Mindplay

Ze heeft afspraken buiten de deur. In haar brievenbus zit een uitnodiging van de gemeente voor een evenement met een groot gala. Alle winkeliers uit de gemeente zijn uitgenodigd. Ze mag reclame maken voor haar winkel en ze zien graag een donatie van haar. Hoe klein ook. Haar winkel is dicht. Altijd op maandag zodat ze op zoek kan gaan. In haar kleine auto rijdt ze kriskras door Nederland onderweg naar mensen die van hun rommel af willen. Rommel die voor Zoë nooit zomaar rommel is. Valerie neemt eindelijk haar telefoon op en biedt haar excuses aan. Ze vraagt of ze komt lunchen.
Zoë zegt opgelucht ja. Ze is blij dat ze haar gesproken heeft. Hoe klein een ruzie of meningsverschil ook is, het geeft haar een vervelend gevoel.
Ze kijkt op haar horloge en denkt aan het telefoontje van Minggus. Zaterdagavond komt hij haar halen. Ze wilde hem eerder zien. Het duurt te lang.
‘Zaterdagavond Zoë. Je blijft slapen en pak je speeltjes in. Ik wil weten wat je hebt.’
Ze wil hem haar speeltjes niet laten zien. Het is privé. Van haar en niet voor andermans ogen. Het zijn er niet veel, maar toch. Misschien vindt hij van wel.
Ze zou willen dat ze het aan Valerie kon vertellen. Dat ze haar over Minggus kon vertellen en het gevoel dat hij haar geeft. Ze weet niet of Minggus wil dat ze anderen over hem vertelt. Wat moet ze vertellen? Hoe moet ze het uitleggen? Minggus en zij, Minggus en Janaila. Valerie zal het vreemd vinden. Ze zal vragen stellen waar Zoë geen antwoord op heeft.

Hij zei dat hij haar een opdracht zou geven. Wat voor een opdracht? Ze vindt het een stomme opdracht en ze heeft geen idee wat hij er voor zichzelf uithaalt.
Met ingang van vandaag wil hij dat ze hem dagelijks belt, stipt om een uur ’s middags. Hij wil ook dat ze hem elke avond laat weten hoe laat ze naar bed gaat.
Dat laatste vindt ze niet erg, eigenlijk wel prettig als ze heel eerlijk is, maar het bellen?
Ze vroeg hem hoe het dan moest met haar winkel, wat als het druk zou zijn. Hij had gezegd dat ze daar zelf een oplossing voor moest zoeken. Elke middag, één uur, geen seconde later.
‘Jij hebt toch ook een baan?’
‘Als ik niet opneem, spreek je in. Als je te laat of te vroeg bent dan zal ik het weten.’
Ze merkt dat het haar onrustig maakt en let constant op de klok. Ze wil deze opdracht niet. Toch komt het niet in haar op het niet te doen.

‘Moet je nog ergens naar toe? Je kijkt om de haverklap op de klok.’
Zoë haalt diep adem. Nog een kwartier, dan moet ze bellen. Met een lachje kijkt ze Valerie aan
‘Later vanmiddag pas, het was een drukke ochtend. Ik raak het maar moeilijk kwijt merk ik.’
Rustig gebabbel bij de lunch. Over Femke en Milan, de feestdagen. Valerie vraagt haar of ze het adres van de winkel mag gebruiken voor een aantal cadeautjes die ze online wil bestellen. Zoë vindt het best, ze houdt de pakketjes wel apart.
‘Misschien ook voor wat privé-post?’
‘Wat voor een privé-post?’
‘Gewoon … ik ga toch zo’n ding bestellen, een vibrator.’
Valerie krijgt een kleur.
‘Dat kan toch ook hier. Sekswinkels versturen altijd heel discreet.’
‘Ik wil niet dat Femke of Milan zo’n pakketje openmaakt.’
Zoë weet dat Femke en Milan dat niet doen. Ze mogen geen post aannemen. En de post geeft pakketjes in de regel niet af aan kinderen.
‘Je wilt gewoon niet dat Raymond het weet.’
‘Ook. Nog niet..’
‘Doe maar Vleer, zolang ik niet dagelijks post van je krijg vind ik het prima, maar vertel het hem gewoon. Hij zal het hartstikke spannend vinden.’
Valerie knikt en gaat over op een ander onderwerp. Zoë kijkt weer op de klok. Twee minuten voor één.
‘Toilet … en dan nog een bakkie koffie oké?’
Ze draait het toilet op slot, kijkt naar de tijd en wacht tot de cijfers verspringen naar één uur. Ze drukt op de sneltoets. Hij neemt snel op.
‘Dag Zoë. Wat vind je van de opdracht? Spannend?’
Het beschrijft precies haar onrust. Ze vindt het spannend. Ze wil dit doen, omdat hij wil dat ze het doet. En ze wil op tijd zijn. Het zal gevolgen hebben als ze niet op tijd is. Hij zal haar een notitie geven.
‘Ja, spannend.’
‘Goed zo en je bent mooi op tijd. Heel goed. Fijne dag.’
Wat teleurgesteld stopt ze haar telefoon weg. Dat is het? Een paar woorden en verder niets. Geen andere woorden of beloftes die haar hoofd op  hol brengen?

