Knappe vreemdeling

Valerie loopt naast Zoë, haar handen in de zakken van haar trenchcoat. Heel even was ze tevreden. Ze had haar middag in de stad besteed. Winkel in, winkel uit. Dure winkels waar ze niet vaak komt. Ze kocht een jurk. De verkoopster had haar gezegd dat hij haar geweldig stond. Natuurlijk zegt de verkoopster dat, die wil verkopen, meer niet. Maar Valerie was het met haar eens geweest. De jurk staat haar geweldig. Een kleur die ze nooit draagt, dieprood. Strak om haar borsten en haar heupen. Ze heeft er schoenen bij gekocht, en lingerie. Een donkerrode string met bijpassende beha die haar borsten omhoog duwt, de punt van haar nieuwe ketting hangt nog net niet tussen de gleuf die niet heel veel aan de verbeelding overlaat. Nagellak vanwege de open schoenen, in de kleur van de jurk. Geen panty, misschien een beetje koud, maar het is geen gezicht in de schoenen.
Nu loopt ze naast Zoë en ondanks de stof van de jurk die zachtjes over haar half blote billen aait, ebt haar tevreden, sexy gevoel langzaam weg. Zoë weet er nog sexy uit te zien in een vuilniszak. Dat is altijd zo geweest.
Haar vriendin was verrast toen ze de deur open deed.
‘Wat zie je er mooi uit Vleer. Je had wel een mogen zeggen dat je je zo uit zou sloven, dan had ik ook wat beter mijn best gedaan.’
Valerie is blij dat ze niets heeft gezegd, dan had ze nog bleker afgestoken, nog saaier.
‘Ja, vind je hem leuk? Ik had zin in wat nieuws. Je mag hem wel een keer lenen als je wilt.’
Zoë had haar mond gehouden. Valerie heeft wel vaker zin in wat nieuws en ze heeft de ruimte om het te doen.
Toch had Valerie zich schuldig gevoeld. De jurk was prijzig geweest, de schoenen ook. Ze had een nieuw overhemd voor Raymond gekocht, met bijpassende stropdas. Nieuwe schoenen voor Femke, een dure spijkerbroek voor Milan en het computerspel waar ze het al weken over hebben. Haar schuldgevoel was weer afgekocht.

Met elke stap die ze zet voelt ze zich kleiner worden. De schoenen lopen minder lekker dan ze had gehoopt en ze is jaloers op de zekere stappen van Zoë. Vroeger droeg haar vriendin nooit hakken, maar nu ze dat wel doet, lijkt het of ze nooit anders heeft gedaan. Ze is ook jaloers op haar uitstraling, al kan ze niet helemaal haar vinger leggen op wat het precies is. Open, dat is het woord wat het dichtst in de buurt komt.
Ze kijkt haar vriendin van opzij aan.
‘Hoe staat het in de liefde?’
Zoë glimlacht. ‘Rustig. Ik ben druk. Als het komt dan komt het.’
Valerie weet dat Zoë druk is. Ze ziet haar een stuk minder en als ze haar ziet dan alleen in de winkel. Haar avonden zijn gevuld met het opknappen van meubels.
Valerie mist haar soms, ze mist ook de verhalen die Zoë haar de laatste tijd kon vertellen over haar liefdesleven, hoe bizar Valerie ze ook kon vinden. Het had haar afgeleid van haar eigen, saaie leventje met Raymond.

‘Weet je zeker dat het goed is dat je mij meeneemt?’
‘Ja, natuurlijk en wie zou ik anders mee moeten nemen. Wel weer een keer leuk, samen uit, toch?’
Stil lopen ze verder. Valerie duwt haar handen dieper in haar zakken. Ja, een leuke avond. Muziek, dansen en misschien wel nieuwe mensen leren kennen.
Ze is een beetje nerveus om Naomi te zien. Als Adnan al vindt dat vrienden elkaar alles moeten vertellen, dan weet Naomi ook van haar idiote gedachten rond Adnan, haar fantasieën. Misschien niet alles, maar genoeg om het haar kwalijk te nemen. Dat zou zijzelf doen als het om Raymond zou gaan. Zij mag hem op het moment dan niet zo spannend vinden, anderen moeten bij hem uit de buurt blijven.

