapt hij uit.

Weer kijkt ze op haar horloge. Het is twee minuten over zeven. Waar blijft hij? En waarom heeft ze hem niet om een foto gevraagd? Nu is hij in het voordeel. Zij staat hier al. Hoe moet ze hem herkennen? Misschien aan zijn uitstraling, die zelfverzekerdheid, als die echt is… maar verder, het zou iedereen kunnen zijn.
Een man op een fiets… zou dat…? Nee, wel een leuke man, niet de juiste uitstraling. Een auto, ze ziet niet of er een man of een vrouw in zit.
Weer een opgewonden stuiter.
Wat zou hij doen als ze er niet zou zijn, of als hij haar hier ziet staan en denkt; ‘Neh, toch maar niet.’
Niet omdat hij niet durft, maar gewoon omdat ze anders is dan hij had verwacht. Wat als ze dat zelf denkt.
Hoort dit er misschien ook bij. Alleen maar checken of ze het zou doen, ondanks dat ze zegt dat ze het eng vindt. Stuurt hij haar straks een berichtje met de vraag waar ze is. En dat ze hier is, precies zoals hij verwacht, werkt dat dan in haar voordeel of juist niet…?
Aan de overkant van de straat, een man. Hij kijkt haar kant op, heel even, en teleurgesteld krimpt er iets in haar borst. Nee, niet hij… alsjeblieft niet hij. Dan was het een leugen, vanaf het begin af aan. Uitdagende, geile praat, meer niet.
Toch een sigaret nu. Ze wil niet meer op haar telefoon kijken. Ze wil eruit zien alsof het haar niets kan schelen, maar als op haar gezicht te lezen staat hoe ze zich voelt…
Één sigaret, als hij er dan niet is, gaat ze weg.
Ze gaat ook niet meer naar hem uitkijken. Ze staat hier gewoon een sigaret te roken, dat is minder raar dan hier gewoon staan, in de wind.
Hoe langer Zoë de tijd krijgt om er echt over na te denken, hoe meer ze zich afvraagt wat ze hier eigenlijk doet. Achter een lekkere, nieuwsgierige kriebel aan…?
En dan? Wat voor een kast trekt ze dan open. Kunnen die dingen niet veel beter verborgen blijven?

De parkeerplaats aan de overkant… Een man en ze weet het meteen. Dat is hem en hij heeft haar gezien, komt recht op haar af lopen. Hij staat voor haar en zonder iets te zeggen is zijn mond op die van haar, zijn tong in haar mond. Meteen die opgewonden stuiter in haar binnenste. Ze vergeet de hakken, haar gedachten, de vraagtekens. Zijn hand achter haar hoofd, in haar haren, stevig, precies zoals hij had gezegd. Ze merkt dat haar benen slap worden en grijpt zich vast aan zijn pols. Probeert wat tegenstand te bieden, maar ze houdt zichzelf voor de gek. Geen tegenstand. Dat wil ze helemaal niet. Zij is ondergeschikt, vanaf het begin al. Vanaf die eerste geschreven zin en alle zinnen daarna. Het had haar verteld hoe hij was, maar nog veel meer over zichzelf. De geheime fantasieën die erdoor geprikkeld werden. Net zoals ze nu geprikkeld wordt. Golfbewegingen, door iedere vezel van haar lijf. Hoe lang het duurt weet ze niet, veel te kort. Hij bijt op haar tong en even grijpt hij haar bij haar borsten, stevig. Zichtbaar voor iedereen. Dan laat hij haar los en loopt weg. Zoë ook. Ze kijkt niet om. Ze weet niet goed wat ze had verwacht… dit niet, maar het is oké… ze zal wachten op zijn bericht.
De nieuwsgierigheid is er nog steeds, de geilheid ook, nu nog meer, maar dapper is ze niet. Dat is zijn rol, niet die van haar…

Show Buttons
Hide Buttons