Het pad van de liefde

Haar gedachten gaan naar de momenten die ze met Minggus had. Ze ziet zichzelf aan zijn voeten zitten en voelt het vertrouwen en de rust die hij uitstraalt. Ze voelt ook haar eenzaamheid op de momenten dat hij niet bij haar kon zijn. Het is een andere eenzaamheid dan ze nu voelt. Nu voelt ze zich vreemd rustig. Het is niet alleen de wereld die Minggus haar heeft laten zien en wat hij van haar zou kunnen zijn. Ze houdt van hem, zoals een vrouw van een man kan houden. In alle volledigheid en met alles wat daar bij komt kijken. In voor en tegenspoed en zelfs als hij het haar niet terug kan geven, zoals nu. Ze houdt ook van Janaila, onder dezelfde voorwaarden. Minggus heeft haar een kant van zichzelf laten zien die ze altijd verborgen heeft weten te houden en Janaila heeft haar laten zien wat het betekent om er onvoorwaardelijk voor iemand te willen zijn. Zonder jaloezie, alleen maar in liefde. Het is hoe het moet zijn.

Ze gaat onder de douche en spoelt de laatste restjes talkpoeder van zich af. Ze is verbaasd dat er geen tranen komen. Het is wat het is en het is goed zoals het is. Javier kan wachten, misschien zelfs wel verder gaan. Ze heeft hem niet nodig, hij heeft haar ook niet nodig.
Haar hoofd is helder als ze in bed stapt en haar wekker zet. Haar slaap is rustig, zonder verwarrende dromen en de volgende ochtend voelt ze zich nog steeds rustig.

Zoë ontbijt en bekijkt ondertussen de opzet die Minggus ooit voor haar web-site heeft gemaakt. Ze denkt aan haar spullen in de grote opslag. Dat is ook haar wereld en ze wil er mee verder. Gebrek aan geld heeft haar nooit eerder tegengehouden en ze weet niet waarom dat nu wel een belemmering zou moeten zijn. Ze denkt weer aan het aanbod van Valerie en schudt haar hoofd. Het kan inderdaad anders en beter, maar ook dat gaat op de manier die ze zelf voor ogen heeft.

Het is tegen elf uur als ze met haar sleutel de deur van het huis van Minggus opent. Ze hangt haar jas aan de kapstok, trekt haar schoenen uit en schuift haar voeten in de zachte muiltjes die bij de voordeur staan. In het huis is het stil. De werkkamer van Minggus is dicht. Ze kijkt naar buiten en ziet zijn auto niet in het parkeervak staan. Op het aanrecht staat een eenzame koffiebeker. Minggus ontbijt alleen. Zonder Zoë en zonder Janaila. De gedachte doet haar pijn.
Ze opent de smalle deur naast de koelkast en gaat de betonnen trap af. De atmosfeer van de ruimte valt meteen over haar heen en onbewust gaat haar ademhaling sneller. Tussen de stoelen tegen de muur staan twee metalen boxen. Een box voor Janaila en een box voor Zoë.
Ze gaat in de stoel van Minggus zitten en doet haar ogen dicht. De herinneringen vallen over haar heen. Onzekerheid en liefde. Pijn en liefde. Verwarring en liefde. Opstand en liefde. Gehoorzaamheid en liefde.
Alles wat hij haar heeft laten zien en laten voelen. Alles wat hij haar heeft geleerd. Het maakt niet uit wat er nog meer bij kwam kijken, er was altijd liefde. Het was nooit zomaar en nooit zonder dat hij haar vertelde waarom.
Voor hem, voor haar liefde voor hem.

Zoë staat weer op en loopt door de keuken naar de dichte deur van de grote slaapkamer. Ze mag er niet komen. Niet zonder Minggus en niet met hem. Het is zijn domein. Het domein van de Meester en zijn slavin. Zoë is niet zijn slavin. Ze is zijn leerling en ze maakt de keuze om zijn leerling te blijven. Nu en misschien wel altijd.
Zacht klopt ze op de kamerdeur van Janaila, dan iets harder. Het antwoord van Janaila is klein en vragend. ‘Meester?’
Zoë opent de deur en schrikt van het magere gezicht van Janaila. Haar ogen liggen diep in hun kassen, toch lichten ze op als ze haar zien. ‘Zoë, mijn zuster… waar bleef je zo lang.’
Zoë gaat voorzichtig naast Janaila liggen. Ze houdt haar vast. ‘Ik ben er nu en ik ga niet meer weg. Hoe voel je je?’
‘Nu beroerd, maar dat zal morgen alweer minder zijn. De behandeling doet zijn werk en dat is waar het om gaat. Ik zal weer sterk worden.’
Het zijn woorden vol hoop en diep vertrouwen dat het goed zal komen, woorden waar Zoë zich aan vasthoudt. Ooit zal alles weer bij het oude zijn.

