De jagende prooi

Zijn plek aan de bar biedt uitzicht op de hele ruimte. De smalle tafels achterin, de dansvloer en de ingang bij de toiletten. Hij ziet wie er binnenkomt en wie weer weggaat. Het is nog vroeg, nog rustig. Mensen drinken, praten met elkaar en wachten tot iemand de eerste stappen op de dansvloer zet.
Seth bestelt nog een biertje. Hij observeert de mensen om hem heen en houdt ondertussen de ingang in de gaten.
Hij leest weer het berichtje van eerder die dag.
‘Ze gaat dansen, vanavond.’
Hij kent de locatie. Hij komt er vaker. Zij komt er vaker, bijna wekelijks. Hij komt er niet wekelijks, maar als hij komt, komt hij voor haar.

Zijn telefoon zoemt.
‘Ze zijn er. Waar vind ik jou.’
Hij zegt dat hij aan de bar zit, kijkt naar de dubbele deuren en ziet haar binnenkomen. Achter haar loopt een schuchter, jong meisje. Een kind haast nog. Ze draagt donkere kleding die weinig van haar te ronde lichaam verhult. Een kind met verlangende ogen.
Zij ziet er elegant uit, sexy ook zoals altijd. Een zwarte jurk met een strak lijfje en een zwierige rok. Hoge hakken, blote armen. Haar huid glanst, haar haren dansen los op haar rug. Hij ziet haar graag zo.
De man komt naast hem zitten.
‘Heb je haar gezien, het is die slanke, in de zwarte jurk.’
‘Ik weet wie het is. Wie is dat kind?’
‘Onze stagiaire … ook niet verkeerd.’
‘Smaken verschillen. Waarom is zij mee?’
‘Donna vroeg haar mee, niet zomaar als je het mij vraagt.’
‘Ik vroeg je niets.’
Norman kijkt hem even aan. Seth ziet dat hij iets wil zeggen, maar hij houdt zijn mond. Norman heeft hem nodig. Seth heeft hem ook nodig. Zolang het nodig is. Hij mag hem niet, maar het doel heiligt de middelen.
‘Ben ik er in?’
Seth knikt. ‘Aanstaande zaterdag. Ik laat je weten waar en hoe laat.’
Norman bestelt een biertje, drinkt het achter elkaar op en bestelt meteen een tweede.
‘Zonder kosten en zonder gevolgen?’
‘Dat heb ik je al gezegd. Ik weet wat ik doe en het is graag of niet.’
‘Ik ben er in. Wat wil je met haar?’
‘Maakt het iets uit?’
‘Nee, het kan me niet schelen.’
‘Dat dacht ik al.’
Norman aarzelt als hij zijn tweede biertje op heeft. Seth ziet de twijfel tussen gaan en nog blijven.
‘Wanneer hoor ik het.’
‘Zodra ik het weet.’
‘Als ik niets hoor …’
‘Je hoort het, op tijd.’
‘… maar als ik niets hoor …’
‘Dreigen is niet nodig’
‘Als ik niets hoor, misschien is het dan wel nodig. Ik laat me niet aan het lijntje houden.’
Seth geeft hem geen antwoord. Zijn ogen volgen Donna. Ze heeft haar camera en maakt foto’s. Ze richt op Norman. Seth kijkt recht in de lens. Als ze iets tegen het meisje zegt, ziet hij haar ogen glinsteren. Het meisje is er inderdaad niet zomaar. Hij heeft het vaker gezien. Het is de invloed die ze op mensen heeft. Donna wakkert de nieuwsgierigheid aan.
Seth verplaatst zich naar een tafel dichtbij de dansvloer. Vanavond wil hij haar kunnen ruiken.
Hij volgt iedere beweging als Donna naar de dansvloer loopt en langzaam begint te bewegen. Ze danst voor hem. Ze weet het niet, maar ze danst voor hem. Ooit zal ze weten dat ze voor hem danst, ook als ze met anderen danst, het zal voor hem zijn. Het is voor hem.

