Het zit in de details

Haar hoofd bonst en ze zucht. Voor de zoveelste keer vraagt ze of Femke en Milan wat rustiger kunnen doen en wat voorzichtiger.
Ze ging uit van een rustige dag, een handvol klanten, misschien twee handen vol. Ze was vergeten dat het zaterdag is en het is druk. Ze heeft Milan en Femke in het keukentje gezet, met de tablet. Ze maken ruzie. Ze vervelen zich. Raymond zou thuis zijn, hij zou … Raymond is weg. Hij is weggegaan, bij haar. Omdat zij…
Het belletje van de winkel rinkelt. Valerie knippert haar tranen weg en plakt een glimlach op haar gezicht. Ze ademt diep in. De geur van vanille, van de kaarsen op de counter. De geur van thuis.
‘Goedemorgen, kan ik u helpen?’
Vriendelijke gezichten. Gezichten die de tijd nemen en op zoek zijn naar iets speciaals. Een cadeautje voor een vriendin, een moeder, een geliefde.
Wat is er mis met geven aan de mensen waar je van houdt? Waarom begrijpt Raymond niet dat het haar manier is om te vertellen dat ze om iemand geeft. Woorden zijn maar woorden. Een leren laptoptas, een zilveren wierookschaal. Dat is blijvend.
De vrouw blijft staan bij de porseleinen boudoir potjes. Ze lijken op de potjes die Zoë haar met kerst gegeven heeft. Ook blijvend en waardevol. Goedkoop misschien, maar Valerie ziet ze elke dag, gebruikt ze elke dag. Ze heeft haar crème erin gedaan. Zo denkt ze elke dag aan Zoë.
‘Gaan deze ook los?’
Valerie schudt haar hoofd. Ze horen bij elkaar, als een set.
‘Maar ze zijn afzonderlijk geprijsd?’
Ze zucht. Weer zo’n type dat voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten. De potjes kosten niks, tweedehands prul. Mooi prul, maar tweedehands en gebruikt.
Zoë, die zich laat gebruiken. Ook een mooi prul.
Nee! Het is niet zo. Raymond heeft het mis. Raymond is weg.
‘Misschien kan ik er een mooie prijs van maken als u ze samen koopt?’
‘Ze zijn dertig euro per stuk.’
Valerie slikt. Dertig euro? Dat kan niet. De vrouw leest het verkeerd. Dertig euro voor een potje?
Ze leest de prijssticker. De vrouw leest niet verkeerd. Het is de prijs die Zoë eraan gegeven heeft. Omdat Zoë weet wat ze waard zijn. Zoë weet ook wat ze zelf waard is, alleen al daarom kan ze doen wat ze doet. Raymond weet niks en hij ziet het verkeerd. Raymond is weg.
Ze wordt een beetje boos op zichzelf. Hij is weg, maar niet voorgoed. Hij moet nadenken. Hij komt weer terug. Hij is Raymond.
‘Is het voor uzelf?’
‘Voor mijn zus. Ze is een tijd ziek geweest. Ik wil haar wat geven omdat het nu weer goed met haar gaat, iets moois.’
‘Hebt u een goede band met haar?’
Terwijl Valerie luistert naar de vrouw beseft ze ineens dat dit het ook is. Niet alleen maar op zoek gaan naar mooie spullen en deze spullen verkopen. Het zijn spullen met een verhaal en het maakt dat mensen hun verhaal vertellen. Zoë luistert naar de verhalen en neemt ze mee als ze weer op zoek gaat naar andere spullen. De prijs, het is een richtlijn. Ze heeft Zoë vaak genoeg omlaag zien gaan, zodat mensen toch kopen en blij en tevreden weggaan.
‘Ik heb zelf ook zulke potjes een beetje anders. Gekregen van mijn vriendin. Ze staan in de badkamer en ik gebruik ze elke dag. Elke dag denk ik aan haar. Het is zonde om er maar één te kopen. U mag ze allebei hebben voor veertig euro.’
Een verlies van twintig, maar Zoë zal het niet erg vinden. Valerie vindt het ook niet erg, zeker niet als ze het gezicht van de vrouw ziet. Stralend.
‘Dan neem ik ze allebei. Mijn zus zal ze prachtig vinden.’
Valerie pakt de potjes in het mooie vloeipapier dat Zoë gebruikt. Ze doet er een kaartje van de winkel bij. De kaartjes die Zoë van een vriend heeft gekregen. Van die man?
De vrouw gaat tevreden weg en voor heel even wordt de paniek in Valerie haar borst bedekt. Dit is best leuk. Dit kan ze aan Raymond vertellen vanavond, dan heeft ze eindelijk iets te vertellen.
Raymond is weg.

