De prijs van echte liefde

Hij vindt Donna in bed, slapend en omringd door de schriften van zijn moeder. Langzaam slaat hij de bladzijden om. Hij hoeft de woorden niet te lezen. Hij kent ze en zijn moeder herhaalde zichzelf, vooral in haar slaafse liefde voor de man die ze haar Heer noemde. Seth weet dat ze ook van hem hield, maar ze heeft altijd meer van Mezak Coredo gehouden, tot ver na zijn dood en tot in haar laatste ademtocht. Alles wat ze deed, al haar gedachten en haar verlangens waren voor zijn vader. Hij kwam altijd op de eerste plek. De tweede plek was voor haar zoon.

Seth zoekt het schrift waarin haar liefde voor zijn vader ontkiemde. Hij weet dat het geen romantisch verhaal is, niet in de echte betekenis van romantiek en hoe anderen die ervaren. Het schrift ligt nog in de kist. Donna heeft het niet gelezen. Seth kent het verhaal van buiten, maar bladert toch door naar de dag die bepalend was voor de rest van zijn moeder’s leven en leest voor de zoveelste keer over de dag dat de bijzondere liefde tussen zijn vader en zijn moeder begon.

*

Het is niet moeilijk stil te zijn hier. Lisi is bang voor mijnheer en zijn donkere ogen. Soms voelt ze dat hij naar haar kijkt nog voordat ze het ziet. Ze is ook bang voor mevrouw, maar op een hele andere manier. Het komt door die enorme buik en de manier waarop ze door het huis schommelt. Het duurt nog wel een maand voor het kind geboren wordt, maar elke dag lijkt ze dikker te worden. Mevrouw is wel vriendelijk voor haar, als een soort moeder bijna. Lief en zacht. Het jongetje, Gabrio, is ook lief, maar nog klein. Ze vindt het leuk om met hem te spelen en voor hem te zorgen. Vandaag vindt ze het extra leuk. Ze mag voor het eerst alleen met hem naar buiten, naar de stad. Mijnheer wil dat ze wat boodschappen doet en dat ze op bezoek gaat bij haar ouders. Hij heeft hen laten weten dat ze komt en dat ze Gabrio meebrengt. Een uur in de bus, twee uur voor de boodschappen en dan naar haar ouders.

‘Je eet gewoon hier, dus zorg dat je de tijd in de gaten houdt zodat je de bus niet mist.’

Lisi knikt gehoorzaam. ‘Ja mijnheer.’

Mevrouw is bezorgd om Gabrio en draagt Lisi op hem goed aan te kleden en zijn dekentje mee te nemen. Lisi doet het zonder mopperen. Ze is veel te blij dat ze eindelijk een keer weg mag, ook al is dat dan met Gabrio.

In de bus zingt ze zachtjes liedjes en wijst ze naar voorbijkomende vrachtauto’s. Gabrio lacht en klapt in zijn handjes. Het is een lief jongetje.

Het lijstje met boodschappen is binnen een uur klaar en met het jongetje in de buggy, wandelt ze naar het kleine eetcafe. Ze is nerveus. Ze heeft Marcello niet meer gesproken sinds die laatste keer, in zijn auto. Vlak daarna ging ze weg. Hij heeft de brieven die ze hem schreef niet beantwoordt.

Marcello is er niet en een beetje timide bestelt ze een glas chocolademelk. De man achter de bar brengt haar het glas en een koekje voor Gabrio. Hij kijkt haar nieuwsgierig aan.
‘Is dit jouw kind?’
Verschrikt schudt ze haar hoofd. ‘Nee zeg! Hij is van mijn baas. Ik pas alleen op hem. Werkt Marcello niet vandaag?’
De man knikt. ‘Ik dacht al dat je voor hem zou komen ja. Marcello werkt vanmiddag, maar ik denk dat je beter bij hem uit de buurt kunt blijven.’
Lisi drinkt haar glas achter elkaar leeg en zet het met een zachte klap terug op tafel.
‘Ik ben zijn meisje.’
De man zucht. ‘Weet Marcello dat ook?’
Ze lacht en staat op. ‘Natuurlijk weet hij dat ook. Hij heeft het gezegd. Ik kom vanmiddag terug.’

Hoofdschuddend kijkt de man haar na. Hij weet waar ze werkt en hij kent haar baas, Mezak Coredo. De wereld is niet zo groot als dit meisje denkt en als ze vanmiddag inderdaad terugkomt zal hij de beste man moeten bellen. Marcello is geen lieverdje en geen match voor dit kind met haar grote, onschuldige ogen.

