Vlammend verzet

Zoë overziet de troosteloze aanblik van wat er over is van haar spullen. Zwartgeblakerd en nat. De hoek waar haar kledingrekken stonden, de kleine paskamer met het dikke gordijn, er is niets meer van over. Het lage dressoir dat ze nog maar net te koop had gezet. De verflaag waar ze zo hard aan gewerkt heeft om het juiste effect te bereiken. Uren is ze er mee bezig geweest en ze was er zo trots op. Nu is het een kast met zwarte vlekken. De vlammen hebben ervan gegeten. Glas knerpt onder de zolen van haar schoenen. Wat niet is aangetast door de vlammen heeft waterschade. In de hoge stellingkast staan nog wat spullen alsof er niets is gebeurd. Een stenen vaas is ongeschonden en de kleine koffieglaasjes zijn enkel bedekt met een grijs-zwart roetwaas.

Haar tranen zitten hoog. Dit is haar winkel. Haar veilige haven waar oude spullen een nieuwe eigenaar vonden. Jaren van hard werk, van steeds blijven veranderen en opnieuw inrichten. Het is allemaal weg.
Met een koud, hol gevoel laat ze haar vinger langs de ouderwetste kassa glijden. Tot haar grote verbazing gaat de la met een zachte ‘ting’ open als ze de knop indrukt. De bankbiljetten zijn vochtig, maar heel. Zoë telt het geld. Het zou niet in de kassa moeten liggen. In de keuken staat een brandwerende kluis en daar doet ze al het geld in als ze de winkel aan het einde van de dag sluit. Valerie had het geld ook opgeborgen als ze niet zo’n haast had gehad.

Boos duwt ze de la dicht en de tranen komen nu echt. Minggus legt zijn hand op haar schouder.
‘Kom Cara. Ze komen om op te ruimen, later kun je de spullen uitzoeken. Je moet bedenken wat je gaat doen.’
Zoë schudt haar hoofd. Ze kan niets. Het verzekeringsgeld is niet toereikend, als ze het al krijgt. Er bleven kaarsen branden en er was niemand in de buurt. Onoplettendheid en onzorgvuldige omgang met iets wat haar zo dierbaar is. Ze had Valerie nooit moeten vragen. Ze had kunnen weten dat het fout zou lopen. De leugens van Valerie tegen Raymond en tegen haar. Over haar. Ze nam geld uit de kassa, omdat Raymond … omdat Zoë… Het ligt altijd aan een ander. Het ligt nooit aan Valerie.
‘Stomme trut.’
Minggus geeft haar een waarschuwing, het is niet de eerste. Ze is boos op Valerie en lelijke woorden verschijnen in haar hoofd als ze aan haar denkt. Valerie is veel te veel met zichzelf bezig.
‘Het heeft geen zin, ik vind nooit een ander pand, niet voor deze prijs … en dan de inboedel. Al mijn geld zit in de winkel. Alles wat ik heb. Alles …’
Ze huilt en laat zich mee naar buiten nemen. Zijn woorden zijn troostend bedoelt. Ze staat er niet alleen voor. Hij is er ook en Janaila. Het is niet Valerie haar schuld. Het had iedereen kunnen gebeuren. Het is gewoon een ongelukkig moment van achteloosheid.
Haar boosheid jaagt haar tranen weg. Haar stem is hard en haar ogen zijn fel.
‘Mij niet! Die idiote behoefte om kaarsen te branden. Het is gemaakte huiselijkheid en geforceerde intimiteit. Nep, zoals Valerie nep is. Zoals alles om Valerie heen …’
‘Let op je toon Zoë!’
Haar boosheid richt zich naar Minggus. Hij is altijd zo stellig en weet altijd woorden te vinden. Sommige zaken moeten nu eenmaal zo zijn. Het is een teken dat ze toe is aan een ander pad. Iedere situatie veroorzaakt weer nieuwe kansen en mogelijkheden.
‘Ik praat hoe ik wil. Jij weet niks. Je hebt geen idee wat ik allemaal in mijn winkel heb gestoken. Mijn winkel en van mij alleen. Niet van jou, niet van Valerie. Van mij!’
Hij klemt zijn vingers om haar bovenarm, trekt haar mee naar de auto en opent het portier.
‘Zitten en je mond houden.’
De tranen verjagen haar boosheid weer. Ze heeft haar brandende winkel nog op haar netvlies staan. De vlammen achter de ramen zagen er luguber uit. De winkels naast die van haar en het plein ervoor, alles was donker en spookachtig door de rookontwikkeling. Ze voelde zich machteloos, maar wilde toch naar binnen om het vuur tegen te houden en haar spullen te beschermen. Ze wilde haar spullen beschermen. Ze zijn onvervangbaar.

