Nooit alleen maar pijn

Ruim voor haar wekker wordt ze wakker van haar telefoon. Ze leest het berichtje van Minggus.

‘Ik kom je halen vanavond. Pak een tas in, we gaan een paar dagen weg.’

Meteen zit haar hoofd vol met vragen. Wat doet ze met haar winkel? Ze kan de winkel niet zomaar sluiten en waar gaan ze heen? Wat moet ze inpakken? Gaat Janaila ook mee?

Janaila gaat niet mee en hij zegt haar twee jurken in te pakken en wat toiletspullen. Het is voor zijn werk, er is een diner bij.

‘Pak een mooie jurk in, je weet inmiddels hoe ik je graag zie. En probeer iets te regelen voor je winkel. Janaila moet werken, anders had je haar kunnen vragen.’

Janaila in haar winkel als waarnemer? Zoë weet niet of ze dat zo prettig vindt. Janaila weet niets van haar winkel, of van haar klanten. Janaila geeft les op een basisschool. Wat weet zij nou van haar winkel.
Ze zou Valerie kunnen vragen, maar die heeft al zoveel op haar bord. Gedoe met Raymond en ze zit niet lekker in haar vel. Maar Valerie kent haar winkel. Misschien niet alle ins en outs, maar het is genoeg. Genoeg om het een dag of twee over te kunnen nemen en misschien is het juist goed. Even wat anders dan alleen maar thuis en zorgen voor anderen. Wijn drinken. Misschien is het wel precies wat Valerie nodig heeft.
Ze belt haar en vraagt of ze even tijd heeft om naar de winkel te komen. Valerie klinkt opgelucht. Bijna blij dat ze iets om handen heeft. Valerie zou veel meer om handen moeten hebben, maar ze moet het zelf doen, Zoë kan het niet voor haar invullen en ze kan al helemaal niet zeggen wat ze zou moeten doen. De leugens die ze Raymond heeft verteld en misschien nog wel vertelt. Die man bij de barbecue, Raymond moet het weten, maar het is niet aan Zoë om het hem te vertellen. Hij zou haar waarschijnlijk niet eens geloven.

Valerie reageerde enthousiast. Minder enthousiast dan Zoë gehoopt had, maar enthousiast genoeg. Minggus keek donker toen ze hem vertelde dat Valerie op haar winkel zou passen.
‘Wat? Ik moet toch iets en jij sleept me onverwacht bij de winkel weg.’
‘Een notitie Zoë. Ik zeg helemaal niets.’
‘Je ogen zeggen al genoeg. Had ik de winkel moeten sluiten dan?’
‘Je moet doen wat jij het beste acht, maar je moet ook gaan zorgen dat je zo nu en dan de winkel een paar dagen kunt sluiten. Misschien kun je iemand in dienst nemen.’
‘Dat kan ik niet betalen.’
‘Dan moet je zorgen dat er meer geld binnen komt, zodat je het wel kunt betalen.’
‘En daar heb jij ineens verstand van?’
‘Nog een notitie. Je bent goed op dreef. Ik weet wel het één en ander ja, ik zou je kunnen helpen.’
Zoë haalt haar schouders op en kijkt hem snel aan. Hij zegt niets, maar ze weet dat hij in zijn hoofd een derde notitie heeft toegevoegd. Het is nog nooit gebeurd dat hij iets niet gezien heeft, ook al dacht ze van wel en hij onthoudt alles. Het is een erg irritante gewoonte.
Nu irriteert hij haar ook een beetje. Het is zijn plan. Hij wil dat ze met hem mee gaat en ze wil ook met hem mee, maar het was fijn geweest als hij het haar iets langer van te voren had laten weten. Dan had ze Valerie ook wat meer wegwijs kunnen maken.
‘Kom, we gaan. Heb je mee wat ik heb gevraagd?’
Ze knikt en loopt achter hem aan naar de auto. Hij zet haar tas op de achterbank. Ze ziet de metalen box.
‘Waarom moet die mee?’
Minggus lacht. ‘Omdat ik dat wil Zoë. Alleen maar omdat ik dat wil.’
Ze wil instappen, Minggus houdt haar tegen en voelt onder haar rok. Ze duwt zijn hand weg. Hij schuift haar rok een beetje omhoog.
‘Niet doen, iedereen kan het zien…’
‘Het interesseert niemand Zoë en ik mag dat, van mij, weet je nog.’
Hij wijst op de bestuurdersstoel, er ligt een rubberen mat.
‘Je gaat pas zitten als ik in de auto zit en je doet je rok omhoog. Ik wil dat er niets tussen de mat en je billen is.’
Zoë knikt en wacht tot hij om de auto heen is gelopen en is ingestapt. Ze merkt dat ze alweer sneller is gaan ademen. Zo gaat het altijd. Hij wil dat ze iets doet of zegt iets met haar te gaan doen. Het maakt niet uit wat het is en of hij het ook echt doet. De suggestie is vaak al voldoende. Er verschijnen altijd beelden in haar hoofd die met haar aan de haal gaan. Twee dagen. Zonder Janaila en zonder onderbrekingen. Wat hij zou kunnen doen.
Tientallen scherpe prikjes dringen door haar huid als ze gaat zitten. Ze komt weer omhoog. Het is niet prettig.
‘Ga zitten Zoë en maak je gordel vast.’
Ze probeert zichzelf lichter te maken en houdt zich vast zodat ze niet met haar hele gewicht op de mat zit.
‘Normaal zitten.’
‘Wat is het?’
‘Ik laat het je zien als we er zijn. Geniet van de rit en van het gevoel.’

