Hoe rijk ben jij

Hij is niet verrast haar te zien en even denkt ze zelfs dat hij haar verwachtte. Hij glimlacht.
‘Kom, ik ben wel toe aan een drankje.’
Ze loopt achter hem over het smalle pad naar zijn woning. De verlichting is zwak en ze moet goed kijken waar ze haar voeten zet. Hij loopt met rustige, kalme stappen voor haar uit. Ze past haar eigen passen aan, gewend als ze is voorop te lopen en de leiding te nemen. Ze had haar excuus al klaar om uit te leggen waarom ze er weer is. Hij vraagt niets en haar woorden verdwijnen nog voor ze zijn uitgesproken.
Zijn manier van bewegen prikkelt haar. Hij beweegt zelfverzekerd en lichtvoetig. Leren slippers aan zijn voeten, een linnen broek, katoenen shirt. Om zijn schouder draagt hij een leren rugzak. Wat ze in Wouter ziet, ziet ze niet in Vadit. Hij zal niet reageren op haar rol. Ze kan het achterwege laten. Ze wil het niet achterwege laten. Het is wie ze is. Zijn aanwezigheid maakt dat ze anders zou willen zijn en ze aarzelt.
Hoe kan het dat ze bij hem in de buurt wil zijn, als ze bij hem anders wil zijn. Haar identiteit geeft haar al zoveel jaren houvast en controle over wat en wie ze in haar leven toelaat. Ze wil Vadit toe laten op een manier die ze niet gewend is en de angst dat hij haar afwijst is groot.

Zonder woorden opent hij de deur naar zijn woning. De labrador begroet hem enthousiast, snuffelt even aan haar benen en verdwijnt dan in het donker.
‘Ben je niet bang dat hij wegloopt?’
‘Waarom zou hij, hij heeft het hier goed.’
Honden die het goed bij je hebben lopen niet weg. Het is een simpele constatering. Mensen die het goed bij je hebben lopen ook niet weg. Daarom ging Fleur weg. Niet omdat ze haar vertelde over Dewi, maar omdat ze het niet meer goed bij haar had. Adnan heeft het niet meer goed bij haar. Ze is niet goed voor Dewi.
‘Wat als hij het niet goed bij je heeft?’
‘Hij heeft het goed.’
‘Maar wat als dat niet zo zou zijn?’
‘Waarom zou ik daar over nadenken? Hij heeft het goed en dat is dat. Wat kan ik voor je inschenken?’
‘Wat drink jij?’
‘Ik vraag het aan jou.’
‘Rode wijn?’
‘Malbec of Grenache?’
‘Grenache …’
Vadit glimlacht. ‘Past bij de avond, zwoel en zacht. Ik doe een glas met je mee.’
‘Boeddhisten drinken niet …’
‘Wie zegt dat?’
‘Het is bekend, de leer verbiedt het.’
Hij lacht. ‘De leer verbiedt helemaal niets.’
‘Ik heb gelezen dat …’
‘Dat je iets leest, wil nog niet zeggen dat het waar is.’
‘Het zijn bekende boeken, woorden van Boeddha zelf, woorden die …’
‘Nog steeds wil dat niet zeggen dat het waar is.’

Dat hij haar niet uit laat praten stoort haar. Haar kennis is breed en ze heeft een groot interesseveld, niet alleen naar haar eigen geloof. Geschreven en ongeschreven regels. Een houvast. Daar is zij niet de enige in. Miljoenen mensen leven volgens de geschreven regels van een geloof of een principe.
Vadit houdt een groot kelkglas schuin in zijn hand en laat de dieprode wijn er voorzichtig in lopen. De geur komt meteen los. Een bloemig, parfumachtig aroma, met een ondertoon van versgemalen, witte peper. Goede wijn, weet Soumia, herken je meteen aan de geur. Vadit schenkt goede wijn.

Hij wijst haar de brede stoel en gaat zelf op de bank zitten. Met een glimlacht heft hij zijn glas naar haar.
‘Op een mooie, zachte avond Soumia Zamora.’
Zijn woorden dringen zich tot diep in zijn buik, dansend op de klank van zijn stem. Plotseling begrijpt ze de indruk die hij op Dewi maakte. Het is de invloed die hij op mensen heeft, misschien zelfs alleen op vrouwen. De diepte van zijn stem is zacht, donker en zwoel.
Ze heft haar glas naar hem. De smaken op haar tong zijn dieppaars en donkerrood.

