Opstandig

De dagen gaan zoals ze gaan en zoals ze ervoor ook gingen, maar alles is veranderd. Zoë laat Minggus weten wat ze doet en waar ze heen gaat. Hij weet waar ze is en waarom. Ze vertelt hem wanneer ze naar Valerie gaat en wanneer ze sport. Ze laat het hem weten als ze thuis is. Soms laat hij haar niet zelf bepalen wat ze doet. Ze wilde wat met Valerie gaan drinken en moest nee zeggen. Minggus wilde dat ze thuis zou zijn, nergens anders. Hij kwam niet langs. Hij weet dat ze doet wat hij van haar vraagt. Het is een prettige vorm van afhankelijkheid. Ze vraagt hem niet waarom. Hij hoeft er geen reden voor te hebben.

Ze bereidt zich voor op het evenement waarvoor ze een uitnodiging heeft ontvangen. Het wordt grootst opgezet door de gemeente. Ze heeft een lijst ontvangen met deelnemende organisaties, bedrijven en kleine zelfstandigen. Het is de bedoeling dat er contacten gelegd worden tussen de verschillende aanwezigen. Een uitwisseling van ervaringen en de mogelijkheid iets voor elkaar te betekenen. Zoë krijgt een kraam en mag reclame maken voor haar winkel. Ze mag vertellen dat ze op zoek is naar een grotere ruimte, naar paspoppen, naar mensen die haar willen helpen met het opknappen van de meubels. Ze weet nog niet wat haar wederdienst kan zijn. Geld mag er niet gegeven worden. Toch hoopt de gemeente geld op te halen. Het is de bedoeling dat ze aangeeft hoeveel een dienst haar waard is en wat ze ervoor zou willen betalen. Dat geld wordt gestort in het fonds voor cultuur en welzijn.
Na de match-middag volgt er een veiling en een diner met live-muziek. Alle deelnemers zijn uitgenodigd en inwoners van de gemeente kunnen kaarten kopen. De opbrengst hiervan gaat ook naar het fonds.
Zoë heeft Minggus gevraagd of ze mag gaan en ze mag. Hij zal er zelf ook zijn. Misschien maakt hij wel een match met haar. Hij zei het met een lachje. De gedachte dat hij er ook zal zijn, maakt haar een beetje nerveus.

Ze denkt aan de kerstdagen en de bondage-studio van Minggus. Ze wil er graag weer heen. Minggus weet dat ze dat wil. Ze is er niet meer geweest.
Dat Janaila er ook was voelt achteraf dubbel. In het moment, toen Minggus de blinddoek verwijderde en Zoë haar op de bank zag zitten, leek het logisch. Alsof het zo moest zijn. De twijfels kwamen later. Zoë heeft geen behoefte om intiem met Janaila te zijn. Ze heeft geen behoefte om intiem met een vrouw te zijn. Toch is het gebeurd. Janaila zoende haar en zij beantwoorde haar zoen. Janaila streelde haar huid. Haar borsten en haar billen. Ze weet niet of zij het gedaan zou hebben, maar Janaila deed het wel en ze deed het omdat Minggus dat wilde.

*

Minggus maakt haar los van het kruis en zegt dat ze zich weer aan moet kleden. Haar jurk gaat over het harnas van touw en ze gaat met hem mee naar huis. Janaila rijdt in haar eigen auto achter hen aan. Zoë is moe en het is een onbekende vermoeidheid. Alles wat hij haar laat voelen, denken en ervaren drukt zwaar op haar lichaam en in haar hoofd.

Thuis drinken ze wijn en toasten ze op de kerst. Hij laat Janaila zijn wijn proeven, daarna Zoë. Ze wordt nog vermoeider. Het is een prettige vermoeidheid. Als een warme deken valt het over haar heen. Minggus brengt haar naar bed. Hij wil het harnas verwijderen en ze schudt. Het gebeurt toch en ze voelt zich koud en naakt als de touwen weg zijn. Hij gaat naast haar liggen en met zijn armen om zich heen valt ze in slaap. Hij is weg wanneer ze wakker wordt en ze vindt zijn instructies op haar telefoon. Hij laat haar achter bij Janaila, zij zal haar naar huis brengen.

Ze vindt het niet prettig om alleen met Janaila te zijn. Het voelt als een geforceerde vriendschap en het is alleen omdat Minggus het zo wil.
Ze vindt het ook niet prettig dat Janaila haar tijdens het ontbijt constant vragen stelt.

‘Wil je thee of koffie?’
‘Heb je goed geslapen?’
‘Wat ga je doen vandaag?’

Ze gedraagt zich als de plaatsvervanger van Minggus, net als toen ze kwam controleren of ze halsband nog om had. Zoë wordt er een beetje narrig van en ze kijkt Janaila uitdagend aan.
‘Vind je het niet vervelend dat hij bij mij in slaap valt?’
‘Wat ik vind is niet belangrijk. Het gaat om wat hij wil. Dat heeft hij je toch uitgelegd?’
‘Dus je vindt het prima. Alles, ook wat hij met mij doet, zoals gisterenavond.?’
‘Je snapt het niet, je snapt het nog steeds niet.’
Zoë snapt het wel. Wat Minggus zegt. Hoe hij wil, wanneer hij het wil en wat hij wil. Hij had haar geblinddoekt. Hij wist dat ze nee zou zeggen als ze zou weten wat hij van plan was. Ze zou nee zeggen. Luid en duidelijk en zonder twijfel.
Janaila praat zacht. ’Het gaat  om wat hij wil.’
‘Misschien niet altijd en niet alleen maar.’
Zoë weet dat ze het Minggus moest zeggen. Wat hij met haar doet en wat hij haar laat ervaren, wat hij voor haar betekent … Het is niet van Janaila. Zoë heeft geen behoefte te weten wat hij met Janaila doet en hoe anders dat misschien is. Ze wil ook niet dat Janaila het weet van haar. Het staat los van elkaar. Ze wil niet dat hij Janaila gebruikt om haar in de gaten te houden. Ze wil de momenten die ze met hem heeft niet delen met Janaila.