Op punaises, ze heeft ruim twee uur lang op punaises gezeten. Een dunne triplex plaat, de punaises erop gelijmd en daarop weer de rubberen mat. De punten van de punaises steken er net doorheen. Genoeg om het haar te laten voelen. Niet genoeg om door haar huid te prikken. Haar billen zijn rood en de huid extreem gevoelig. De zachtste streling doet haar al wegschieten. Ze moest beschrijven hoe het voelde. Vervelend, spannend, opwindend. Pijnlijk. Het is nooit alleen maar pijnlijk. Er komt altijd een gevoel na, of het ligt erachter, eronder. Het is nooit alleen maar pijn.

De hotelkamer heeft een tweepersoonsbed en grote ramen met lange gordijnen. Niet luxe, maar luxe genoeg. Er is een kleine douche met een ligbad.
‘Slaap ik … slapen wij …?’
‘Jij slaapt op de grond Cara.’
Ze kijkt hem aan. Hij lacht. ‘Misschien slaap jij op de grond, misschien slaap je in het bed.’
‘En jij?’
‘In het bed natuurlijk.’
‘Waarom noem je me Cara?’
‘Omdat ik dat wil Cara schiava.’
‘Wat betekent het?’
‘Het is Italiaans.’
‘Wat betekent het?’
‘Lieve slavin.’
‘Is dat mijn naam?’
‘Je naam is Zoë, voorlopig is die goed genoeg.’
‘Waarom gebruik je hem dan?’
‘Omdat ik dat wil Zoë. Kleed je uit, je mag je straf in ontvangst nemen en dan gaan we slapen. De dag begint vroeg morgen.’
‘Hoe vroeg?’
‘Zes uur. Kleed je uit.’
‘Wat moet je allemaal doen?’
‘Afspraken en vergaderingen. Kleed je uit.’
‘En wat doe ik?’
‘Zoë, kleed je uit en voorover over het bed. Je krijgt extra straf omdat je tijd aan het rekken bent.’
‘Ik ben geen …’
Minggus kijkt haar aan. Ze kleedt zich uit, gaat met gespreide benen staan en legt haar hoofd en handen op het voeteneinde van het bed. Hij zou het haar overal kunnen vragen, waar ze ook zijn. Het zijn altijd haar billen. Ze weet dat het geen zin heeft om te vragen of het een keer niet daar hoeft. De huid is gevoelig. Pijnlijk gevoelig.
Even kijkt ze op en ze ziet de metalen box en de leren paddel. Het lijkt of Minggus twijfelt, hij haalt er een rijzweep uit. Die kent ze nog niet. Ze heeft geen verlangen hem te leren kennen. Ze is gewend aan de paddel. Minggus doet de rijzweep terug. Waarom zit die in haar box. Heeft hij de verkeerde meegenomen, die van Janaila?
‘De paddel is goed voor vanavond. De zweep zal ik je een andere keer laten voelen.’
Hij slaat hard. Of misschien lijkt het alleen maar zo. Bij de eerste klap brandt haar huid al, de tranen in haar ogen ook. Het is te gevoelig en het zit overal.
Nooit alleen maar pijn.

Show Buttons
Hide Buttons