Als de sleutel past

Zoë is sterk in de minderheid, maar vecht alsof haar leven er vanaf hangt. Ze schopt, gebruikt haar nagels en zelfs haar tanden als ze de kans krijgt. De adrenaline pompt door haar lichaam. Het is angst vermengt met de ferme vastbeslotenheid zich niet klein te laten krijgen. Het helpt niets. De mannen nemen haar nog steviger in hun greep en dragen haar horizontaal door de hal. Langs een paar grote, marmeren zuilen en via een smalle trap dieper het huis in. Ze brengen haar naar een kleine ruimte en haar hart bonst in haar keel als ze een zilverkleurige band rond haar hals bevestigen en deze met een kleine sleutel op slot wordt gedraaid. Terwijl drie van de mannen haar stevig in bedwang houden, bevestigt de vierde de band aan metalen kettingen. Dan laten ze haar los en alleen. De houten deur valt met een klap achter de laatste dicht en Zoë wil erachteraan vliegen. De kettingen ratelen onverbiddelijk en trekken aan de band rond haar hals zodat ze gedwongen wordt op haar plek te blijven. Vier kettingen staan strak tussen haar en de muren om haar heen. Ze kan geen pas zetten, zich niet op de grond laten zaken, ze kan helemaal niets. Als een wild dier hebben ze haar geketend en vastgelegd en als een wild dier begint ze nu te schreeuwen.

‘Kom terug! Waar is Javier! Wat gaan jullie met hem doen, wat gaan jullie met mij doen!’

Er komt geen antwoord, noch een teken dat iemand haar gehoord heeft. Tegen beter weten in trekt ze aan de kettingen. Ze stampt boos op de grond, probeert te draaien en om zich heen te kijken. Bij iedere beweging die ze maakt, drukt de metalen band stevig in haar huid. Als Javier haar niet had overgehaald haar telefoon in het hotel achter te laten, dan had ze nu kunnen bellen. De politie, een alarmnummer, het hotel wie dan ook, maar Javier zei dat ze haar telefoon niet nodig zou hebben. De leugenaar.

Dit is allemaal zijn schuld!

Nee. Het is niet zijn schuld, het is de schuld van Minggus.

Laat je hoofd op hol brengen …

Zoë lacht schamper. Toen hij dat zei had hij vast niet het scenario van een derderangs gangsterfilm voor ogen, maar dat is wel waar ze zich nu bevindt en ze heeft geen flauw idee wat haar rol is.

Wat zeiden die kerels? Javier had hier niet mogen zijn …?
En zij dan?
Mag zij hier ook niet zijn? Is dat waar ze op zit te wachten? Tot ze uit de weg wordt geruimd, of hebben ze een andere rol in gedachten.

Ze begint weer te roepen, nog wanhopiger nu. Haar hoofd slaat inderdaad op hol en haar gedachten gaan totaal de verkeerde kant op.

Walgend herinnert ze zich de woorden van de mannen. Ze spraken over haar alsof ze een beest was. Keurend en voelend, als een stuk vee dat elk moment verkocht gaat worden, of naar het slachthuis wordt gebracht …
Is dat de wereld die Javier haar zo graag wil laten zien?

Gelaten probeert ze een makkelijke houding te vinden, eentje waarbij ze niet de constante druk van de band voelt. Ze gaat op haar tenen staan en zakt weer terug. Een belachelijke herhaling van bewegingen die het bloed door haar lichaam laten stromen. Ze krijgt last van haar rug. Zo nu en dan roept ze nog om hulp, maar haar keel doet pijn van het harde schreeuwen en haar woorden verliezen steeds meer van hun kracht.

Wat als er niemand komt? Wat als ze Javier niet meer terugziet en dit al die tijd zijn plan is geweest. Wat als ze Minggus en Janaila nooit meer ziet.

Ondanks het rauwe gevoel in haar keel begint ze nu toch weer te schreeuwen en aan de kettingen te trekken.

