gebonden verlangen

De beelden maken haar onrustig. Het gevoel dat de beelden oproept ook. Ze wilde niet weg en ze wilde al helemaal niet dat Janaila haar wegbracht. Ze wilde daar blijven. Zelfs daar blijven liggen met brandende ogen omdat ze dacht dat ze alleen was, met haar polsen aan haar enkels vast. Het gevoel van zijn lippen op haar voorhoofd, zijn warme hand op haar borst en tussen haar benen. Hij had haar moeten laten liggen. Ze voelde zich daar prettig.

Driftig schudt Zoë haar hoofd. Ze draait haar kussen om en schopt het dekbed van haar voeten weg.
Het is abnormaal. Ze voelde zich prettig zonder dat ze wist wat er zou gebeuren en hoe dat zou gebeuren. Het is net als bij Norman. Ze laat zich meeslepen, nu door Minggus en door haar eigen nieuwsgierigheid. Nog steeds door haar nieuwsgierigheid. Voor een kort moment wil ze Valerie bellen en haar vertellen over deze avond. Minggus, Janaila, wat hij deed en wat hij zei. Ze gaat op de rand van het bed zitten. Ze kan Valerie niet bellen, ze heeft haar niets verteld. Niets over dat boek en de eerdere afspraak. Niet dat ze hem vanavond weer ging ontmoeten. Ze wilde niet dat Valerie zich zorgen zou maken. Ze wilde ook niet dat Valerie het uit haar hoofd zou proberen te praten en woorden zou geven aan haar eigen gedachten. Abnormaal en raar. Minggus is net als Norman. Pervers.
Wat zei hij? Geen beha, geen slip? Dat bepaalt ze zelf.
Zijn vingers achter in haar keel?
Wat hij wil?
Hoe lang en wanneer hij het wil?
Zoë snuift en die vrouw? Janaila. waarom is zij steeds in de buurt?
Misschien is ze zelf ook wel pervers, misschien moet ze het toch aan Valerie vertellen.

Haar telefoon trilt kort. Het is een bericht van Minggus.
‘Ga slapen Zoë, we praten morgenavond. Ik haal je op bij de winkel.’
Ze kijkt om zich heen en naar buiten, alsof ze verwacht hem te zien staan. Ze schudt haar hoofd en lacht schamper om zichzelf. Hij doet alsof hij haar kent, alsof hij weet waar hij het over heeft.
Weer gaat ze liggen met haar hoofd onder haar kussen.
Het gevoel laat haar niet los. Niet weten en niets kunnen zien. Haar handen en enkels vast en toch het vertrouwen. Het was zo prettig. Veel prettiger dan nu alleen zijn en onzeker over haar gedachten en dat wat ze heeft gevoeld.
Hij moet alleen niet denken dat hij ook maar iets over haar te vertellen heeft.

*

Ze zit schuin achter hem. Hij weet dat ze er is. Ze heeft zichzelf aangekondigd en gemeld, zoals hij wil dat ze doet. Hij zegt niets en ze kijkt naar een gebogen rug. Hij schrijft nog steeds. Ze weet dat hij mild was. Wat ze deed was onacceptabel. Hij weet het en hij weet ook dat zij het weet. Toch, misschien is het in dit geval anders. Hij weet dat dit moeilijk voor haar is, dat moet hij snappen en dat moet hem milder stemmen. Als het niet moeilijk voor haar zou zijn dan zou het niets betekenen.

Janaila kijkt naar haar handen en luistert naar het tikken van de kleine klok op het bureau. De pen krast over het papier. Ze wil weten wat hij schrijft. Over Zoë. Ze wil ook weten of hij nog in haar boekje gaat schrijven en of hij erg teleurgesteld in haar is.
Ze zucht opgelucht als hij opstaat en in de grote, bruine stoel voor de boekenkast gaat zitten. Haar teken dat zij in beweging mag komen. Ze verplaatst het kussen naar zijn voeten en schenkt een glas wijn voor hem in uit de karaf van de kleine tafel naast de deur. Zelf drinkt ze niets. Het is donderdag, een doordeweekse avond. Als hij zich klaar maakt om naar bed te gaan, dan zal ze wat thee drinken of water. Misschien wil hij dat ze hem helpt. Dan drinkt ze water. Hij wil vast dat ze hem helpt. Hij zal er naar verlangen haar naast zich te hebben. De hele avond, de hele nacht. Zoë is onbelangrijk.