Zacht zingend loopt Lisi naar huis waar ze warm en vol liefde wordt ontvangen door haar ouders, broers en zusje. Haar dag is plotseling zo zonnig geworden dat ze zelfs niet meer boos is op Susilla. Vanmiddag ziet ze Marcello weer en als ze Gabrio nu wakker houdt, dan valt hij straks als een blok in slaap. Dan heeft ze tijd voor Marcello en tijd genoeg voor ze bus terug naar het huis van haar werkgever moet nemen.

Het afscheid valt haar niet zwaar. Nog even en dan is ze vrij om te gaan en te staan waar ze wil en kan ze haar familie zien wanneer ze wil, niet wanneer mijnheer Coredo het goed vindt. Marcello heeft gezegd dat niemand tussen hen in kan komen. Ze vertrouwt hem en ze weet zeker dat hij een oplossing heeft gevonden. Misschien vraagt hij wel of ze met hem wil trouwen. Lisi giechelt zacht. Ze is al zeventien, dus het kan. Marcello heeft gezegd dat ze geen toestemming meer nodig heeft van haar ouders. Vorige maand nog wel. Eigenlijk komt alles precies goed uit.

Haar hart springt bijna uit haar borstkas als ze Marcello achter de bar ziet staan. Gabrio schudt heen en weer in de buggy als ze hem gehaast over de drempel duwt, maar hij wordt niet wakker.
‘Marcello!’
Hij kijkt om zich heen, ziet haar en komt met een frons achter de bar vandaan.
‘Lisi …? Maar jij was toch weg?’
Ze laat de buggy staan en vliegt hem om zijn nek. ‘Ik heb je zo gemist. Elke dag en elke nacht. Ik heb ze geteld. Het zijn er veel te veel en …’
Om hen heen wordt gegrinnikt en Marcello maakt haar armen los van zijn hals. Hij kijkt naar het slapende kind in de buggy. ‘Van wie is die?’
‘Hij is niet belangrijk. Ik breng hem naar huis en dan kom je me halen, toch? Je hebt iets bedacht zodat we samen kunnen zijn. Je hebt het beloofd. Heb je mij niet gemist?’
Haar stem trilt. Marcello legt zijn grinnikende vrienden met een gebaar van zijn hand het zwijgen op en kijkt Lisi aan. Hij was haar vergeten, maar nu ze weer voor hem staat herinnert hij zich haar grote ogen vol vertrouwen en haar gewillige lichaam. Hij trekt haar naar zich toe.
‘Natuurlijk heb ik je gemist, elke dag, maar vooral ’s nachts. Kom …’
Hij wil haar mee trekken, achter de bar langs, naar het magazijn. Daar zal niemand hen storen. Lisi blijft staan. ‘Wat gaan we doen?’
‘Ik zal je vertellen wat ik heb bedacht, niet hier. Hoe minder mensen het weten …’
Ze knikt en kijkt naar het slapende kind in de buggy. Het hoeft niet lang te duren. Zodra ze weet wat hij van plan is, gaat ze terug en dan zal ze op hem wachten. Vol vertrouwen legt ze haar hand in de zijne. ‘Oké, maar snel. Als hij wakker wordt en mij niet ziet begint hij te krijsen.’

Ze volgt hem een smal trapje af en giechelt als hij haar optilt en op een stapel kratten zet. Zijn handen zijn overal en weten al snel de weg onder haar jurk te vinden. Een beetje hijgend duwt ze hem weg. ‘Wat heb je bedacht?’
Hij zoent haar en duwt zijn tong in haar mond. ‘Straks lieve Lisi. Ik heb je zo gemist.’

Haar hart ontploft en ze kan wel huilen van geluk. Ze twijfelde, omdat ze maar niets van hem hoorde. Ze wilde het niet, maar het gebeurde toch en nu vertelt hij haar wat ze al die tijd al wist. Hij wil niet zonder haar en hij mist haar ook. Net zoveel als ze hem mist.

