Zorgen dat je heel blijft

Minggus zit aan het bureau in zijn werkkamer. Zijn vingers rusten op het toetsenbord en hij staart naar het lichte scherm zonder de woorden te zien die hij ruim een uur geleden typte. Als het even kan werkt hij thuis en alle afspraken die gepland stonden voor zijn bondage workshops, heeft hij afgezegd. Wegens persoonlijke omstandigheden. Hij plant geen nieuwe afspraken in. Janaila is zijn prioriteit, ook nu de nieuwe behandeling aan lijkt te slaan. Ze neemt haar plek aan zijn zijde weer in, aan zijn voeten zelfs, als ze zich echt goed voelt en ze heeft hem deze week al twee keer gevraagd haar te laten voelen dat ze de zijne is. Zij is de enige die dat van hem kan vragen, ook nu hij ziet dat haar lichaam langzaam wegteert. Hij moet zich er toe zetten, maar in de roes die over hem heen valt tijdens die intense momenten vervaagt haar zwakke lichaam en ziet hij alleen nog de helle en sterke glans van totale overgave in haar ogen. Ze is de zijne en ze is de enige.

Toch is er iets veranderd. In Janaila, in hemzelf en in het hele huis. Alles ademt de afwezigheid van Zoë en hij stoort zich er aan. Het is ook vreemd. Zoë heeft hier nooit gewoond en de laatste twee maanden kwam ze niet vaak en bleef ze niet langer dan een nacht, hooguit twee.
De verandering in Janaila is miniem en bijna onzichtbaar. Ze schikt zich in zijn besluit, maar elke keer dat ze de naam van haar zuster noemt, voelt hij haar stille verwijt. En elke keer moet hij zich bedwingen niet de telefoon te pakken om Zoë terug te halen.

Minggus mist haar meer dan hij aan zichzelf toe wil geven, maar het verandert niets aan zijn besluit.

Hij kijkt op uit zijn roerloze trance als Janaila achter hem verschijnt. Ze legt haar handen op zijn schouders en zoent zijn hoofd. Hij glimlacht.
‘Hoe voel je je, Kajira Saya. Heb je goed geslapen?’
‘Heel goed Meester. U?’
Minggus draait zich naar haar om. ‘Een beetje onrustig, maar verder goed. Wat ga je doen?’
‘Naar Zoë.’
Ze legt een klein, jute zakje op het bureau en knoopt haar jas dicht. Hij stopt haar bewegingen door haar hand te pakken. ‘Wat zit daar in Saya?’
‘Kijkt u maar Meester. Het is voor mijn zuster.’

Minggus opent het zakje en haalt de donkere, bijna zwarte armband eruit. Fronsend kijkt hij Janaila aan. ‘Deze gaf ik aan jou …’
Ze knikt. ‘En ik geef hem nu aan Zoë, zij heeft hem harder nodig.’
Hij schudt zijn hoofd en staat op. ‘Jij hebt hem nodig Saya!’
‘Niet meer. Maar voor Zoë zal hij zijn werk nog doen. U heeft haar losgelaten en ze heeft zijn bescherming nodig. Dat voel ik. Ze mag niet al te ver van u afdrijven. Deze armband zal haar helpen. Hij zit vol van uw liefde en die van mij.’

In een flits wil hij het haar verbieden, maar als hij haar ogen ziet, weet hij dat ze deze keer niet naar hem zal luisteren en hij zal haar ervoor moeten straffen. Ze zal verwachten dat hij haar straft. Minggus kan veel, maar dat kan hij niet meer. Niet nu hij weet dat hij haar spoedig kwijt zal zijn.
‘Ik ben het er niet mee eens, Saya.’
‘Maar u verbiedt het mij niet?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Nee. Je doet het uit liefde voor Zoë, niet om tegen mij in te gaan. Je hebt mijn toestemming, maar ik vraag me af of ze hem zal accepteren.’

Janaila glimlacht. ‘Ze zal hem accepteren en ze zal hem zelfs gaan dragen. Ik weet het. Ik heb het gezien in mijn droom.’

*

De tijd gaat voorbij, haast van het ene moment naar het andere, in een vreemde, lege waas. Nog vreemder zijn de momenten die onverwacht naar boven komen drijven. Herinneringen die haar bij blijven. Alsof ze in haar hart gebrand staan.

Zoë gaat van gedachte op gedachte, als een keilende steen over een vijver en ze heeft Minggus meer nodig dan ooit. Ze wil van hem horen dat het overgaat en dat de pijn verdwijnt, dat dit simpelweg een van die momenten is, waar ze doorheen moet, terwijl ze ondertussen moet zorgen dat ze heel blijft, maar ze blijft niet heel.

Wat ze doet gaat op de automatische piloot en ze verschuilt zich in haar huis, waar hij haar achterliet. Trillend door de ijzige kou die over haar heen is gevallen.

