Presenteerblaadje

Ze kijkt door de camera en ziet de blikken van anderen. Ze vangt ze. Haar ogen zien veel meer dan wanneer ze gewoon zou kijken. Ze zoomt in. Niet alleen op gezichten, ook op kleine gebaren. De wethouder opent het evenement. Haar houding is kaarsrecht en statig. Donna fotografeert haar op het moment dat ze op de grote gong slaat. Het is het startsein voor deze middag. Over vier uur zal ze weer op de gong slaan. Het teken dat de middag ten einde is en de start voor de rest van het evenement. In de grote zaal staan gedekte en genummerde tafels. Een plek aan een tafel moet worden gekocht.
Donna fotografeert de vrouw ook op het moment dat ze even haar hand in de zak van haar pantalon laat glijden. Ze haalt er een gouden kruisje uit. Haar vingers gaan langs het glanzende metaal. Jacob stelt haar voor aan mensen en vertelt wat haar rol is bij de gebroeders Basary. Verschillende ogen bekijken haar nieuwsgierig en ze krijgt vragen. Wat trekt haar om juist de dood vast te leggen.
Donna vertelt. Het heeft niets te maken met de dood, het is een ritueel. Een ritueel voor de levenden, zij die achterblijven. Ze herhaalt de woorden van Jacob. Inmiddels weet ze dat hij gelijk heeft. Met haar camera weet ze vast te leggen wat mensen niet willen vergeten en soms ook wat mensen liever wel willen vergeten, maar wat toch belangrijk voor ze is. Haar foto’s zijn een toevoeging aan de rituelen die bij een uitvaart horen en zoals met alle rituelen is het de kunst ervoor te zorgen dat het bij de overledene past en dat de nabestaanden er troost uit kunnen putten. Haar foto’s kunnen daarbij helpen. Of ze ook foto’s maakt van de levende momenten, de mensen? Daarom is ze hier. En natuurlijk om de opdracht van de gemeente binnen te halen. Foto’s die laten zien dat de gemeente leeft. Haar foto’s van het afscheid van de doden. Het zijn doden die ooit bij de gemeente hoorde. Ook zij geven de gemeente een gezicht.

Mensen willen haar kaartje. Ze zullen haar bellen. Het gaat als vanouds. Mensen die haar zullen bellen omdat ze hopen haar nog een keer te zien. Mensen die van haar onder de indruk zijn. Het houdt haar niet meer bezig. Het is te makkelijk, net als met Alex, Janneke en alle anderen. Het zijn presenteerblaadjes en het is niet wat Donna zoekt. Niet meer.
Haar camera klikt. De wethouder is in gesprek met de burgemeester. De afstand tussen de twee is gepast en afstandelijk. Ze fotografeert een donkere man met een lange staart op zijn rug. Zijn hand ligt op de onderrug van de slanke vrouw naast hem. Ze heeft sierlijke armbanden rond haar polsen en het koperen sieraad rond haar hals is bijzonder.

Er zijn verschillende kraampjes. Ondernemers, verenigingen, bedrijven en organisaties. Ze ziet een blonde vrouw bij een van de kraampjes staan. Haar ogen gaan zoekend door de grote hal. Ze oogt onzeker en staat een beetje in elkaar gedoken. Een houding die veranderd op het moment dat ze iemand in het oog krijgt. Ze trekt haar schouders recht en steekt haar kin een beetje vooruit. Donna klikt. Het is het beeld van een vrouw die weet wat ze waard is.

Ze krijgt Alex in het oog. Kleine Alex. Zoekende Alex. Naar goedkeuring. Naar liefde en verhalen met een mooi einde. Donna klikt. Ze glimlacht als Alex recht in haar camera kijkt. Haar glimlach wordt breder als Alex doet of ze haar niet heeft gezien. Het is beter. Norman komt recht op haar aflopen. Ze laat haar camera zakken. Nog zo’n presenteerblaadje.
Ze wisselen een paar korte woorden, alsof ze niet veel meer van elkaar weten dan enkel hun gelijktijdige aanwezigheid hier. Hij peilt haar, zoals hij kon doen en zoekt de gemeenschappelijke interesse. Hij knikt naar Alex.
‘De liefde over?’
Ze geeft hem geen antwoord en vraagt naar zijn werk. Er verschijnt een frons op zijn gezicht.
‘Waarom heb je niets gezegd, jij kent het verhaal. Nu is het alsof.’
‘Het had je niets geholpen. Wat doe je nu?’
‘Hetzelfde, er zijn genoeg reclamebureau’s. Genoeg meiden als Alex, als jij …’
‘Dat betwijfel ik.’
Hij beweegt zijn hoofd naar de blonde vrouw bij de kraam. ‘Zij ook, één woord… een knip van mijn vingers en ik heb haar.’
‘Ook dat betwijfel ik, maar succes … Je hebt mij of Alex niet nodig.’

