De weegschaal

Thuis laat ze Minggus weten dat ze terug is, zonder Javier. Ze heeft hem achtergelaten op het feest, in het hotel, in Parijs. Hij zal moeten accepteren dat hij niet altijd zijn zin kan krijgen.

Ze checkt de berichten op haar antwoordapparaat en luistert bevreemdt naar de stem van Valerie. Het is alsof ze naar de stem van een oude bekende luistert. Ooit zo belangrijk voor haar, nu als een vreemde. Er is geen verlangen terug naar die tijd en ze hoort aan de stem van Valerie dat ze daarom ook niet belt. Waarom ze wel belt, zegt ze niet en Zoë voelt geen behoefte haar terug te bellen. Als het echt belangrijk is, komt ze wel weer.

Moeiteloos valt haar thuisritme over haar heen. Dat is ook van haar. Momenten dat ze zich terug kan trekken en kan analyseren wat ervaringen voor haar betekenen. Daar heeft ze niemand bij nodig. Ook Minggus niet, nog niet. Ze heeft tijd nodig om dingen een plek te geven, om te voelen wat een rol mag krijgen in haar leven en wat echt is en wat niet. Minggus wil dat ze daar over nadenkt, dat zij vanuit haar eigen gevoel bepaalt welke kant ze op gaat. Hij wil ook dat ze leert onderscheid te maken tussen dat wat ze nodig heeft en dat waar ze naar verlangt en door de ervaringen die Javier haar biedt, wordt dat verschil steeds duidelijker.

Het begint al te schemeren als geluiden bij de voordeur het bloed sneller door haar lichaam doen jagen. Minggus wil van haar horen wat Parijs met haar heeft gedaan. Hij wil het zien en hij zal er op reageren zoals het hem goeddunkt en dat is precies wat ze nu nodig heeft.

*

Minggus schenkt een glas wijn voor zichzelf in en luistert naar de geluiden om zich heen. De radio speelt klassieke muziek, in de badkamer gaat een kraan aan. Hij zet het glas op zijn bureau en leest het berichtje van Zoë. Er zijn geen twijfels over haar trouw en loyaliteit. Wat dat betreft lijkt ze op Janaila. Ze heeft hem gekozen, meer dan dat hij voor haar koos. Hij twijfelt of hij dat wel waard is. Het kost hem moeite de die weegschaal in balans te houden, maar hij moet. Hij wil haar in zijn leven houden, koste wat kost. Naast Janaila. Nu nog naast Janaila.
En straks?

De woorden van zijn neef Seth blijven door zijn hoofd spelen.

‘Het zou jammer zijn als u haar naar een punt duwt waarop ze zich van u afkeert en het haar niets meer kan schelen.’

Zoë is sterk en ze is vastbesloten hem te laten zien dat ze sterk genoeg is, maar wat als Seth gelijk krijgt? Wat als een ander haar wel weet te waarderen voor wie ze is, wat ze is? Wat als Zoë zelf inziet dat ze veel meer waard is dan wat hij haar op dit moment kan geven? Wat als hij teveel van haar vraagt?

Minggus heeft zich nooit bezig gehouden met dergelijke vragen. Het verleden is geweest en de toekomst is ongewis. Wat telt is nu en nu is daar Janaila. Zijn slavin. Zijn kajira. Direct achter haar staat Zoë, maar het is een andere plek. Juist omdat ze is wie ze is, zal ze nooit de plek van Janaila in kunnen nemen. En juist omdat ze is wie ze is, wil hij haar niet meer uit zijn leven wegdenken. Hij heeft haar nodig, net zo diep als ze hem nodig heeft, maar de weegschaal is uit balans.

Zachte voetstappen doen hem opkijken. Janaila duwt de deur van zijn werkkamer open. Ze is naakt en houdt beschermend haar handen voor het litteken op haar buik, haar haren zijn vochtig.
‘Meester?’

Minggus kijkt naar haar. Ze is afgevallen, niet veel, maar hij ziet het. Onder haar borsten schemeren haar ribben en haar jukbeenderen tekenen scherp in haar gezicht. Hij loopt naar haar toe, pakt haar handen en laat zijn vingers langs het vuurrode litteken op haar buik glijden.
‘Dit hoort ook bij jou, Kajira Saya.’
Ze glimlacht. ‘Ik word er niet mooier op Meester.’
‘Jij bent altijd mooi en dat weet je. Kom je bij me zitten?’
Janaila schudt haar hoofd en pakt zijn hand.
‘Ik voel me goed en ik wil dat u daar gebruik van maakt. Ik heb het nodig. Het is te lang geleden Meester.’

