Gevangen

Het adres in haar telefoon klopt. Het is de juiste straat en het juiste nummer. Smalle, hoge huizen staan dicht tegen elkaar aan alsof ze steun zoeken. Het zijn oude huizen. Huizen met een verhaal. Een straat met een verhaal. Containers tegen lage, bruine paaltjes aan. Vuilniszakken ernaast. Fietsen, slordig in een rek gesmeten. Een voorwiel is verbogen. Donna maakt nu al foto’s.
Nog een keer checkt ze het adres. Ze had een studio verwacht. Groot met veel licht. Donna kan zich niet voorstellen dat er in deze hoge, smalle huizen ergens een lichte, grote studio is gehuisvest.
Ze duwt haar vinger op de bel. De zesde in een rijtje van acht. Maar één naamplaatje, de anderen leeg. Studentenhuizen. Donna wacht en duwt nog een keer. In de verte klinkt een blikken geluidje en de deur gaat open. Erachter is een smalle, steile trap. Bovenaan de trap hoort ze de zachte, hese stem van het telefoontje.
‘Loop maar door naar boven, twee trappen, tweede deur.’
Donna loopt door. Bovenaan de eerste trap staat een leeg kratje bier en liggen rommelige stapels kranten. Op de tweede trap staan schoenen. Het is er schemerig. Ze opent de tweede, lichtgrijze deur en vindt de eigenaresse van de stem. Ze staat in een smalle kamer met nog twee deuren.

Donna stelt zich voor en geeft antwoord op de vragen die haar gesteld worden. Ze mag alleen digitale foto’s maken en geen foto’s voor eigen gebruik. De vrouw vraagt of ze vaker naakt doet. De foto’s zijn voor een website en een blad. Expliciete, echte foto’s, er wordt niet gedaan alsof. Ze geeft haar rekeningnummer door. Het geld voor de shoot zal overgemaakt worden. Dit is een tijdelijke locatie, bij een eventuele volgende keer moet ze naar een andere locatie. Het is vaag, maar Donna wordt nog nieuwsgieriger al heeft ze zo haar vermoedens. Ze wil weten of het strafbaar is.
‘Niet strafbaar, maar als je niets gewend bent kan het schokkend zijn.’
‘Ik ben wel wat gewend’
‘Anders hadden we je ook niet gebeld.’
Donna wil vragen hoe ze haar hebben gevonden en waarom ze denkt dat zij geschikt is. De vrouw schudt haar hoofd.
‘Hoe minder je weet hoe beter. Kom, we moeten aan het eind van de ochtend weer weg zijn.’
Achter de eerste deur is een kleine kamer met een bed en een kaal matras. Op het bed ligt een vrouw. Ze is geblinddoekt en gekneveld. Er is een tweede vrouw en drie mannen. Allen zijn naakt. Haar opdracht is kort en duidelijk. Zoveel mogelijk foto’s, meer wordt er niet gezegd. Donna laat haar camera werken en kijkt erdoor. Het creëert een afstand. Alsof ze er niet bij is. Ze is er niet bij. De vrouw en de mannen in de kamer gebruiken de vrouw op het bed. Ze kan niets zien, kan niet schreeuwen of roepen. Ze wordt vastgehouden, vastgebonden en geslagen. Haar kreten halen het volle volume niet. De knevel wordt verwijderd en de mond gevuld. Ze wordt geneukt in al haar openingen.
Liefdeloos.
Donna laat haar camera werken. Ze ziet smalle repen leer en een riem rond de hals van de vrouw. De slagen zijn krachtig en haar huid wordt fel rood. De mannen binden touw rond haar borsten en trekken de riem aan terwijl ze haar neuken. Met vingers en hele handen. Een grote dildo en de riem wordt nog strakker aan getrokken.
Donna klikt. Het beeld wordt troebel. Het geluid van leer op naakte huid.
Tranen.
Baboe.
De camera werkt.
De stem van Baboe.
‘Nee Mijnheer. Niet… het kind. Nona.’
De stem van haar vader.
‘Naar je kamer! Nu!’
Donna vlucht.
Ze rent langs de vrouw met de hese stem en langs de mensen op het bed. De vrouw op het bed huilt en smeekt. Ze smeekt om meer.
Donna laat haar achter en rent de smalle trappen af naar buiten, naar haar auto.
Ze huilt.
Ze heeft veel meer gezien, meer dan ze had moeten zien en meer dan goed voor haar was. Haar vader. Baboe overgeleverd aan de riem en aan harde handen. Niet alleen de handen van haar vader, ook andere handen.
Ze schrikt van een tikje op het raam. Het is de vrouw met de hese stem.
‘De foto’s mevrouw Coredo.’
Donna haalt de memory-card uit haar camera en geeft hem aan de vrouw. Ze hoeft de foto’s niet.
‘Ik neem aan dat we je niet nog eens hoeven te bellen? We zullen een deel van het afgesproken bedrag overmaken.’
Donna schudt haar hoofd. Ze wil het geld niet. Dit is geen werk, dit is…
Nog een keer schudt ze haar hoofd. Ze start haar auto en trekt op zonder de vrouw nog aan te kijken. Waarom schokt het haar zo? Ze is wel wat gewend. Niet zo, nooit zo, maar ze is wel wat gewend.
Was Baboe. Wat was er tussen haar en haar vader? De vrouw op het bed was overgeleverd aan de anderen, maar ze had het gewild. Ze smeekte erom.
Meer
Harder
Dieper
Baboe ook? Haar vader was een sadist, naar alles en iedereen. Donna weet het. Ze heeft het vaak gevoeld. Het dunne rietje op haar benen, haar rug en haar handen. De riem was voor Baboe. Omdat Baboe dat wilde of omdat haar vader dat wilde?

