Wat zij ook wil zijn

De drukte en de grote hoeveelheid mensen overweldigt haar een beetje. Ze heeft zich verkeken op de invulling van de middag. Er wordt van haar verwacht dat ze zelf op mensen afstapt. Bedrijven of organisaties, allebei. Het is niet te vergelijken met de mensen die ze opzoekt omdat ze vergeten spullen van de zolder aan haar willen verkopen. Niet te vergelijken met haar klanten die op zoek zijn naar iets speciaals. Ze heeft geen idee hoe ze zichzelf moet verkopen, geen idee voor wie ze iets zou kunnen betekenen en wie iets voor haar zou kunnen betekenen. Valerie zou het weten. Valerie is er niet. Ze vond dat ze niets op deze middag te zoeken had. Met Valerie in de buurt had Zoë zich een stuk zekerder gevoeld.

Er komen mensen bij haar kraam. Ze bladeren door het fotoboek dat ze heeft gemaakt en bekijken de paar spullen die ze heeft meegenomen. Het zijn bijzondere spullen. Een ouderwets zakhorloge, een kanten doopkleed, een houten ouija-bord. Soms nemen ze een visitekaartje mee. Soms vragen ze haar hoe lang ze al bezig is. Ze vertelt hoe ze aan haar spullen komt en wat ze er mee doet zodat ze in haar winkel passen. Ze vertelt waar de spullen die ze koopt in haar ogen aan moeten voldoen. De mensen zijn vriendelijk, knikken instemmend en lopen na het korte praatje weer door. Het enige bekende gezicht dat ze heeft gezien is het gezicht van de wethouder tijdens de welkomstspeech. Ze heeft haar gezien op het feestje waar ze met Valerie naar toe is geweest, een paar keer een foto in de krant. Zoë voelt zich een beetje verloren.

Haar ogen lichten op als ze Minggus in het oog krijgt. Hij heeft zijn hand op Janaila haar onderrug gelegd en praat met de man die bij ze is komen staan. Ze ziet dat hij haar heeft gezien. Hij glimlacht en knikt naar haar. Ze doet of ze de folders op haar kraam herschikt en de visitekaartjes recht legt.

Hij was naar haar toegekomen vanwege haar opstandige houding naar Janaila en haar jaloezie. Hij had gepraat. Zij had geluisterd. Zijn woorden hadden dezelfde betekenis als die van Janaila.

Hij houdt van haar, hij houdt ook van Janaila. Hij zorgt voor haar, zij zorgt voor hem en indirect ook voor Janaila. Andersom werkt het precies hetzelfde. Zij en Janaila zijn niet met elkaar in strijd, er is geen competitie. Hij leidt haar langs het pad dat ze moet lopen. Ze heeft hem nodig, zoals hij haar ook nodig heeft. Zoals hij Janaila nodig heeft.
‘Jij bent een verlengstuk van mij. Altijd. Niet wanneer het mij of jou uitkomt, niet wanneer jij of ik er zin in hebben. Altijd. Elk moment van de dag. Dag in, dag uit.’
Ze vond zijn woorden prettig en twijfelde niet meer. Ze zat naast hem op haar knieen en keek naar hem op.
Ze had verwacht dat hij haar zou straffen en was teleurgesteld toen dat niet gebeurde. Ze was ook teleurgesteld dat hij haar niet zei dat ze zich uit moest kleden. Hij raakte haar zelfs niet aan en gaf haar alleen een zoen op haar voorhoofd toen hij weer weg ging. Toen kwamen de twijfels ook weer. Hij ging terug naar Janaila. Hij zal altijd teruggaan naar Janaila. Janiala is niet gewoon zijn slavin. Ze is zijn kajira. Zoë wil ook zijn Kajira zijn.

Ze komen naar haar toe en Zoë wordt voorgesteld aan de man waar Minggus mee stond te praten. Hij geeft haar een prettige handdruk en heeft een warme glimlach. Hij is regisseur van de jeugdtoneelvereniging en ze zijn op zoek naar mensen die kunnen helpen met het bij elkaar zoeken van de kostuums. Mensen die handig zijn met naald en draad. Ze voelt de warmte van Minggus. Hij kwam dichter bij haar staan toen ze haar hand in de uitgestoken hand van de regisseur legde. Ze kijkt de man verontschuldigend aan als ze zich realiseert dat hij haar een vraag stelt. Hij glimlacht.
‘Janaila zegt dat jullie zusters zijn. Is zij geadopteerd of zo?’

Zoë is even van haar stuk gebracht door deze introductie. Niets geforceerde vriendschap, zusters. Het is zoals Minggus en Janaila het zien. Zusters in het accepteren van het Meesterschap van dezelfde man.
Minggus knikt, geeft haar een zoen op haar wang en helpt het gesprek een andere kant op. Hij praat met mensen die door het fotoboek bladeren en Zoë hoort hem vertellen wat haar winkel is en voor haar betekent. Het is de plek waar mensen verloren herinneringen terug kunnen vinden. Hij kent haar beter dan ze dacht.
Zijn ogen vertellen haar dat hij trots op haar is en een gelukzalige warmte spoelt door haar borst op het moment dat ze dat ziet.

Hij laat haar weer achter bij haar kraam, maar ze weet dat hij op haar let. Ze vindt het prettig. Het maakt dat ze zich zeker voelt. Zeker van wie ze is en wat ze kan. Hij verdeelt zijn aandacht. Tussen haar, Janaila en verschillende mensen die hem aanspreken. Hij wisselt visitekaartjes uit. Haar eigen stapel kaartjes wordt langzaam kleiner.

Minggus let inderdaad op haar. Hij ziet met wie ze praat en wie er naar haar toe komt. Hij weet dat ze weet dat hij het ziet. Hij weet ook dat ze dat prettig vindt. Ze is nog zoekende in haar rol, maar ze heeft opnieuw ja gezegd. Hij moest het doen. Hij moest haar nog één keer de keuze geven. De laatste keer. Hij had haar laten gaan als ze nee had gezegd. Hij heeft gezien dat ze het meent en ook dat ze zich beseft dat het niet altijd makkelijk zal zijn.

Hij kijkt naar Janaila. Zij heeft Zoë geaccepteerd, zoals hij wist dat ze zou doen. Janaila weet dat het niet makkelijk is. Ze weet ook dat hij niet makkelijk is. Zoë is zich daar nog niet van bewust. Ze zal het leren en alles wat ze leert zal ze naar waarde weten te schatten, juist omdat het niet altijd makkelijk is. Het zal haar laten groeien en sterker maken
Weer kijkt hij naar Zoë. Haar gezicht is bleek en hij ziet de man waar Zoë ooit mee was. Hij komt op Zoë af, op zijn borst zit een perskaart. Zoë zoekt hem en haar ogen roepen zijn hulp. Hij knikt geruststellend. Ze heeft van Norman niets te vrezen. Minggus ziet dat Norman denkt van wel, maar Zoë is al gegroeid. Dat wat Norman heeft proberen te breken, is al geheeld. Zoë is sterker. Ze weet wie ze is. Ze weet van wie ze is en ze weet dat hij naast haar staat, niet boven haar.

Show Buttons
Hide Buttons