Ze was zoveel. Ooit. Dochter, zus. Vrouw, vriendin en zelfstandig ondernemer. En toen werd ze de zijne. Cara. Naast al dat andere en dat andere is er nog steeds, maar ook niet. Ze wil alleen maar dat ene zijn, die ene. Dat verlangen verscheurt haar, want daarmee wenst ze die ander, de vrouw die haar vriendin werd, maar veel meer haar zuster, nog sneller richting haar dood.

Javier zou nu een welkome afleiding zijn, een deken voor het bloeden, maar hij zwijgt en komt niet terug op zijn belofte dat hij terug zou komen en dan geen onderbrekingen zal accepteren.

Ze dwaalt door de dagen en zet haar telefoon uit. Janaila probeert haar te bellen, maar Zoë kan het niet. Ze kan hier niet over praten, zelfs niet met Janaila. Zodra ze het hardop uitspreekt, wordt het waar en dat mag niet. Niet dit en niet Minggus.

Van alle mensen in haar leven wist ze zeker dat hij haar dit niet aan zou doen.

Ze brengt twee jurken naar Valerie en uit tam haar bezorgdheid over het feest. Het kan geen toeval zijn, dat weet ze zeker en ze weet ook zeker dat Valerie niet opgewassen is tegen een dergelijke ervaring. Niet dat ze er aan onderdoor zal gaan. Zoë is veel banger dat haar vroegere vriendin zich laat meeslepen door weer een nieuwe en spannende beleving, maar ook die angst is tam. Valerie maakt geen wezenlijk onderdeel meer uit van haar wereld en als ze heel eerlijk is, kan het haar ook weinig schelen. Niets kan haar op het moment nog schelen.

Rusteloos gaat ze door haar dagen, zonder echt goed te weten waar ze precies haar tijd aan besteedt. Ze kijkt op Minggus zijn bondage site en ziet dat hij wegens persoonlijke omstandigheden voorlopig geen nieuwe afspraken aanneemt. Voorlopig niet? Maar ooit weer wel? En wie wordt dan zijn model?
Komt hij ooit weer naar haar terug? Gaat ze daar op wachten?
Het ene moment zegt haar hart stellig van ja, het andere moment neemt haar hoofd het over. Natuurlijk gaat ze niet op hem wachten. Ze verdient veel beter dan dat.

In haar diepste wanhoop krijgt ze een kort berichtje van Javier.

‘Zaterdag, ik kom je halen. We blijven vijf dagen weg. Pak de latex jurk in.’

Ze wil hem terugsturen dat hij zich de moeite kan besparen, maar wordt midden in haar zin onderbroken door de bel en haar hart slaat tegen beter weten een aantal slagen over.

Janaila staat voor haar deur en voor Zoë zelfs maar kan bedenken wat ze zou moeten zeggen, voelt ze haar armen om zich heen en voor het eerst laat ze zich helemaal gaan. Al haar pijn en woede komt rauw en schurend naar buiten. Janaila neemt haar mee naar binnen en troost haar zonder woorden en met stilzwijgend begrip.
Zoë voelt de wanhoop van zich af glijden. Janaila is en blijft haar connectie met de wereld die ze de hare is gaan noemen. Ze klampt zich aan haar vast.
‘Wat fijn dat je er bent … het spijt me zo. Ik had niet weg mogen blijven, niet bij jou …’
Janaila streelt haar haren en schouders en kust haar tranen weg.
‘Het geeft niet mijn lieve zuster. Sommige dingen kosten tijd.’

Tijd die Janaila niet meer heeft, niet lang en Zoë schaamt zich dat ze haar eigen pijn de overhand heeft laten nemen. Voorzichtig maakt ze zich los uit de omhelzing van haar vriendin en kijkt haar aan. Ze schrikt van haar gezicht. Haar eens zo glanzende huid heeft een grauwe sluier gekregen en er liggen donkere kringen onder haar ogen. Janaila glimlacht.
‘Ik weet het. Ik word er niet knapper op, maar de nieuwe behandeling slaat aan, dus voorlopig ga ik nergens anders heen.’
Zoë knikt en duwt de gedachten aan Minggus weg. ‘De tumor …?’
‘Die gaat ook nergens heen, maar hij groeit minder snel en dat is al meer dan waar ik op durfde hopen.’
Het gezicht van Zoë betrekt. Uitstel, maar geen afstel. Ooit zal ze ook Janaila moeten missen.

