Ongehoorzaam.

Ze heeft het koud en haar nek is stijf, net als de spieren in haar rug. Het is nog schemerig en van waar ze ligt kan ze haar wekker niet zien. Het zal vroeg zijn, misschien zelfs nog midden in de nacht. Ze probeert een prettige houding te vinden. Het lukt haar niet. De reep katoen om haar hals belet haar te draaien. Ze trekt de dunne deken over haar schouders. Nu zijn haar voeten onbedekt.
Stil blijft ze liggen. Ze is toch in slaap gevallen. Ze dacht niet dat ze het zou kunnen. Niet zo. De mat onder haar is verwarmd door haar eigen warmte en ze wil de warmte vasthouden. Als het koud wordt duurt het uren voor ze weer in slaap valt. Ze wil niet zo slapen. Het is niet eerlijk. Hij ging weg en kwam terug. Hij beloofde dat hij haar niet zou straffen voor haar ongehoorzaamheid.
Ongehoorzaam? Ze is geen klein kind.
Zoë zucht en probeert haar voeten onder de deken te krijgen.
Ongehoorzaam. Het woord raakt haar. Ze was ongehoorzaam en hij heeft haar toch gestraft.
Straf omdat ze hem heeft laten merken dat ze naar hem verlangt.

Ze luistert naar zijn rustige ademhaling. Zijn aanwezigheid, in haar huis, haar bed. En zij ligt hier. Ongemakkelijk en koud. Omdat ze ongehoorzaam was.

‘Ik ben van jou, alles en altijd.’
Haar antwoord op zijn vraag of ze het kan. Ze kan het. Ze wil het kunnen, ook als hij niet bij haar is, maar hij moet haar de tijd geven. De tijd om te leren en de tijd om te begrijpen. Hij was duidelijk. Als ze het niet wil, dan stopt het. Ze wil niet dat het stopt en dat hij net zo plotseling uit haar leven verdwijnt als hij er in verscheen. En ze wil van hem zijn. In alles, en altijd.
Ze had de opdracht die hij haar gegeven had niet volbracht. Ze zou naar buiten zijn gegaan, niet ver. Enkel om een stukje te lopen, een poging om het gevoel dat haar in bezit had genomen kwijt te raken. Een gevoel dat was verdwenen toen hij weer bij haar was. Hij wilde de plug zien en vroeg hoe het voelde nu ze hem al die tijd in had. Ze had hem niet meer in. Boos om zijn stilte had ze hem eruit gehaald.
‘Drie notities Zoë.’
Een derde omdat ze ondergoed droeg. Hij zal het onthouden en later met een passende straf komen. Straf omdat ze ongehoorzaam was.
Het voelde al als een straf dat ze haar slip en beha ter plekke uit moest trekken. Dat ze de plug weer in moest brengen terwijl hij naar haar keek ook. Hij heeft de box met attributen helemaal niet nodig om haar te straffen.
Hij wilde van haar horen hoe haar dag was en over haar gevoel. Hij wilde weten hoe dat gevoel eruit zag. Ze zat geknield tegen zijn benen terwijl hij haar de wijn liet proeven die ze voor hem ingeschonken had en haar plek werd duidelijker, de warmte dieper.
Hij bleef bij haar en ze lag naakt in zijn armen. Haar handen onder zijn shirt, zijn handen strelend over haar rug. Af en toe duwde zijn vingers tegen de plug. Het gaf voeding aan haar verlangen meer te voelen. Een verlangen dat hij beantwoordde door stevig in haar tepels te knijpen en zijn handen om haar nek te leggen. Haar verlatenheid van eerder op de dag lag ver achter haar. Ze was waar ze wilde zijn van. Van Minggus, altijd.

Het gevoel verlaten te zijn is nu veel groter en het is niet dat alleen. Ze voelt zich afgewezen, klein en vernederd. Alleen maar omdat haar handen blijk gaven van een verlangen dat Minggus haar niet wil geven. Haar gedachten waren onvolwassen.

Het zijn maar woorden en hij verlangt ook naar haar. Ze voelt het. Haar handen verkennen slaperig zijn lichaam en ze voelt hem groeien. Ze voelt zijn gladde borst en de warmte van zijn huid. Ze streelt en kneedt. Langzaam en voorzichtig, zodat hij wakker wordt met een groeiend verlangen te blussen wat zij veroorzaakt.

