Lustmeisje

‘Je hoeft niet met me mee.’
Zoë wil haar koffer van Javier overpakken, maar hij schudt zijn hoofd en lacht.
‘Ik wil graag met je mee en het is hoe het hoort. Altijd zorgen dat de dame helemaal veilig thuis is.’
Met de sleutel van de voordeur in haar hand, loopt ze voor hem uit. Ze wil alleen zijn, zonder zijn ogen die haar elke keer weer vertellen wat er de afgelopen dagen is gebeurd.
Javier volgt haar en brengt eenmaal binnen, zonder iets te vragen haar koffer naar boven. Ze loopt niet met hem mee, legt haar sleutels op tafel, hangt haar jas op en loopt zonder echt te weten wat ze nu moet doen naar de keuken. Bijna automatisch trekt ze kastjes en de koelkast open. Fruit, vers brood, beleg. Haar voorraden zijn weer aangevuld. Minggus zorgt voor haar. Ze wacht nog steeds op het geld van de verzekering en inkomsten heeft ze niet. Minggus doet en regelt, nog steeds. Het is dubbel. Aan de ene kant vindt ze het fijn aan de andere kant …
Ze heeft altijd voor zichzelf gezorgd, en dat is haar altijd goed afgegaan. Minggus voelt zich verantwoordelijk voor haar, ze weet dat het zo is, maar met de gedachten aan het afgelopen weekend in haar hoofd en zelfs in haar lijf voelt het bijna verkeerd. Alsof ze iets heeft gedaan wat niet mag.

Ze schrikt als Javier plotseling achter haar verschijnt en ontspannen aan de keukentafel gaat zitten.
‘Je bent een beetje springerig vandaag, slecht geweten?’
‘Hou toch je mond.’
Hij grijnst en slaat zijn benen over elkaar.
‘Eigenlijk wil ik graag iets met je bespreken. Koffie?’
Zoë zucht en pakt met veel lawaai de spullen uit de kastjes. Hij roept en zij blaft, als een hondje. Hij knipt met zijn vingers en zij reageert, gehoorzaam en slaafs. Hij heeft een feest en zij holt achter hem aan, zonder te weten wat voor een feest. Hij laat haar aan haar lot over om god weet wat te gaan doen, hij wil iets bespreken, verzoekt om koffie. Hij …
Ze realiseert zich dat ze zich aanstelt. Als ze echt zou willen dat hij ging, dan zou ze hem dat zeggen. Ze realiseert zich ook dat Javier dat weet en die gedachte maakt dat ze de koffiekopjes net iets harder neerzet dan nodig.

Javier grinnikt, wacht tot ze ook aan de tafel is gaan zitten en kijkt haar dan geamuseerd aan.
‘Wat vond je van het weekend Zoë?’
Omslachtig roert ze in haar koffie en ze haalt haar schouders op. ‘Gewoon …’
Hij schiet in de lach. ‘Jij hebt een bijzondere definitie van gewoon, als ik zo vrij mag zijn. Je hebt je laten ontvoeren, laten opsluiten en vastleggen, je hebt voedsel van iemands lichaam gegeten en je hebt je laten beffen door een andere vrouw en, het mooiste van alles is nog dat je mij daar getuige van hebt laten zijn. Ik weet nu meer van jou dan heel veel andere mensen.’
‘Je weet helemaal niks van mij.’
‘Ik weet dat je niet kan wachten om je Meester te vertellen over de afgelopen uren. Ik weet ook dat je hem alles gaat vertellen en dat je nieuwsgierig bent naar zijn reactie, daarnaast ben je vreselijk nieuwsgierig naar mij. En ik moet toegeven dat ik alleen maar nieuwsgieriger naar jou ben geworden, dus ik heb een voorstel …’

Met interesse volgt hij de emoties op haar gezicht. Wat boze weerstand, dan een flikkering van opgewonden spanning en dan nieuwsgierigheid, waarna ze haar gezicht weer heel snel in de plooi heeft. Ze kijkt hem aan. ‘Nou, ik ben heel benieuwd.’

Hij roert in zijn koffie, blaast en neemt voorzichtig een slok. Nonchalant kijkt hij op zijn horloge en hij neemt nog een slok. Zoë neemt haar beker tussen allebei haar handen.
‘Wat is je voorstel Javier?’
Lang kijkt hij haar aan terwijl hij ondertussen met kleine slokjes zijn koffie opdrinkt. Ze verschuift haar voeten, wiebelt een beetje heen en weer en zet haar beker weer op tafel. Hij glimlacht.

‘Jij komt voor mij werken.’

