Vies

Het duurt lang voor de watten uit Zoë haar hoofd zijn verdwenen en ze doorheeft dat haar telefoon gaat. Het schelle geluid moet haar van ver weg halen. Ze sliep, haar kleren nog aan, op het dekbed.
Ze kijkt op haar wekker. Het is half vier. Welke idioot…
Norman natuurlijk. Het is de enige idioot waarvan ze kan bedenken dat hij haar midden in de nacht zou bellen. Ze stopt haar hoofd onder haar kussen en wacht tot haar telefoon stil is. Hij moet haar met rust laten.
Bijna meteen gaat haar telefoon weer en met een zucht kijkt ze op het scherm. Ze schrikt en zit meteen overeind. Het is Vleer. Als die haar midden in de nacht belt, is er iets aan de hand.
‘Vleer! Wat is er!?’
‘Wat is er!? Wat is er met jou? Je zou me laten weten wanneer je weer thuis was.’
Zoë kreunt, herinnert zich weer dat ze Vleer een berichtje had gestuurd vlak voor ze wegging richting park. Ze had geen uitleg gegeven, alleen gezegd dat het een spontane ingeving was. Ze had ook niet gezegd dat ze hem in het park zou ontmoeten.
Vleer had haar voor gek uitgemaakt, gezegd dat ze voorzichtig moest doen en haar moest laten weten wanneer ze weer thuis was.
Zoë heeft geen moment meer aan Vleer gedacht.
‘Sorry, helemaal vergeten.’
‘Dus alles is in orde?’
‘Alles is in orde. Sorry als je ongerust was.’
‘Geeft niet. Slaap lekker.’

Ze legt haar telefoon weg en gaat op haar rug liggen. Is alles in orde? Eigenlijk weet ze het niet. Ze is vreselijk moe en voelt zich nog het meest verward. Het is of ze iets van zich af moet gooien. Iets waarvan ze niet zeker weet of ze het van zich af wil gooien. Tegelijk wil ze het kwijt.
Ineens voelt ze zich vies en ze staat op, trekt gehaast haar kleren uit. Haar shirt plakt tegen haar borsten en ze voelt dat haar wangen kleuren. Hij had veel verder kunnen gaan, veel verder. Ook als ze dat niet had gewild. Ze weet helemaal niks van hem. Niemand wist waar ze was. Wat als hij verder was gegaan? Hij noemde haar een hoer. Dat wil ze niet. Ze is geen hoer.
Ze huilt weer en Zoë schudt haar hoofd.
Als ze dit echt zou willen, zou ze er niet om huilen, dan zou ze weten dat het zo is.
Boos op zichzelf gooit ze haar kleren in de was en ze stapt onder de douche.
Het is haar eigen schuld. Ze heeft zich mee laten slepen en is veel verder gegaan dan ze wilde.
Vleer heeft gelijk, ondanks dat ze nog niet de helft weet, heeft ze toch gelijk.
Hoe Norman met haar omgaat, de dingen die hij tegen haar zegt. Het is niet normaal, en hij is vaag. Dat doet hij expres. Hij weet dat ze nieuwsgierig is. Eigenlijk weet hij al veel te veel van haar.
Dingen die ze tegen hem gezegd heeft via de app. Het zijn dingen die in haar hoofd zaten. Ze heeft het nog nooit tegen iemand gezegd. Ook niet tegen Vleer. Maar hij weet het nu, hij weet zelfs waar ze werkt.
Ineens kan ze zich niet meer herinneren of ze hem heeft verteld waar ze woont. Wat als hij straks ineens voor haar deur staat, of op haar werk verschijnt. Wat als hij anderen verteld wat zij hem verteld heeft?

Snel droogt ze zich af. In een oud shirt loopt ze naar beneden. De voor en achterdeur draait ze in het nachtslot. Ze controleert of de ramen dicht zitten. De tranen lopen over haar wangen.
Ze weet dat ze het wilde, daar in het park, met dat gevoel in haar lijf. Het gevoel dat hij veroorzaakte. Nu voelt het totaal anders. Ze voelt zich vies. Gebruikt ook. Dat zou niet moeten, niet als ze het echt zou willen.
Ze moet het Vleer vertellen. Misschien niet alles, maar ze moet het Vleer vertellen.

Show Buttons
Hide Buttons