Het meisje maakt foto’s van Donna. Hij moet Norman vragen wie ze is. Hij wil meer van haar weten. Ze is niet zomaar met Donna. Donna wil iets van mensen, altijd. Daarin lijkt ze op hem.
Hij ziet Norman verdwijnen door de dubbele deuren en Donna danst, onvermoeibaar, wenkt het meisje die eerst weigert, dan toch begint te dansen. Eerst samen met Donna. Al snel met anderen. Donna pakt haar camera en maakt foto’s. Hij vraagt zich af wat ze met de foto’s doet. Hij weet dat ze vaker foto’s maakt en hij is nieuwsgierig naar haar werk. Het zal niet lang duren voor hij haar foto’s te zien krijgt.

Als ze al door heeft dat hij haar met zijn ogen volgt, dan houdt ze dat verborgen. Niet één keer kijkt ze hem aan, hooguit onbedoeld, altijd door het oog van haar camera. Ze let alleen maar op het jonge meisje. Haar ogen krijgen die gloed die hij eerder bij haar gezien heeft. Ze is op jacht en ze heeft haar prooi al gevangen. Ze is de jagende prooi. Hij heeft haar al. Ze weet het alleen nog niet.

Het meisje komt bij haar terug, verhit en gelukzalig, blosjes op haar wangen. Donna staat dichtbij haar, fluistert in haar oor en drukt haar mond op de lippen. De muziek staat hard, maar Seth kan raden wat ze tegen haar zegt. Uitnodigende woorden, uitdagende woorden. Geile woorden.
Hij staat op als ze hand in hand langs hem lopen en ruikt haar geur. Zoet zweet. Hij ziet de lange vrouw bij de ingang. Haar gezicht is bleek en ze kijkt geschokt. Seth glimlacht.

Hij wacht tot Donna en het meisje verdwenen zijn en doet dan of hij ook wil gaan en botst half tegen de vrouw aan. Ze mompelt een zacht excuus en wil aan de kant stappen om hem door te laten. Hij kijkt haar aan, houdt zijn pas in.
‘Gaat het goed? Je kijkt alsof je een geest gezien hebt.’
Haar ogen blijven even geschokt op de dichte deur hangen voor ze haar hoofd schudt.
‘Wie gelooft er nog in geesten?’
Seth lacht. ‘In mijn cultuur is het heel gangbaar om nog in geesten te geloven. De wereld is er vol van.’
Hij steekt zijn hand uit.
‘Seth, aangenaam. Een drankje? Je ziet eruit alsof je dat kunt gebruiken.’
Na een korte aarzeling pakt ze zijn hand.
‘Janneke en waarom ook niet. Ik hoef nergens heen vanavond.’
Seth weet wie ze is. Hij heeft haar vaker gezien, met Donna. Hij ziet Donna vaker zonder haar. Andere gezichten geven voeding aan andere verlangens. Het jonge meisje geeft ook voeding aan een verlangen.
‘Behoefte om te praten?’

De behoefte komt met de drank. Haar liefde voor Donna, ongekend en ondergewaardeerd. Vanzelfsprekend.
‘Ik ben enkel een thuishaven. Een plek waar ze tot rust komt als ze uitgespeeld is. Donna is een jager. Ik dacht dat het zou veranderen …’
Hij luistert vol begrip en zegt dat ze beter verdient. Mensen als Donna, die veranderen niet. Het is vragen om problemen, om onverdiende pijn. Hij weet er alles van. Het is moeilijk om de band te verbreken, moeilijk om voor jezelf te kiezen.
Als ze opstaat om weg te gaan, geeft hij haar zijn nummer.
‘Mocht je behoefte hebben om te praten … Het beste Janneke.’
Ze bedankt hem. Hij weet dat ze hem niet zal bellen. Hij heeft het ook niet nodig. Wat hij bij haar ziet is genoeg. Donna zal los raken van haar. Los van degene die haar tegen beter weten vast probeert te houden. Niemand zal Donna vast kunnen houden. Donna hoort bij hem. Haar plek is altijd naast hem geweest.

Show Buttons
Hide Buttons