Een andere naam

Na één glas wijn schenkt Minggus water in haar glas, ook in het glas van Janaila. Zoë ziet de vrouw die het ouijabord bij haar kocht. Ze maakt foto’s en lijkt alleen maar door de lens van haar camera te kijken.
Minggus vertelt haar van de opdracht van de gemeente. ‘Als de foto’s in de smaak vallen dan houden ze er een vaste klant aan over. Geen slecht begin voor free-lancers.’
Ze vraagt hem hoe hij dat weet. Hij lacht. ‘Ik heb zo mijn connecties en die fotografe werkt bij de gebroeders Basary. Vrienden van mijn familie.’
De wethouder staat op het podium. Er is tumult, een jonge vrouw verschijnt plotseling naast haar en pakt de microfoon. Ze roept harde woorden en een naam. Donna Coredo. Minggus kijkt op en fronst zijn wenkbrauwen. Zoë herinnert zich het kaartje van de fotografe. Donna.
Janaila vraagt Minggus wat er is. Hij schudt zijn hoofd en glimlacht. Het is niets.
Mensen staan op en begeven zich naar de dansvloer. Zoë staat pas op als Minggus dat ook doet. Ze volgt hem. Ze ziet Valerie, haar gezicht is bleek weggetrokken. Raymond zit bezorgd bij haar en Valerie schudt haar hoofd. Zoë draait zich om naar Minggus en wil hem vragen of ze even naar haar toe kan als Raymond met grote stappen en een boos gezicht naar haar toe komt lopen. Minggus ziet het ook. Hij duwt haar zachtjes aan de kant en gaat tussen haar en Raymond in staan.
Zoë is verbaasd. Zijn begripvolle houding met kerst is verdwenen. Zijn stem is hard, zijn woorden scherp. Ze schaamt zich en ziet mensen naar haar kijken.
Hij wil niet dat ze Valerie nog ziet? Zoë kijkt naar Valerie die als versteend aan de tafel is blijven zitten. Wat heeft Valerie tegen hem gezegd?
Minggus praat rustig tegen Raymond en stuurt hem weg. Zoë schrikt van de donkere blik in zijn ogen. Wat Raymond tegen haar zegt, over haar … Hij denkt toch niet?
‘... uiteindelijk ben je niets meer dan een goedkope hoer.’
Valerie staat op en loopt weg, Raymond gaat achter haar aan. Minggus vingers sluiten zich rond haar pols.
‘Jij blijft hier Janaila.’
De woorden van Raymond echoën in haar hoofd. Een goedkope hoer? Ze is geen hoer. Wat zei hij nog meer? Met hem en met die ander. Welke ander?

Ze staat in de kamer waar haar kleding hangt, Minggus leunt tegen de deur.
‘In positie. Wie is die man?’
Ze knielt, kijkt naar hem op en vertelt wie Raymond is.
‘Waarom zegt hij dat tegen je. Waar had hij het over?’
Zoë schudt haar hoofd. Ze weet het niet..
‘Vertel wat je wel weet.’
En ze vertelt, wat ze vermoedt. De barbecue bij vrienden van Valerie. Haar metamorfose en haar gehaaste vertrek. Wat ze nu vermoedt dat Valerie aan Raymond heeft vertelt. Wat ze al vermoedde, maar niet durfde toe te geven.
‘Valerie is mijn vriendin, ze zou nooit …’
‘En er is niets anders, niet iets wat je mij moet vertellen?’
‘Niets, ik weet het echt niet.’ Haar stem trilt. Minggus legt zijn hand tegen haar wang.
‘Niet huilen. Als jij zegt dat er niets is dan geloof ik je. Ik zou het erg vervelend vinden als ik erachter kom dat je toch liegt.’
‘Ik lieg niet, ik weet niet wat …’
‘Dat is voldoende. Het lijkt me raadzaam als je bij Valerie navraagt wat er aan de hand is. Ze zal zo haar redenen hebben, maar ik vind niet dat jij daar de dupe van moet worden en ik wil weten wat ze je vertelt.’
Zoë knikt. Hij pakt haar hand en helpt haar omhoog. Ze kijkt hem aan.
‘Zou je weggaan als er wel iets zou zijn?’
Hij glimlacht. ‘Waarom zou ik weggaan?’
‘Om wat hij zei en hoe hij me noemde, stel dat het waar was, zou je dan bij me weggaan?’
Minggus legt zijn hand achter in haar nek en duwt haar gezicht een beetje naar beneden.
‘Je bent van mij, weet je nog? Weggaan? Ik zou je straffen en wel op een dusdanige manier dat je een volgende keer wel twee keer nadenkt voor je tegen me liegt.’
‘Ik lieg niet!’
‘Ik weet dat je niet liegt, maar het is goed dat je weet wat er zou kunnen gebeuren als je dat wel zou doen.’
Hij laat haar los en pakt haar weer bij haar hand.
‘Zorg dat je weet wat er aan de hand is. Dit was de laatste keer dat een ander hoer tegen je heeft gezegd. Een volgende keer zal ik je daar wel voor straffen.’
Ze volgt hem terug naar de grote hal met mensen en met muziek.
‘Een ander?’
Hij grijnst. ‘Een ander ja, dat heb je goed gehoord en maak je niet druk over wat mensen van je zullen denken. Mensen zullen altijd wel iets denken. Het gaat erom wat jij denkt en of jij je daar prettig bij voelt en wat ik daarvan vind natuurlijk.’

Een ander niet, hij wel. Ze dacht niet dat … Hij heeft haar nog nooit zo genoemd, of anders. Hij gebruikt haar naam en zegt dat ze zijn bezit is. Zou hij haar hoer willen noemen? Noemt hij Janaila zo, maar hij heeft Janaila een andere naam gegeven.

Minggus houdt haar tegen, vlak voor ze de grote hal in lopen. Hij legt een hand rond haar nek en de andere in haar haren. Er zijn mensen die het kunnen zien.
Zoë hijgt oppervlakkig en hij fluistert in haar oor.
‘Mijn hoer. Mijn slet. Mijn Del. Wat ik wil, wanneer ik het wil en hoe ik het wil. Voor mijn genot, niet dat van jou, alleen maar wat jij daarvoor terugkrijgt.’
Hij laat haar los, pakt haar weer bij haar hand en leidt haar door de mensen, terug naar Janaila die nog altijd staat waar ze haar achter hebben gelaten. Haar staan ogen bezorgd.
Zoë knikt en zucht. Wat zij daarvoor terugkrijgt. Tot aan de maan en terug. Niet alleen omdat hij het wil. Ook omdat zij het wil.

Show Buttons
Hide Buttons