Lisi vergeet al het andere, zelfs het slapende kind in de buggy en helpt Marcello ongeduldig met het losknopen van zijn broek. Hij lacht, tilt haar een beetje op en trekt het slipje van haar billen.
‘Een ondeugend meisje ben je Lisi, met je grote, onschuldige ogen. Lekker was het hé, die laatste keer? Wil je dat nog een keer?’
Hij grijnst als ze knikt, duwt haar verder naar achteren en trekt haar benen uit elkaar. Haar witte slip bungelt aan het bandje van haar rechterschoen, als een slaphangende vlag. Lisi steunt onhandig op haar ellebogen en knijpt haar ogen dicht als hij dichterbij komt. Hij duwt tegen haar spleetje, glijdt een stukje naar binnen, weer terug, nog verder naar binnen. Ze zucht opgelucht en doet haar ogen weer open. Geen pijn. Marcello pakt haar benen en stoot dieper en sneller. Met glanzende ogen kijkt ze hem aan. Ze zucht nog een keer diep. ‘Ik hou van je, Marcello.’
Hij grinnikt. ‘Dat weet ik toch geile Lisi en je doet alles voor me, toch?’
Lisi knikt. ‘Alles!’
‘Goed zo …’
Marcello hijgt, stoot nog feller, verkrampt en gooit met een lange kreun zijn hoofd in zijn nek. Lisi voelt zijn liefde in haar stromen en langs haar billen weer naar buiten komen als hij zich terugtrekt. Hij kijkt naar haar gespreide benen en haar rode wangen. ‘Dus … als ik nu mijn vrienden roep, dan mogen zij ook?’
Niet begrijpend kijkt ze hem aan. ‘Wat bedoel je?’
‘Mijn vrienden, ze zijn boven. Ik zag hoe ze naar je keken en ze weten wat wij hier doen. Je doet alles voor me toch?’

Langzaam dringen zijn woorden tot haar door en ze stamelt zacht, niet goed wetend wat ze moet zeggen. Boven haar hoofd begint een kind te huilen en ze komt omhoog. Haar slipje glijdt van haar schoen en valt op de grond. Ze trekt haar jurk recht. Langs de binnenkant van haar benen glijden kleverige druppels. Marcello schudt zijn hoofd. ‘Dus je houdt niet van mij?’
‘Jawel! Ik hou alleen van jou!’
‘Dan roep ik mijn vrienden, een voor een, en maak je geen zorgen om dat kind. Die houden we boven wel even bezig …’
Hij verdwijnt. Lisi kijkt wat angstig om zich heen en wil hem dan volgen, maar hij komt alweer terug.
‘Frank, dit is Lisi, mijn meisje en mijn meisje doet alles voor me, toch, Lisi?’
Ze schudt haar hoofd en doet een stap naar achteren. Marcello fronst zijn wenkbrauwen.
‘Dus je houdt toch niet van me?’
Lis begint te huilen. ‘Jawel en dat weet je!’
‘Bewijs het maar. Nu mag Frank en daarna Jonathan. Laat me maar zien hoeveel je van me houdt.’

Ze huilt harder en kijkt geschrokken naar het plafond als boven haar hoofd Gabrio begint te krijsen. Er klinken voetstappen, het geluid van rollende wielen en het gekrijs sterft weg. Ze kijkt Marcello aan.
‘Wat doen ze met Gabrio?’
‘Ze nemen hem even mee. Maak je geen zorgen. Hij komt weer terug, als wij klaar zijn …’

Lisi fluistert zacht en schudt haar hoofd. Ze duwt hem weg. Opgelucht hoort ze het gekrijs van Gabrio weer dichterbij komen. Marcello doet een stap naar haar toe. Ze geeft hem een harde zet. ‘Nee!’

In het cafe boven haar klinkt wild gestommel, iemand vloekt en de deur naar het magazijn vliegt open.
‘Lisi!’

Bovenaan de trap staat Mezak Coredo en de blik in zijn ogen is angstaanjagend. Hij overziet de situatie, stort zich woedend op de twee jongemannen en sleurt ze achter zich aan de trap op. Over zijn schouder snauwt hij Lisi toe.
‘Fatsoeneer jezelf en volg!’
Ze raapt haar slip op van de grond, propt hem in de zak van haar jurk en rent achter hem aan. Ze gilt als ze ziet dat hij Marcello klem zet tegen de muur en dreigend zijn vuist opheft. Zonder zich te bedenken springt ze op zijn rug. Marcello, niet onder de indruk van de imposante gestalte van Mezak, grijnst.
‘Is dit je vader Lisi?’
Mezak schudt hem woest heen en weer. ‘God verhoede dat haar vader hier achter komt ellendig stuk verdriet. Is het tot je schamele hersencellen doorgedrongen dat zij minderjarig is en dat jou hiermee een zeer onzekere toekomst boven het hoofd hangt!’
Marcello trekt bleek weg. ‘Ze is achttien. Dat zei ze …’
Lisi huilt. ‘Niet waar, ik heb …’
‘Hou je mond Lisi! Breng Gabrio naar de auto en wacht daar.’
Ze schudt haar hoofd. Mezak brult. ‘Nu!’

