Nooit is lang

Zoë komt thuis en laadt haar nieuwe aanwinsten uit de auto. Vier schildersezels van hardhout en een grote, eiken dekenkist met metalen sloten en scharnieren. Het is nog een klus om het ding uit haar auto en in haar schuur te krijgen. Daarnaast nog drie dozen vol kleding en een schoenendoos met sieraden.
De schilderijen die ze erbij kreeg zijn mooi. Niet bijzonder kunstig, wel vrolijk, met heldere kleuren. Sommige zitten in fraaie lijsten. Ze denkt niet dat er veel vraag naar is, maar ze kan ze ophangen. De ezels kan ze neerzetten, met de dekenkist ernaast. Kwasten in gekleurde vazen, een aantal lege doeken op een raamwerk. In haar hoofd ziet ze het al in haar winkel staan. Uitnodigend, een paspop er naast met artistieke kleding. Mensen zullen nieuwsgierig worden.
Ze merkt dat haar hartslag sneller gaat. Dit soort aankopen maken haar blij en gedreven. Ze houdt van dat gevoel.
Enthousiast begint ze de kleding te sorteren. Mooie blouses, een beetje ouderwets misschien, maar dat is waar haar klanten van houden. Jurken, rokken, een enkele broek en zelfs een paar pumps met blokhak. Ze zien er ongedragen uit.
Ze opent de doos met sieraden. Broches, ook ouderwets, echt het vintage waar ze naar op zoek is. Twee lange parelkettingen, haarspelden, ringen met een grote steen. Brede armbanden, een zilveren halssieraad. Ze laat haar vingers langs het patroon gaan.
Het doet haar denken aan het koperen sieraad dat Janaila draagt. Haar collar, zoals ze zegt. Zoë houdt niet van koper, maar bij Janaila staat het mooi, het past bij de tint van haar huid.

