Bewuste verandering

Zoë blijft bij de deur staan en kijkt de wegrijdende auto na tot hij compleet uit het zicht is verdwenen. De vrouw achter het stuur heeft haar niet aangekeken en de hele rit amper tegen haar gesproken. Zoë wist ook niet wat ze moest zeggen. Op de één of andere manier leek de houding van de vrouw vijandig, maar als iemand haar zou vragen waar ze dat aan kon merken dan zou ze daar geen antwoord op kunnen geven. Misschien was vijandig niet het goede woord, eerder afwijzend en toch …

Ze was vriendelijk geweest. Het moment dat Minggus de blinddoek verwijderde en ze knipperend tegen het licht in een strak ingerichte woonkamer had gestaan zag ze haar staan. Rond haar lippen speelde een vriendelijke glimlacht. Zoë was verbaasd haar daar te zien. Tegelijk ook weer niet. Het was dezelfde vrouw die naar de winkel was gekomen en haar het boek met de boodschap van Minggus had aangeboden. Zoë wilde zich omdraaien naar Minggus om te vragen wie zij was toen ze duizelig werd en haar benen begonnen te trillen. De vrouw ondersteunde haar en bracht haar naar de bank.
‘Wil je wat drinken voor ik je naar huis breng?’
Zoë schudde verward haar hoofd. Waarom zou de vrouw haar naar huis brengen. Minggus had haar hier gebracht. Hij kon haar ook naar huis brengen en anders ging ze zelf wel.
‘Je hoeft me niet naar huis te brengen. Ik kom zelf wel thuis.’
Ze stond op, zette een paar stappen gezet en werd weer duizelig. Minggus sloeg zijn arm om haar heen en duwde haar terug naar de bank.
‘Janaila brengt je thuis en je drinkt eerst wat voor je gaat. Geef haar een kop thee, met extra suiker.’
Hij gaf haar een zoen op haar voorhoofd. ‘Ik neem morgen contact met je op Zoë en ik zou het prettig vinden als je zorgt dat je de avond vrij bent. Als je thuis bent meteen gaan slapen. Je zult het nodig hebben.’
Zijn hand lag achterin haar nek terwijl hij nog wat woorden tot Janaila richte. Zoë kon ze niet verstaan, maar ze wist niet zeker of het kwam doordat haar hoofd licht was, of doordat het een vreemde taal was. De woorden klonken zangerig en melodieus

Nu is ze weer thuis. Weg van de veilige bescherming die Minggus om haar heen had laten vallen. Het voelt leeg, koud en vreselijk eenzaam, waardoor de twijfels ook weer in haar hoofd vallen.
In het donker gaat ze aan de eettafel zitten. Haar gedachten zijn bij de avond die achter haar ligt. Een bijzondere avond. Intens en nu langzaam ook weer beangstigend.
Minggus lijkt in niets op Norman. Ze weet dat ze veilig bij hem is, maar hoe veilig is veilig als alles wat hij in haar los maakt haar nu weer angst aanjaagt. En wie is die vrouw, Janaila? Wat voor een rol speelt zij in het leven van Minggus?

Janaila gooit de autosleutels in de schaal op het kastje bij de deur. Harder dan haar bedoeling is of misschien ook niet. Misschien was het wel haar bedoeling. Ze wil dit niet. Ze wil geen boodschappenmeisje zijn tussen Minggus en Zoë, ze wil niet dat hij haar nog ziet en dat gaat ze hem vertellen ook!
Het licht in zijn werkkamer brandt en ze schrikt van haar eigen boosheid. Hoe kan hij nu gewoon gaan zitten werken. Alsof hij met deze avond niet hun hele relatie op losse schroeven heeft gezet. Hoe kan hij doen alsof het een avond is als alle andere.