‘Hier is het.’
Even blijft ze staan. Er klinkt muziek, stemmen en gelach. Het is al druk. Vanaf vier uur, had Adnan gezegd. Ze wilde niet als eerste verschijnen, maar nu wenst ze dat ze toch eerder was gegaan.
Zoë kijkt haar aan en lacht.
‘Kom op. Het zijn maar mensen, niet zo verlegen.’
Het zijn haar mensen. In elk geval een aantal. Zij zou Zoë gerust moeten stellen, niet andersom, maar Zoë is altijd zo verdomde zelfverzekerd geweest, vanaf de lagere school al.
‘Ik ben niet verlegen.’
‘Goed zo, daar heb je ook geen enkele reden voor.’
Zodra Valerie binnen staat en haar jas afgeeft aan het meisje achter een tafel ziet ze Adnan. Zijn ogen lichten op, verbaast en verrast, net als de ogen van Zoë toen ze de deur open deed. In haar borst begint het te gloeien.
Gewoon vrienden, ze weet het, maar ze vindt het leuk dat hij verrast is. Het doet haar weer een beetje groeien. De blikken van mensen die ze niet kent ook. Nieuwsgierig en geïnteresseerd. Naar haar. Niet naar Raymond of haar kinderen. Ook niet naar Zoë. De blikken kijken naar haar.
‘Meteen aan de wijn, of is dat nog te vroeg?’
Valerie knikt. Meteen aan de wijn. Ze is vastbesloten een leuke avond te hebben. Zonder Raymond. Ze zal hem erover vertellen als hij terug is en hij zal zien dat ze meer nodig heeft dan wat hij haar geeft.

Het is alsof er een andere persoon in haar is gekropen. Ze krijgt aandacht. Mensen die ze niet kent knopen een praatje met haar aan en lachen om haar verhalen. Ze ziet bewondering in de ogen van sommige mannen. Misschien ook nog iets anders, maar dat kan haar niet schelen. Ze mogen haar best een beetje sexy vinden, daar doet ze niemand kwaad mee. Ze herkent de ouders van Adnan, zijn zus, de wethouder. Zoë ziet ook al snel bekende gezichten uit haar winkel. Het geeft niet. Ze hoeft haar hand niet vast te houden. Valerie heeft genoeg aanspraak en ze bloeit er van op.
Adnan volgt haar met bezorgde ogen, net zoals hij zijn zus met bezorgde ogen volgt. De tegenstelling is groot. Valerie oogt als een prooi, open en bloot, voor wie maar wil en dat zijn er genoeg, ook dat ziet hij. Knappe vreemdelingen met mooie beloftes.
Zijn zus is stil, bleek, een muurtje om haar heen. Ze praat en lacht, net als ieder ander, maar haar houding is gesloten. Hij glimlacht naar Naomi die hem op haar beurt met bezorgde ogen in de gaten houdt. Hij kan er niets aan doen. Het is wie hij is. Heeft hij mensen eenmaal in zijn hart toegelaten dan maakt hij zich zorgen. Het liefst zou hij iedereen elke vorm van pijn besparen. Dat dit niet mogelijk is, maakt hem soms een tobber. Naomi weet dat. Zij kent hem als geen ander.

Valerie is zich niet bewust van de bezorgde blik van Adnan, ook niet van die van Zoë. Ze geniet van de aandacht die ze krijgt, ook van de dubbelzinnige opmerkingen die Thijmen, een collega van Adnan maakt. Hij vraagt haar waar ze Adnan van kent. Ze vertelt, maar zwijgt over haar kinderen en over Raymond. Na vanavond ziet ze hem nooit meer. Hij hoeft niet te weten dat ze in het echt eigenlijk maar een saaie huismoeder is. Ze vertelt hem over de winkel van Zoë alsof het een project van hun samen is. Hij lacht om de verhalen die ze van Zoë heeft gehoord, grappige anekdotes over klanten en leveranciers. Hij zorgt dat ze nooit een leeg glas in haar handen heeft, strijkt een lok haar uit haar gezicht en kijkt zeer regelmatig naar haar borsten. Het kan haar niet schelen. De wijn maakt haar warm, zijn ogen doen haar huid tintelen en ze knikt als hij haar vraagt of ze niet even naar buiten wil.

