Een bijzondere boodschap

Het is vier dagen geleden sinds Minggus haar belde. Hij heeft gezegd dat hij contact met haar op zou nemen. Zoë heeft niets meer van hem gehoord.
Ze weet niet waarom ze graag van hem wil horen.
Als ze heel eerlijk is dan is ze gewoon nieuwsgierig. Er was iets aan hem. Iets dat ze zag, of iets dat ze dacht te zien.
Het is niet zoals Vleer denkt. Niet weer zo’n man als Norman. Dat zou idioot zijn. Toch lijkt hij een beetje op Norman.
Nee, dat klopt niet. Hij lijkt niet op Norman. Als dat zo is dan had hij Norman niet tegengehouden en dan was ze ook niet nieuwsgierig geweest…
Maar er is wel iets aan Minggus. Zoë wil weten wat het is.
Ze zal wat met hem afspreken. Dat kan geen kwaad. Niet zoals bij Norman… of wel? Zal het bij Minggus hetzelfde gaan. Noemt hij gewoon een plaats, een tijd en verwacht hij dan dat ze er is?
Gaat ze dat weer doen?
Zoë schudt haar hoofd. Nee. Als hij dat wil dan gaat ze hem niet ontmoeten. Dat wil ze niet. Als ze dat weer doet, dan heeft Norman toch gelijk. Dan is ze wel een hoer. Dan maakt het haar niet uit met wie, en hoe. Dan zou het alleen maar gaan om…
Weer schudt ze haar hoofd. Ze kijkt om zich heen en ziet dat de vrouw bij de vitrinekast haar wat bevreemd aankijkt. Ze zit teveel in haar hoofd. Alweer. Sinds het telefoontje van Minggus is ze weer veel te veel aan het denken.
Ze weet niet waar het om gaat. Ze weet helemaal niets. Niet waarom dit haar zo bezig houdt, ze weet niet eens wat haar precies bezig houdt. En ze weet al helemaal niet waarom ze wil dat Minggus weer contact met haar opneemt.
Ze loopt naar de vrouw, vraagt of ze op zoek is naar iets specifieks. Ze zoekt een cadeautje voor haar schoondochter. Zoë vraagt waar haar schoondochter van houdt, komt met wat spullen die in aanmerking zouden kunnen komen. De vrouw gaat tevreden naar huis. in haar tas een bijzonder cadeautje voor haar schoondochter, en een bijzonder cadeautje voor zichzelf.

Het is rustig vandaag, daarom dwalen haar gedachten steeds af. Het zou haar niet uit moeten maken. Als Minggus geen contact met haar opneemt. Het maakt niet uit.
Ze merkt dat ze de gedachte vervelend vindt. Maar ze kent hem niet? Als hij haar niet belt… Het zou geen gemis moeten zijn. De gedachte voelt wel als een gemis.
Ze zet koffie, checkt haar mail en maakt een afspraak om naar wat spullen te gaan kijken bij een oude boerderij. Loopt weer naar binnen als ze het winkelbelletje hoort gaan.
Een kleine, slanke vrouw met donker haar komt met een glimlach naar haar toe lopen. Ze draagt een lange, bijzondere jurk en beweegt zich sierlijk. Om haar hals heeft ze een breed, koperkleurig sierraad, om haar polsen smalle armbanden in dezelfde kleur. Ze tikken tegen elkaar bij elke beweging die ze maakt. Zoë vindt dat ze er een beetje uitheems uitziet, alsof ze zo van een Oosterse markt afkomt. Misschien is dat ook wel zo. Ze kijkt haar vragend aan.
‘Kan ik je helpen?’
‘U bent Zoë?’
Zoë knikt en kijkt verbaast als de vrouw haar met twee handen een pakje aanreikt.
‘Er is mij gevraagd of ik dit aan u wil geven.’
Zoë pakt het bruine pakje van haar aan. Ze draait het om. Het is met touw bij elkaar gebonden. Er staat geen afzender op.
Ze wil vragen van wie het pakje komt, kijkt op als de winkelbel weer klinkt en ziet de vrouw langs het raam lopen. Ze kijkt niet naar binnen.
Verwonderd draait ze het pakketje om en om in haar hand. Ze vraagt zich af wie…
Zou Vleer? Maar wie is die vrouw dan? Waarom…?
Nieuwsgierig trekt ze aan het touw, haalt de knoop los en vouwt het bruine papier open.
Haar verwondering wordt nog groter en even denkt ze dat Vleer haar een stripboek heeft gestuurd. Ze lacht en bekijkt de afbeelding.
Het doet haar denken aan de oude Romeinen. Een man met ontbloot bovenlijf, gouden armsieraden en een rode cape. In zijn hand een zweep. Aan zijn voeten zit een geketende vrouw. Ze heeft zijn been vast en kijkt naar hem op. Ze leest de grote, witte letters. Een boek uit een reeks, deel negentien.
Vast niet Vleer… waarom zou die haar een boek sturen.
Ze opent de kaft, er valt een wit kaartje uit. Zoë leest de zwarte blokletters.

Misschien vind je dit interessant. Ik hoor graag je mening. Laat me weten op welk nummer ik je in de avonduren kan bereiken.
Veel leesplezier.

Minggus

Eronder een mailadres.

Waarom stuurt hij haar dit?
Wie is die vrouw?
Waarom wil hij dat ze dit leest?
Waarom wil hij haar mening horen?

Nog meer verwondering, nog meer vragen.
Peinzend slaat Zoë het boek verder open en ze leest de eerste regels…

Show Buttons
Hide Buttons