Op woensdag verwacht ze al niet anders meer. Niet meer dan een compliment dat ze netjes op tijd is, maar hij neemt niet op. Ze spreekt in en voelt zich een idioot omdat ze niet weet wat ze moet zeggen. Hij belt niet terug. Hij stuurt ook geen berichtje dat hij haar gehoord heeft, helemaal niets. Het maakt haar onzeker. Wat wil hij nou?

Na zessen ruimt ze op. Ze maakt het kleine keukentje achterin de winkel schoon en pakt de dozen die ze van huis heeft meegenomen uit. Kleine vaasjes, twee porseleinen poppen en een aantal nieuwe jurken. Haar voorraad gaat altijd sneller in de decembermaand.
Neuriënd verandert ze de outfit van haar paspop. Ze vindt het prettig om in de stilte bezig te zijn. Haar gedachten waaien dan alle kanten op en ze komt vaak op de leukste ideeën.
Ze schrikt als ze het winkelbelletje hoort. Ze loopt naar voren en roept al.
‘Ik ben gesloten.’
Minggus kijkt haar aan. ‘Dan moet je de deur op slot doen, iedereen kan naar binnen lopen. Dat vind ik geen prettige gedachte.’
‘Ik was vergeten te sluiten.’
‘Dan zorg je dat dat niet meer gebeurt.’
Ze knikt. ‘Ik ben nog wat aan het rommelen. Dat gaat het best als er geen klanten meer komen.’
‘Voortaan wil ik dat weten.’
Hij draait de knip op de deur en sluit de donkerblauwe gordijnen.
‘Ik ben bijna klaar.’
‘Je bent nu klaar. Kleed je uit.’
‘Wat? Nee, niet hier.’
‘Waarom niet?’
‘Dit is mijn winkel, mijn werk. Ik kan niet …’
‘Waar ik wil, weet je nog? Ik was al bij je thuis, jij niet. Kleed je uit.’
Ze kijkt naar de gordijnen en weet dat niemand haar kan zien. Hij heeft de deur op slot gedraaid, er zal niemand binnen komen. Ze begint zich uit te kleden. Minggus kijkt naar haar bewegingen. Ze zal protesteren als ze weet wat hij wil gaan doen. Het zal gebeuren. Hij weet het. Ze doet alles wat hij van haar vraagt. Ze kan niet anders. Ze wil ook niet anders.
Als ze uitgekleed is, kijkt ze hem aan. Ze weerstaat de neiging haar armen voor haar borsten te leggen. Het voelt raar om hier naakt te staan, midden in de winkel met haar blote voeten op de tegels.
‘Kom voor me zitten. In positie.’
Ze knielt voor hem op de grond. Hij haalt een leren riempje uit zijn zak. Het heeft een zilveren gesp, in het midden hangt een zilveren ring.
‘Doe je haar omhoog.’
Ze doet en maakt haar hals iets langer zodat hij er goed bij kan. Hij doet haar de halsband om en haakt zijn vinger door de zilveren ring.
‘Van mij. Deze halsband zal je extra laten voelen dat het zo is.’
De zwarte doek en het touw dat hij ook uit zijn zak haalt kent ze al. Ze blijft stil zitten terwijl hij haar blinddoekt en haar polsen op haar rug aan elkaar bindt. Hij zegt dat ze mag gaan staan en helpt haar omhoog.
Zijn hand verschijnt tussen haar benen. Hij lacht zacht.
Ze is al nat. Het gaat sneller dan hij had gedacht. Alles wat hij met haar doet en tegen haar zegt. Hij weet dat het haar op den duur in een constante staat van opwinding zal brengen, waar ze ook is. Het geluid van zijn stem, het gevoel van het touw op haar huid en nu ook de halsband. Hij had niet verwacht dat het zo snel zou gaan.
Ze kreunt als hij in haar tepels knijpt en ze stevig tussen zijn vingers rolt.