Hij had verwacht dat ze hem zou bellen em berichten zou sturen. Waar hij is, waarom hij het haar nog niet heeft laten weten. Ze zegt dat ze hem nodig heeft. Waarom hoort hij dan niets van haar?
Het hotel waar hij zit is praktisch om de hoek. Als hij een verdieping hoger had gezeten dan zou hij het huis kunnen zien.
Hij heeft slecht geslapen en is vroeg gaan sporten. Met een grote behoefte om iets anders te voelen. Niet die pijn in zijn borst. Andere beelden. Valerie met een andere man. Zoals ze soms kon zijn. Hem uitdagen zodat hij alle rede uit het oog verloor, haar alleen nog maar wilde bezitten. Niet zoals hij het wil, niet op die manier. Die andere man. Zou hij …? Hoeveel andere mannen?
Zijn voeten gaan, snel, zijn blik op de tv voor hem. Nee, één keer. Het is erg genoeg, maar Valerie zou nooit … Of toch?
Het verhaal van Zoë. Hij veracht haar. Wat ze met zichzelf laat doen, waar ze Valerie naar laat verlangen. Haar hoofd is op hol geslagen. Omdat ze denkt dat het anders moet en anders kan. Beter dan wat hij haar geeft. Zoë heeft haar in de armen van een ander gejaagd. Nieuwsgierig, willen weten wat het is en hoe het voelt.
Misschien wel hotelkamers, contant betaald, afschrijvingen van de bankrekening die hij niet kan achterhalen, soms wel twee keer per week. Een keer vijftig euro, tachtig. Ruim voldoende voor een hotelkamer, een paar uur.
Hij loopt nog harder en voelt het zweet op zijn gezicht en zijn rug.
Valerie zou nooit … Hij dacht dat ze nooit …
Ze houdt van hem, hij houdt van haar. Hij wordt gek van de beelden. Valerie met een ander, zoals ze het wil. Ruw en liefdeloos.
Hij moet het weten, hij wil het weten. Hoe en hoe vaak, wanneer, met wie. Ze moet het hem vertellen.Hij zal haar zeggen dat ze het hem moet vertellen.

Valerie is nerveus om Raymond te zien, haar eigen man. Zijn bericht, dat hij er vanavond is en dat hij wil praten, als de kinderen slapen. Ze was gehaast geweest en deed de winkel toch iets eerder dicht. Snel opgeruimd, de kaarsen weer uit. Zoë zal het begrijpen.
Ze kookt simpel. Aardappels, groenten, vlees. Ze eet er amper van.
Hij wil praten. Ze had hem willen vragen of hij ook blijft. Wat als hij nee zegt? Als hij alleen maar wil praten, als hij heeft nagedacht en weet wat hij gaat doen. Voorgoed weg. Scheiden?
Alleen verder, zonder hem. De gedachte doet pijn in haar lijf. Ze wil niet zonder hem.
De tijd kruipt. Hij komt als de kinderen slapen. Het is weekend, dan slapen ze laat. Een spelletje, nog even tv kijken. Ze probeert rustig te blijven en niet te haasten. Femke en Milan voelen haarfijn aan wanneer ze onrustig is. Ze zullen nog meer gaan rekken, nog langer op willen blijven.
Kwart voor tien, tanden poetsen, naar bed. Milan vertelt over een spel dat hij wil hebben. Ze zegt dat hij het aan zijn vader moet vragen. Zo zal het gaan. Geen extraatjes meer alleen maar omdat ze het willen. Femke wil naar Farid. Ze ziet hem alleen maar op school. Ze wil ook een hond. Geen hond, niet als het aan Valerie ligt.
‘Vraag maar aan papa, als hij terug is. Slaap lekker, tot morgen.’
Ze borstelt haar haren, dept wat parfum achter haar oor en smeert de getinte crème op haar gezicht. Haar huid is grauw. Ze slaapt slecht en drinkt teveel koffie.