Normaliter zou Minggus haar nu straffen. Het is het eerste dat hij haar geleerd heeft. Haar eigen verlangen is ondergeschikt aan dat van hem. Maar ze heeft gelijk. Het is te lang geleden.

Ze neemt hem mee naar de keuken, door de smalle deur naast de koelkast en de korte trap af. Zonder zijn hand los te laten knielt ze op het zachte kleed in het midden van de ruimte en kijkt naar hem op. Haar verlangen glanst in haar ogen, naast het vertrouwen dat ze hem altijd weer geeft. Hij buigt naar haar toe en kust haar voorhoofd.
‘Weet je het zeker, Saya?’
Janaila knikt en laat zijn hand los. Ze spreidt haar benen en legt haar handen met de palmen naar boven op haar dijen. Ze slaat haar ogen neer en wacht. Minggus twijfelt. Hij ziet haar kracht, maar ook haar kwetsbaarheid. Hij wil haar geen pijn doen, niet nu haar ook andere pijn wordt opgelegd.
Hij gaat door zijn hurken. ‘Wat wil je voelen, Saya?’
Ze zucht diep. ‘Alles Meester, alles wat u mij kunt geven. Ik ben bang dat mijn lichaam het anders vergeet.’

Minggus knikt en staat weer op. Janaila kent haar lichaam en ze weet wat het aankan. Hij mag haar nu niet teleurstellen, niet omdat hij bang is, want dat is wat hij voelt. Angst. Zijn eigen verlangen wordt erdoor weggedrukt en dat mag hij niet toestaan, niet nu ze dit van hem vraagt.

Hij opent haar metalen box en kijkt naar die van Zoë. Janaila heeft haar geaccepteerd als haar zuster, maar het ging niet zonder slag of stoot en hij zag haar gevecht. Hij ziet ook het gevecht wat ze nu moet leveren, maar nu kan hij haar niet helpen de pijn op te vangen. Hij kan alleen maar naast haar staan en haar alles geven wat ze van hem vraagt.

‘Pak een stoel, Saya en geef me je ass, je weet hoe ik dat het liefste zie.’

Ze staat op, zet een van de stoelen op het kleed en grijpt zich vast aan de rugleuning, haar ellebogen op de harde, houten zitting. Ze spreid haar benen en duwt haar billen omhoog. Minggus zet haar box naast de stoel en bindt haar handen met donker bondagetape vast aan de smalle latten van de rugleuning. Door de ring aan haar collar haalt hij een kort stuk touw. Het uiteinde laat hij op haar billen rusten. Hij gaat naast haar staan en duwt zijn vingers in haar mond. Ze kijkt hem aan en begint te zuigen. Met zijn andere hand streelt hij teder de gebogen lijn van haar rug, hij volgt het touw van haar collar tot aan haar billen en geeft ferme tikken op de ronde welvingen. Janaila zucht en duwt haar billen nog hoger. Minggus herhaalt, tot de huid van haar billen een warme, rode gloed heeft en zijn vingers nat zijn van haar eigen mondvocht. Zijn eigen verlangen groeit met de glans in haar ogen. Hij bukt, haalt een groot, roestvrijstalen instrument uit de box en duwt zijn vochtige vingers tussen haar billen en tegen haar sterretje.
‘Open jezelf Saya.’