‘Zo wil ik je, nat en zichtbaar opgewonden. Ik wil het kunnen zien en kunnen voelen. Ik wil het kunnen ruiken. Altijd, waar we ook zijn.
Hij draait haar rond. Ze verliest het gevoel van richting zodat ze niet weet waar ze precies staat. Minggus pakt haar bij haar bovenarmen en duwt haar voor zich uit. Hij fluistert in haar oor.
‘Je staat nu voorin de winkel. Voor je hangt het gordijn dat de winkel afsluit van buiten.’
Hij duwt haar gezicht een beetje naar voren. De stof van het gordijn raakt haar wangen en haar neus.
‘Ik tel straks langzaam tot tien en doe dan het gordijn open.’
Zoë snakt naar adem, schudt haar hoofd en probeert zich uit zijn handen los te trekken.
‘Jij blijft staan. Je beweegt niet en praat niet. Je verzet geen stap. Ik zal je straffen als je dat wel doet.’
‘Ik wil niet … het is nog vroeg. Mensen zullen me zien. Ze zullen weten dat … Ik wil het niet.’
Minggus negeert haar gestamel, blijft haar vasthouden en begint langzaam te tellen.
Beelden razen door haar hoofd. Ze ziet de mensen die dagelijks voorbij haar winkel komen. Onderweg naar het werk en weer terug naar huis. Mensen zullen haar herkennen. Ze zullen haar zien. Gebonden en geblinddoekt. Ze zullen over haar praten. Ze zal klanten kwijt raken. Er kunnen kinderen langskomen. Wat als Valerie langskomt, de voorzitter van de winkeliersvereniging …
‘Nee, het kan niet … Je mag niet …’
‘Vijf …’
Haar ademhaling gaat snel. Waarom wil hij dit? Het is vernederend. Wat probeert hij hiermee te bereiken? Wil hij dat anderen haar zien? Dat anderen naar haar kijken, naakt als ze is? Wat heeft hij nog meer in zijn hoofd?
‘Negen …’
Zoë schudt haar hoofd en voelt haar tranen. Ze gelooft hem niet. Alleen van hem heeft hij gezegd, niet voor andermans ogen.
Ze hoort dat hij het gordijn openschuift en voelt hoe hij weer achter haar gaat staan.
‘Blijven staan. Ik ben bij je, bij tien gaan ze weer dicht.’
Weer telt hij langzaam. Zoë huilt en knijpt haar ogen stijf dicht. Ze voelt de kou van het raam af komen.
Naakt en uitgestald alsof ze een voorwerp is, een ding zonder gevoel en zonder wil. Bezit, zijn bezit. Wat zij wil telt niet. Hij kan doen wat hij wil.
‘Tien.’
Hij schuift het gordijn weer dicht. Zoë merkt dat ze haar adem heeft ingehouden, laat de lucht los en begint harder te huilen. Hij praat tegen haar.
‘Niet huilen. Ik maak je blinddoek los, sta stil en kijk.’
Het donker verdwijnt, Zoë knippert met haar ogen. Ze zijn troebel van de tranen.
Ze staat achter in de winkel en ziet zichzelf in de spiegel van de de paskamer. Minggus schuift het gordijn weer open. Ze begint nog harder te huilen.
‘Maar jij zei … ik voelde het. Ik voelde de kou. Jij zei …’
‘Mindplay Zoë, meer niet. Jij geloofde het, dat is waar het om gaat.’
Hij maakt voorzichtig haar polsen los.
‘Kleed je aan dan breng ik je naar huis. Dit was wel weer even genoeg spanning.’
Ze kleedt zich aan. Het was echt. Ze geloofde hem echt.
‘Dat was niet leuk.’

Minggus lacht hard en trekt het gordijn van de kleedkamer weer dicht.
‘Het is ook niet de bedoeling dat jij het leuk vindt Zoë.’

Show Buttons
Hide Buttons