paniek

In de winkel doet Zoë wat ze altijd doet, bijna op de automatische piloot. Ze praat met klanten. Vertelt over de oorsprong van een salontafel en welke techniek ze heeft gebruikt om hem op te knappen. Ze geeft een jonge vrouw advies bij het kopen van een jurk en bijpassende schoenen.
Zaken waar ze altijd van geniet, ze geniet nu minder. Ze wordt in beslag genomen door het gevoel in haar hoofd en haar lijf en voelt langzaam het vreemde euforische verdwijnen.
Ondanks de temperatuur buiten krijgt ze het koud, zo koud dat ze een vest aan moet doen. Ze voelt zich ook futloos en neerslachtig. Alsof er iets weg is wat ze graag had willen houden.
Haar tranen zitten hoog en het kost haar moeite ze weg te slikken. Het lijkt of er maar iets hoeft te gebeuren, iets heel kleins, dat haar in huilen uit doet barsten.
Ze herkent het niet. Meestal is ze gelijkmatig in haar emoties, hoe ze zich voelt. Tenzij er echt iets aan de hand is. Wat is er nu dan aan hand?
Heeft het te maken met Norman, met wat hij met haar gedaan heeft? Komt ze er nu pas achter dat hij haar niet alleen gebruikt heeft, maar misbruikt, verkracht zelfs? Waarom nu pas? Waarom niet meteen gisteren, of dan in elk geval vanmorgen.

De middag kost haar energie, en ze vindt de dagelijkse routine van de klusjes in en rond de winkel en het contact met de klanten zwaar. Het plezier wat ze er anders aan beleeft is ver te zoeken.
Tegen de tijd dat ze de winkel achter zich op slot draait is ze echt aan het huilen. Niet stil, met ingehouden tranen, maar zonder er mee op te kunnen houden.
Het moet een reactie zijn op gisterenavond. Ze kan niet bedenken wat er anders zou zijn en het vertelt haar dat het niet normaal is. Dat het vreemd is dat ze Norman heeft toegestaan haar te behandelen zoals hij deed. Dat de tegenstrijdige reacties in haar lichaam nog veel vreemder zijn. Het is niet normaal!

Thuis probeert ze haar gedachten te verzetten. Ze kookt, maar het eten staat haar tegen en ze schuift alles haast onaangeroerd in de prullenbak. Ze probeert verder te werken aan het buffetkastje in haar schuur, haalt haar hand open aan een scherpe rand en voelt haar ogen weer volschieten. Alles valt totaal buiten proporties en ze raakt ervan in paniek. Met gedachten die constant in hetzelfde kringetje ronddraaien loopt ze nerveus heen en weer.
Het berichtje dat ze van Norman krijgt, maakt alles alleen maar erger.
‘Heeft mijn geile teefje een beetje kunnen slapen? Ik kom naar je toe vanavond.’
Ze wil het niet. Ze wil niet dat hij naar haar toe komt. Ze wil hem niet zien. Nooit meer. Hij moet bij haar uit de buurt blijven.
‘Nee. Ik wil dit niet! Ik kan dit niet! Ik wil je niet meer zien.’
Ze drukt op send, pakt haar tas en trekt de deur achter zich dicht. Ze kan niet thuisblijven. Hij heeft haar al eerder genegeerd en hij zal haar antwoord niet waarderen. Ze moet naar Vleer. Het kan haar niet schelen dat ze zal zeggen dat ze haar gewaarschuwd heeft.
Haar telefoon zoemt terwijl ze naar haar auto loopt.
‘Prima schatje. Je laat me maar weten wanneer je me gaat missen.’
Zoë schudt haar hoofd. Niet meer, nooit meer. Ze gaat hem niet missen. Hij is niets voor haar. Ze had niet alleen naar Vleer moeten luisteren, ze had naar zichzelf moeten luisteren.
Sommige zaken kunnen maar beter heel ver achter in de kast blijven zitten.

Vleer is niet thuis. In plaats daarvan doet Raymond open en hij kijkt haar geschokt aan, lijkt even niet te weten wat hij moet met haar tranen. Dat is maar even. Hij slaat zijn arm om haar heen en neemt haar mee naar binnen. Geeft haar een kop thee en laat haar huilen, met schokkende schouders en gierende uithalen. Hij vraagt niets en hoopt ondertussen dat de vergadering van Valerie niet uitloopt.

Show Buttons
Hide Buttons