Spannende onrust

Hoe langer ze in het donker aan de keukentafel blijft zitten hoe zwaarder haar hoofd wordt. Minggus heeft gelijk. Ze kan beter meteen naar bed gaan, al gelooft ze nooit dat ze nu zou kunnen slapen. Niet met alle gedachten die door haar hoofd razen.
Met moeite sleept ze zichzelf de trap op en zonder zich om haar make-up en kleding te bekommeren rolt ze zich in haar dekbed. De beelden van de afgelopen uren vallen over haar heen zodra haar hoofd haar kussen raakt.

Net als de eerste keer zat hij al in het café. Hij glimlachte en stond, wat een beetje van haar wegnam. Net als de eerste keer.
‘Fijn je weer te zien Zoë.’ Hij gaf haar een zachte zoen op haar wang. ‘Een beetje bekomen van onze eerste, echte kennismaking.’
Die kennismaking had het beeld dat ze zich van hem had gevormd in elkaar doen storten. Hij was totaal anders dan ze had verwacht en ze voelde zich vrijwel meteen prettig in zijn aanwezigheid.
De vragen die hij haar stelde waren confronterend, net als de dingen die hij haar over zichzelf vertelde. Over wie hij was, wat hij deed en waarom hij haar graag beter wilde leren kennen. Zijn stem was hypnotiserend en zijn gezelschap aangenaam. Aan het eind van de avond wist ze zeker dat ze hem nog een keer wilde ontmoeten. Ze wist ook zeker dat hij haar meer zou kunnen laten zien van zich zelf. Het was de onuitgesproken belofte die door al zijn woorden heen sijpelde.
Ze verwachtte dat hun tweede afspraak hetzelfde zou gaan, met nog meer verdieping en nog meer voeding voor haar nieuwsgierigheid en die van hem. Ze kon zien dat hij ook nieuwsgierig was naar haar en dat vond ze erg prettig.
‘Cappuccino? Net als laatst?’
Ze knikte en ging tegenover hem zitten.
‘Prima, we drinken een kopje koffie, daarna ga je met me mee.’
Geschrokken keek ze hem aan, hij glimlachte. ‘Maak je geen zorgen, niets engs, wel spannend.’

Ook nu ze in haar bed ligt voelt ze de kriebel die zijn woorden in haar buik hadden veroorzaakt. Het was geen waarschuwende kriebel.. Geen kriebel die haar vertelde dat ze op moest passen. Het was een opgewonden kriebel. Spannend.
Toch zei ze dat ze niet met hem mee ging. Hij keek haar aan.
‘Nooit?’
‘Niet nooit. Nu niet.’
‘Waarom nu niet en een andere keer wel?’
‘Ik weet niet of ik een andere keer wel mee ga …’
‘Dus toch nooit.’
Zoë schudde haar hoofd. ‘Nu gewoon niet.’
‘Waar ben je bang voor?’
‘Ik ben niet bang.’
‘Dan kun je ook gewoon met me meegaan.’
Minggus wachtte tot de koffie werd bezorgd en rekende meteen af. Toen de serveerster weg was keek hij haar aan.
‘Ik heb geen zin om oeverloos in cafés af te spreken. Niet met jou. Ik weet wat ik wil en ik weet ook waar ik naar toe wil. Ergens weet jij dat ook, al heb je het beeld nog niet helemaal duidelijk, dat komt wel en dan weet je het ook. Ik besteed mijn tijd liever op een andere manier met jou. Zoals ik al zei, niets engs, dat beloof ik. Drink je koffie.’

Ze zei niets meer en dronk haar koffie terwijl Minggus haar aankeek. De stilte voelde niet ongemakkelijk, wel werd ze verlegen van zijn blik. Het was alsof hij recht bij haar naar binnen kon kijken. Regelmatig keek ze van hem weg, met een zenuwachtig lachje.
Ze stond op toen hij op stond en hij pakte haar hand.
‘Kom’
‘Wat gaan we doen?’
‘Nu naar mijn auto, ik zei toch, je gaat met me mee.’
‘Waar naar toe?’
‘Dat merk je wel.’
Ze vroeg niet verder. Het was misschien vreemd, maar ze vertrouwde hem. Het angstige, nerveuze dat ze bij Norman altijd had gevoeld, was nergens te bekennen.

Zijn auto stond geparkeerd in een smal zijstraatje, tegen de achtergevel van de kerk, onder hoge bomen. Het was er rustig, hij hield het portier voor haar open, liet haar instappen en kwam even later naast haar zitten.
‘Heb jij je rijbewijs?’ Hij keek haar van opzij aan en Zoë knikte. ‘Een auto ook.’
‘Hoe ben je hier naar toe gekomen?’
‘Op mijn fiets, die staat bij het café.’
‘Voortaan, als we iets afspreken, dan haal ik je op en als we samen ergens naar toe gaan dan rij ik.’
‘Waarom?’
‘Omdat ik dat wil. Heb je daar problemen mee?’
Zoë had er geen problemen mee. Ze wist niet waar zijn gedachten naar toe gingen, maar ze kreeg de indruk dat ze al veel verder waren dan die van haar. Minggus reikte voor haar langs en opende het handschoenenkastje waar hij een klein pakketje uit haalde.
‘Wil je iets voor me doen?’
‘Wat?’
‘Wil je iets voor me doen, ja of nee?’
‘Ja.’
Hij liet het pakketje op zijn schoot liggen en pakte haar bij haar kin zodat ze hem aan keek.
‘Zou je, terwijl je me aan blijft kijken, met je kutje willen knijpen?’
Verschrikt keek Zoë van hem weg. ‘Nee.’
‘Je hebt al ja gezegd.’
‘Ja, maar … Nee, niet.
‘Waarom niet?’ Weer pakte hij haar bij haar kin. Ze durfde hem niet aan te kijken.
‘Gewoon, omdat het … nou ja, het is een beetje raar.’
‘Voor wie?’
Ze had haar schouders op gehaald.
‘Kijk me aan Zoë, voor wie is dat raar?’
‘Voor mij.’
‘Waarom? Schaam jij je?’
‘Een beetje.’
‘Je hoeft je bij mij niet te schamen, nergens voor. Ik vraag het je nog een keer. Zou je met je kutje willen knijpen. Voor mij.’
Ze deed het, een paar keer snel achter elkaar zodat ze hem niet meer aan hoefde te kijken. Ze voelde haar wangen rood worden. Hij opende het pakketje in zijn schoot.
‘Dank je wel. Zou je je nu even om willen draaien. Ik ga je blinddoeken.’
Weer keek ze hem geschrokken aan. ‘Waarom!?’
Minggus schoot in de lach. ‘Als dit de hele avond zo gaat dan duurt het wel even voor we hier weg zijn. Omdat ik dat graag wil Zoë. Wil je je omdraaien?’
Ze draaide zich om en liet hem haar de blinddoek om knopen. Het donker viel over haar heen en hij starte de auto.
‘Ontspan je nu, ik heb je beloofd, niets engs.’
‘Maar wel spannend?’
‘Wel spannend.’

Show Buttons
Hide Buttons