Snikkend tilt ze Gabrio uit de buggy. Bij de deur van het cafe draait ze zich om en ze kijkt naar Marcello. Hij let niet op haar. Zijn grote, met angst gevulde ogen zijn op het gezicht van Mezak gericht. Lisi kan niet verstaan wat haar werkgever zegt, maar Marcello knikt en ze vlucht naar buiten en naar de grote, donkerblauwe wagen van Mezak. Met Gabrio op haar schoot gaat ze op de achterbank zitten.

Het duurt niet lang voor Mezak naar buiten komt, instapt en de motor start. Gabrio klapt in zijn handjes en lacht. ‘Bapa …’
Mezak glimlacht. ‘Ja jochie, papa is hier. We gaan naar huis.’
Lisi huilt. ‘Wat gebeurt er met Marcello? Wat heeft u tegen hem gezegd?’
Mezak keert de auto en glimlacht nog een keer als Gabrio zijn naam noemt. Tegen Lisi zegt hij niets, wel kijkt hij haar zo nu en dan via de achteruitkijkspiegel aan en elke keer als ze zijn blik vangt, slaat ze haar ogen neer.

Bij het huis aangekomen, neemt hij Gabrio van haar over en stuurt hij haar zonder woorden naar haar kamer. Met gebogen hoofd loopt Lisi de brede trap op. Op haar kamer laat ze zich huilend op het bed vallen. Haar tranen zijn voor Marcello. Hij heeft tegen haar gelogen. Het was niet echt, nooit. Hij liet haar dromen en verlangen, maar hij is nooit van plan geweest met haar weg te gaan. Het ging hem alleen maar om … alleen maar om …

Ze huilt nog harder. Al haar verliefde meisjestranen komen naar buiten. Het zonlicht buiten verdwijnt en de schaduwen in haar kamer worden donker en diep. Uiteindelijk drogen ook haar tranen op en blijven daar alleen nog haar gedachten. Teleurgesteld, verdrietig en beschaamd. Haar ogen branden, haar hart bloedt en ze schrikt niet eens als de deur van haar kamer tamelijk ruw wordt opengegooid. Mezak staat in de deuropening.
‘Naar mijn werkkamer, nu meteen!’
Hij wacht niet en draait zich weer om. Ze volgt hem naar beneden, naar de kamer waar ze nog maar een keer eerder is geweest, samen met haar vader. Mezak staat bij de deur, doet hem dicht als ze naar binnen komt en draait hem in het slot. Met grote ogen kijkt ze hem aan.
‘Gaat u het mijn ouders vertellen?’
‘Je vertelt mij eerst wat er is gebeurd, daarna zal ik besluiten wat ik verder ga doen.’

Lisi vertelt, hakkelend en vol schaamte als hij haar dwingt de juiste woorden te gebruiken voor wat Marcello deed, vandaag en eerder.

‘Hij stopte hem in me …’
‘Wat stopte hij in je?’
‘Zijn ding …’
‘Hoe heet dat?’
Lisi zucht diep. ‘Zijn penis. Hij bewoog in me, haalde hem er weer uit.’
‘Wat haalde hij eruit?’
‘Zijn penis! Waarom moet ik het zeggen!’
‘Zodat je nooit meer vergeet wat er precies gebeurt is, en toen?’
‘Hij liet zijn liefde over mijn buik lopen en …’
Mezak stoot een blaffend lachje uit. ‘Zijn wat?’
Ze kijkt hem met grote ogen aan. ‘Zijn liefde …’
‘Heeft hij gezegd dat het zo heet? Arm kind. Je hebt nog veel te leren merk ik. Dat heet sperma en dat is geen liefde, niet op de manier die jij hebt ervaren. Dat was alleen maar geil en onbezonnen en heel erg onverstandig. Ik heb een afspraak voor je gemaakt bij de huisarts. Hij zal je morgen onderzoeken en als dit avontuurtje geen gevolgen blijkt te hebben dan mag je elke dag God op je blote knieën danken. Vertel verder.’

Hij ondervraagt haar en onderwerpt haar aan de vernedering het moment keer op keer te beleven, tot ze hem smeekt of hij op wil houden.
‘Niet meer mijnheer Coredo. Dit is genoeg. Ik begrijp dat u me wilt straffen en het is gelukt. Ik beloof u dat ik nooit meer zoiets zal doen. Nooit meer!’