Zonder enige vorm van weerstand glijdt zijn wijsvinger bij haar naar binnen. Langzaam beweegt hij in en uit haar strakke gaatje. Janaila kreunt als hij kort de metalen bal aan het uiteinde van het instrument in haar glinsterende kutvocht doopt en ze houdt haar adem in als zijn vinger plaatsmaakt voor de zachte druk van het glimmende metaal. Hij duwt, eerst voorzichtig, tot hij merkt dat ze ook nu geen enkele weerstand biedt en langzaam ziet hij de metalen bal in haar sterretje verdwijnen. Haar spieren sluiten zich rond de dunne, gebogen haak en Minggus haalt het touw door het oog aan het uiteinde. Hij trekt haar hoofd naar achteren, maakt een staart in haar haren en draait het touw er stevig omheen. Van een afstandje bekijkt hij zijn werk. Janaila kreunt als ze met een minimale beweging van haar hoofd de bal dieper naar binnen trekt. Ze houdt haar ogen naar het plafond gericht en hijgt. Minggus neemt haar gezicht in zijn handen en zoent haar, eerst zacht, dan steviger. Langzaam glijdt hij naar haar hals. Haar hoofd schokt naar voren als hij zijn tanden in haar gevoelig huid zet. De bal glijdt nog dieper bij haar naar binnen. Janaila bijt op haar lip en kijkt hem smekend aan. Haar overgave jaagt de angst uit zijn hoofd. Hij gromt hees, opent zijn broek en neemt bezit van haar hete, vrije opening. Haar hoofd schiet ver naar voren en Minggus voelt de harde, metalen bal in haar bewegen. Hij pakt de haak, trekt de bal bijna helemaal uit haar nauwe gaatje en duwt hem weer terug. Janaila hijgt en probeert hem over haar schouder aan te kijken.
‘Meer Meester, nog meer.’
Kreunend stoot hij in haar. Hij buigt over haar heen en grijpt zich vast aan haar schommelende borsten. Zijn vingers verdwijnen in haar vlees. Janaila slaakt een fluisterende kreet en beweegt de bal met de onregelmatige schokken van haar hoofd. Ze smeekt hem of ze mag komen. Zijn woorden komen met horten en stoten, op het ritme van de diepe bewegingen in haar vlees.
‘Kom maar, Saya en geef. Geef het aan je Meester.’

Ze beweegt haar heupen om hem nog beter te ontvangen en begint te trillen, eerst in haar benen, dan haar buik. Hij voelt haar hitte rond zijn harde lid en wacht met ingehouden adem tot haar sidderingen wegtrekken. Haar schouders schokken. Hij trekt zich helemaal terug, stoot nog een keer diep en voelt alle spanning in zijn lichaam loskomen. Janaila huilt.
‘Dank u Meester. Dank u.’

Hijgend zoekt hij steun op haar bevende lichaam en hij sluit zijn ogen. In een flits ziet hij het gezicht van Zoë. Haar ogen zijn groot en hij voelt haar onrust nog voor hij het ziet. Zij is ook bang, maar het is een andere angst dan hij eerder bij haar zag.

Langzaam maakt hij zich los van Janaila en voorzichtig bevrijdt hij haar uit haar gedwongen positie. Ze kijkt naar hem op, geeft hem haar vochtige lippen en klampt zich aan hem vast. Hij verwijdert het touw uit haar haren en van haar collar en trekt voorzichtig de metalen bal uit haar lichaam.
‘Pijn, Saya?’
Ze schudt haar hoofd.
‘Nee, maar Zoë heeft u nodig. Ik voelde haar.’
Minggus knikt, maar zegt niet dat hij haar ook voelde. Janaila kijkt met grote ogen naar hem op.
‘U moet naar haar toe!’
Hij stelt haar gerust. ‘Eerst jij, Saya. Kom …’

Minggus tilt haar op en draagt haar naar het bed in zijn slaapkamer. Ze kijkt hem aan en hij glimlacht.
‘Voortaan slaap je naast mij. Ik wil geen nacht meer zonder jou rusten, niet als dit niet nodig is.’
Ze legt haar hand tegen zijn gezicht. ‘Gaat u naar Zoë?’
‘Straks, jij hebt mij ook nodig.’
Janaila knikt. ‘We hebben u allebei nodig. Breng haar hier, dit is ook haar thuis.’

Hij gaat naast haar liggen en wacht tot haar ademhaling regelmatig is en hij zeker weet dat ze slaapt voor hij uit bed stapt.

Janaila komt op de eerste plaats en dat Zoë zich aan hem opdringt, terwijl hij bij zijn enige Kajira is, zint hem niet. Dat zijn Kajira haar aanwezigheid ook voelt, nog minder. Janaila heeft hem nodig en haar tijd is beperkt. Minggus weet het en Zoë mag daar nooit meer tussen komen.

De weegschaal slaat uit naar de enige, juiste kant.

Show Buttons
Hide Buttons