Wat ze is

Wouter is verward. Het zwijgen van Soumia en de onbeantwoorde mailtjes zijn plotseling doorbroken door haar telefoontje. Ze vroeg hoe het met hem ging, hij reageerde nukkig. Waarom nu ineens wel die interesse? Het is al weken geleden. Hij heeft haar niet nodig.
Ze zei dat ze hem graag wilde uitleggen waarom en tot zijn verbazing stelt ze voor elkaar in de korenbloem te ontmoeten. Ze wil praten, als hij dat ook wil.
Hij weet niet of hij wil horen wat ze te zeggen heeft. Het geeft hem een onbestemd gevoel. De mails die hij haar heeft gestuurd, leest hij terug, zijn sms berichten ook. Hij schaamt zich voor zijn woorden. Verlangend en smekend. Beschuldigend. Boos. Hij weet dat Soumia de woorden ook gelezen heeft. Ze zei het. Dan heeft ze ook zijn dreigement gezien.

‘Er zijn genoeg vrouwen die graag bij me willen zijn. Ik heb jouw aandacht niet nodig.’

Ook het mailtje waarin hij haar zegt dat hij het heeft gedaan. Dat hij is klaargekomen, zonder haar toestemming en meerdere malen. Dat hij uit eten is geweest met een vrouw … een vrouw die niets liever wil dan … een vrouw die hij misschien wel gaat geven waar ze naar verlangt. Soumia wil het toch niet.

Hij heeft haar niets over Louisa gezegd, maar ze zal er naar vragen. Wouter vermoedt dat ze het contact wil stoppen. Het zal niet uitmaken of hij haar over Louisa vertelt of niet.
Het is leuk met Louisa. Ze is prettig gezelschap en de seks is oké. Ze is verliefd op hem. Dat zegt ze. Hij is niet verliefd op haar. Hij laat haar denken dat het wel zo is. Hij heeft haar niets verteld over Soumia. Ze weet helemaal niet van Soumia.

Soumia zit aan dezelfde tafel waar hij eerder met haar heeft gezeten. Het lijkt lang geleden. Het is nog geen half jaar.
Ze ziet er anders uit. Haar gezicht is smaller dan hij zich herinnert. De teleurstelling krult in zijn borst. Gewoon een vrouw. Aantrekkelijk, maar gewoon. Afstandelijk ook. Het roept geen verlangen bij hem op en het is alsof hij haar niet kent. Alsof hij niet weet wie ze is en hoe ze kan zijn.
Hij wil blijven staan tot ze hem zegt dat hij kan gaan zitten. Het voelt vreemd, hij gaat zitten. Ze knikt vriendelijk naar hem en de scherpe stem die hij verwacht blijft uit. Ze vraagt hem of hij wat wil drinken en bestelt wat hij vraagt. Een kop koffie. Zelf neemt ze thee.

Hij kijkt naar haar gezicht. Deze vrouw weet dingen van hem die niemand anders weet. Verlangens die niemand kent. Wat hij haar heeft laten doen, wat hij soms nog steeds zelf doet. Hij scheert zich. Zijn ballen en rond zijn anus, zijn borst is glad. Hij houdt het bij, zoals ze hem heeft gezegd. Het doet geen pijn meer. Soms verlangt hij naar die pijn.

Terwijl hij naar haar luistert verdwijnt het verlangen die kant van haar te zien naar de achtergrond. Ze vertelt over zichzelf. De vrouw die ze ooit was en hoe ze haar geaardheid ontdekte. De fouten die ze daarin heeft gemaakt. Het kind dat ze heeft afgestaan. Haar motieven. De andere vrouw, Soumia noemt haar Fleur en ze vertelt waarom ze uit haar leven is verdwenen. De littekens op haar lichaam en de reden van deze tekens, welke betekenis die voor haar hebben. Ze vertelt over haar geloof.

Wouter zag haar niet als gelovige vrouw. Ook niet als een moeder of een vrouw die een andere vrouw onder haar vleugels neemt en voor haar probeert te zorgen. Hij zag haar als een vrouw zonder tegenslagen.