Achter de kroeg is een klein plaatsje. Er staat een stapel lege kratten in een hoek en het geheel is omheind door een bakstenen muurtje begroeid met klimop. Zodra ze buiten staat krijgt ze het koud. Haar jas hangt binnen, achter de tafel, bij het meisje. Thijmen kijkt haar aan.
‘Koud?’
‘Een beetje ja.’
‘Geeft niet, ik warm je wel op. Ik ben benieuwd of je echt zo ondeugend bent als jij je voordoet.’
Zij ondeugend? Dat heeft nog nooit iemand tegen haar gezegd en stiekem vindt ze het leuk. Ze vindt het ook leuk dat hij haar glas uit haar handen pakt en tegen de stapel kratten duwt, zijn handen stevig om haar schouders.
Voor ze nog iets kan zeggen is zijn mond op die van haar, zijn tong in haar mond en ze reageert er op, beantwoordt en duwt haar lichaam tegen het zijne. Hij voelt hard, zijn mond, zijn armen en zijn borst. Heel anders dan de warme zachtheid van Raymond en Valerie kreunt als ze zichzelf plots van een afstandje bekijkt. In de armen van een knappe vreemdeling.
Thijmen ziet de geluiden die ze maakt als een aanmoediging en duwt zijn tong dwingender in haar mond, laat zijn handen onder haar jurk glijden, de blote huid van haar benen, tussen haar benen.
‘Ik wist dat je geil zou zijn, maar zo geil, je wil het nu, hier? Spannend.’
Valerie haar ogen zijn open en ze ziet zijn gezicht, een beetje rood. Van de drank, de opwinding. Precies zoals haar eigen gezicht er ook uit moet zien. Ze hoort het geluid van een riem die losgemaakt wordt, een rits, voelt een hand bij haar borsten, een andere hand, nog steeds onder haar jurk, vingers trekken aan haar slipje.
Het windt haar op. Heel erg, en het is precies die opwinding die maakt dat ze hem van zich af duwt.
‘Nee!’ Dan iets zachter, ‘Sorry, ik wil dit niet. Ik ben getrouwd.’
Verbaasd kijkt hij haar aan. ‘Dus? Daar voel ik niks van hoor.’ Hij lacht.
‘Nee, het spijt me.’
Ze trekt haar jurk recht en loopt bij zijn handen vandaan. Hij haalt zijn schouders op.
‘Ook goed, ik dacht dat je er wel voor open stond, maar wat jij wilt.’
Hij loopt weg, weer naar binnen en Valerie haalt diep adem. Ze stond er voor open, ze stond er heel erg voor open. Nog steeds als ze heel eerlijk is, maar ze wil het niet. Ze houdt van Raymond en ze wil hem niet kwijt, voor geen goud. Dat gaat wel gebeuren als ze hier aan toe geeft. Misschien gebeurt het al als ze hem hierover vertelt.
Plotseling jaagt de paniek door haar borst. Ze kan het hem niet vertellen, ze kan het niemand vertellen. Zelfs niet nu ze tijdig bij zinnen is gekomen. Ze had het gedaan, als de gedachte aan Raymond haar niet tegen had gehouden dan had ze het gedaan. Ze had zich laten neuken door een man die ze niet kent, gewoon achter de kroeg, in het donker en ze had zichzelf nooit meer recht aan kunnen kijken.

De deur van de kroeg gaat open. Muziek en gelach komt naar buiten waaien. Zoë komt naar haar toe lopen.
‘Ben je hier, ik was je aan het zoeken. Alles goed?’
Valerie schudt haar hoofd. Ze wil naar huis.
‘Ik voel me niet zo lekker.’
‘Nee, je ziet er ook een beetje verhit uit. Vast de wijn.’
Ze knikt, kijkt Zoë niet aan. ‘Ik denk het ook. Ga je mee?’
‘Natuurlijk ga ik mee. Je wilt nu gaan?’
Valerie is al binnen, op zoek naar Adnan en Naomi, haar jas. Aan de bar staat Thijmen. Hij kijkt haar aan en heft zijn drankje naar haar op. Ze schudt haar hoofd.
Naar huis, naar bed en vergeten wat er zojuist gebeurd is. Vergeten dat ze er stiekem van genoot en er met niemand over praten. Nooit.

Show Buttons
Hide Buttons