Wat zij wil

Hij leidt haar door het huis. Ze is in de woonkamer, waar ze eerder is geweest met een wazig hoofd en onvaste benen. Ze gaan door een gang met een kleine badkamer en twee dichte deuren. Hij opent de eerste deur.
‘Dit is mijn werkkamer, hier mag je alleen komen met mijn toestemming.’
De tweede deur blijft dicht.
‘Wat is daar?’
‘De kleine slaapkamer en verboden terrein voor jou, met of zonder mij.’
Ze haalt haar schouders op, kijkt hem snel aan. Hij heeft het niet gezien. Voor hij de deur dicht doet, werpt ze nog een snelle blik in zijn werkkamer. Er staan een groot bureau, hoge boekenkasten en een brede stoel. Op de vloer ligt een dik kleed en grote, bruine kussens.
‘Wat voor een werk doe je?’
‘Ik ben jurist.’
‘Advocaat?’
‘Jurist en meester in de rechten, geen advocaat.’
‘Is er een verschil dan?’
Hij knikt en leidt haar naar een smalle trap naar boven.
‘Wat dan?’
‘Dat vertel ik je nog wel eens. Kom.’
Ze loopt voor hem uit de trap op en staat weer in een gang met twee dichte deuren. De deur van de badkamer staat open. Zoë kijkt naar binnen. Het is haast een kopie van de badkamer beneden, maar dan iets groter. Deze heeft een ligbad.
‘Als je hier bent dan gebruik je deze badkamer, die van beneden gebruik je in principe niet.’
‘Waarom niet?’
Hij kijkt haar aan en ze knikt. Omdat hij dat niet wil. Alle antwoorden op haar vragen zullen daarop terecht komen. Omdat hij het wil of omdat hij het niet wil.
Minggus doet de deur tegenover de badkamer open en gaat de kamer in. Er staan een éénpersoonsbed, een rechte, houten stoel en een smalle kledingkast. In de vensterbank staan een aantal boeken. Zoë herkent de kaft van één boek. Het is hetzelfde boek dat hij haar gegeven heeft.
‘Dit is de logeerkamer en vanaf nu is het jouw kamer. Je slaapt hier.’
‘Wie zegt dat ik hier wil blijven slapen?’
Hij trekt zijn wenkbrauwen op. ‘Wat jij wilt is niet belangrijk. In de kast liggen handdoeken en een extra deken, mocht je het koud krijgen. Volgende keer neem je ook extra kleding mee, die kun je in de kast kwijt. Nu heb je alles wat van belang is wel gezien.’
‘Die andere kamer?’
‘Daar slaap ik, daar kom je …’
‘Alleen met jouw toestemming … ja, ja.’
‘Stil! Daar kom je niet, nooit!’
Ze wil vragen waarom niet en realiseert zich dat het automatisme van haar is. Als ze niet weet wat ze moet zeggen, dan vraagt ze waarom, zodat ze antwoorden krijgt. Minggus zal haar geen antwoorden geven. Ze weet wat zijn antwoorden zijn.
‘En die kamer waar ik laatst was? Die heb ik niet gezien?’
Hij lacht. ‘Die bewaar ik voor het laatst. Je kleedt je hier uit en komt dan naar beneden. Ik ben in de keuken.’
‘Wat doe ik dan aan?’
‘Niets.’
‘Je wilt dat ik …’ Zoë schudt haar hoofd. ‘Nee, dat wil ik niet.’
‘Waarom niet?’
‘Ik loop niet graag naakt, daar voel ik me niet prettig bij.’
‘Dan ga je dat leren en dat begint nu. Ik zie je beneden.’
Hij loopt weg en laat haar staan in de kale kamer. Haar kamer. Ze heeft al een kamer. Ze heeft een heel huis en dat is waar ze slaapt. Ze slaapt nooit ergens anders dan thuis. Ze doet de kast open. Er liggen bruine handdoeken en washandjes. Er staan zelfs een paar kleine flesjes shampoo. Zoë opent er eentje. Het ruikt lekker.
Met het flesje in haar hand gaat ze op het bed zitten. Het matras voelt zacht, maar toch stevig, de lakens zijn schoon.