‘Hou je van hem Zoë?’
Die vraag houdt haar al bezig sinds ze het er met Raymond over had. Ze weet het niet. Hij is belangrijk voor haar en ze wil niet dat hij uit haar leven verdwijnt, maar houden van? Het zou alles alleen maar ingewikkeld maken. Hij houdt van Janaila en met Janaila gaat hij uiteindelijk verder. Daar is hij duidelijk over geweest. Janaila is zijn partner. Zoë weet niet goed welke rol zijzelf in zijn leven heeft en hoelang ze die rol mag houden.

Ze staat op en ruimt de tafel af. Ze hoeft de vragen van Janaila niet te beantwoorden. Janaila speelt geen rol in haar leven.
‘Je hoeft me niet naar huis te brengen. Ik pak de bus wel.’
Janaila staat ook op.
‘Hij wil dat ik je naar huis breng, dus ik breng je naar huis.’
‘Ik wil het niet. Ik heb geen chaperonne nodig.’
Ze trekt haar schoenen aan en pakt haar jas. Janaila pakt de autosleutels.
‘Ik breng je weg. Het gaat niet om wat jij wilt of wat ik wil.’

Hij had het haar moeten zeggen. Hij had aan haar moeten vragen of ze er iets op tegen zou hebben. Janaila, haar lippen en haar handen. Het is zijn verlangen, misschien ook het verlangen van Janaila.
Minggus is de Meester, Janaila zijn slavin.
Zoë is het speeltje waar ze samen plezier aan kunnen beleven.

Ze hoort dat de woorden van Janaila uit haarzelf komen en niet omdat Minggus het haar oplegt. Janaila gelooft echt dat het zo is. Ze praat niet boos of belerend. Het is zoals het is, zoals Janaila vindt dat het is.
‘Het geen kwestie van kiezen. Voor jou niet, voor mij niet en ook voor Minggus niet.
Zoë schudt haar hoofd. Dat is niet waar. Minggus zag haar. Hij zag iets dat hij herkende en hij wilde het bezitten. Hij wil haar bezitten, zoals hij Janaila bezit. Hetzelfde, maar anders.
‘Minggus heeft jou gehersenspoeld, zoals hij ook met mij wil doen. Je zegt wat hij wil dat je zegt omdat jij denkt dat het is hoe hij denkt.
‘Ik weet hoe hij denkt. Hij weet het ook van mij en van jou.’
‘Dan weet hij ook dat ik niet wil dat jij me naar huis brengt.’
‘Dat weet hij ook, net zoals hij weet dat jij je gewoon door mij naar huis zult laten brengen’
‘Hij kent mij niet.’
‘Waarom ben je hier dan nog?’

Zoë wil niet dat Janaila haar wegbrengt. Ze wil dat Minggus dat doet. Ze wil dat Minggus hier is om tegen haar te zeggen hoe het werkt. Ze wil niet tegen hem ingaan, ze wil dat hij haar uitlegt waarom het is zoals het is.
Janaila doet haar schoenen en haar jas aan en houdt de deur voor Zoë open.
‘Het gaat niet om wat jij wilt of wat ik wil. Hij ziet wat goed voor jou is, wat jij nodig hebt. Je hebt ja tegen hem gezegd, tegen alles. Het is niet dat hij jou zag en dacht dat hij jou moest hebben. Hij had geen keus en jij ook niet meer. Je hebt ja gezegd. Hij is jouw Meester en hij helpt jou naar een betere versie van jezelf. Hij heeft dat in jou gezien en het wordt tijd dat jij dat ook gaat zien.’
Ze laat Zoë instappen en start de auto.
‘Ik breng je naar huis en hij moet weten hoe jij je voelt. Ik wil het hem vertellen, maar het lijkt me beter dat je dit zelf doet.’
Zoë zwijgt. Ze weerstaat de neiging haar armen over elkaar te slaan. Het maakt niet uit. Hij ziet het toch niet, maar hij zal het weten. Janaila is zijn ogen en ze zal het hem vertellen. Als een brave slavin zal ze hem vertellen hoe Zoë zich heeft misdragen.
‘Ik vertel het hem zelf.’
Ze stuurt hem een berichtje. dat ze niet met Janaila mee wilde. Dat ze nu toch naast haar in de auto zit.

Het berichtje dat hij haar terugstuurt maakt haar boos en opstandig.

‘Ik vind het niet prettig dat je moeilijk doet om iets wat ik van je verwacht Zoë. We zullen het er later over hebben. Laat me weten wat je doet en waar je bent vandaag.’

Show Buttons
Hide Buttons