‘Boeddha zei meer dan tweeduizend jaar geleden dat alcohol vergif is dat de diepgewortelde helderheid van de geest vertroebelt. Hij heeft nooit gezegd dat het verboden is.’
‘Maar hij zei ook dat begeerte de hoofdzaak van lijden is en alcohol wekt begeerte op …’
‘Alles wat bedwelmend is, wekt begeerte op, maar niets is verboden. Begeerte maakt dat we ons grenzeloos willen overgeven, maar er zijn alleen handelingen die negatief, positief of neutraal karma veroorzaken. Zaken die aan ons verschijnen zijn niet van zichzelf goed of slecht.’

Een grenzeloze overgave aan bedwelmende middelen. Alcohol, drugs of een gevoel van macht en de touwtjes in handen hebben. De helende littekens over haar rug zijn bedwelmend. Haar overgave aan dat gevoel en hoe het haar toch beperkt. Een kwalijk gevolg, omdat ze altijd meer nodig heeft. Korte momenten dat ze denkt dat het niet zo is en toch altijd weer het verlangen naar meer. En het laat haar leeg achter, zonder inhoud, omdat ze de grip kwijt raakt op dat wat ooit zo belangrijk voor haar was.

‘En vleselijk genot? Valt dat ook onder bedwelmend?’
‘Een van de ergste, de mooiste.’
Hij laat zich niet lezen, ondanks dat alles aan hem open is. Soumia kan hem niet lezen er is geen hokje waar ze hem in kan stoppen. Geen hokje waar hij zich in laat stoppen. Ze wil hem leren lezen. Op de manier die hij aan haar laat zien.  Zonder haar vooringenomen gedachten over hoe de wereld er uit zou moeten zien.
‘Geen vleselijk genot?’
‘Met de juiste persoon, absoluut. Er bestaat niets mooier dan dat.’
‘Is er een persoon?’
‘Op het moment niet.’
‘Zou ik die persoon kunnen zijn?’
‘Wil je dat?’
‘Dat weet ik niet.’

Ze wil leren zich aan hem over te geven en haar behoefte aan controle loslaten. Ze wil zich losmaken van alles wat ze zo krampachtig vast probeert te houden. Vertrouwen hebben dat Adnan weer terugkomt omdat hij terug wil komen, dat Dewi haar wil blijven zien. Dat Vadit haar accepteert zoals ze is met alle  negatieve balast die ze met zich meesleept. Verlangen … toch verlangen naar iemand die haar helpt daar los van te komen. Begeerte, de oorzaak van al haar lijden.

‘Dus deze wijn …’
‘Is niet goed of slecht … misschien als ik de hele fles leegdrink, misschien geef ik me dan over aan de kwade gevolgen die bedwelmende middelen kunnen hebben.’
‘Welke gevolgen?’
‘Misschien vergeet ik dan hoe rijk ik ben.’
‘Ben je rijk?’
‘Ik voel me heel rijk, maar misschien vergeet ik dat als deze fles leegdrink. Misschien verlies ik dan alle redelijkheid uit het oog en zoek ik ruzie met je …’
‘Waarom zou je?’
‘… dan ga je hier weg en heb je een beeld van mij, iets wat mijn reputatie geen goed doet. Een slechte naam voor mij en mijn kwekerij. Misschien word ik morgen wakker met een zwaar hoofd en ben ik dan nog steeds vergeten wat mij zo rijk maakt, misschien word ik ziek en pak ik nog een fles wijn om dat gevoel kwijt te raken. Vergeet ik nog meer, zoek ik nog meer ruzie …’
‘Je overdrijft.’
Hij lacht. ‘Dat doe ik zeker, maar het zijn allemaal gevolgen, kwade gevolgen, van grenzeloze overgave aan bedwelmende middelen. De kunst is dat je jezelf toestaat te genieten van een goed glas wijn, zonder toe te geven aan het verlangen naar een tweede glas.’
‘Hoe rijk ben je?’
‘Zo rijk als ik me wensen kan.’
‘Dat is geen antwoord op mijn vraag.’
‘Jawel. Rijkdom heeft niets te maken met bezit en dat weet jij ook. Rijkdom is een gevoel. Jezelf onthechten van alles wat als bezit gezien kan worden en daar los van staan. Accepteren dat momenten, gevoelens en mensen komen en gaan. Erop vertrouwen dat als het voor jou bestemt is, het vanzelf bij je terugkomt. Dat is een geluksgevoel. Het geluk dat ik heb om nu, met een aantrekkelijke, intelligente vrouw een goed glas wijn te drinken. Dat maakt mij rijk. Hoe rijk ben jij?’
‘Ik ben niet rijk.’
‘Hoe komt dat?’
‘Ik ben het kwijt …’

Show Buttons
Hide Buttons