Cara pupilla

Minggus laat haar in de auto wachten en loopt met Janaila mee naar binnen. Zoë weet niet goed waarom, maar ze voelt zich opstandig en genegeerd. Minggus behandelt haar zoals hij altijd doet en toch voelt het anders nu Janaila ook onderdeel van een ritueel is geweest en het was een ritueel van Minggus en Janaila. Zoë had daar niet bij moeten zijn. Het had tussen Minggus en Janaila moeten blijven.

Ze wil naar huis. Het kan haar niet schelen wat Minggus verder nog wil. Misschien kan ze dit toch niet. Niet zoals hij van haar verwacht.
Een man en een vrouw passeren de auto en Zoë laat zich wat onderuit zakken, alsof de twee mensen weten hoe ze erbij zit en in welke situatie ze zich bevindt. Verliefd op een man die nooit van haar zal zijn. De gedachte verschijnt heet in haar hoofd en verspreidt zich door de rest van haar lichaam.
Verliefd? Denkt ze dat echt?
Het is zo en het heeft zich niet tegen laten houden, ondanks alles wat ze tegen zichzelf heeft gezegd. Ze is verliefd op een man die er vreemde ideeën, perverse gedachten en twee vrouwen op na houdt. Ze weet niet eens wanneer ze is gestopt met voorzichtig zijn.
Afstand houden, niet te diep er in duiken, jezelf er niet in verliezen.

Het voelt als iets wat bij haar hoort. Minggus voelt als iemand die bij haar hoort. Hij hoort niet bij haar. Hij hoort bij iemand anders. Hij is al van iemand anders …
De gedachten doen haar pijn.
Het is niet wat ze voor zichzelf wenst. Ze wil alles. Het hele plaatje, niet alleen tot de grenzen die zijn normen en waarden hem toestaan. Ze wil hem helemaal, zonder de aanwezigheid van een ander.
Minggus komt terug. Hij heeft de metalen box in zijn handen en ze schudt haar hoofd. Nog een ervaring. Een moment, een ritueel. Van haar en Minggus samen, zonder Janiala. Een moment dat haar nog meer aan hem zal binden, waardoor het nog moeilijker zal worden zich ooit van hem los te maken.

Ze knippert haar tranen driftig weg als Minggus naast haar gaat zitten en de woorden komen zonder dat ze er erg in heeft.
‘Ik wil  naar huis.’
Minggus kijkt haar aan. ‘Ik breng je later naar huis.’
‘Ik wil nu naar huis.’
Haar stem is klein en  er komen toch tranen. Minggus start de auto.
‘Later, als ik je naar huis wil brengen.’
‘Het gaat niet … ik kan het niet.’
‘Stil Zoë.’

Hij voelt haar dilemma en haar twijfels. Hij voelde het al tijdens de theeceremonie.  Hij zag een flikkering van jaloezie, maar vooral pijn. Ze heeft gezien hoe het tussen hem en Janaila is. Zoë weet dat het geen gewone relatie is. Het is een verbond en sterker dan iedere andere relatie. Hij weet dat zij het voor zichzelf wenst en hij kan het het haar niet geven. Hij is van Janaila. Zij komt tegemoet aan zijn wens, zijn wil en zijn lust om voor haar te zorgen en alles voor haar te bepalen. Zij onderwerpt zich aan hem en vertrouwt hem. Hij dient ervoor te zorgen dat hij dat vertrouwen waard is. Alles vanuit liefde. Janaila heeft alles wat hij zoekt, en meer. Ze is alles wat hij zoekt.
Minggus kent mannen en vrouwen die dit in meerdere personen vinden. Meerdere slaven en slavinnen. Hij kent ook de woorden die sommige mensen er aan geven. Een sub of een slet … soms zelfs een deurmat. Het is niet wat Minggus voor zichzelf wenst. Janaila is zijn enige en hij heeft voor haar gekozen. Zij koos ook voor hem en ze kiest nog altijd voor hem. Zoë kwam op zijn pad. Hij had haar kunnen laten gaan. Hij heeft serieus overwogen zich niet te mengen in haar strijd, haar zoektocht, maar hij maakte de keuze om haar niet te laten gaan. Hij kon niet anders, maar Zoë zal nooit zijn slavin worden.