Hij zit achter zijn bureau, de computer staat uit. Hij schrijft, snel, met het sierlijke handschrift dat ze zo goed van hem kent. Hij schrijft in een boekje dat ze niet herkent. Het lijkt op haar boekje.
‘Wat ben je aan het doen?’
Hij stopt met schrijven, legt zijn pen neer en draait zich rustig naar haar om.
‘Pardon?’
‘Je hoort me wel. Waarom schrijf je niet in mijn boekje? Is dat boekje voor haar? Ik wil dat niet. Ik wil niet dat je nog tijd en aandacht aan haar besteedt. Ik wil …’
‘Stil!’
Hij kijkt haar zwijgend, maar zonder boosheid aan. Het duurt een paar minuten voor Janaila haar ogen neerslaat. Minggus knikt.
‘Je weet wat je moet doen.’
Hij draait zich weer om, gaat verder met schrijven en negeert de vrouw die achter hem staat.

Ze weet wat hij van haar verwacht, hij geeft haar één kans om het opnieuw te doen. Het is lang niet nodig geweest. Hij wist dat het weer nodig zou zijn, dat Janaila het nodig zou hebben. Hij heeft het ook nodig. Op het moment dat ze zich daarvan doordrongen is, zal het makkelijker voor haar worden. Dat weet hij ook.
Hij hoort de stof van haar rok ritselen en haar armbanden tinkelen. De deur van zijn kamer valt achter haar dicht. Hij zucht. Het zal makkelijker voor haar worden, maar daarvoor zal het eerst moeilijk worden. Heel moeilijk.

Janaila herhaalt haar stappen, nu in omgekeerde volgorde. De autosleutels haalt ze uit de schaal. Haar haastig uitgeschopte schoenen trekt ze weer aan. Zachtjes opent ze de voordeur en langzaam loopt ze naar de auto. Ze heeft hem scheef in het vak geparkeerd, te ruim ook.
Ze start, rijdt achteruit en draait en stuurt de auto met zijn neus naar voren in het parkeervak. Strak tussen de lijnen, zoals hij het zelf zou doen. Met haar handen op het stuur kijkt ze voor zich uit.
Hoe lang is het geleden dat hij haar terugstuurde? Misschien al meer dan een jaar. Het is niet meer nodig. Alles gaat vanzelf. Ze weet wat hij van haar verwacht en ze vervult al zijn behoeften met liefde, omdat ze dat wil. Is dat het? Wil ze het zelf te veel? Maar hij zegt altijd dat het alleen kan als ze het zelf ook wil.
Ze wil het en ze doet het, soms haast zonder er bij stil te staan.

Ze knijpt in het stuur. Dat is het. Het gaat vanzelf, zonder dat ze er nog echt bij stil staat. Ze is zich niet meer bewust. Minggus wil dat ze zich bewust is. Altijd en nog steeds.
Met een zucht stapt ze uit, ze sluit de auto af. Hoe kan ze dat doen als alles tussen hen gewoon loopt en bijna vanzelfsprekend is. Hoe kan hij van haar vragen dat ze andere vrouw naast zich accepteert. Dat kan ze niet accepteren.

Langzaam loopt ze terug naar het huis. Ze weet dat hij op haar wacht en dat hij verwacht dat ze het wel accepteert. Ze wil het proberen, dat is het enige dat ze hem kan beloven, maar ze wil er niet altijd bij zijn. Ze kan het niet verdragen om hem met haar te zien. Niet elke keer. Alleen als hij haar echt nodig heeft, anders niet.
Zachtjes opent ze de voordeur. Ze doet haar schoenen uit en zet ze onder de kapstok, met de neuzen tegen de muur. De autosleutels legt ze in de schaal op het kastje bij de deur.
Het licht in zijn werkkamer brandt. Ze opent de deur, duwt hem geluidloos weer dicht en neemt plaats op het brede kussen schuin achter zijn bureau. Haar handen legt ze met de palmen naar boven op haar bovenbenen.

‘Meester, Uw kajira is thuis.’

Show Buttons
Hide Buttons