Verbluft kijkt Zoë hem aan.
‘Werken? Hoe dan?’
Javier lacht. ‘Precies zoals ik het zeg. Je komt voor mij werken.’
‘Ik weet helemaal niet wat voor een werk je doet en trouwens, ik heb mijn winkel.’
‘Jouw winkel ligt in puin en as en voor zo ver ik weet heb je op dit moment nauwelijks inkomsten.’
Zoë staat op. Wat hij zegt ligt gevoelig. Haar winkel was haar alles, is haar alles. Ze heeft hem zelf opgebouwd, zelf alles geregeld. Als die brand niet … Als Valerie niet …
Geagiteerd loopt ze heen en weer.
‘Ik wacht op het geld van de verzekering en ik ben op zoek naar een nieuw pand. Het heeft tijd nodig en …’
‘En geld en dat heb je niet. Kom voor mij werken. Ik heb geld en ik heb iemand nodig.’
Zoë gaat weer zitten. ‘Ik weet helemaal niet wat je doet.’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Het gaat ook niet om wat ik doe. Het gaat om wat ik nodig heb.’
‘En dat is?’

Javier ziet dat ze nieuwsgierig is, meer dan nieuwsgierig. Hij heeft haar nooit verteld wat voor een werk hij doet, wel over zijn interesses. Archeologie, geschiedenis, verre werelden en oude culturen. Kunst. Hij reist veel, maar echt werken doet hij niet. Geld is er altijd geweest en er is hem nooit een duimbreed in de weg gelegd te doen wat hij leuk vindt of spannend. Hij groeide op met dat voorbeeld in een wereld waar egoïsme, losbandigheid en extravagantie eerder een voorwaarde dan een uitzondering waren. Zijn ouders zochten afzonderlijk van elkaar het plezier en de geneugten van het leven en lieten hun zoon al jong achter bij kindermeisjes en later zelfs gouvernantes, die hem de discipline bijbrachten waar zijn ouders geen aandacht aan besteedde. Hij ging naar Eton-college en studeerde Engelse Literatuur en oude talen aan de Oxford universiteit, waar hij voor het eerst echt kennis maakte met regels en gedragscodes. Maar het zaadje voor een frivool en uitbundig leven was al op jonge leeftijd gelegd. Javier weet hoe het ook anders kan, hij heeft er simpelweg geen interesse voor. Leef groot en leef onstuimig, zonder jezelf beperkingen op te leggen, dat is zijn motto en hij vindt het meer dan prettig zijn leefwijze tentoon te stellen aan anderen.

‘Ik zoek een vrouw aan mijn zijde, iemand om mij te begeleiden naar feesten zoals dit weekend en ik wil dat jij dat gaat doen. Mensen vinden jou interessant en dat past bij mij. Ik wil iemand waar ik mee kan pronken.’
Zoë slaat haar armen over elkaar. ‘Een prostituee …’
‘Nee, dat is een te serieus woord. Noem het een escorte, een partner voor speciale gelegenheden, een vriendinnetje, misschien zelfs een lustmeisje …’ Hij grijnst uitdagend en Zoë kijkt hem boos aan.
‘Ik ben niet te koop.’
‘Iedereen is te koop, zolang er maar een goede beloning tegenover staat. Ik heb geld. Geld wat jou in staat stelt jouw winkel weer op te bouwen en een leven te leiden waar velen alleen maar van kunnen dromen.’
‘Ik niet.’
‘Nee, jij niet. Voor jou wordt het werkelijkheid.’
Hij leunt naar voren en kijkt haar indringend aan.
‘Ik weet dat Minggus jou geleerd heeft dat niets zonder reden gebeurd, dit dus ook niet. Ik heb een vacature en die ga jij vervullen.’
Hij staat op en knoopt zijn colbert dicht.
‘Denk erover na, bespreek het met Minggus als je dat wilt, maar ik accepteer geen nee als antwoord. Je hebt misschien al gemerkt dat ik altijd mijn zin krijg. Nu ook. We zullen de voorwaarden later bespreken.’

Hij buigt zich over haar heen en geeft haar een zoen net naast haar mond, ze rilt als hij zachtjes in haar oor fluistert.
‘Vergeet niet dat ik je heel veel te bieden heb, Zoë, meer dan je nu kunt bedenken. Geniet van je zondag en ik zie je heel snel.’

Zoë blijft achter met zijn woorden in haar hoofd en ook in haar lichaam. Het veroorzaakt een spanning waarvan ze niet goed weet of het een belofte of een bedreiging zou kunnen zijn, maar wat als ze ja zegt. Wat als ze dat niet doet? Hij accepteert geen nee? Wat als Minggus geen toestemming geeft?
Ze staat op en pakt haar telefoon. Minggus weet dat ze vandaag thuiskomt en ze zou hem bellen om hem alles te vertellen. Ze wil hem alles vertellen en ze wil weten wat hij van Javier zijn voorstel vindt. Ze wil dat hij toestemming geeft, tegelijk wil ze dat hij het niet doet. Ze wil dat hij hoort hoever ze Javier heeft laten gaan en ze wil dat hij haar daarvoor straft. Ze wil dat hij haar laat voelen dat ze nog steeds van hem is, ondanks de omstandigheden. Zoë heeft nog niet gekozen. Ze heeft alleen nog maar haar hoofd op hol laten brengen.