Zijn bewondering voor haar verandert en groeit. Die keer, haar zelfbewuste uitstraling, krachtig. Hij begrijpt nu waarom hij het gezien heeft. Het is de tegenslag die haar heeft gemaakt tot wat hij zag, tot wat hij ziet. Wie ze is.
Hij wil niet dat ze uit zijn leven verdwijnt. Ze is sterk genoeg om hem ook onder haar vleugels te nemen. Hij wil dat ze dat doet. De wetenschap dat Soumia met dit verhaal afscheid van hem neemt doet pijn. Het is alsof hij een geliefde kwijtraakt en het laat zich niet rijmen met de afstand die hij voelt. Zij creëert die afstand.
‘Waarom vertel je me dit? Is dit jouw manier van afscheid nemen?’
‘Geen afscheid. Ik zou het zeggen als het een afscheid zou zijn.’
‘Wat dan?’
‘Ik wil eerlijk zijn, zodat je alles weet.’
‘Wat weet?’
‘Wie ik ben en waarom. Wat er speelt in mijn leven. Wat er gespeeld heeft. De stilte van mijn kant … Als jij geen contact meer wilt … Je bent mij niets verplicht. Ik wil dat je weet dat ik het begrijp.’
‘Iedereen heeft een verleden, mooi of minder mooi.’
‘Het mijne is niet zo mooi.’
Wouter haalt zijn schouders op. Het maakt niet uit. Het verandert niets aan zijn verlangen meer van haar te willen. Het ligt achter haar. Hij maakt er geen deel van uit. Nu is wat telt, niet wat is geweest.
‘Achterom kijken heeft geen zin. Je kunt je verleden niet veranderen.’
‘Je wilt mij blijven zien? Zoals het was?’
Hij ziet dat ze het niet heeft verwacht en knikt.
‘Waarom niet?’
‘Je schreef over een vrouw, via je werk?’
‘Je wilt niet dat ik anderen zie?’
‘Zie je iemand?’
‘Nee.’
Het is een leugen. Het voelt niet als een leugen. Tussen hem en Louisa, het is anders en Louisa kan hem niet geven waar hij ook naar verlangt. Ze zal zijn verlangen niet begrijpen.
‘Ik wil het weten als je anderen ziet. Nu of in de toekomst. Anderen kunnen de situatie gecompliceerd maken. Ik vind het belangrijk dat je daar eerlijk over bent.’
‘En jij?’
‘Ik zal er ook eerlijk over zijn.’
‘Is er een ander? Iemand als ik, als die vrouw, Fleur?’
Soumia schudt haar hoofd. Er is niemand. Er zal niet snel nog iemand komen. Het kost tijd. Haar contact met Wouter bevindt zich in de beginfase en ze is verkeerd met hem gestart. Als hij nog verder wil dan zal ze het anders moeten invullen, zoals ze het lang geleden met Fleur ook heeft gedaan.
‘Ik wil er zeggenschap in hebben. Ik wil niet dat jij zomaar bepaalt en voorbij gaat aan mijn verlangen.’
Hij is nog lang niet bekend met zijn verlangen. Soumia is dat ook niet. Ze is te snel gegaan. Ze zal opnieuw moeten beginnen.
‘Ik zal verwachtingen hebben, dat blijft. Ik ben niet veranderd. Veel zal niet veranderen.’
‘Niet neuken?’
‘Niet neuken.’
‘Aanraken. Laat je me klaarkomen?’
Wouter kijkt om zich heen. Het voelt vreemd om dit te bespreken alsof het om een overeenkomst gaat. Haar antwoord wakkert zijn verlangen weer aan en de afstand wordt kleiner.
‘Misschien, als je het me op de juiste manier vraagt.’
‘Anders, maar toch niet …’
‘Anders, binnen jouw verlangen. Ik bepaal.’
‘Nu? Vanavond?’
‘Vanaf nu.’
‘Naar mijn huis?’
‘Nee.’
‘Waar dan? Jouw huis. Wanneer …’
‘We blijven hier. Je mag wijn voor me bestellen.’
De toon in haar stem is terug en de afstand is verdwenen. Hij staat op.
‘Oké.’
‘En je spreekt met twee woorden.’
‘Oké ... Soumia?’
‘Meesteres, vanaf nu spreek je me aan met Meesteres of Mevrouw. Je mag kiezen. Ben ik duidelijk Wouter?’
‘Ja ... Mevrouw. Wat voor een wijn wil je?’
‘Geen je. U.’
‘Wat voor een wijn wilt U ...’
Hij groeit, het voelt prettig haar op deze manier aan te spreken. Alsof het hoort. Ze dwingt respect af, juist door haar verhaal. Het is de enige juiste manier om haar aan te spreken.

Show Buttons
Hide Buttons