Mezak knikt, opent een la van zijn bureau en haalt er een leren riem uit. ‘Ik hecht heel veel waarde aan beloftes Lisi. Je kent mij en de regels van dit huis misschien nog niet goed, maar als je mij een belofte doet, dan zal ik erop toezien dat jij je daaraan houdt …’
‘Dat doe ik. Vanaf nu zal ik me aan alle regels houden. Ik zal gehoorzaam zijn. Vertelt u alstublieft niets aan mijn vader.’
Mezak zucht diep en kijkt haar aan. ‘Ik was nog niet uitgesproken, Lisi. Ik zal erop toezien dat jij je aan je beloftes houdt en mocht je dat niet doen, dan zal ik je straffen.’
Hij laat de riem door zijn handen glijden en vouwt hem dubbel. Lisi kijkt naar de bewegingen van zijn handen en het leer tussen zijn vingers.
‘Straffen …? U bedoelt toch niet …’
‘Sommige daden kunnen grote consequenties hebben.’
Ze beweegt zich langs hem heen, naar de deur. ‘Ik zei dat ik zou gehoorzamen.’
Mezak draait met haar mee, volgt haar met zijn ogen. Ze wil de deur open trekken, morrelt aan de klink als dit niet lukt en begint te roepen. ‘Help! Mevrouw Coredo! Iemand!’
‘Mijn vrouw is het met mij eens Lisi. Zij weet als geen ander dat er een groot verschil is tussen iets begrijpen en het echt van binnen weten. Een goed pak slaag laat je dingen in een ander licht zien.’
‘U mag mij niet slaan! Mijn vader …’
‘Jouw vader heeft je aan mij toevertrouwd in de hoop dat je onder mijn hoede toch nog opgroeit tot een verstandige, volwassen vrouw. Het is mijn plicht daarop toe te zien.’
Lisi blijft hem aankijken terwijl ze tevergeefs de deur open probeert te trekken.
‘Door mij te straffen, te slaan!?’
Mezak knikt, niet in het minst geraakt door de paniek in haar ogen.
‘Er bestaat zoiets als gerechtigheid, Lisi. Jij hebt niet alleen jezelf, maar ook mijn zoon in gevaar gebracht en daar moet je voor boeten.’

Het ronde gezichtje van Gabrio verschijnt in haar hoofd en plotseling ook de gedachten aan wat er had kunnen gebeuren. Niet alleen met haar, maar ook met het kind dat aan haar zorgen werd toevertrouwd. Ze schudt haar hoofd.
‘Ik wilde niet … Het was nooit mijn bedoeling …’
Ze haalt diep adem en kijkt Mezak aan.
‘U hebt gelijk, mijnheer Coredo. Ik was dom en dacht alleen maar aan mijzelf. U moet mij straffen. Ik verdien het.’
Hij glimlacht. ‘Ik ben blij dat je het met me eens bent Lisi. Begrijpen waarom je straf krijgt en inzien dat deze rechtvaardig is, is jouw eerste stap naar volwassenheid.’
‘En u vertelt het niet aan mijn vader?’
‘Ik denk dat mijn straf deze keer meer dan voldoende is, maar een volgende keer kan ik niet beloven dat ik het voor jouw ouders zal verzwijgen.’
Vastberaden steekt Lisi haar kin naar voren. ‘Er komt geen volgende keer.’
‘Daar vertrouw ik op.’

Hij wenkt haar, laat haar voorover buigen, met haar armen op de stoel van zijn bureau en tilt de rok van haar jurk op. Lisi krijgt een kleur. Haar slipje zit nog in de zak van haar jurk en haar billen zijn bloot. Mezak legt zijn hand bij haar kin en duwt haar gezicht omhoog.

‘Je hebt zelf in de hand wie je wordt en welke kant je opgaat meisje. Niemand kan dat voor jou bepalen, maar ik hoop dat ik je op zijn minst een zetje in de goede richting kan geven.’

Lisi knikt en knijpt haar ogen stijf dicht. Ze is nog nooit geslagen, zelfs niet door haar vader, terwijl ze het vaak genoeg bont heeft gemaakt, veel bonter dan Minggus en Lambert soms, maar nog nooit zo bont als vandaag.

Ze heeft dit verdiend, echt verdiend en ze is blij dat mijnheer Coredo kwam om haar te redden van iets wat misschien wel de allergrootste fout van haar leven zou kunnen zijn.

*

Seth slaat het schrift dicht, gaat dicht tegen Donna aanliggen en slaat zijn hele lichaam om haar heen. Hij strijkt het haar uit haar warme gezicht en drukt zijn lippen op haar oogleden. Ze wordt wakker, zucht en kijkt hem aan.

‘Jouw moeder koos altijd voor vader. Niet voor mij, maar ook niet voor jou. Jij was ook alleen.’

Hij sust en wiegt haar tot ze in zijn armen weer wegdommelt. Hij was niet alleen. Hij heeft altijd geweten dat Donna er was en dat zijn pad bij haar moest eindigen.

Show Buttons
Hide Buttons