Dromend wakker

Onderweg naar het feest vraagt Javier haar naar haar ouders. Zijn interesse is oprecht en het lukt Zoë zich een beetje te ontspannen en even niet te denken aan de avond die op haar wacht. De stad is druk en vol mensen die niet kunnen wachten met het weekend te beginnen. Zoë is de dagen nu al kwijt, na een dag en een nacht. Het weerzien met haar ouders heeft haar een vakantiegevoel gegeven en ontspannen leunt ze achterover terwijl ze het levendige Parijs aan zich voorbij laat gaan. Javier slaat haar gade.
‘Ben je niet nieuwsgierig naar vanavond?’
Ze lacht. ‘Ga je het me vertellen dan?’
Hij schudt zijn hoofd en grijnst. ‘Dan is het geen verrassing meer.’
Zoë haalt haar schouders op. ‘Misschien wil ik wel niet verrast worden.’

Javier schuift wat dichter naar haar toe en legt zijn arm achter haar langs op de rugleuning. Nonchalant spelen zijn vingers met haar springerige krullen.
‘Ik weet toevallig dat je dat wel wilt …’
Ze kijkt hem aan. ‘Laat je me weer aan mijn lot over?’
Hij draait een lok haar rond zijn vinger. ‘Nee, vanavond ben ik van plan om alles van heel dichtbij mee te maken.’

Nu wordt ze toch nerveus. Ze kan zich niet voorstellen dat het enger wordt dan Berlijn. Ze kon zich Berlijn al niet eens voorstellen en toch gebeurde het, met haar.
‘Ik heb afspraken gemaakt met Minggus …’
Hij grinnikt. ‘Minggus is hier niet, of wel?’
‘Nee, maar …’
Javier draait zich een beetje naar haar toe en legt een vinger tegen haar mond. ‘Het wordt een bijzondere avond Zoë, misschien wel een bijzondere nacht. Laat je verrassen. Meer vraag ik niet.’
Ze kijkt weer naar buiten. De drukke stad heeft plaatsgemaakt voor stillere, provinciale wegen huisjes die steeds verder van elkaar af staan en al snel de status van boerderijen krijgen. Oude boerderijen.
Zoë zucht. ‘Ik denk dat ik hier veel voor mijn winkel zou kunnen vinden.’
‘Wat houd je tegen. We kunnen een paar dagen langer blijven, gaan we samen op pad.’
‘Ik weet het niet … misschien.’

Zwijgend kijkt hij haar aan. Javier valt op sterke vrouwen die niet op hun mondje zijn gevallen. Vrouwen die niemand nodig hebben. Hij weet nog steeds niet goed waarom juist Zoë hem zo bezig houdt en hij ergert zich aan haar slaafse volgzaamheid naar die ander. Hij snuift een beetje minachtend. ‘Laat me raden … Je moet het hem vragen.’
Ze kijkt hem niet aan. ‘Dat weet je, we hebben afspraken en …’
Hij valt tegen haar uit.

‘Ja, dat weet ik nu onderhand wel! Je vertelt hem waar je bent en met wie. Je doet verslag van de dagen die je met mij doorbrengt en in ruil daarvoor mag je misschien voor hem kruipen. Hij pijnigt je, straft je en laat je misschien zelfs klaarkomen als je dat hebt verdient. Hij geeft je genot als het hem uitkomt, maar hij neukt je niet! Hij zegt dat je van hem bent, maar hij is niet van jou …’

Met een ijzige blik probeert ze hem de mond te snoeren. ‘Jij weet helemaal niks!’

Hij schuift nog dichter naar haar toe en buigt zich over haar heen. Haar ogen staan fel en haar borst gaat hevig op en neer. Hij ziet dat zijn woorden haar geraakt hebben en hij strijkt teder een blonde lok uit haar gezicht.
‘Meisje, jij hebt een beetje rebellie nodig in je leven.’
Voor ze nog iets kan zeggen heeft hij zijn mond al over haar lippen gelegd. Ze probeert hem weg te duwen. Hij pakt haar polsen en duwt ze in haar schoot. Haar weigering maakt hem hard en heet en haar kreet verdwijnt in zijn mond als hij weer bezit van haar lippen neemt. Ze draait met haar hoofd, probeert haar handen los te trekken en als ze merkt dat hij te sterk voor haar is, tuft ze hem in zijn gezicht. Het ontnuchtert hem meteen en verbijsterd kijkt hij haar aan. Ze trekt haar handen los, duwt hem weg en draait zich van hem af.

‘Zoals ik al zei Javier. Jij weet helemaal niks.’

De rest van de rit verloopt in stilte. Zoë’s hart bonst en haar lippen tintelen van de onverwachte druk van zijn mond. Javier bonst ook, maar niet in zijn hart. Het zit in zijn lichaam en het is de rauwe lust die hij zo goed kent. Hij weet dat die zich niet zomaar weg laat sturen, vooral niet door een afwijzing. Zoë heeft geen idee hoe ze hem juist daarmee raakt. Ze heeft geen idee hoe haar reactie hem vernedert en wat ze daarmee los maakt.