Zijn telefoon gaat over tot hij op de voicemail springt en ze probeert het nog een keer, en nog eens. Ze belt naar de huistelefoon, naar de mobiel van Janaila, ze belt zelfs naar zijn kantoor. Nergens krijgt ze gehoor en de onrust overvalt haar.

Waar is hij? Waar is Janaila? Heeft hij zich bedacht? Wat als hij zich heeft bedacht, wat moet ze dan?

Moet ze zich dan overgeven aan Javier en zichzelf toegeven dat ze stiekem niet kan wachten tot haar hoofd nog meer op hol wordt gebracht?

Ze gaat naar bed en probeert Minggus nog meerdere malen te bellen, stuurt hem berichten om hem te laten weten dat ze weer thuis is. Haar slaap is onrustig, met hete, verwarrende dromen. Ze danst in een cirkel van fel licht, haar lichaam naakt en open voor wie het wil zien. Ze schaamt zich, maar blijft dansen. Ze kan niet anders. Ze is wat Javier van haar heeft gemaakt. Een lustmeisje. Om haar heen staan mensen, in een kring. Hun gezichten zijn verborgen in de schaduw, maar ze roepen haar en ze volgt de klank van bekende stemmen. Ze wordt omhelst, armen grijpen haar stevig vast en houden haar vast, duwen haar weer weg in de armen van de volgende. Gezichten komen uit de schaduw. Minggus bijt in haar hals en wakkert de lust in haar lichaam aan. Janaila streelt haar en noemt haar zuster. Norman trekt aan haar haren en fluistert zacht wat er allemaal nog meer met haar kan gebeuren voor hij haar doorgeeft aan Javier. Zelfs Valerie en Raymond zijn er, haar ouders, gezichten die ze herkent uit haar winkel. Ze raken haar aan en geven haar door nadat ze het vuur in haar buik opgerakeld hebben.

Javier trekt haar lachend naar zich toe en legt zijn hand tussen haar benen
‘Je hoeft niet te kiezen er is al voor je gekozen. Je bent van iedereen. Een speelpop, een pronkstuk en een lustmeisje. Je bent nooit meer dan dat geweest.’

Met een naar gevoel in haar borst schrikt ze wakker en voor de zoveelste keer belt ze Minggus. De onrust in haar lichaam groeit als ze weer geen gehoor krijgt. Nerveus kleedt ze zich aan en door de nog slapende stad rijdt ze naar zijn huis. Er is niemand. De woonkamer is koud en leeg, net als de keuken. De bedden zijn onbeslapen. Het is er kil nu de twee mensen waar Zoë zoveel om is gaan geven, niet aanwezig zijn. Weer probeert ze beide nummers zonder resultaat. In zijn werkkamer zoekt ze naar iets dat haar kan vertellen waar hij is, een adresboekje zelfs, telefoonnummers van mensen die haar kunnen vertellen waar ze zijn, wat er aan de hand is, waarom hij er niet is. Ze vindt niets.

Eenzaamheid neemt bezit van haar en ze doet wat ze nooit eerder heeft gedaan omdat de regels daarover duidelijk waren. Ze komt niet in zijn slaapkamer, nooit. Nu komt ze er toch en ze gaat op de rand van het bed zitten, trekt haar schoenen uit en strekt zich uit op het dekbed. Hier slaapt hij, samen met Janaila. De Meester en zijn slavin. Dat gevoel valt over haar heen. Hij is haar Meester niet en toch is hij het wel. Het is de keuze die ze gemaakt heeft en die komt ook met een gevoel van verlatenheid en het onredelijke gevoel van bedrogen zijn. Woede zelfs. Ze is geen lustmeisje! Minggus zal dat nooit toestaan.

Waarom is hij er niet!

Ze dommelt weg in zijn geuren en die van Janaila, schrikt weer wakker. Die fotografe, Donna. Haar man is familie.
Zoë graaft in haar geheugen. Ze heeft hem gezien, Minggus heeft haar haar voorgesteld en hij was op het feest, het grote huis van Donna. Seth, hij heet Seth, een neef van Minggus, de zoon van zijn oudste zus. Een bekende van Javier.

*

Ze wacht in haar auto tot het licht wordt, tot de eerste mensen uit hun huizen komen en stapt dan uit. Ook het huis van Donna lijkt leeg en stil, maar ze beklimt toch de brede, stenen trap naar de voordeur en drukt op de bel, en nog eens als er niet meteen geluiden volgen. Er klinken voetstappen, gestommel en een sleutel die wordt omgedraaid. De deur gaat open en Seth kijkt haar wat slaperig aan, een beetje verbaasd en dan plotseling wakker. De deur gaat verder open en hij doet een stap naar haar toe.

‘Dag Zoë. Hoe was je weekend in Berlijn?’

Show Buttons
Hide Buttons