Ze schrok toen zijn hand plotseling rond haar pols lag, zijn woorden waren hard.
‘Wat doe je Zoë!’
Haar loomheid verdween toen hij haar hardhandig uit bed trok en haar voorover duwde. Hij pakte zijn broek van de stoel naast het bed en ze hoorde het gerinkel van de gesp van zijn riem. De slagen op haar huid werden vergezeld door zijn woorden.
‘Ik. Verlang. Gehoorzaamheid.’
De huid van haar billen is nog steeds gevoelig.
‘Je slaapt vannacht niet naast mij.’
Ze schrok van zijn woorden. Ze wilde niet dat hij ging.
Ze wil weten dat het goed zit tussen hen, ook als hij haar heeft gestraft. Vooral als hij haar heeft gestraft.
‘Waar slaap je dan? Ga je naar huis?’
‘Ik slaap hier, in bed, jij niet.’
‘Maar het is mijn bed. Waar slaap ik dan? De logeerkamer?’
Hij liep weg en kwam terug met de dunne mat uit de badkamer.
‘Haal de deken beneden van de bank. Jij slaapt hier. En ik heb een oud laken nodig.’
Hij reageerde ongeduldig toen ze hem verbijsterd aan had gekeken.
‘Nu Zoë en schiet op. Ik heb mijn rust nodig.’
Ze was teruggekomen met de deken en een laken uit de logeerkamer. Hij had er een reep vanaf gescheurd en die om haar hals gebonden.
‘Op handen en knieën.’
Zoë kroop, tot ze op de dunne mat zat en hij het andere eind van de laken aan een poot van het bed bevestigd had. Hij liep weg en liet haar zitten. Ze hoorde het toilet en stromend water. Hij stapte over haar heen en ging weer in bed liggen.
‘Ga slapen Zoë en ik wil je niet horen.’
Haar tranen probeerde ze terug te dringen. Ze vroeg hem om een kussen. Hij zei dat ze stil moest zijn. Ze trok de deken over haar koude lichaam en wachtte tot hij haar zou roepen en weer los zou maken. Hij riep haar niet.

‘Wakker worden Zoë.’
Haar ogen gaan meteen open. Ze ziet zijn blote voeten.
‘Kom, we gaan douchen.’
Ze wil gaan staan, maar Minggus houdt haar tegen.
‘Kruipen Zoë, naast mij.’
Ze kruipt en laat zich leiden naar de badkamer. Hij laat haar plaats nemen in de glazen cabine en zet de douche aan. Ze schrikt van het koude water, maar blijft zitten en wacht op de warmte van het water en van Minggus.
Ze staat naast hem terwijl hij zichzelf wast, Hij kijkt haar niet aan en zegt geen woord tegen haar. Wanneer hij klaar is, draait hij de douche uit.
’Handdoeken?’
Ze wijst naar de smalle kast naast de wastafel. Hij pakt een handdoek, droogt zichzelf af en kijkt haar aan.
‘Opschieten en het water opdweilen.’
Met elk woord dat hij zegt voelt ze zich kleiner worden, en willozer. Als een kind. Alleen maar volgen en doen wat gezegd wordt omdat de ander weet wat goed voor je is. Omdat je mag verwachten dat de ander weet wat goed voor je is.
In de slaapkamer kleedt hij zich aan. Zoë zit nog altijd op haar knieën en hij laat haar zijn broek vastmaken, zijn veters strikken en zijn riem omdoen. Ze huivert als zijn gesp rinkelt. Een déjà vu van vannacht. De huid van haar billen gloeit.

Hij gebruikt de vochtige reep katoen om haar hals als leidraad en blijft even staan als ze achterblijft
‘Naast me blijven Zoë.’
Ze blijft naast hem en volgt zijn voeten over de kleine gang en van de trap af. Ze vindt het eng om zo naar beneden te gaan, maar hij loopt langzaam en geeft haar de tijd.
‘Ik ga je beter leren kruipen, mooier. Dit ziet er niet uit.’
Hij zet thee en legt brood en fruit op een bord terwijl ze geknield naast hem wacht. Hij zegt dat hij wil dat ze met hem mee gaat. Na het ontbijt kan ze zich aankleden. Hij wil straks naar zijn moeder. De week wordt druk en hij zal niet veel tijd voor haar hebben.
‘Ik laat je weten wat ik van je verwacht. Na je werk ben je thuis en als dat niet zo is dan wil ik weten waar je wel bent. We hebben dagelijks contact.’
Zoë knikt. Ze zit naast hem terwijl hij eet en haar eten geeft. Hij stopt een stukje brood in haar mond, een plakje kaas, een druif. Hij laat haar drinken als de thee is afgekoeld. Voorzichtig zet hij het glas aan haar lippen en hij houdt zijn hand onder haar kin.
Ze wordt nog kleiner en daarmee verdwijnt de behoefte om iets te zeggen of tegen hem in te gaan. Het is alleen nog maar voelen en alleen nog maar zijn. Een leeg hoofd en een gloeiend lichaam.
Omdat ze ongehoorzaam was.
Ze wil vaker ongehoorzaam zijn.

Show Buttons
Hide Buttons