*

Minggus bracht haar naar huis, maar niet voor hij haar voorover had laten buigen. Haar jurk moest omhoog. Weer voelde ze haar wangen warm worden en ze zag zichzelf staan in de lichte keuken, met grote ramen die uitkeken op het gemeentegroen. Haar billen waren bloot en staken naar achteren. Als er iemand voorbij zou komen dan zouden ze haar zien.
Minggus zag haar ogen en draaide de luxaflex dicht.
Hij liet haar de brede, leren spatel zien. Het hing aan de koelkast en Zoë dacht dat het een kleine snijplank was, nu zag ze de stiksels langs de randen.
‘Dit is een paddle. Er zijn er meer, in verschillende breedtes en van verschillende materialen.’
Ze vroeg of ze de paddle vast mocht houden en hij had geknikt. Ze was rechtop gaan staan, haar jurk viel weer over haar benen. Minggus tilde de jurk weer op en bekeek haar gezicht.
Zoë voelde het gewicht van de paddle. Hij was licht en buigzaam en maakte een zwaar geluid toen ze hem met een beweging van haar pols door de lucht liet gaan. Ze probeerde zich voor te stellen hoe het materiaal op haar huid zou voelen.
‘Wat voor een materialen zijn er nog meer?’
‘Vooral hout. Een houten paddle is vlak en onbuigzaam. Hij laat geen striemen na, wel blauwe plekken, maar dat hangt af van de kracht waarmee geslagen wordt. Leer geeft mee, waardoor de kans op blauwe plekken nihil is.’
‘En striemen?’
‘Niet met deze breedte en voor alle paddles geldt; hoe smaller ze zijn, hoe pijnlijker het gevoel op de huid.’
‘Deze is niet pijnlijk?’
Minggus had gelachen. ‘Minder pijnlijk. Door de breedte wordt de kracht van mijn slagen over een groter oppervlakte verdeeld, de pijn dus ook. Als ik een zweep zou gebruiken of een houten rietje, is het gevoel veel feller’
‘Heb je veel van dit soort attributen?’
‘Een aantal.’
‘Mag ik ze zien?’
‘Geduld, je zult ze allemaal leren kennen. Ben je klaar?’
‘Waarom kies je voor deze?’
‘Omdat deze in de buurt hangt en omdat hij perfect is voor jou.’
‘Waarom?’
‘Omdat je nog heel veel moet leren. Voorover, leg je hoofd en schouders op het aanrecht, je handen naast je hoofd.’
‘Hoeveel?’
‘Vijf. Ben je klaar?’
‘Waarom vijf?’
‘Omdat ik dat wil.’
Ze wilde nog meer vragen zodat ze het moment kon uitstellen. Minggus gaf haar de kans niet. Misschien omdat hij haar vragen zat was, misschien omdat hij door had dat ze tijd aan het rekken was. De eerste klap kwam dus plotseling en was pijnlijk. Pijnlijker dan ze had verwacht. De tweede en de derde volgden. Ze vond dat hij harder sloeg dan nodig was en balde haar handen tot vuisten. Na de vijfde klap wilde ze overeind komen. Haar wangen waren heet en de tranen brandde in haar ogen. Minggus hield haar tegen.
‘Hoe voelt dat?’
‘Het doet pijn.’
‘Wat voor een pijn.’
‘Gewoon … pijn.’
Nog een klap, zachter nu.
‘Woorden Zoë, naar je leeftijd.’
‘Het gloeit en op het moment dat je me raakt is het alsof mijn huid even samentrekt en dan weer uitzet.’
‘Prettig?’
‘Nee!’
Ze hapte naar adem toen hij zonder waarschuwing een vinger bij haar naar binnen duwde.
‘Niet? Waarom ben je dan nat?’
Ze gaf geen antwoord, ze wist het niet. Pijn is pijn en de pijn vond ze niet fijn, niet echt. De reden waarom ze de pijn voelde, was een heel ander verhaal. Hij veroorzaakte de pijn en hij had een reden om haar die pijn te geven. Dat deed iets in haar buik en haar onderlijf.
Minggus hielp haar omhoog en fluisterde zo zacht in haar oor, dat het kippenvel over haar huid danste.
‘Ik vraag me af of je over een tijd nog steeds zult zeggen dat je het niet prettig vindt.’
Hij trok haar jurk over haar billen.
‘Kom, trek je laarzen aan, ik breng je naar huis.’
In de auto vroeg ze hem of hij haar ook een andere naam zou geven.
‘Alles op zijn tijd Zoë.’
‘En een collar?’
‘Voorlopig krijg je een halsband.’
Ze wilde bijna vragen waarom. Ze hield haar mond. Een collar, een halsband … Ze heeft er nog nooit over nagedacht. Ergens vindt ze het een beetje gek. Ze kan zich voorstellen dat ze er lacherig over zou doen als ze er op een andere manier van had gehoord. Zoals Valerie zal doen als ze het haar zal vertellen. Ze gaat het haar niet vertellen.
Ze wil geen halsband, niet perse, maar de gedachte doet iets in haar hoofd en gaat met haar aan de haal.
‘Wat bedoelde Janaila toen ze zei dat ik je nooit zal mogen ontvangen? Betekent het dat je nooit bij mij thuis komt?’
‘Zeker niet. Ik zal regelmatig bij jouw thuis komen.’
‘Wat betekent het dan?’
‘Dat ik nooit zo intiem met jou zal zijn als ik met haar ben.’
‘Hoe bedoel je dat?’
‘Precies zoals ik het zeg.’
‘Ik weet toch niet hoe intiem je met haar bent?’
‘Je weet wat twee mensen die van elkaar houden doen.’
‘Natuurlijk wel.’
‘Dat zullen jij en ik nooit doen. Jij zal me nooit ontvangen.’
‘Geen seks?’
‘Wat jij en ik hebben gedaan, dat is geen seks?’
Ze denkt aan het gevoel van zijn hand tussen haar benen en zijn vingers stevig rond haar tepels.
‘Jawel. Dus …’
Ze lacht om haar gedachten. Minggus vraagt wat er zo grappig is.
‘Ze bedoelde dat ik je zaad nooit zal ontvangen?’
Ze giechelt nu ze de woorden hardop uitspreekt.
‘Ze bedoelde dat ik je nooit zal neuken. Jij zal mij nooit pijpen. Kort door de bocht. Je zal mijn lul nooit aanraken.’
‘Nooit?’
‘Nooit.’
‘Nooit is lang.’
Minggus schiet in de lach. ‘Daar ben ik me van bewust.’
‘Wat als ik wil dat je me neukt?’
‘Wat jij wilt is niet van belang, maar als jij daar naar gaat verlangen, dan moeten we daar een oplossing voor zoeken.’
Zoë lacht zenuwachtig.
‘Een andere man? Dat wil ik niet.’
‘Nooit! Je bent van mij, geen andere man. En mocht ik erachter komen dat het wel zo is …’
‘Ik zeg toch dat ik dat niet wil.’
‘Voor de allerlaatste keer Zoë. Het gaat niet om wat jij wel of niet wilt. Het gaat om wat ik wil. En ik wil het niet.’

Show Buttons
Hide Buttons