Donna heeft gelijk. De vrouw is heel even onzeker, maar iets maakt dat ze groeit. Het zijn maar een paar woorden en die woorden creeren afstand. Norman druipt af. Hij deelt korte momenten met mensen, met vrouwen. Geil, spannend, voor even. Het zijn lege momenten en het is lege lust.
Ze wacht tot hij uit het zicht is en kijkt bij de kraam van de blonde vrouw. Er ligt een boek vol foto’s van mooie spullen en mooie kleding, maar de foto’s hadden beter gekund. Ze steekt een kaartje in haar zak en geeft dat van haar aan de vrouw.
‘Als je nog eens mooie foto’s nodig hebt’
De vrouw knikt met een warme glimlach. Donna bekijkt de spullen op haar kraam en ziet het houten Ouija bord. Ze laat haar vingers langs het glanzende oppervlak glijden.
‘Verkoopt je dit?’
De vrouw knikt. ‘Ik heb het al lang, mensen geloven er niet in of ze durven er niet aan.’
‘Wil je het voor me apart houden …’ Donna haalt het kaartje weer uit haar zak en leest de naam van de vrouw. ‘Zoë. Ik kom het later ophalen.’ Ze steekt haar hand uit en stelt zich voor. ‘Donna, ik kom graag in je winkel kijken, het ziet er bijzonder uit.’
Zoë bloost en knikt nog een keer. ‘Je bent welkom, ik zal het bord apart houden.’

Donna gaat verder. Ze volgt de blik van Zoë, steeds dezelfde kant op. Het is de donkere man met de staart, hij vangt haar blik. Ze zijn iets van elkaar. Donna voelt het. Geliefden? Meer dan geliefden? De vrouw naast de donkere man is ook een geliefde. Haar camera legt vast wat ogen niet zien, wat andere ogen niet zien.

Plots ziet ze die man. Donna herkent zijn gezicht. Hij begroet de man met de staart. Een stevige omhelzing en een schouderklop. Donna klikt en verdwijnt uit zijn gezichtsveld. Ze volgt hem zonder dat hij weet dat ze hem volgt. Hij is slank, en jong. Jonger dan zij zelf is. Niet heel veel jonger. Hij ziet er anders uit. In haar hoofd had hij haar angst aangejaagd. Zijn glimlach gaf haar de rillingen.
Hij heeft haar camera. Ze wil haar camera.
Hij voelt zich thuis hier. Ze ziet het aan zijn bewegingen, hij beweegt soepel en kent veel mensen. Mensen kennen hem ook en zijn blij hem te zien. Donna ziet geen angst, wel bewondering. Ze herkent het. Mensen die hem niet kennen willen weten wie hij is en hij weet het. Hij daagt uit, ook dat herkent ze.
Hij verdwijnt door grote, openslaande deuren naar buiten. Ze volgt hem. Achter de deuren is de parkeerplaats. Het is er donker. Waar is hij?

Een felle flits verblindt haar en iemand pakt haar stevig bij haar pols. Ze ziet hem niet.
‘Dag Donna. Moet jij niet naar huis? Misschien is er post?’
Zwarte vlekken dansen voor haar ogen. Hij laat haar los en rent weg.
‘Wacht!’
Hij weet haar naam. Ze wil weten hoe. Was hij het wel? Ze weet het niet. Ze zag hem niet, alleen zijn stem. Een onbekende stem.

Post? Ze is nog niet thuis geweest sinds vanmorgen. Toen was er geen post.

Show Buttons
Hide Buttons