Ze veegt langs haar ogen en staat op.
‘Dan moeten we dingen gaan doen. Zeg me wat. Vertel me wat je nog zou willen doen. Ik heb tijd en nu Minggus …’
Verschrikt houdt ze haar mond en Janaila trekt haar weer naast zich op de bank.
‘Minggus komt weer terug, ooit en jij moet hem daarbij helpen, maar ondertussen moet je sterk zijn, lieve zuster.’
‘Weet hij dat je hier bent?’
‘Natuurlijk weet hij dat en hij weet ook dat ik je iets ga geven.’
Ze opent haar tas en haalt er een klein jute zakje uit. Zoë maakt een beetje bezorgd de touwtjes open en haalt opgelucht adem als ze er een brede, sierlijke gebogen armband uit haalt. Ze haalt haar vingers langs het donkere, glanzende materiaal. ‘Is dit hout?’
Janaila schudt haar hoofd. ‘Het is koraal, hoornkoraal om precies te zijn en het wordt uit de zee rondom de Molukse eilanden gehaald. Daar noemen ze het Akar Bahar, wat wortel der zee betekent. Deze wortels, of eigenlijk zijn het meer struikjes, staan bekend om hun mystieke krachten en de sieraden worden gedragen voor het ontvangen van geluk en bescherming. Nadat de struikjes uit de zee zijn gehaald, worden de mooiste stronken eruit geknipt en onder verhitting verbogen tot armbanden of andere sieraden.’

Zoë kijkt haar bedenkelijk aan. ‘Hoe kom je hieraan?’
‘Ik heb het gekregen van mijn Meester.’
Hardnekkig schudt Zoë haar hoofd en ze duwt de armband terug in het zakje.
‘Dan kan ik het niet van je aannemen. Hij gaf dit aan jou met een reden en hij zal het vast niet goedvinden dat je het aan mij geeft.’
Janaila glimlacht. ‘Hij weet dat ik het aan je geef. Hij zei ook al dat je het niet aan zou willen nemen, maar jij en ik weten allebei dat je dat wel zult doen.’
Ze haalt de armband weer uit het zakje en trekt de uiteinden een beetje uit elkaar. ‘In principe draag je dit voor het leven, maar ik heb hem niet meer nodig. Ik wil dat jij hem nu verder gaat dragen zodat je weet dat ik altijd bij je zal zijn … en Minggus ook. Laat me je helpen. Het kost wat moeite de armband om te doen.’

Zoë’s hoofd roept dat ze geen waarde moet hechten aan een simpel sieraad met zogenaamde, mystieke krachten, maar haar verstand wordt overschreeuwd door haar hart. Minggus weet dat Janaila dit aan haar geeft en hij heeft haar niet tegengehouden. Hij wil ook dat zij het draagt en misschien zal het haar helpen zijn besluit te aanvaarden zoals het nu is en het is een stukje van zijn cultuur, zijn erfgoed. Ze weet dat alles wat hij doet daardoor ingegeven wordt. Het is belangrijk voor hem en voor Janaila. Daardoor is het ook belangrijk voor haar. Ze steekt haar pols uit en helpt Janaila het stugge materiaal verder uit elkaar te trekken zodat het over het brede gedeelte van haar hand glijdt. Het sieraad valt warm over haar huid. Echte mystieke krachten, of alleen maar het verlangen dat het zo is?

Janaila geeft haar een zoen op haar mond. ‘Beloof me dat je hem nooit af zult doen.’
Zoë knikt en zucht een beetje bibberig.
‘Hoe gaat het met Minggus?’
Haar vriendin kijkt haar ernstig aan. ‘Onze Meester heeft het moeilijk en hij mist je, al zal hij dat nooit hardop toegeven. Gun het tijd en onderzoek de weg die je nu is gegeven. Je moet hier niet gaan zitten kniezen.’
Zoë lacht een beetje zwakjes. ‘Onze Meester zeg je.’
‘Ja, en vergeet dat nooit. Er komt een moment dat hij je nodig heeft.’
‘Misschien ben ik er dan niet meer.’
Fel pakt Janaila haar bij haar pols. ‘Ik ben er dan niet meer, jij zeer zeker nog wel! En je zult het weten wanneer hij je nodig heeft.’
‘Hoe?’
‘Je zal het voelen.’

Stil en met de vingers ineengestrengeld zitten de twee vrouwen naast elkaar, ieder met hun eigen gedachten. Gedachten aan wat nu is en wat ooit zal komen.

Janaila zucht diep en staat dan met een lach op. ‘Je beloofde me je tijd, dus die zal ik nu van je claimen. Laten we gaan lunchen, voor Javier je weer bij me weg komt halen.’

Zoë draait aan de armband. Minggus en Janaila aan de ene, en Javier aan de andere kant. Verschillende wegen die haar gegeven zijn, met grillige afslagen en soms ook diepe kuilen. Hobbels waar ze overheen moet zien te komen. Niet afwachten, maar juist die afslag nemen, omdat het de enige manier is waarop ze heel kan blijven.

Show Buttons
Hide Buttons