Zijn stem komt plotseling, na een lange stilte en gedachten die door haar hoofd gaan. Zonder structuur, constant hetzelfde kringetje.
‘Geef je om mij Zoë?’
Zoë knikt. Over het antwoord hoeft ze niet na te denken. Het is zo. Ze kan niet doen alsof het niet zo is.
‘Geef je om Janaila?’
Janaila heeft wat zij ook wil. Het is een gegeven. Toen ze haar net leerde kennen, heeft ze gewenst dat ze er niet zou zijn, dat ze zou verdwijnen. Die wens heeft ze al heel lang niet meer. Janaila is onderdeel van Minggus. Het is onmogelijk om ze los van elkaar te zien. Net zo onmogelijk als het is om ze los van haar zelf te zien.
‘Ja.’
‘Voel je dat ik om jou geef en dat Janaila om jou geeft?’
Haar borst wordt warm. Geven om en gegeven worden om. Niet zoals ze ooit had kunnen bedenken. Janaila is meer dan een vriendin, meer dan Valerie ooit voor haar zou kunnen zijn.
Ze knikt.
‘Is dat wat je wilt?’
Ze twijfelt toch. Het is wat ze wil, maar ze wil ook meer. Ze wil wat Janaila ook heeft.
‘Ja, maar …’
‘Is dat wat je wilt Zoë.’
‘Ik wil niet dat het weg is.’
‘Dat wat weg is?’
‘Jij en Janaila.’
‘Is het wat je wilt?’
‘Ja.’
Heel even kijkt hij naar haar. Zijn gezicht is donker.
‘Je zult nooit mijn slavin zijn. Ik weet dat het is wat je wilt, maar jij zult nooit mijn slavin zijn.’
De pijn wint het even van warmte in haar borst.
‘Wat ben ik dan?’
‘Je bent mijn leerling.’

Als de leerling bereid is, zal de Meester verschijnen.

De spreuk die in het theehuis hing. Haar gevoel klopt. Die spreuk hing daar voor haar. De hele ceremonie was voor haar, opdat ze voelt wat het zou kunnen zijn.
‘En jij mijn Meester?’
‘Ik ben jouw leraar en als de tijd rijp is …’
‘… zal de Meester verschijnen. Niet jij, maar een ander.’
Minggus knikt.
‘Ooit, met mijn goedkeuring. Tot die tijd ben je mijn leerling en dus van mij.’
‘Wie bepaalt wanneer de leerling is uitgeleerd?’
‘Dat zal de tijd bepalen en jij.’
‘Wat als ik vind dat ik ben uitgeleerd?’
‘Vind je dat?’
‘Nee, maar wat als ik vind dat het wel zo is en de Meester verschijnt niet?’
‘Dan ben je niet uitgeleerd.’
Stilte. Enkel haar gedachten en het zachte gezoem van de motor. Ze wil geen ander dan Minggus. Ze kan zich niet voorstellen dat er ooit een ander zou zijn. Er zijn geen anderen als Minggus.
‘En jij kiest mijn Meester?’
‘Die kies je zelf. Net zoals jij jouw leraar hebt gekozen.’
‘Ik heb jou niet gekozen.’
Minggus glimlacht. ‘Dat heb je wel. Denk maar terug.’
Zoë weet dat hij gelijk heeft. Ze had hem kunnen negeren. Het boek dat Janaila haar bracht had ze kunnen weigeren. zijn telefoontjes en berichten ook. Ze deed het niet. Ze wilde hem in haar leven. Ze wist dat hij haar zou kunnen leren, vormen zelfs. Naast alles wat ze niet wist, wist ze dat hij de persoon zou zijn die haar zou laten zien hoe het ook zou kunnen zijn.
Nu weet ze hoe het ook kan zijn.

‘Waar gaan we naar toe?’
Minggus reageert niet, blijft voor zich uit kijken.
‘Wie ben ik?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Je noemt Janaila, Saya. Hoe noem je mij?’
‘Zoë, of Cara, misschien pupilla … Mijn pupilla.’
‘Zal Mijn Meester mij een andere naam geven?’
‘Misschien. Dat is aan jouw Meester.’
‘Waar gaan we naar toe?’
‘Dat merk je snel genoeg.’
‘Vind ik het leuk?’
Minggus schiet in de lach en kijkt haar geamuseerd aan.
‘Of jij het leuk vindt, is niet van belang. Je hoeft alleen maar te onthouden wat ik je ooit heb gezegd.’
Hij heeft heel veel gezegd. Lang en nog maar kort geleden. Zijn woorden zijn een onderdeel van haar geworden en ze raakt ze nooit meer kwijt.
‘Niet eng, wel spannend?’
‘Precies Cara pupilla. Altijd spannend.’

Show Buttons
Hide Buttons