Raymond zit aan de keukentafel als ze beneden komt. Haar hart springt op als ze zijn tas ziet. Hij blijft. Hij gaat niet meer weg.
‘Je bent terug.’
‘Ik had gezegd dat ik zou komen en dit is ook mijn huis.’
‘Het is ons huis Ray.’
Ze pakt glazen, schenkt wijn in en gaat tegenover hem zitten. Hij kijkt haar lang aan, alsof hij haar observeert en in haar hoofd wil kijken. Ze slaat haar ogen neer.
‘Vertel het me Valerie, ik wil weten hoe, en wat, alles.’
‘Is het niet beter om …’
‘Alles, zonder leugens.’
‘Alles?’
‘Alles, ook de details, ik moet het weten. Vertel het me.’
Valerie vertelt. Alles. Hoe het begon als een sluimerend verlangen. Voelen dat ze het anders wil. Ze dacht dat ze verliefd was op Adnan en dat hij met haar naar bed wilde. Ze had het gedaan als hij het wilde. De websites die ze bezoekt, omdat het een prettig gevoel geeft in haar buik.
‘Niet wat jij me hebt laten zien, niet zo. Alleen porno, softe porno en winkels.’
Ze vertelt over de doos in haar kast, de speeltjes en haar nieuwsgierigheid. Toen hij weg was, naar Schotland en haar het gevoel gaf dat hij haar niet vertrouwde. De uitnodiging voor de barbecue bij Adnan en Naomi. Zoë, die met haar meeging. Ze was jaloers. Op Zoë en haar leven, hoe ze eruit ziet. Mooi en sexy. Dat ze dat ook wilde, dat ze dat ook wil. Mooi zijn, sexy. Een interessant leven.
Die man noemde haar ondeugend en maakte dubbelzinnige opmerkingen maakte. Hij vroeg of ze even mee naar buiten ging.
Ze aarzelt en kijkt Raymond aan. Hij knikt.
‘Alles.’
Ze ziet zichzelf weer staan. De vreemde handen op haar lijf en haar borsten. Zijn tong in haar mond. Zijn vingers waren tussen haar benen en schoven haar slipje een beetje aan de kant, de riem van zijn broek was al los. Ze kijkt in haar glas als ze het Raymond vertelt.
‘Ik wilde het niet, niet zo.’
‘Je wilde het wel, anders was het niet zo ver gekomen.’
‘Het was de wijn en de aandacht. Het was alleen het flirten. Ik dacht niet na, niet helemaal en toen dacht ik aan jou.’
‘Toen pas.’
‘Ik wilde dat jij het zou zijn, niet een vreemde, geen man die het niet kan schelen wie ik ben.’
‘En als je niet aan mij had gedacht?’
Valerie zwijgt. Ze had het laten gebeuren. Daar, met de kou om zich heen en de hitte in haar lijf. Ze had zich laten neuken door een man die haar sexy vond, die het niet kon schelen dat ze getrouwd was.
‘Ik had het gedaan. Het spijt me Ray, maar als ik niet aan jou had gedacht, dan had ik het gedaan.’
‘En je droeg die rode jurk. die je die avond aan had en met kerst. Toen ik, toen wij …’
Valerie knikt en huilt. Ze gaat staan als Raymond zijn stoel naar achteren schuift.
Hij ziet er niet boos uit, niet zoals ze had verwacht. Wel gelaten en gekwetst. De pijn in zijn ogen raakt haar tot het diepste van haar ziel.
‘Als ik het terug kon draaien, echt Ray, als ik het over kon doen.’
‘Maar dat kan niet. Het is gebeurd en je hebt het wel gedaan.’
‘En nu? Wat ga jij … wat gaan we nu doen, hoe gaan we verder?’
‘Ik ga slapen. Ik moet het laten bezinken. Ik weet het nu. Of is er nog meer? Het was één keer?’
‘Maar één keer. Niet meer, nooit meer.’
‘Dat dacht ik ook. We praten later verder. Je bent mijn vrouw, maar ik weet het niet. Ik wil niet dat je die jurk nog draagt. Ik wil dat je hem wegdoet.’
‘Waar ga je slapen?’
‘In mijn bed.’
‘Wil je dat ik op de logeerkamer slaap?’
‘Als jij dat wilt.’

Zijn hoofd bonst. Het is de waas die hij kent en waar hij soms bang voor is. Bang om wat het hem laat doen. Wat hij zou kunnen doen.
De beelden, Valerie. Handen van een ander, ogen die naar haar kijken en niet zien wat hij ziet. Het snelle bevredigen van een behoefte, omdat het kan.
Het zijn gedetailleerde beelden. Hij wilde het weten. Hij weet het nu.

Show Buttons
Hide Buttons