Ze praten, warm en tegen elkaar aan. Over de ziekte van Janaila en de man waar ze allebei van houden. Ze praten als vriendinnen en als zusters die elkaar het beste van de wereld gunnen. Janaila zucht. ‘En Javier?’
Zoë zucht ook. ‘Dat weet ik niet, maar ik hoor in de eerste plaats hier. Bij jou en bij Minggus. Ik kan jullie niet loslaten en dat wil ik ook niet.’
‘Ik heb jou nooit losgelaten …’
Zoë knikt. Vasthouden aan dat wat voor je bedoeld is en bij je hoort. Het is niet wanhopig, het is hoe het moet zijn en het is de keuze die ze maakt.

Minggus vindt de twee vrouwen slapend, met de armen om elkaar heen geslagen. In zijn borst brandt het warm en trots. Tegelijk is daar ook de angst om kwijt te raken wat hij heeft. Twee vrouwen die zich vrijwillig aan hem hebben overgegeven. Hij kan ze allebei verliezen. Zacht maakt hij ze wakker met thee en fruit. Hij kijkt naar Zoë en ziet iets in haar ogen wat er gisteren niet was. Hij haalt diep adem. Het zal een moeilijk gesprek worden. Voor haar, maar ook voor hem.

In zijn werkkamer gaat ze aan zijn voeten zitten en ze kijkt naar hem op. Hij legt zijn hand op haar hoofd. ‘Vertel het me maar Cara.’
Zoë zucht en laat haar hoofd op zijn schoot rusten. Ze vertelt hem van het bezoek van Kristie en de jurk. Ze vertelt hem van het beeld dat ze van Javier heeft en hoe ze daar tegenover staat.
‘Hij is geen Meester en ik ben niet zoekende. Ik heb al gevonden wat ik zoek. Hij wil mij om hele andere redenen aan zijn zijde en ik zeg eerlijk dat ik daardoor gecharmeerd ben, maar ik wil hem niet als Meester. Hij zou nooit mijn Meester kunnen zijn.’
‘Waarom niet Cara?’
‘Hij leeft in een andere wereld. Een snelle wereld vol pracht en praal en hij kent veel mensen. Mensen die zijn passies met hem delen. Zijn interesses zijn schimmig en soms donker. Ik wil er meer van weten, maar alleen als jij dat goed vindt. Ik wil dat jij op de achtergrond aanwezig bent en dat ik naar jou terug kan komen.’
Minggus blijft lang stil. Zijn leven ligt bij Janaila. Zoë weet dat en toch wil ze terug kunnen komen.
‘Ik kan jouw Meester niet zijn Zoë.’
‘Dat hoeft ook niet. Je bent mijn leraar, nog steeds en het is niet enkel dat, of misschien ook wel, misschien zit alles wat het moet zijn wel in die verhouding. Overgave, macht en liefde. Ik hou van jou en van Janaila. Mijn pad loopt inderdaad verder, maar jullie lopen allebei met mij mee. Het kan niet anders zijn.’
‘En Javier?’
‘Die loopt een tijdje mee. Jij bent wel mijn eindpunt. Javier is een zijpad. Hij kan mij iets leren, iets wat jij me niet geleerd hebt, hij kan ons iets leren.’
‘En dat is?’
Zoë zucht. ‘Hij wil mij. Ik weet niet waarom, maar ik zie het aan alles. Hij wil mij bezitten, om het bezitten. Het is lust en daar is niets mis mee, maar liefde is het niet. Tussen jou, mij en Janaila, dat is liefde. Lust betekent niets als je eenmaal weet wat liefde is. Javier zal nooit tussen ons in kunnen komen.’
‘Wat probeer je me nu te zeggen Cara?’
‘Ik wil niet dat je me loslaat. Javier is onderdeel van mijn leren …’
‘Mijn plek is bij Janaila. Zij heeft mij nodig. Zij heeft mij echt nodig.’
’Dat weet ik en ik dat accepteer ik, maar ik laat jou niet los en jij mag mij niet loslaten.’
Minggus zucht en wrijft langs zijn voorhoofd.
‘Janaila gaat achteruit Zoë, je hebt haar gezien. Ik zal geen tijd voor je hebben, niet genoeg en wat jij van me vraagt …’
‘Alleen maar dat je me niet loslaat.’
‘Ik laat je nooit los.’
Zoë knikt. ‘Jawel, dat probeer je wel te doen en tot op zekere hoogte mag dat ook. Jij bent de leraar en daarin de Meester, maar je mag me niet loslaten omdat ons pad een onverwachte wending heeft gekregen. Ik ben van jou, nog steeds. Het is mijn vrijheid dat ik die keuze maak, maar het is niet vrijblijvend en ook niet afstandelijk. Jij mag van mij verwachten dat ik jou gehoorzaam. Het is wat ik wil.’
Ze kijkt hem aan. ‘Jij bepaalt tot hoe ver en op wat voor een manier je mij laat ontdekken wat het andere pad voor mij en voor ons kan betekenen en ik zoek daarin mijn grenzen op. Jij hebt Javier toegang tot mij gegeven en jij bepaalt hoe lang de deur voor hem open blijft staan.’
Minggus hoort haar woorden. Hij begrijpt ze en ze prikkelen hem, ondanks alles. Hij wil haar niet kwijt, maar hij kan nu niet zijn wat ze van hem verwacht en nodig heeft.
‘Je weet dat ik onredelijk ben Zoë, en jaloers … als ik het nodig vind om je te straffen dan zal ik dat doen en het zal geen straf zijn die je prettig vindt.’