Javier is een klootzak. Een gladde eikel met net zulke gladde praatjes. Ze weet helemaal niets van hem. Hij wil alles van haar weten, maar geeft bijzonder weinig over zichzelf prijs.
Was het hem hierom te doen? Hij zegt dat hij haar veel te bieden heeft, maar als dit het is, dan mag hij het houden. Spel of geen spel …
Wist Minggus dit …? Waarom heeft hij dan toch …?

Ze schrikt als de deur opengaat en vier gemaskerde mannen binnenkomen. Ze kan niet zien of het dezelfde mannen zijn, maar begint meteen weer te schreeuwen en te roepen. Een van hen komt met een grote pas naar haar toe en pakt haar ruw bij haar bovenarmen.
‘Stop daarmee Zoë, je gedraagt je als een klein kind!’
Verbluft houdt ze haar mond. ‘Hoe weet jij mijn naam?’
Hij lacht. ‘In deze wereld kost het niet veel moeite om geheimen te achterhalen.’
Hij haalt een kleine ketting onder zijn overhemd vandaan en slingert een kleine sleutel voor haar gezicht heen en weer.
‘Ik heb de sleutel. Dat betekent dat je nu van mij bent, onder andere en …’
Boos onderbreekt ze hem. ‘Waar is Javier!’
‘… en vrouwen die van mij zijn, openen alleen hun mond om mijn stijve lul in ontvangst te nemen.’
De andere mannen lachen. Zoë doet haar mond weer dicht en kijkt hem verontwaardigd aan. Hij knikt.
‘Precies, je doet er beter aan geen vragen te stellen. Javier heeft zich niet aan de regels gehouden, maar dat betekent niet dat jij hetzelfde zou moeten doen.’
Ze slaat haar armen over elkaar. ‘Ik weet van geen regels.’
‘Als je nog een keer je mond open doet dan zul je daar heel snel kennis mee maken.’

Het sleuteltje verdwijnt weer onder zijn shirt en met een klein knikje van zijn hoofd gebaart hij naar de andere mannen. Ze komen dreigend om haar heen staan en ze wil alweer haar mond open doen om te gaan schreeuwen als hij stevig zijn hand over haar lippen legt.

‘Je bent stil Zoë en je doet wat je gezegd wordt. Ik ben niet de enige met een sleutel en je wilt niet weten wat er allemaal kan gebeuren als iemand je uiteindelijk helemaal op komt eisen, of als ze dat allemaal tegelijk doen.’
Hij laat haar los, verwijdert een voor een de kettingen van de band en klikt dan het uiteinde van een lange stok in één van de metalen ogen. De andere mannen volgen zijn voorbeeld.
Ze staat in het midden, als het levende centrum van een kruis. Nog steeds kan ze geen kant op, niet de kant die ze wil en dat is razendsnel richting de deur en weg van deze plek. Met de stokken wordt ze alle kanten opgeduwd en getrokken. Ze is een weerloos stuk vlees en kan niets anders doen dan gaan waar deze vier mannen haar willen hebben.

Ze loodsen haar door de deur, de smalle trap weer op en langs de marmeren zuilen naar een grote zaal. Aan het plafond hangen enorme kroonluchters en de muren zijn bekleed met glanzende stoffen in warme kleuren. Iedereen draagt een masker, sommige sierlijk bewerkt, zoals dat van Zoë andere eenvoudiger, maar doeltreffend. Een simpele bedekking van het gezicht zodat niemand je later zal herkennen. Maar wat nog het meest opvalt zijn de zilverkleurige banden die door sommige vrouwen worden gedragen. Het zijn dezelfde banden als die ze zelf om haar hals heeft. Ze probeert om zich heen te kijken, maar wordt stevig in bedwang gehouden door de vier stokken aan haar band. Het is of ze haar tentoonstellen. Langzaam dirigeren ze haar door de zaal. Ze wordt bekeken en gekeurd door mannen die allemaal een kleine sleutel om hun hals hebben hangen. Sleutels die misschien wel op haar band passen en daarmee toegang tot haar zullen geven zodat ze haar op kunnen eisen. Ze is enkel nog een ding om mee te pronken en om naar te verlangen. Wat ze nog meer is, is niet van belang. Het is van haar afgenomen en weggegooid.