Wanneer de chauffeur de auto het brede erf van een enorme buitenplaats oprijdt en tot stilstand komt op de knerpende kiezels, stapt hij zonder iets te zeggen uit. Hij opent het portier voor haar en wacht zwijgend tot ze is uitgestapt. Zoë kijkt hem niet aan. Ze voelt dat hij kwaad is, maar het kan haar niet schelen. Javier mag dan gewend zijn te nemen wat hij wil, zij bepaalt en hij ging te ver. Niet door die zoen, wel door zijn woorden. Hij weet niets van haar en nog veel minder van Minggus. Hij heeft het recht niet.

Met grote stappen loopt hij naar de zijkant van het lage gebouw. Zoë doet geen moeite hem bij te benen. Hij heeft haar nodig, hoe dan ook. Ze heeft hem ook nodig. Ze heeft geen flauw idee waar ze is en Javier is haar enige houvast, hoe zeer ze op dit moment ook wenst dat dit niet zo is.

Hij wacht tot ze naast hem staat en gebruikt de koperkleuriger klopper om zijn aanwezigheid aan te kondigen. Drie keer, dan stil dan nog eens vier keer. Zoë hoort een stem en Javier antwoordt.
‘Arabier.’
De deur gaat open. Javier stapt over de drempel en Zoë volgt hem, toch weer nieuwsgierig. In een hoek van de schemerige lobby staat een vrouw, ze heeft haar handen op haar rug en kijkt naar de grond. Zoë glimlacht en wil haar begroeten, maar Javier legt zijn hand tegen haar onderrug en duwt haar voor zich uit.
‘Niet praten, zij is hier enkel om de deur te openen. Ze verdient geen woorden.’
‘Maar …’
Hij leidt haar naar een smal dressoir met kaarsen en twee brede schalen gevuld met munten. De ene schaal is wit, de andere zwart. Tussen de schalen in staat een glazen bokaal met kleine, ovalen pastilles in zoete kleurtjes
‘Iedereen die hier vanavond aanwezig is, heeft een rol, ook jij en ik. Welke rol dat is, wordt bepaald door de munt die je uit deze schaal pakt.’
‘Wat voor een rol?’
Javier lacht. ‘Maak je geen zorgen, wij zijn hier te gast en er gebeurt niets dat jij niet wilt.’
‘Dat zei je de vorige keer ook …’
‘En ik had gelijk, toch?’

Met een grijns duwt hij zijn hand in de zwarte schaal. Hij knikt naar de witte.
‘Jij uit die, anders kun je wel eens een rol krijgen die totaal niet bij je past.’
Zoë volgt zijn voorbeeld en laat de muntjes door haar vingers glijden, het is een prettig, bijna muzikaal geluid. Ze probeert te voelen wat de muntjes haar vertellen, maar het zijn gewoon muntjes. Glad aan de randen met een geribbeld oppervlak. Ze pakt er eentje uit de schaal en bekijkt het.
‘Een negen, wat betekent dat?’
‘Net geen tien?’ Javier lacht. ‘Ik heb geen idee, Zoë, maar bewaar het goed. Je hebt het straks nodig.’
‘Wat heb jij?’
‘Dat gaat je niets aan.’
Hij pakt twee pastilles uit de glazen bokaal en legt er eentje op zijn tong, de andere duwt hij tegen haar lippen. Haast automatisch opent ze haar mond en hij knikt goedkeurend.
‘Kijk aan, je wordt al minder bang.’
Zoë sabbelt en proeft pepermunt met een kruidige ondertoon wat zich nog het beste laat omschrijven als kruidnagel ‘Wat is het?’
‘Een oppeppertje. Zullen we?’

De vrouw in de hoek komt in beweging en opent een tweede deur. Javier pakt Zoë’s hand en trekt haar met zich naar een grote zaal, met kleine ramen hoog tegen het plafond. Het is er druk. Zoë herkent direct een aantal gezichten van het diner in het hotel, maar er zijn nog veel meer gezichten die ze niet herkent. Onbewust houdt ze zijn hand wat steviger vast. ‘Ken jij al deze mensen?’
‘Sommige, net als jij.’
‘Ik ken niemand.’
‘Je kent Jimmy.’

Hij laat haar los en ze kijkt om zich heen. Op de vloer ligt zand en gedroogd gras en langs de muren groeien sierlijke ranken clematis en klimop. Er zijn geen stoelen, maar achterin de ruimte ziet ze een gedeelte dat lijkt opgedeeld in kleinere kamers. Vragend kijkt ze Javier aan.
‘Wat is dit voor een gebouw?’
Hij volgt haar blik en knikt. ‘Vroeger was dit een renstal, dat daar, waren de stallen voor de paarden.’
‘En nu?’
Javier gebaart om zich heen. ‘Nu wordt het gebruikt voor feesten, zoals je kunt zien.’
Hij pakt twee glazen van een dienblad en geeft er een aan Zoë. ‘Vermeng je met de andere gasten en vermaak je. Ik zie je straks weer.’
‘Wat ga jij doen?’
‘Hetzelfde.’