Donna probeert zich meer te herinneren. Hoe oud was zijzelf? Bleef Baboe komen, ook toen haar vader haar had weggestuurd? Waarom? En haar moeder? Wist die ervan? Waarom komt het nu pas terug, na zoveel jaren. Wat moet ze met al die herinneringen?
In haar brievenbus liggen twee witte enveloppen met twee foto’s.
Norman en ik
Alex en ik
De foto’s halen haar in en de woede naar Alex is groot.
Wat probeert ze te bereiken?
Wil ze Donna bang maken?
Donna is niet bang. Donna is voor niemand bang.
Hoe komt Alex aan de foto’s.

Ze stopt de foto’s bij de andere foto’s. Het is al een flinke stapel. Een stapel vol lege lust en lege begeerte. Zonder betekenis. Ze gaat naar de begraafplaats. Er is nog een dienst en er zijn veel mensen met echt verdriet, echte emoties. Donna maakt foto’s, van de kist en de bloemen rond het graf. Foto’s van de stilte als de kist zakt. Een handvol aarde op de kist. De stoet mensen langs het graf, terug naar het centrum waar koffie en thee op hen wacht.

Donna blijft bij het graf staan. Pas als iedereen weg is zal het dichtgegooid worden. In haar hoofd verschijnt een ander graf en ze ziet de donkere kist op de bodem. Er waren geen bloemen. Haar vader wilde het niet. Donna was niet weggegaan. Ze had gekeken naar het hout van de deksel en de hand aarde die ze erop had gegooid omdat het van haar verwacht werd. De mannen met de schoppen bleven wachten tot ze zou gaan. Donna ging niet en maakte een gebaar. Begin maar, het geeft niet.
Ze wilde het zien. Ze wilde zien dat de vochtige aarde het hout zou bedekken en hoe de kist langzaam zou verdwijnen onder de donkere, koude grond. Ze wilde zeker weten dat hij weg was en dat hij niet meer terug zou komen.
Achter zich hoort ze gekraak en ze draait zich om. Het is weer die man. Hij draagt hetzelfde jack. Hij kijkt naar haar, een kleine glimlach om zijn mond. Hij knikt, alsof hij haar begroet.
‘Wat doe je hier, wat wil je van me?’
Hij blijft glimlachen, maar geeft geen antwoord. Donna richt haar camera op de donkere ogen. Ze klikt.
Hij draait zich om en loopt weg. Met grote passen.
‘Wacht!’
Hij wacht niet en blijft in een stevig tempo doorlopen. Donna loopt achter hem aan. Haar hakken zakken weg in de vochtige grond. Hij loopt sneller, Donna ook.
Ze wil weten wie hij is. Als hij door de poort is dan is hij net als de vorige keer weg. Ze moet weten wie hij is en wat hij wil.
Haar voeten gaan vanzelf. Ze kijkt niet waar ze gaat en houdt haar ogen strak op zijn rug gericht. De takken van de lage wilg verstrengelen in haar haren. Ze rukt zich los en struikelt over een dikke wortel. Ze komt pijnlijk op een steen terecht en vloekt. Haar camera valt. Ze wil overeind komen en haar camera pakken.
Hij komt rennend terug en pakt haar camera. Ze staat al half, maar hij geeft haar een duw. Ze valt achterover en vloekt nog een keer.
Hij richt de camera en maakt foto’s. Ze houdt haar hand voor haar gezicht.
‘Mijn camera, geef terug.’
Weer duwt hij haar naar de grond. Hij blijft klikken zonder door de camera te kijken en hij blijft glimlachen. In de hoort ze de stem van Albert. ‘Donna!’

De man rent weg.
Ze staat op.
‘Wacht!’
‘Donna!’

Hij verdwijnt door de poort. Donna hoort een motor starten en een donkergroene auto rijdt voorbij. Hij is weg.
Albert komt bij haar. Hijgend en bezorgd.
‘Gaat het? Wie was dat?’
‘Hij heeft mijn camera.’
Albert wil achter hem aangaan, maar Donna houdt hem tegen.
‘Laat maar, hij is weg.’
‘Heb je je bezeerd? Wie was dat? Wat wilde hij?’
‘Mijn camera. Ik ken hem niet, vast een junkie. Ik heb hem eerder gezien. Hij wilde mijn camera. ‘
‘Je moet naar het bureau en aangifte doen. Weet je zeker dat het gaat?’
Donna knikt. Hij wilde niet haar camera, hij wilde haar en hij heeft haar. Foto’s terwijl ze in het gras ligt, haar hand afwerend voor haar gezicht. Ze dacht dat hij haar zou slaan. Hij heeft haar.
Gevangen in haar camera.

Ineens weet ze zeker dat Alex haar de foto’s niet stuurt en ineens is ze bang.

Show Buttons
Hide Buttons