Zoë glimlacht. ‘Je zou niets om me geven als dat niet zo was. Ik ben van jou Minggus en je mag alles van me vragen. Ik heb jou nodig en ik heb Janaila nodig. Jullie hebben mij ook nodig.’

Het zijn woorden die in zijn hart worden geschreven. Haar trouw is zijn Meesterschap waard. Hij mag haar niet teleurstellen. Zij zal hem ook niet teleurstellen. Ze komt niet bij hem uit angst hem te verliezen. Ze komt bij hem in het verlangen voor altijd de zijne te zijn. Haar liefde voor hem en Janaila is onvoorwaardelijk en het is juist daarom dat hij nu zijn Meesterschap moet laten gelden.

Hij gaat staan en liefdevol reikt hij haar zijn hand om haar uit haar geknielde positie te helpen. ‘Je gaat naar huis.’
‘Maar …’
Minggus heft zijn hand om haar tot stilte te manen. ‘Je zegt het zelf Cara, ik mag van jou verwachten dat je mij gehoorzaamt en dat is precies wat je zult doen. Je gaat naar huis en je neemt contact op met Javier om je excuses voor je gedrag te maken. Hij spaart kosten noch moeite om het jou naar je zin te maken. Het minste wat je kunt doen is hem persoonlijk laten weten waarom je hebt afgezien van zijn uitnodiging.’
‘Hij denkt dat ik te koop ben en …’
‘Stil Zoë. Je neemt contact op met Javier. Je hebt hem ook nodig en het is aan jou om op de juiste manier verdieping bij hem te zoeken. Je weet wat ik van je verwacht. Javier een belangrijk pad en jij zult dat pad met hem aflopen binnen de verwachtingen die ik heb.’
‘Wat als ik dat niet wil?’
‘Jij gehoorzaamt mij Cara en je zult niet tegen me liegen. Is dat duidelijk?’
Zoë slaat haar ogen neer en knikt. ‘Het is duidelijk.’
Minggus steekt zijn handen naar haar uit. ‘Kom, je gaat nu naar huis. We spreken af wanneer je hier komt, ook voor Janaila en je laat me weten wanneer je Javier gesproken hebt en wat je met hem afspreekt.’
‘En verder?’
Hij lacht zacht. ‘De rest van de tijd is aan jou. Je bent vrij om die in te vullen zoals je wilt, maar alles dat afwijkt van het normale laat je me weten. Altijd en zonder uitzonderingen en als er iets is dan bel je me.’

Hij loopt met haar mee en wacht tot ze haar schoenen en jas heeft aangetrokken. Ze aarzelt als  ze de deur open doet en kijkt hem aan. ‘Hou je van mij Minggus?’
‘Ik denk dat je het antwoord op die vraag al weet Cara.’
‘Ik wil het je graag horen zeggen.’
Zacht duwt hij haar naar buiten en hij drukt een zoen op haar voorhoofd. ‘Ga naar huis en bel me vanavond. Ik wil weten wat het antwoord van Javier is.’
Zoë zucht en loopt naar haar auto. Minggus kijkt haar na en steekt zijn hand op als ze instapt. Ze weet dat hij van haar houdt en het geeft niet waar haar pad haar zal brengen. Ze hoort bij hem, net als Janaila. Welk pad ze ook kiest, het zal haar altijd terug brengen bij de twee mensen die ze voor altijd in haar hart heeft gesloten.

Show Buttons
Hide Buttons