Delen

Zoë ziet de ogen van haar vriendin en zucht inwendig. Ze wist dat ze het niet zou snappen en nu moet ze het ook nog gaan uitleggen, terwijl ze het zelf amper begrijpt.
Vleer kijkt haar aan. ‘En je vindt hem leuk?’
‘Leuk is niet het goede woord…’
‘Wat is dan het goede woord… geil? Jemig Zoë! Ben je daar naar op zoek?’
Zoë staat op, loopt heen en weer door de kamer. ‘Nou niet zo gaan doen Vleer. Ik weet het ook niet zo goed oké.’
Vleer haalt even haar schouders op. ‘En ik weet niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Ben je verliefd?’
‘Nee, dat geloof ik niet.’
‘Je gelooft het niet!? Oké, dus het is gewoon seks.’
Zoë zucht en wil dat ze haar mond had gehouden. Vleer slaat haar armen over elkaar. ‘Je vindt hem spannend omdat hij anders is dan anderen. Wat is anders dan?’
‘Laat maar. Je snapt het toch niet.’
‘Nee, ik snap het niet, je vertelt ook niks.’
‘Beter van niet Vleer, echt, je zou het niet begrijpen.’
Vleer kijkt haar boos aan. ‘Fijn dat je zoveel vertrouwen in me hebt Zoë.’
Even haalt Zoë diep adem. Ergens heeft ze gelijk. Ze vertellen elkaar altijd alles, al jaren, maar ze weet dat Vleer preuts is, en ergens ook een beetje wereldvreemd. Haar leven is uitgestippeld. Ze heeft haar kinderen, haar man en ze is tevreden.
Zoë was ook tevreden. Ze had geen idee dat ze iets miste, tot ze er per ongeluk mee geconfronteerd werd. Tot er totaal onverwacht een tipje van de sluier werd opgelicht. En nu is ze nieuwsgierig en wil ze meer. Veel meer. Tegelijk weet ze niet of ze nog wel meer wil.

‘Oké, maar niet achteraf zeggen dat je het allemaal niet wil weten, en ook niet al te slecht over me denken.’
Zoë vertelt en Vleer houdt voor de verandering een keer haar mond. Onderbreekt haar niet één keer.
Ze vertelt over de mailtjes, de berichtjes op haar telefoon, de twee ontmoetingen zonder al te diep in te gaan op de details. Vleer wacht tot ze helemaal is uitgepraat, haalt dan even diep adem. ‘Dat is toch niet wat je echt wil…?’
Zoë haalt haar schouders op. ‘Dat is het juist, ik weet het niet, maar ik weet wel dat ik niet wil wat jij hebt… sorry, dat bedoel ik niet lullig.’
Maar het is de waarheid. Gelijkwaardigheid. Voorspelbare, saaie seks, bijna op vaste dagen, precies weten wat je aan iemand hebt, nooit eens experimenteren. Het is niet wat Zoë wil.

Misschien geloof ze wel te veel in de verhalen in haar hoofd. Ze wil echt overvallen worden en niet op de romantische, liefelijke manier uit de boeken die Vleer leest. Ze wil spanning, opwinding en onrust. Dingen doen die ze eigenlijk niet durft. Dingen laten doen. Ze gelooft dat het echt is, en tegelijk vindt ze het eng. Soms wordt ze een beetje bang van haar verlangens en wat die haar weer laten doen. Ze vindt het prettig als ze niets te vertellen heeft, ze weet alleen niet of Norman wel doorheeft hoe ze het wil. Of hij wel ziet dat ze het eigenlijk ook doodeng vindt.

Vleer verwoordt haar gedachten. ‘Ik vind het eigenlijk een beetje eng Zoë, en ook een beetje raar ja. Je moet toegeven dat het niet helemaal normaal is… en wie weet wat er had kunnen gebeuren. Je kent die man helemaal niet.’
Vleer heeft gelijk. Ze verlangt naar sommige dingen, zonder dat begrijpt waar dat verlangen vandaan komt en sommige dingen zou ze simpelweg niet goed moeten vinden. Dat is één kant.
De andere kant is dat ze eigenlijk niet kan wachten tot ze weer van Norman hoort, dat ze niet kan wachten of er nog meer is om te ontdekken.

Show Buttons
Hide Buttons