Langzaam trekt ze haar laarzen uit, ze wiebelt met haar tenen en bekijkt de zilveren nagellak. Misschien kan ze een handdoek om zich heen slaan, maar dat is niet naakt.
Ze trekt de rits van haar jurk open, laat hem op de grond vallen en stapt eruit. De kleding hangt ze in de kast, haar laarzen zet ze eronder. Hij zal het niet prettig vinden als ze alles laat liggen.
In de tweede deur van de kast zit een spiegel en ze bekijkt zichzelf. Ze hoeft zich nergens voor te schamen, dat weet ze ook wel. Haar lichaam is zacht en rond waar het rond hoort te zijn. Het zou misschien iets minder rond kunnen volgens de algemene standaarden, maar ze is tevreden en haar lichaam is sterk. Ze is nooit ziek en raakt zelden buiten adem tijdens het sporten.
Ze loopt gewoon niet graag naakt, zeker niet door het huis en naar beneden. De ramen zijn groot en iemand zou haar kunnen zien. Dat wil ze niet.

Ze zucht en haalt haar schouders op. Omdat hij het wil. Alleen omdat hij het wil nergens anders om, maar ze blijft niet slapen. Hij heeft het gezegd. Als ze echt niet wil dan gebeurt het ook niet.

Ze loopt de trap af en gaat met iedere stap haar naaktheid meer voelen. Ze probeert haar armen eromheen te slaan.
Minggus wacht in de keuken, met een gevuld glas wijn en een glas water. Hij glimlacht en knikt goedkeurend.
‘Heel goed en je hoeft jezelf niet te bedekken. Er is niets om je voor te schamen, niet bij mij.’
Hij geeft haar het glas water en pakt haar hand.
‘Kom, ik laat je de laatste kamer van het huis zien.’
Naast het aanrecht is een deur. Zoë dacht dat er een kast achter was, maar het is een trap. De trap met zeven treden. Ze loopt achter hem. Toch een kelder. Zijn woorden over straf verschijnen in haar hoofd. Ze verwacht een dergelijke kamer te zien, uit films en boeken. Met vreemde toestellen en attributen
Ze lacht om zichzelf als ze onderaan de trap staat. De kamer lijkt een beetje op de zijn werkkamer.
Een hoge kast, een brede stoel en op de vloer een dik kleed. Een tafeltje met flessen wijn, een kan water, glazen. Er branden kaarsen, kleine glaasjes met waxinelichtjes. Langs de muur staan drie rechte, houten stoelen en in de kast staat een kleine stereoinstallatie. Een kamer om te ontspannen, lezen misschien, als het er niet zo koud was. Ze kan zich niet herinneren of het de vorige keer ook zo koud was.
Ze wrijft over haar armen. Minggus pakt het glas water uit haar hand.
‘Je krijgt het vanzelf warmer. Ga op je knieën zitten.’
Hij leidt haar naar het kleed, houdt haar hand vast als ze zich met één knie op de grond laat zakken en haar andere knie ernaast zet.
‘Spreidt je benen, ik wil dat je open bent.’
Ze kijkt hem aan en zet haar knieën uit elkaar. Hij duwt haar zachtjes naar beneden.
‘Je billen op je hielen, handen op je dijen, met de palmen naar boven, zo ja. Kijk me aan en luister.’
Ze kijkt omhoog, hij kijkt op haar neer. Zoë voelt zich klein en nog naakter.
‘Dit is de positie Nadu, je basispositie. Als je bij mij komt ga je voortaan meteen naar boven waar je je uitkleedt. Naast je bed ga je in deze positie zitten, met je gezicht naar de deur en je wacht tot ik bij je kom. Je bent altijd naakt, tenzij ik je anders zeg. Begrijp je dat?’
Zoë knikt. De kou uit haar lichaam verdwijnt terwijl ze naar zijn stem luistert. Zijn woorden nemen bezit van haar. Net zoals ze eerder hebben gedaan.