Zoë wil protesteren, maar hij is al verdwenen voor ze haar mond open kan doen. Ze moppert zacht. Mooi is dat. Hij wil dat ze hem vergezelt en vervolgens laat hij haar alleen, net als in Berlijn.
Plotseling op haar hoede kijkt ze om zich heen en recht in het gezicht van Jimmy. Hij heft zijn glas naar haar op en draait zich dan weer om naar de vrouw naast hem. Was hij ook in Berlijn? En al deze andere mensen? Die mannen die haar naar de kelder brachten, zijn die ook hier?

Ze droeg daar een masker, net als iedereen, maar hier is ze herkenbaar. Wat is dit dan voor een feest? En wat is de bedoeling van dat muntje?

Het zware geluid van een gong maakt dat ze zich, net als de overige gasten, omdraait. Op een brede verhoging staan twee leren stoelen en naast een van de stoelen staat een vrouw. Haar gezicht is zwaar opgemaakt. Ze is slank, tegen het tanige aan en draagt een lange, strakke jurk met een decolleté tot aan haar navel. Met een zware, donkere stem spreekt ze haar gasten toe.

‘Welkom allen, ik ben zeer vereerd dat jullie weer de weg naar mijn bescheiden, maar oh zo lustige stulpje hebben gevonden …’
Er wordt gelachen en ze pauzeert even tot het gemompel wegebt.
‘De regels zijn jullie bekend, maar voor hen die een een geheugensteuntje nodig hebben … Zoek jouw gelijkgestemden, maar onthoud, er wordt niet geruild … delen mag natuurlijk wel en vergeet de allerbelangrijkste regel niet. Consent is the key. Vermaak jullie en gun mij ook een deel van de pret.’

Met die woorden gaat ze in een van de stoelen zitten en vanuit het niets verschijnen schaars geklede mannen en vrouwen om haar heen. Ze strelen haar, gaan aan haar voeten zitten en voeren haar kleine hapjes van schalen die voorbij komen. Zoë kijkt naar het muntje in haar hand. Nu weet ze nog niets. Moet ze op zoek naar dit nummer? Iemand anders met een negen? Of iets anders? Waarom heeft Javier haar niet meer verteld en waarom heeft ze het idee dat zij hier de enige nieuweling is. Waar is Javier?

Zonder dat ze precies weet waar ze naar zoekt, dwaalt ze door de zaal en tussen de mensen door. Ze ontdekt een glazen deur en loopt er naar toe, iemand vraagt naar haar muntje en stuurt haar weer weg. Mensen kijken haar aan, nieuwsgierig, maar ook argwanend. Ze komt weer langs het podium. De vrouw in de stoel wordt gepassioneerd gezoend door een andere vrouw en een man op de grond likt haar voeten. Zoë schrikt als hij haar aankijkt en om haar muntje vraagt. Ze schudt haar hoofd en de vrouw in de stoel glimlacht. ‘Nee, lieve slaafjes, zij is splinternieuw hier. Laat haar eerst maar eens goed om zich heen kijken.’

Verward pakt Zoë nog een gevuld glas en ze gaat op zoek naar iets te eten. Haar maag is leeg en de tintelende wijn maakt haar licht in haar hoofd. Een vrouw pakt haar hand en fluistert in haar oor.
‘Je moet bij de stallen zijn …’
Zoë wil haar volgen, maar ze is alweer verdwenen achter andere gezichten en plotseling heeft ze het gevoel dat ze in wakende droom loopt. Ze ziet gezichten, hoort muziek en stemmen, maar alles lijkt te zweven, alsof ze er geen onderdeel van is. De stallen? Is daar eten? Ze moet iets eten.

De zaal is kleiner geworden, of voller, of allebei. De gezichten van mensen glanzen en komen dichterbij, drijven dan weer van haar weg. Haar focus is verdwenen, of richt zich op vreemde punten. De volle boezem van een vrouw, een tong langs tanden, lippen die elkaar vinden. Geluiden sterven weg, zwellen dan weer aan. Een hoge schaterlach, ijle muziek, ruisende wijn in de glazen.
Iemand pakt haar bij haar bovenarm.
‘Zoë, waar ga je naar toe?’
Ze kijkt in een paar lichte, bijna goudkleurige ogen en mompelt.
‘De stallen … ze zei dat ik naar de stallen moet.’

Hij slaat een arm om haar heen en voert haar mee. Zijn lippen bewegen niet, maar toch hoort ze hem praten. Het zijn woorden die ze eerder heeft gehoord.

Het interesseert me geen zier hoe jij over mij denkt. Ik heb geen interesse in middelmatige vrouwtjes.

Show Buttons
Hide Buttons