Vandaag

Vandaag, heeft hij gezegd, en beter geen nee. Het gevoel waar ze gisteren mee in slaap viel, houdt haar ook vandaag nog vast. Hij heeft geen zeggenschap over haar, dat heeft niemand. Ze kan doen wat ze wil. Ook nee zeggen. Vleer stuurt een haar een berichtje. Of het goed gaat en of ze nog gekke dingen heeft gedaan. Zoë moet er een beetje om lachen. Vleer zal het nooit toegeven, maar ergens is ze vreselijk nieuwsgierig. Ze mag het dan misschien afkeuren, maar tegelijk wil ze dolgraag weten waar Zoë mee bezig is.
Ze houdt de winkel dicht en gaat op pad. Op zoek naar aparte kleding en decoratiemateriaal. Er gaat veel tijd in zitten, maar ze vindt het leuk. Zoë brengt haar zaterdagen graag op deze manier door. Struinen langs rommelmarkten om dat ene aparte tafeltje te vinden, of die one-of-a-kind vintage jurk. Op bezoek bij mensen die haar hebben gebeld en hun oude trouwjurk willen verkopen, of de ouderwetse, versleten eetkamerstoelen. In haar kleine schuurtje de spullen opknappen, verstellen. Ze geniet ervan, en dat wil ze blijven doen, zonder dat Norman haar daarbij in de weg zit.

Ze heeft net een doos met spullen achterin haar auto gezet en bedankt de vrouw voor haar moeite als haar telefoon gaat. Ze neemt op. Het is Norman.
‘Waar ben je?’
‘Aan het werk.’
‘Alweer? Ik had je toch gezegd. Ik wil geen nee meer.’
‘Je hebt niets gevraagd.’
Zoë zwaait nog even naar de vrouw en stapt in haar auto. Geen toehoorders als ze hem aan de telefoon heeft. Ze zwijgt en wacht tot hij wat zegt.
‘Vanavond, acht uur, ik kom je halen. Trek iets makkelijks aan. Stuur me later je adres.’

Ze stuurt hem haar adres niet. Ze wil niet dat hij weet waar ze woont. In plaats daarvan laat ze hem in de loop van de middag weten waar ze op hem zal wachten. Ook stuurt ze Vleer een berichtje.
‘Vanavond weer wat afgesproken, acht uur.’
‘Wat ga je doen?’
‘Wat drinken, denk ik.’
‘Waar?’
‘Weet ik niet, hij komt me ophalen.’
Vleer belt haar.
‘Je laat hem niet in je huis hoor je, en je stapt ook niet bij hem in de auto!’
‘Ik ben niet achterlijk Vleer.’
‘Nee, niet achterlijk, maar je denkt niet helder als het om die man gaat. Gewoon afspreken in een café, liefst een druk café. En laat wat van je horen. Ik moet weg, doe voorzichtig.’
Zoë denkt wel helder. Ze is juist extra voorzichtig.
Weer krijgt ze een bericht van Norman.
‘Ik had gezegd, je adres.’
‘Nee, je krijgt mijn adres niet. Ik wacht op de parkeerplaats bij de hoofdstraat en ik kom met mijn eigen auto.’
Ze moet gewoon duidelijk zijn en haar grenzen aangeven. Als hij daar niet tegen kan, dan maar niet. Ze is inderdaad niet achterlijk.
Hij stuurt haar geen berichten meer. Het is rustig, maar het maakt niet uit. Ze kan zich niet meer concentreren. Ze twijfelt of zijn zwijgen een manier is om te zeggen dat de afspraak helemaal niet doorgaat en ze weet niet of ze daar opgelucht, of teleurgesteld over is.

Ze zorgt toch dat ze klaar is. Uit de winkel heeft ze een simpel, donkerblauw jurkje meegenomen. Ze zal het wassen en morgen weer terughangen. Aan de keukentafel werkt ze haar administratie bij, ze twijfelt of ze een glas wijn zal nemen.
Om kwart voor acht weer een berichtje.
‘Zorg dat je er staat, op tijd.’
Haar hoofd zegt weer dat hij het kan bekijken, maar haar lijf is een eigen leven gaan leiden. Ze pakt haar tas, trekt haar schoenen aan en loopt naar haar auto.
Zoë wacht op de parkeerplaats, in haar auto, en probeert haar lichaam rustig te krijgen.
Ze ziet hem voor hij haar ziet. Hij stapt uit een rode auto en kijkt om zich heen. Ze kan nog wegrijden, net doen of ze er gewoon niet is. Ze stapt toch uit en loopt zijn kant op. Hij doet hetzelfde als hij haar ziet.
Strak kijkt hij haar aan en met iedere stap die ze dichterbij komt, voelt ze zichzelf kleiner worden. Bang zelfs. Als hij bij haar is, legt hij zijn handen stevig om haar nek en zoent hij haar hard. Naast de angst is er ook weer dat andere gevoel.
Pas op dat moment bedenkt ze dat iedereen haar nu kan zien. Onbekenden, maar ook bekenden. Mensen kennen haar gezicht, ze kennen haar winkel.
Er hoeft maar een kennis langs te komen en ze is het gesprek van de maand, van het jaar misschien wel. Zo gaat dat. Niemand bemoeit zich ergens mee, maar, als er wat te kletsen valt, wordt dat een heel ander verhaal.

Norman laat haar los, pakt haar bij haar bovenarm en trekt haar mee naar zijn auto. Ze loopt mee, het komt niet meer in haar op om nee te zeggen.
‘Instappen. We gaan op zoek naar een rustig plekje. En dit was de laatste keer dat je tegen me in gaat.’
Ze zegt niets. Hij behandelt haar alsof ze niets te vertellen heeft, geen eigen wensen, verlangens, geen eigen wil. Ze zou het niet prettig moeten vinden. Maar ze vindt het meer dan prettig. Het windt haar op.

Show Buttons
Hide Buttons