‘Ik zal een halsband voor je aanschaffen, die doe ik je om als ik bij je kom. Je doet hem niet zelf af.’
Ze schudt haar hoofd en hij legt zijn hand op haar haren.
‘Praat als je me antwoord geeft. Begrijp je dat?’
‘Ja.’
‘Goed zo. Ga staan. Ik ga je blinddoeken.’
Ze merkt dat haar ademhaling sneller gaat als ze terugdenkt aan de vorige keer en het gevoel dat zijn stem en handen hadden veroorzaakt. De spanning in haar buik die nu ook weer toeneemt.
Ze staat op, uit de kast pakt hij een zwarte doek. Hij rolt het kleed op en zet één van de houten stoelen in het midden van de ruimte. Met een gebaar van zijn hand vertelt hij dat ze moet gaan zitten.
‘Ik ga je blinddoeken en vastbinden. Je stelt geen vragen, je zegt helemaal niets, tenzij ik je een vraag stel. Begrijp je dat?’
‘Ja.’
De doek voor haar ogen maakt alles donker. Ze is weer afhankelijk van haar gehoor en volgt Minggus door de ruimte. Hij staat achter haar. Bij de kast, ze hoort hem rommelen er klinkt een klik en dan muziek. Zachte klanken vullen de kamer. Ze maken het moeilijker hem te volgen en ze schrikt van zijn handen bij haar polsen. Wat gedraai en ze zit vast. Zijn handen bij haar enkels, hetzelfde ritueel en ook haar enkels zitten vast.
Zijn hand komt tussen haar benen, in een reflex wil ze hem tegen houden. Ze zit vast. Een vinger bij haar naar binnen, heel even.
‘Doe je mond open.’
Hij duwt een vinger in haar mond en op haar tong. Hij laat haar proeven, zoals hij met zijn wijn deed.
Het is zoutig, tegelijk een beetje zoet.
Ze hapt naar adem als hij haar tepels pakt en eraan trekt. Het brandt en stuurt trekkende golven naar haar buik. Zijn warmte verdwijnt, komt weer dichterbij, weer dat brandende gevoel, weer zijn hand tussen haar benen.
De muziek vult haar samen met het gevoel dat weer bezit van haar neemt. Haar hoofd wordt zwaar, tegelijk licht. Wat hij haar laat voelen komt steeds onverwacht, maar als hij niets doet, wil ze dat hij iets doet en verlangt ze naar zijn handen. Het kan haar niet meer schelen wat hij doet, zolang hij maar iets doet. Wat hij wil.
Ze ruikt de kaarsen eerder dan dat ze de warmte voelt. Hij houdt ze dichtbij haar huid, tot het bijna te warm wordt en haalt ze dan weer weg. Het doet haar huid tintelen. Kippenvel trekt eroverheen en verdwijnt. Koud, warm. Koud en weer warm.
Plotseling een felle hitte over haar borsten. Heel kort, daarna is het of haar huid samentrekt. Meteen weer die felle hitte en geur van hete was.
Over haar schouders, haar borsten en haar buik. Vurige druppels landen op haar benen. Ze staat in vuur en vlam, van buiten en van binnen.
Totaal onverwacht trek hij de blinddoek van haar ogen. Hij duwt zijn hand in haar nek.
‘Kijk!’
Ze kijkt naar haar lichaam. Gestold kaarsvet ligt in dunne en dikke stralen over haar huid. Haar borsten zijn bijna helemaal bedekt en zien eruit als een grillig landschap. Ze vindt het mooi en kijkt naar Minggus.
Hij pakt haar bij haar haren, legt zijn vrije hand rond haar keel. Zijn mond is dicht bij haar oor.
‘Alles is van mij Zoë. Vanaf dit moment ben je mijn bezit en doe ik met je wat ik wil. Wil je dat?’
Ze knikt, hij verstevigt zijn greep, ‘Ja, dat wil ik.’
‘Weet je dat zeker?’
‘Ja.’
Hij duwt zijn mond op die van haar en zijn tong bij haar naar binnen. De hitte in haar lijf spat uit elkaar.
Het is wat ze wil. Het is alles wat ze wil.

Show Buttons
Hide Buttons