Vrij verlangen

Zoë belt Valerie niet. Ze wil niemand anders zien of horen. Minggus zit in haar hoofd en haar lijf, samen met alles wat hij haar heeft laten voelen en wat hij haar nog steeds laat voelen. Hij is er niet. Hij is weg, terug naar zijn slavin, naar zijn andere vrouw.

Ze weet niet zo goed wat ze voelt. Het lijkt op jaloezie, toch niet helemaal. Er is geen reden om jaloers te zijn. Ze vindt het niet erg dat hij nu weer naar Janaila is. Hij zegt dat hij altijd weer terugkomt en ze gelooft hem. Ze had alleen graag gehad dat hij bij haar was gebleven.
Ze mag niet weg.
Hoe lang niet?
Vandaag is het zondag. De winkel is dicht. Ze kan op pad gaan, op zoek naar nieuwe spullen. Er is altijd wel ergens een rommelmarkt.
Ze wil niet weg.
Waarom wil hij dat ze thuis is? Komt hij toch weer naar haar toe?
Waarom is het alsof hij er toch is en weet wat ze aan het doen is en wat niet.
Wat als ze toch de deur uit gaat? Hoe controleert hij dat? Hoe weet hij zo zeker dat ze doet wat hij zegt? Waarom doet ze wat hij zegt?

Ze belt Valerie toch, maar zegt niet dat ze al thuis is. Misschien gaat ze wel weer weg. Vleer klinkt tam en vertelt dat het prima ging in de winkel. Geen bijzonderheden. Ze vindt het niet erg om nog een paar dagen waar te nemen, als het nodig is.
Het is niet nodig. Zoë is thuis en op maandag houdt ze de winkel altijd dicht. Vleer weet dat. Toch maakt ze dankbaar gebruik van het aanbod van haar vriendin. Ze zal het haar laten weten als ze er dinsdag toch zelf is. Nu moet ze er niet aan denken alweer naar de winkel te gaan.
Waarom wil ze niet weg? Waarom wil ze zelfs niet doen waar ze altijd van geniet? Waarom voelt ze zich zo vreemd?

Ze pakt haar tas uit en draait een was. De ongedragen jurk hangt ze terug op een hanger in de kast. Ze heeft meer jurken nodig. Als hij wil dat ze altijd jurken draagt. Jurken die hij mooi vindt. Die hij misschien wel zelf uitzoekt.
Doet hij dat ook voor Janaila?
Janaila ziet er altijd mooi uit. Bijzondere kleding en ze draagt altijd sieraden. Zoë draagt zelden sieraden. Wil Minggus dat zij ook sieraden gaat dragen?
Ze gaat onder de douche en staat lang onder de warme stralen. Ze wil de plug uit. Het gevoel overheerst en Minggus is er niet. Hij heeft hem ingebracht. Ze wil niet dat hij hem er ook uit haalt.
Voorzichtig trekt ze hem eruit. Ze spoelt hem af en brengt hem weer in.
Ze wil dat hij bij haar is.

In een joggingbroek en oude trui gaat ze beneden zitten. Ze heeft het koud. Toch zijn haar handen en voeten warm. Het is een vreemd soort kou en ze voelt zich leeg en verlaten. Het is geen prettig gevoel. Het is een gevoel wat ze eerder heeft gehad, maar toen was Minggus bij haar en was het goed. Nu lijkt het alsof het niet goed is en ze heeft het gevoel dat ze zou kunnen huilen. Ze wil niet huilen. Er is geen reden om te huilen.
Met een kop thee gaat ze naar bed. Ze stuurt hem een berichtje dat ze gaat slapen, zoals hij wil dat ze doet. Het maakt dat hij voor een heel kort moment toch weer bij haar is en dat gevoel wordt sterker als ze zijn berichtje leest.
‘Slaap lekker Cara. Laat me weten wanneer je wakker bent.’

Ze rolt zich in haar dekbed en voelt dan toch de tranen. Ze komen van ver en van een hele vreemde plek.

Janaila kijkt naar hem zonder dat hij het merkt. Hij is onrustig en ze weet dat het door Zoë komt. Zijn verlangen toen hij gisteren thuis kwam, kwam ook door Zoë. Hij vertelde het haar gisterenavond toen hij haar in zijn armen hield en verkoelende crème op de rode huid van haar billen smeerde.

‘Ik verlang er naar haar te bezitten Saya, zoals ik jou kan bezitten…’
‘Als dat is wat U wilt Meester…’
‘Het is niet wat ik wil. Ik verlang er naar. Het is lust en heeft niets met mijn wil te maken. Mijn wil is sterker dan mijn dierlijke drift, dat weet je.’
Janaila weet het. Ze weet ook dat hij bezit van haar nam met de lust naar Zoë in zijn lichaam.
‘U hoeft U niet aan de belofte te houden. Het mag, ik vind het goed.’
Minggus gaf haar een felle tik.
‘Sinds wanneer heb ik jouw toestemming nodig Saya? Je luistert niet naar wat ik zeg. Ik wil het niet, maar het betekent wel dat ik het verlangen bij me draag.’
Ze begreep meteen waarom hij anders leek. Niet in zijn handelingen of in zijn woorden. Wel in zijn geest en de sfeer die om hem heen hing. Ze kon het voelen. Fysiek was hij bij haar, maar zijn innerlijk was nog bij Zoë en kwam langzaam terug bij zijn lichaam.

Nu lijkt hij weer afweziger, in gedachten. Hij is onrustig en loopt veel heen en weer.

Vannacht was Zoë er niet. Janaila sliep in zijn armen zonder haar aanwezigheid te voelen. Nu voelt ze dat zijn geest weer verandert. Ze voelt ook dat hij haar niet alweer achter wil laten.
Ze wil er iets van zeggen, maar doet het niet omdat ze weet hoe hij zal reageren. Hij heeft haar toestemming niet nodig.

‘Meester?’
‘Ja Saya.’
‘Als U het goed vindt wil ik vanmiddag naar mijn ouders.’
‘Gaat het niet goed daar?’
‘Jawel. Ik wil ze gewoon  zien. Het is alweer twee weken geleden.’
Minggus kijkt haar aan en knikt.
‘Dan blijf je daar. Je weet dat ik niet wil dat je het hele eind terug rijdt. Niet op dezelfde dag.’
‘Dat weet ik. Ik blijf slapen.’
‘Weten ze dat je komt?’
‘Ik ga ze nu bellen.’
Weer knikt Minggus en hij kijkt haar na als ze de kamer uit wil lopen.
‘Saya?’
‘Ja Meester?’
‘Ik ben vannacht bij Zoë.’
‘Dat weet ik Meester.’
Minggus glimlacht en wenkt dat ze bij hem moet komen. Ze knielt aan zijn voeten en kijkt naar hem op.
‘Hoe kan het Saya, dat jij dat al weet?’
‘Ik voelde het en U heeft het gezegd. Zonder woorden.’
Hij zoent haar en legt even zijn handen rond haar hals om haar te laten voelen hoe trots hij nu op haar is. Hij weet dat het niet nodig is.
Saya weet dat haar Meester altijd trots op haar is.

Show Buttons
Hide Buttons