Ze biedt hem zijn glas aan en neemt weer plaats op het kussen als hij haar toeknikt. Ze mag aan zijn voeten gaan zitten en opent haar mond om de wijn te proeven. Minggus doopt zijn vingers in de wijn, laat de eerste druppels in haar open mond vallen voor hij zijn vingers op haar tong legt en achter in haar keel duwt. Ze kijkt hem aan, sluit haar mond en zuigt op zijn vingers, precies zoals ze weet dat hij het graag wil. Hij knikt goedkeurend. Het is hoe hij zijn wijn met haar deelt, elke avond.
‘ Is ze goed thuisgekomen?’
Minggus doet net of hij de korte, ontevreden blik in de ogen van Janaila niet ziet. Ze knikt.
‘Heb je gewacht tot ze binnen was?’
Janaila aarzelt. Zoë had haar nagekeken, bij de deur. Ze heeft haar niet naar binnen zien gaan. Toch knikt ze.
Minggus zwijgt. Hij heeft haar aarzeling gezien en weet dat ze liegt.
‘Kijk me aan Janaila. Heb je gewacht tot ze binnen was?’
Weer knikt Janaila. Natuurlijk heeft ze gewacht. Waarom maakt hij zich zo druk om haar. Zij is hier nu toch? Zoë weet nog niks en kan nog niks. Ze is totaal onbelangrijk. Ze kijkt Minggus niet aan.
‘De laatste keer. Heb je gewacht tot ze binnen was?’
Janaila kijkt weer naar haar handen. Ze voelt zijn ogen op haar gericht en ze branden. Langzaam schudt ze haar hoofd.
‘Waarom niet?’
‘Ik was boos.’
‘Op mij?’
‘Op Zoë!’
Minggus schudt zijn hoofd. ‘Op mij, ik heb Zoë in ons leven gehaald.’
‘U kunt haar ook weer uit ons leven halen’
‘Dat ga ik niet doen.’
‘Waarom niet!?’
‘Omdat ik dat niet wil. Waarom heb je gelogen?’
‘Waarom kan ze niet weg. Ze hoeft niet te blijven. Ik wil haar niet!’
‘Waarom heb je gelogen Janaila.’
Janaila haalt haar schouders op en Minggus staat op.
‘Je weet dat ik een hekel heb aan dat soort nietszeggende gebaren. Je slaapt vannacht hier, tot ik je kom halen.’
Janaila schudt haar hoofd en wil zijn hand pakken. Ze houdt zijn been vast als dat niet lukt en kijkt naar hem.
‘Nee niet hier, het spijt me.’
‘Laat me los Janaila. Ga in positie zitten, dan maak ik je vast.’
‘Ik moet nog naar het toilet.’
‘In positie en stil.’
Vanachter de boekenkast haalt Minggus een metalen ketting met een slotje. Janaila zit op handen en knieën op het kussen en wacht tot hij het slotje aan haar koperen halsband heeft bevestigd.
Hij pakt zijn telefoon en laat zijn vingers over de kleine toetsen glijden. Ze slaat haar ogen niet neer als hij haar aankijkt.
‘Wat stuurt u haar?’
‘Wil je dat ik je polsen en enkels ook vast leg?’
Janaila schudt haar hoofd en kijkt naar de grond. Ze liegt. Ze wil wel dat hij het doet. Alles is beter dan de aandacht die hij aan Zoë geeft. Hij mag haar vastleggen, hij mag haar zelfs pijn doen. Veel pijn als hij dat wil. Zolang hij Zoë maar uit zijn hoofd zet.

Minggus stuurt Zoë een bericht om haar te laten weten dat hij haar morgen op komt halen. Hij weet dat het snel is, maar ze heeft het nodig. Hij moet haar vertellen wat hij verwacht en wat zij kan verwachten. Op een totaal andere manier heeft Janaila het ook nodig dat Zoë weet wat hij van haar verwacht.

Show Buttons
Hide Buttons