De ronde door de zaal lijkt eindeloos te duren, maar uiteindelijk brengen de mannen haar bij een kleine tafel in het midden van de zaal. De stokken worden van haar band verwijderd en ze duwen haar op een stoel.
‘Je zult snel genoeg gezelschap krijgen, en als de sleutel past, zul je doen wat je gezegd wordt, tot die tijd …’
De man grijnst, duwt een gevuld champagneglas in haar handen.
‘… tot die tijd blijf je hier. Drink, vermaak je en geniet!’
Voor ze haar mond open kan doen, is hij verdwenen en ook de andere mannen ziet ze nergens meer. Ze lijken ook allemaal op elkaar. Kleding in zwart of donkerrood, maskers om dat wat iemand uniek maakt te verbergen. De vrouwen daarentegen zijn een heel ander verhaal. Uitgedost om bekeken te worden. Blote huid, schitterende sieraden en de metalen banden. Bezit van zij die een sleutel hebben.

Wat is dit voor een feest?

Ze gaat staan, twijfelt even en gaat dan toch weer zitten. Ze hebben niets over haar te vertellen, maar iets zegt haar dat ze in de gaten wordt gehouden en dat ze bij de eerste verkeerde beweging weer aan de kettingen wordt gelegd

Dit is allemaal een grote vergissing. Ze hoort hier niet. Javier had haar niet moeten vragen en Minggus had geen ja moeten zeggen. Waarom heeft hij in vredesnaam ja gezegd?

Haar hart bonst zwaar in haar oren en de zaal met de mensen om haar heen lijkt even te vervagen.
Wat als dit een test is?
Alles wat ze tegen Minggus heeft gezegd, zij gehoorzaamt, omdat zij dat wil. Ze wil een plek aan zijn zijde …
Wat als dit een test is om te zien of ze het wel meent.

Je zoekt uit hoe ver hij wil gaan om jou voor zich te winnen …

De woorden donderden weer door haar hoofd. Hij zei alles, zo ver als Javier wil gaan.

Wat als Javier inderdaad alles van haar vraagt en nog veel verder gaat dan Minggus. Wat als …

‘Zoë …’
Haar hoofd schiet omhoog.
‘Javier!’
Hij glimlacht, haalt een kleine sleutel uit de zak van zijn colbert en opent met een klikje de band rond haar hals. Opluchting spoelt over haar heen en ze knippert driftig met haar ogen om de opkomende tranen weer weg te duwen.
‘Waar was je, en wat was dat allemaal …’
Ze houdt geschokt haar mond als ze zijn gehavende handen ziet. Zijn knokkels zijn kapot en opgedroogd bloed ligt op zijn huid.
‘Wat is er gebeurd.?’
Hij reikt haar zijn hand en helpt haar omhoog.
‘Niets waar jij je zorgen om hoeft te maken.’

Hij klikt de band weer vast en stopt de sleutel terug in zijn zak. Bezitterig slaat hij zijn arm rond haar heupen. ‘Voorlopig ben je van mij. Vond je het spannend?’
Ze schudt haar hoofd, maar hij ziet het niet en trekt haar dichter tegen zich aan.
‘Dit is nu mijn wereld Zoë en wat je hebt gezien is nog maar een tipje van de sluier. Het wordt veel spannender.’

Zoë huivert. Het is een belofte die haar eerder werd gedaan en toen werd ze niet teleurgesteld, maar ze vraagt zich af of Javier zich aan zijn belofte zal kunnen houden en of deze dezelfde betekenis heeft.

Show Buttons
Hide Buttons