Ze had Valerie nooit moeten vragen.

Minggus start de auto en laat haar huilen. Hij snapt haar machteloosheid en haar boosheid, maar het verandert niets aan de feiten. Ze zal opnieuw moeten beginnen. Het is de enige manier. Hij zal haar helpen. Hij kan haar helpen. Er zijn genoeg lege panden in de omgeving.  Haar boosheid komt vanuit onmacht. Juist omdat de feiten niet te veranderen zijn. Het is zoals het is. Zoë zal opnieuw moeten beginnen zoals zoveel anderen voor haar ook ooit hebben moeten doen en onder veel slechtere omstandigheden.

Zoë ziet dat hij naar zijn huis rijdt en schudt haar hoofd. Ze wil naar huis. Ze wil niet samen met Minggus en Janaila zijn. Ze wil niet weten dat hij met haar slaapt als hij niet bij haar is.
‘Ik wil naar huis.’
‘Je gaat met mij mee. Vanavond gaan we naar de studio.’
‘Ik wil niet … Waarom?’
‘Ik geef een workshop. Jij bent mijn model.’
‘Voor wie?’
‘Geïnteresseerden.’
‘In bondage? Dat wil ik niet.’
‘Waarom niet?’
‘Ik ga niet voor een groep. Dat wil jij ook niet.’
‘Dat wil ik wel en het is geen groep. Twee mensen.’
‘Mannen?’
‘Ik geloof het wel ja.’
‘Dat wil jij niet.’
‘Ik kan heel goed zelf beslissen of ik iets wil of niet en ik wil het wel.’
‘Ik niet.’
‘Dat is dan heel jammer.’
‘Mijn hoofd staat er niet naar.’
Hij geeft geen antwoord meer, zet de radio aan en kijkt haar even waarschuwend aan als ze voor de tweede keer haar stem tegen hem verheft.
‘Waar jouw hoofd naar staat kan me niet schelen Zoë en het zal me er zeker niet van weerhouden je te straffen, dus ik stel voor dat je je mond dicht houdt.’

Het boze bonzen in haar hoofd neemt toe als hij haar bij binnenkomst naar haar kamer stuur. Alsof ze een kind met huisarrest is.
‘Ik kom straks bij je om je te vertellen wat ik van je verwacht. Je gaat douchen en daarna wacht je in je kamer.’
‘Wat ga jij doen?’
‘Ik heb nog wat werk te doen. Naar boven Zoë.’
Hij roept haar terug omdat ze haar schoenen onverschillig uitschopt. Omdat ze snuift. Omdat ze stampend de trap op loopt. De strakke blik in zijn ogen maakt dat ze doet wat hij verwacht en op de manier die hij van haar verwacht. Zodra hij uit het zicht is groeit haar opstandigheid. Ze gaat niet met hem mee. Hij neemt Janaila maar mee. Zij is de voorbeeldige slavin en zijn eerste keus.
Hij mag haar blootstellen aan de nieuwsgierige ogen van anderen.

Show Buttons
Hide Buttons